De toekomst van de islam

Het failliet van de Poldermoskee

De nieuwerwetse Poldermoskee in het Amsterdamse stadsdeel Slotervaart werd bij opening in 2008 gepresenteerd als de onontkoombare toekomst van de islam in Nederland. Er zou in de moskee een tolerante islam gepredikt worden, een die rekening houdt met de omringende seculiere samenleving, een islam die beter aansluit bij jonge, moderne moslims die evenveel westers als islamitisch zijn. Deze doelstelling mondde uit in enkele spraakmakende debatten, zoals over de rol van homoseksualiteit binnen de islam. Ook was de Poldermoskee een van de eerste moskeeën waar de vrijdagpreken in het Nederlands werden gehouden en waar vrouwen en mannen in een gezamenlijke ruimte konden bidden.
De voortrekkersrol van de Poldermoskee wekte het nodige wantrouwen aan zowel moslimzijde als niet-moslimzijde. Sommige moslims zagen de hippe, moderne inhoudelijke invulling van de moskee als een knieval voor assimilatiedwang; tegelijkertijd klonken aan niet-islamitische zijde geluiden die het vooruitstrevende karakter van de moskee in twijfel trokken. De ultraconservatieve Haagse imam Fawaz Jneid: ‘Ze hebben geen principes. In hun moskee komen de vrouwen sexy gekleed en zonder hoofddoek. Dat heeft niets te maken met de islam.’ Felle kritiek was er ook toen de Poldermoskee de omstreden prediker sjeikh Khalid Yasin uitnodigde om een lezing te geven. Stadsdeelraadslid in Slotervaart, Jan Engel, in dagblad De Pers: 'Naar buiten kunnen ze dan wel zeggen dat ze niet orthodox zijn, liberaal en gematigd, maar als je mensen als Yasin uitnodigt, wordt dat een lachertje.’
Tussen deze twee extremen probeerde de Poldermoskee een weg te vinden, onwennig in haar vooruitgeschoven rol en niet zeker van haar eigen identiteit. Aan die zoektocht kwam op 31 oktober 2010 abrupt een einde. De Poldermoskee hield op te bestaan, niet vanwege inhoudelijke tekortkomingen, maar om financiële redenen. De moskee kon de huur van het gebouw waarin ze gehuisvest was niet meer opbrengen. De tragiek hiervan schuilt vooral in het feit dat de Poldermoskee zelf de voorwaarden voor haar eigen ondergang heeft geschapen. Immers, door zich nadrukkelijk op jonge, drukbezette moslims te richten en oudere moslims te veronachtzamen, liepen ze het geld mis dat deze laatste groep gewoontegetrouw afdraagt aan moskeeën.
Wat zegt dit faillissement over de toekomst van de islam in Nederland? Als jonge moslims niet bereid zijn om bijdetijdse moskeeën in stand te houden, staat de islam dan niet hetzelfde lot te wachten als andere wegkwijnende religies in Nederland? Of bewijst het dat alleen klassieke moskeeën waar een behoudende islam wordt gepredikt de toekomst hebben?
In de multiculturele wijk Norrebro in het Deense Kopenhagen staat een kleine moskee die net als de Poldermoskee een eigentijdse visie op de islam probeert te formuleren. Imam Fatih Alev (37) beschouwt het failliet van de Poldermoskee als de onvermijdelijke kinderziekte van een breed gedragen moderniseringsbeweging onder jonge Europese moslims. De enige sta-in-de-weg die hij ziet zijn de populistische partijen die regelmatig een luide, anti-islamitische keel opzetten.
'De invloed van de Deense Volkspartij en de rechtse, anti-islamitische sfeer in dit land is niet helemaal onvoordelig voor ons geweest. Zeker na de cartooncrisis in 2005, toen enkele imams uit Denemarken naar het Midden-Oosten trokken om daar het vuurtje op te stoken, zag je veel Deense moslims wakker worden en zeggen: willen wij eigenlijk wel dat zulke verkalkte, wereldvreemde mensen namens ons het woord voeren? Het dwong de gematigde meerderheid zich uit te spreken. Onze moskee liep vooruit op die wens om engagement te tonen. Dat resulteerde onder meer in een gebedshuis waar alles wat goed is in Denemarken in contact komt met alles wat goed is in de islam.’
Fatih beschouwt nog steeds de synthese van het beste van twee werelden als de uiteindelijke bestemming van de islam in Denemarken, maar tegelijkertijd vreest hij ook een tegengestelde beweging: 'Het vijandige publieke en politieke debat, waarin religie en sociaal-maatschappelijke problemen op een hoop worden gegooid, is werkelijk uitputtend. Deense moslims zijn op het punt beland waarop ze zeggen: wat we ook doen of zeggen, we zullen altijd beoordeeld worden op de uitwassen. Hoogopgeleide jonge moslims zijn gefrustreerd: ze trekken zich terug uit het publieke debat, willen emigreren of zoeken hun heil in een orthodoxe, antimaatschappelijke lezing van de islam. Als deze intellectuele voorhoede wegvalt, vrees ik stagnatie in een ontwikkeling die maar net op gang is gekomen.’
Volgens Fatih zal de islam in Europa onder ideale omstandigheden een naar het soefisme neigende religie worden die zich losmaakt van achterlijke culturele gebruiken, etnische verschillen zal ontstijgen en beïnvloed zal worden door moderne verworvenheden zoals democratie, vrouwenemancipatie, vrijheid van meningsuiting. 'Maar die ideale omstandigheden hebben zich nog niet aangediend.’
In Nederland zullen die ideale omstandigheden vanuit het perspectief van progressieve moslims er evenmin zijn. Mohammed Cheppih, een van de oprichters van de Poldermoskee, wijst het anti-islamklimaat in Nederland aan als een van de redenen waarom zijn moskee nooit een succes heeft kunnen worden. De gemeente Amsterdam heeft ze nooit financieel willen ondersteunen bij het organiseren van debatten en lezingen.
Het faillissement betekende het einde van de Poldermoskee, maar betekende het ook het einde van een jonge emancipatiebeweging? Volgens de Deense imam Fatih Alev is het faillissement een onvermijdelijke misser van een jonge beweging die zich staande probeert te houden in een vergiftigd publiek en politiek debat. Desondanks is hij ervan overtuigd dat een moderne, westers gezinde islam op den duur brede ingang zal vinden onder Europese moslims. Deze ontwikkeling kan hooguit getraineerd worden, maar niet gestopt.
Hassan Bahara (1978) debuteerde in 2006 met Een verhaal uit de stad Damsko (Van Gennep). Afgelopen jaar verscheen het samen met Asis Aynan geschreven Ik, Driss onder het pseudoniem Driss Tafersiti (Atlas)