Het familiegeluk van de Hitlertjes

tekening: PJ Roggeband
Ondanks de hogere machten, met name de Duivel, die het gezin Hitler omringen heeft Norman Mailer met zijn nieuwste roman een maar al te menselijk portret geschreven van de grootste demon uit de moderne geschiedenis.

Medium opening

Een van de mooiste scènes die Norman Mailer ooit schreef, staat in zijn roman An American Dream (1965). Stephen Rojack, talkshowhost, voormalig congreslid en gevierd intellectueel in het publieke debat, denkt terug aan het moment dat hij als jonge soldaat een Duitse bunker bestormde: ‘Because I did not throw the grenades on that night on the hill under the moon, it threw them, and it did a near-perfect job. The grenades went off somewhere between five and ten yards over each machine gun, blast, blast, like a boxer’s tattoo, one-two (…) and then the barrel of my carbine swung around like a long fine antenna and pointed itself at the machine-gun hole on my right where a great bloody sweet German face, a healthy spoiled overspoiled young beauty of a face, mother-love all over its making, (…) came crying, sliding, smiling up over the edge of the hole, “Hello death!”’

Zo gaat het vier pagina’s lang. Voor Rojack is het hét essentiële moment uit zijn leven. Wat is dat ‘it’ uit de scène? Hij weet het niet – hij houdt het op de volle maan – maar even voelde Rojack zich onsterfelijk, voelde hij zich gedreven door een Hogere Macht. Als het eenmaal wegebt, voelt hij zich leeg en beschaamd. Een gevoel dat hij zijn hele leven houdt.

Meer dan veertig jaar later had Mailer wel geweten wat dat ‘it’ was. In zijn nieuwste roman, The Castle in the Forest, hebben tal van personages soortgelijke ervaringen en steekt Mailer niet onder stoelen of banken waar de bron ligt. De verteller, de SS’er Dieter, is een hoge officier van de Duivel. Dat is gegeven nummer één. Gegeven nummer twee: het onderwerp van demon Dieter is de persoonlijke geschiedenis van het gezin van Alois en Klara Hitler, de ouders van Adolf Hilter.

Voor Mailer is de roman altijd een podium voor ideeën geweest. Ideeën over psychologie, sociologie, filosofie, seks, ras, geloof, Leven en Dood. Dit in combinatie met zijn dwingende proza, waarin hij de lezer nooit laat ontsnappen aan de stortvloed van gedachten, maakt zijn romans buitengewoon pregnant. Er hangt een zweem van Alles of Niets over de bladzijden.

En dat gaat lang niet altijd goed. Mailer houdt er op tal van gebieden nogal bizarre ideeën op na – zo is hij bijvoorbeeld om de meest uiteenlopende redenen tegen feminisme en tegen veilige seks – en in combinatie met zijn gezwollen stijl kan dit onbedoeld op de lachspieren werken. Weinig schrijvers hebben een oeuvre dat uit zulke pieken en dalen bestaat als hij. Zijn debuut, The Naked and the Dead (1948), is een van de beste oorlogsromans die ik heb gelezen; zijn daaropvolgende roman, The Deer Park (1951) is een onvergeeflijk saaie verhandeling over dissidenten uit Hollywood.

Het is dus niet gek dat recensenten hun hakbijl paraat hadden bij de verschijning van The Castle in the Forest. Hitler én de Duivel – dat is een radioactief ongeval waiting to happen. Maar Mailer komt ermee weg. Hij weet maat te houden. En dat ligt aan één ding: Satan is niet echt de Prins der Duisternis en Hitler is niet echt de Führer.

Allereerst Hitler. Het boek begint lang voor ‘Adi’s’ conceptie en eindigt als hij een jaar of zestien is. Natuurlijk, trauma’s uit onze jeugd kunnen doorklinken tot op het sterfbed, maar Dieter waarschuwt de lezer voorzichtig te zijn in het zoeken naar causaliteit tussen Adi’s soms miserabele jeugd en de hoogtijdagen van het Derde Rijk. Als Adi opgewonden droomt hoe zijn vader een bijenkorf vergast trekt Dieter aan de rem: ‘Here, I would warn the reader not to make too much of the gassing and the body count. It is not to be understood as the unique cause of all that came later.’

Hoewel de wetenschap van wat er komen gaat de anders triviale gebeurtenissen vaak fingerlicking creepy maakt, zegt Mailer herhaaldelijk dat hij niet probeert te verklaren waar Hitlers megalomane, psychopathische, antisemitische ego vandaan komt. Ook het verwijt dat Mailer suggereert dat ‘the Devil made him do it’ is onjuist.

De Duivel – in The Castle in the Forest heet hij Maestro, al laat hij zich heerlijk sardonisch The Evil One noemen – is niet bepaald omnipotent. De dagen dat de demonen in falanx ten strijde trokken tegen de engelen zijn voorbij. De hulpjes van de Maestro moeten nu heimelijk hun werk doen. De ‘Cudgels’ (engelen) van de ‘Dummkopf’ (God) liggen op de loer. Veel meer dan dromen infiltreren om de slapende net dat ene aanzetje te geven om iets desastreus te doen, kunnen ze niet. En zelfs dat is zelden voldoende: ‘(…) dream-etching, no matter how artful, leaves but a dot upon your psyche, a footprint to anticipate a future sequence of developments that may or may not come to pass’.

Veel meer legt Dieter niet uit over het Goddelijke schaakspel. Geen vuurspuwende demonen of aartsengelen met vlammende zwaarden. (Het dichtst in de buurt van zulk soort metafysica komt Mailer met de penetrante lichaamsgeur van Adi: hoe hard de jongen zich ook boent, ergens blijft er altijd een geurtje aan hem hangen. Zwavel, zegt Dieter.)

De demon Dieter is hier een literair vehikel dat Mailer een vrijbrief geeft om zich in de meest intieme gedachtekronkels van zijn personages te nestelen. Het geeft hem het ultieme – bijna goddelijke – perspectief om de familie Hitler tot in detail te ontleden.

Dus. Vergeet de Duivel. Vergeet de Führer. Of het nu Mailers bedoeling is of niet, beide factoren marginaliseert hij bijna. Wat overblijft is een familieportret. En in die hoedanigheid is het een van de mooiste boeken die Mailer ooit geschreven heeft.

Het verval van de familie Hitler is het verhaal van de tekortkomingen van vader Alois en de manipulaties van zoon Adolf. Alois is een charismatische womanizer – met forse snor, nette bakkebaarden en gepoetste koperen knopen op zijn uniform – een social climber die het van eenvoudige jongen heeft geschopt tot chef douanebeambte. Een toegewijde vader is hij niet, maar hij heeft zo zijn momenten. Als hij zijn dochter probeert op te vrolijken na haar eerste menstruatie is hij teder en charmant.

Na zijn pensioen wijdt Alois zich aan de bijenteelt. Hier gaat het mis. De bijenteelt, die hij nooit onder de knie krijgt, werkt als een katalysator op Alois’ tirannieke karakter: hoe meer er misgaat, hoe meer blauwe plekken er op zijn kinderen verschijnen.

Deze tirannie wordt nooit ééndimensionaal, het heeft iets tragisch, een bepaald gevoel van medelijden kun je niet onderdrukken. Beetje bij beetje wordt Alois’ zelfbeeld afgebroken. Op een dineetje bij prominenten wordt hij pijnlijk op zijn lage komaf gewezen; Alois, die normaal het hoogste woord heeft in de kroeg, kan niets uitbrengen als zijn disgenoten bespreken wat de beste plek is om een duelleerlitteken te hebben. Het meest schrijnend is wanneer hij een brief ontvangt van zijn weggelopen zoon Alois Junior, die hem schrijft hoeveel hij zijn vader haat. Er zitten zoveel spelfouten in dat Senior de brief zelf moet overschrijven voordat hij hem aan zijn vrouw Klara durft te laten lezen. Elk eergevoel is weg.

Adi groeit op in de schaduw van zijn vaders agressie. Het is een koddig mannetje dat in een balorige bui honing smeert in het haar van zijn zussen. Onder de indruk van zijn vaders bulderende stem slentert hij door het bos, heftig schreeuwend tegen de bomen, op zoek naar zijn eigen verbale kracht. De lezer weet: die vindt hij nog wel.

Hij is gek op zijn moeder, direct vanaf zijn geboorte, en vice versa. Dit is moeder Hitler die de luier van kleine Adi verschoont: ‘His stool did not occasion her disgust (…) In thruth, she preferred the stink to be rich. The stronger, the better. A sign of health. Such was her love for Adi. Yes, love sparkled between them. His eyes danced as she dredged his cheeks with feather-smooth wipes of the rag, and her eyes – whether she knew it or not – were so full of admiration that his little penis stood up.’

Het boek barst van de onsmakelijke details: sodomie, incest, stront – inter faeces et urinam nascimur is een terugkerend motto. Als Adi Adolf wordt, wordt hij (tot Dieters genoegen) een haatdragend, manipulatief kind. Hij is een straatlengte slimmer dan zijn leeftijdgenootjes, een natuurlijke leider, maar er schuilt tragiek in zijn intelligentie. Adi heeft feilloos door dat hij, na de geboorte van zijn broertje en de terugkeer van zijn stiefbroer, niet langer het oogappeltje van zijn ouders is.

Hier begint het einde van het familiegeluk van het gezin Hitler. In twee of drie venijnige scènes laat Mailer het gezin uiteenspatten, scènes die haarfijn de onderlinge verhoudingen tussen de stiefkinderen en ouders weergeven. Als de puberende Alois Junior een ei kapotslaat op Adi’s hoofd reageert deze strategisch: hij slaat meteen nog een ei op zijn eigen hoofd kapot en smeert het eigeel uit over zijn shirt, voordat hij naar zijn moeder rent. Hij weet de slachtofferrol perfect uit te melken.

Klara komt schreeuwend naar Junior toe rennen. ‘Alois Junior actually began to sob. In all of this, he had not had until now any real idea of how ready he had been to love her, and how ready she had been to dislike him right down to the depths.’ De verstandhouding tussen kinderen en stiefkinderen is voorgoed verdwenen.

The Castle in the Forest had honderd bladzijden dunner kunnen zijn. Mailer herhaalt zichzelf vaak, en laat zijn vertelpersoon een uitstapje van vijftig pagina’s maken naar de kroning van tsaar Nicholaas II, een uitstapje waarvan het nut nooit duidelijk wordt. Maar behalve dat is zijn proza nog net zo dwingend en robuust als toen hij zich nog een verongelijkt literair straatvechtertje voelde. Inmiddels is Norman Mailer 84 en loopt hij met twee wandelstokken. Volgens zijn uitgeverij is The Castle in the Forest het eerste deel van een drieluik over Adolf Hitler. We moeten maar zien of het ervan komt.

Sinds Stephen Rojack in An American Dream zijn hete adem in de nek voelde, is de Duivel nooit ver uit Mailers gedachten geweest. In het verleden heeft Norman Mailer meermalen Hannah Arendts thesis van de banaliteit van het kwaad verworpen. Liever gelooft hij in een eeuwigdurende oorlog tussen God en de Duivel – waarbij de holocaust het ergste verlies is dat God ooit heeft geleden – dan dat de mens inherent slecht en onverschillig is en zelf verantwoordelijk is voor al zijn kwaad en destructie.

Met dit boek heeft Mailer zijn eigen stelling weinig goeds gedaan. Ondanks de hogere machten die het gezin Hitler omringen heeft hij een maar al te menselijk portret geschreven van de grootste demon uit de moderne geschiedenis. Hiervoor hulde.

Norman Mailer
The Castle in the Forest
Random House, 476 blz., ca. 18 dollar
(de Nederlandse vertaling verschijnt in maart bij Rothschild & Bach)