Werkloosheid: Afgestudeerd en dan?

‘Het feest is voorbij’

Met goede cijfers afgestudeerd en toch zit niemand op je te wachten. Duizenden hoogopgeleide jongeren maken dat op dit moment mee. ‘Ik heb het idee dat ik tot mijn 65ste aan de gang kan blijven met onbetaalde stages.’

Medium hh 19187227week37

Biologe Judith (26) schreef en speelde begin dit jaar de uit het leven gegrepen cabaretvoorstelling Net niet, over een week in het bestaan van een hoogopgeleide werkloze jongere. In haar Amsterdamse achtertuintje geeft ze op een warme nazomeravond een samenvatting. Maandag: de hoogopgeleide werkloze jongere doorploegt met frisse moed alle vacaturesites en solliciteert zich een slag in de rondte. Dinsdag: de eerste afwijzingen druppelen binnen. Woensdag: als de afwijzingen zich verder opstapelen, denkt de hoogopgeleide werkloze jongere: ‘Misschien moet ik eens aan mijn andere kwaliteiten gaan werken. Misschien moet ik een cursus cabaret beginnen.’ Donderdag: de hoogopgeleide werkloze jongere feest door tot in de late uurtjes, hij heeft de volgende dag toch niets te doen. Vrijdag: de hoogopgeleide werkloze jongere krijgt van alle kanten goedbedoeld advies over hoe hij aan een baan kan komen – ‘je zou eens op die of die vacaturesite moeten kijken’ – en dat wordt op een gegeven moment ‘zo fucking vermoeiend’. Zaterdag: de hoogopgeleide werkloze jongere wil niet meer uit zijn bed komen. Hij vindt zichzelf een loser. Zondag: de hoogopgeleide werkloze jongere is het gestress over de perfecte baan helemaal zat en denkt: ‘Ik moet een bijbaan hebben, ik moet iets doen dat mij ritme geeft.’

Op zo’n zondag besloot Judith op een bijbaantje te solliciteren. Judith studeerde in augustus 2012 af in evolutionaire biologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze rondde haar studie af met een ruime voldoende. Tien jaar eerder was ze er al van overtuigd dat ze later haar identiteit aan de biologie zou ontlenen. Als biologe, bij voorkeur werkzaam in de natuurbescherming, zou ze iets neerzetten waar latere generaties nog profijt van hebben. Maar eerst ging Judith na haar afstuderen twee maanden lang allerlei muziekfestivals af, dat had ze wel verdiend na zes jaar intensieve studie. Daarna deed ze een maand lang een natuureducatieve stage op Saba (Nederlandse Antillen). Toen ze terugkwam maakte ze een harde landing. Op vacaturesites vond ze niets wat aansloot bij haar ambitie. Haar open sollicitaties naar natuurbeschermingorganisaties – wnf, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten – werden beantwoord met afwijzingen. Judith trok weer in bij haar moeder in Amsterdam. Tussen januari en maart werd ze geplaagd door hevige paniekaanvallen. Hoe moet iemand die een pad voor zichzelf heeft uitgestippeld van student biologie tot daadwerkelijk biologe omgaan met de realiteit dat er voor haar geen plek is in die hoedanigheid? Een bijbaan aannemen zou een aanslag betekenen op haar zelfbeeld als biologe, dus dat was een lange tijd geen optie. Maar toen sloeg de lamlendigheid toe van het dagenlang niets doen. Judith besloot in april te solliciteren op een vacature op de afdeling publieksservice van dierentuin Artis.

‘Wat was ik boos toen ik de sollicitatiebrief naar Artis schreef’, zegt Judith. ‘Dan zie je jezelf typen “Ik denk dat ik goed bij Artis pas want ik heb veel affiniteit met dieren.” Mijn vriendje zegt dat ik het heel luchtig moet bekijken, dat ik nu tenminste een baan heb. Maar hallo, ik heb een baan waarin ik een telefoon opneem om tegen mensen te zeggen dat Artis om zes uur dichtgaat. Ik heb superingewikkelde dingen gedaan tijdens mijn studie. Soms kan ik echt paniekaanvallen krijgen als ik denk: wow, het is een jaar geleden dat ik afstudeerde en ik werk nog op de publieksservice van Artis.’

Judith werkt maximaal twee dagen per week bij Artis. De andere dagen van de week vult ze met solliciteren en met onbetaalde stages. Ze is inmiddels weg bij haar moeder en deelt op het moment een woning met een studerende vriendin. De huurkosten neemt Judiths moeder voor haar rekening. Dit is in geen enkel opzicht het leven dat ze na haar afstuderen dacht te zullen leiden.

‘Ik heb het nu nog krapper dan toen ik nog studeerde. En dan ben ik alweer 26 jaar. Er zijn mensen van mijn leeftijd die al een gezin en een huis hebben. Ik heb geen baan en mijn moeder betaalt mijn huur. En ik heb een diploma waar ik niets aan heb.’

De teleurstelling over haar gefnuikte ambities slaat terug op alles wat haar ooit is voorgehouden. Dat ze vooral moet studeren wat haar interesseert. Dat ze er wel komt, zolang ze haar best maar blijft doen. Het is allemaal naïeve dromerij die niet voorbereidt op de harde wetten van de arbeidsmarkt.

‘Ik heb geen pretstudie gevolgd. Biologie is zwaar, met veel contacturen. Ik heb zes jaar lang hard gewerkt. Maar ik ben nooit voorbereid op wat daarna komt. Je oefent dingen, je leert dingen. Je krijgt een diploma. Daarna word je losgelaten in de samenleving met de mededeling: “O ja, trouwens, er is helemaal geen werk voor je.” Dat vind ik wel heel zuur. Dat vind ik een fout van de maatschappij.’

Judith heeft het adjectief ‘super’ in de mond bestorven liggen. Dingen zijn ‘superleuk’, ‘superingewikkeld’, ‘superonzeker’, ‘superaardig’ of ‘superlastig’. Het is het montere taalgebruik van een grootstedelijke jeugd die een relatief rimpelloos leven leidt. Judith noemt het een ‘flow’ waarin ze altijd heeft gezeten; de richting was altijd opwaarts – uitstekende middelbare scholen (Hervormd Lyceum Zuid, Montesori Lyceum), prima studieresultaten, veel reizen, ouders die altijd financieel garant staan. De val is dan diep als het vangnet van de verwachtte en geambieerde baan er opeens niet is.

‘Ik had echt nooit gedacht dat het zo zou gaan. Ik vloog door mijn studie, en dan val je in zo’n gat. Je voelt je niks voorstellen. Het feest is voorbij. Je hebt niets meer omhanden, geen projectjes. Het is moeilijk om het succes los te laten. Ik had de lat ook erg hoog liggen. Ik wilde niets minder dan de natuur redden. Als ik dan niet eens word aangenomen voor heel laagdrempelige dingen… Ik ben in die zin gedesillusioneerd geraakt over de mogelijkheden die je hebt.’

‘Ik voel constant onrust. Ik ben mijzelf de hele tijd aan het vergelijken, omdat ik bang ben de boot te missen. Ik hou de hele tijd in de gaten wie er wel is uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek en wie er wel een baan heeft gevonden. Als ik zie dat anderen een baan hebben gevonden die ik wel leuk zou vinden, dan vraag ik wanneer ze zijn afgestudeerd en hoe oud ze zijn. Dan hoop ik altijd dat ze ouder zijn of al langer afgestudeerd.’

Met rollende ogen en een dik aangezet lieflijk stemmetje doet Judith een telefoongesprek na dat ze laatst met een vriendin had. De vriendin – ook een biologe – bracht Judith tot in detail op de hoogte van haar aarzeling om een aangeboden promotieplek wel of niet aan te nemen. Echt, dat je daar überhaupt nog over gaat twijfelen in deze tijd, dacht Judith, die maandenlang niet eens werd uitgenodigd voor sollicitatiegesprekken. ‘Ik vind het wel erg dat ik niet oprecht blij voor haar kan zijn.’

Zich omscholen, zoals haar vader haar na haar afstuderen aanraadde, zal ze nooit doen. Daarin is ze resoluut. Ze wil hooguit een aanvullende scholing doen. Misschien dat ze dan in aanmerking komt voor communicatiefuncties binnen natuurorganisaties. Ze laat de ambitie om een baan te vinden die aansluit op haar opleiding voorlopig niet los, in het volle besef dat met het verstrijken van de tijd haar positie op de arbeidsmarkt zwakker wordt. Het is ook niet hoopgevend dat het overschot aan biologen zorgt voor een overvloed aan onbetaalde stages. Judith heeft al aangeboden gekregen om een document van vierhonderd pagina’s over de wolf van het Duits in het Nederlands te vertalen. Onbetaald. Iemand vroeg haar of zij alle statistieken van een onderzoek wilde uitwerken. Ook onbetaald. Nu doet ze een stage waarin ze onderzoeken naar het milieu in de Waddenzee moet vergelijken. Bedrijven kunnen dit soort onbetaalde klussen blijven aanbieden omdat ze weten dat hoogopgeleide jonge werklozen als de dood zijn voor een gat in hun cv.

‘Ik ben nu een jaar afgestudeerd, ik heb het idee dat ik tot mijn 65ste wel aan de gang kan blijven met dit soort onbetaalde stages. Het is uitbuiting van mensen die bezig willen blijven met wat ze leuk vinden. Ik begrijp dat het crisis is en dat er overal weinig plek is, maar kom dan met een eerlijke oplossing in plaats van onbetaald werk aanbieden.’

De onbetaalde stages laten zitten, haar baantje bij Artis eraan geven en met een uitkering zich volledig toeleggen op het solliciteren naar een baan die aansluit bij haar ambities? Judith heeft in april, toen haar spaargeld op was, op aanraden van haar vriend op internet het aanvraagformulier voor een uitkering gedownload. Ze wierp er een blik op en barstte in huilen uit. In tegenstelling tot vroegere generaties van hoogopgeleide werkloze jongeren had Judith nooit het idee dat een uitkering een logische optie was. ‘Zo hoort het niet te zijn. Je studeert niet af om vervolgens een uitkering aan te vragen. Je studeert om daarna nuttig te kunnen zijn.’

In november gaat ze een maand naar Brazilië. De natuur is daar weelderiger dan in Nederland, de economie is er groeiende – misschien vindt ze daar wel de droombaan die ze hier vanwege alle bezuinigen op natuurbeleid niet kan vinden. Het is een stap die ze liever niet neemt. ‘Maar ik wil mijn identiteit als bioloog echt niet opgeven. Ik verhuis nog liever naar het buitenland dan dat ik dat opgeef.’ En haar vriendje dan, die net aan een nieuwe baan als psycholoog is begonnen? ‘Dat moeten we dan maar zien. Mijn liefde voor natuur is echt zo sterk dat ik daar wel concessies voor durf te doen.’


Cijfers

Om en nabij de 700.000 mensen zitten volgens het CBS op het moment zonder baan thuis. De werkloosheid nam vooral in de afgelopen twee jaar (juli 2011 – juli 2013) een hoge vlucht en steeg van 419.000 naar 694.000 mensen. Dat is 8,7 procent van de beroepsbevolking. Van de jongeren zit zelfs 17 procent zonder werk. Voor elke vacature zijn er bijna acht werklozen beschikbaar.

Mannen tussen de 25 en 64 jaar zijn in de afgelopen periode de zwaarst getroffen groep; zij nemen de helft van de werklozengroei voor hun rekening. Banenverlies rukt vooral op in het onderwijs, de bouw, zorg en transport.

Werklozen zijn een stuk minder tevreden over het leven dan werkenden, blijkt uit het rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) Een baanloos bestaan: De betekenis van werk voor werklozen, arbeidsongeschikten en werkenden dat in 2010 verscheen.

Negen van de tien werkenden zijn tevreden tot zeer tevreden over het leven dat ze leiden, voor maar de helft van de niet-werkenden is dat het geval.

Niet-werkenden ervaren ook hun gezondheid slechter en zijn in veel opzichten meer sociaal uitgesloten dan werkenden. Ze zijn minder sociaal actief: zijn minder vaak lid van een vereniging, hebben minder contact met familie en vrienden. Ook hebben niet-werkenden vaak financiële tekorten. Ongeveer de helft van de werklozen heeft geen geld voor nieuwe kleren of een weekje vakantie per jaar.


Foto: David Rozing / HH
Bijschrift: Den Bosch. Werklozen krijgen bij het UWV een cursus succesvol sollliciteren in klassikale setting. Zij moeten hun sterke punten, capaciteiten omschrijven en leren zichzelf goed te presenteren/ plan van aanpak te maken om een baan te vinden. Onderdeel competentie analyse, competenties mensen.