Wagner-drama in Bayreuth

Het feuilleton Wagner

De Bayreuther Festspiele zijn onder leiding van Wolfgang Wagner een economisch zeer rendabel bedrijf geworden. Spannende producties zie je er echter niet meer. Nu familieleden Wolfgang van zijn troon willen stoten, speelt het ech

«Ademloos zijn wij getuige van de smartelijkste aller monologen uit de muziekdramatische geschiedenis. Vastgenageld zitten wij op de door de componist om artistieke redenen voorgeschreven houten stoeltjes. Behalve die ene, oude man die zich halverwege de vorstelijke jammerklacht abrupt van zijn zetel verheft. Stommelend, her en der een knikje uitdelend, begeeft hij zich naar de uitgang van de zaal. Het is Wolfgang Wagner. Hij heeft gezien dat het goed was en vindt het nu blijkbaar wel mooi geweest. Morgen Siegfried, die, weet hij al een leven lang, niet driemaal vijf kwartier, maar vijf volle uren duren gaat. Terwijl de Gotterdämmerung, over drie dagen… Dus vanavond maar vroeg naar bed.» (Uit: Zweten in Bayreuth, De Groene Amsterdammer, 1994)

Toen Martin van Amerongen in 1994 tijdens de uitvoering van die Walküre deze terloopse observatie over de artistiek leider van de Bayreuther Festspiele maakte, kon hij niet bevroeden hoezeer hij de vinger op zere plek legde. Want het nu al vijf jaar slepende conflict over de opvolging van Wagner — die zich met zijn hardnekkige weigering om op te stappen de bijnaam «de eeuwige Wolfgang» heeft verworven — spitst zich geheel toe op de tegenstelling tussen artistieke bevlogenheid en managerskwaliteiten. Tijdens het ruim vijftig jaar durende imperium van Wolfgang is Bayreuth uitgegroeid tot een economisch zeer rendabel bedrijf, maar voor spannende producties ben je er aan het verkeerde adres.

Verschillende familieleden hebben ondertussen de aanval ingezet om Wolfgang van zijn troon te stoten. Dat gaat er vaak zo hard aan toe dat de internationale pers unaniem constateert dat het echte drama zich tegenwoordig in de coulissen van het Festspielhaus afspeelt en niet op de bühne, waar steeds bloedelozer regies te zien zijn. Een klucht, meent de een. Een soap opera, stelt de ander. Gezien het slepende karakter van het conflict is «een feuilleton» beter op zijn plaats. Aanvankelijk leefde de hoop dat «der alte Fuchs» in 1999 bij zijn tachtigste verjaardag zou terugtreden. Vervolgens verwachtte men dat hij in 2001, het jaar waarin Wolfgang vijftig jaar de scepter zou hebben gezwaaid, de eer aan zichzelf zou houden. Maar niets is minder waar. Het enige afscheid dat Wolfgang deze zomer heeft genomen, is van zijn functie als regisseur, nadat zijn Parsifal dertien seizoenen achtereen op het programma had gestaan.

Ondertussen proberen vooral dochter Eva en nicht Nike aan de stoelpoten van Wolfgang, kleinzoon van de «echte» Wagner, te zagen. Nike Wagner (56), die in 1982 promoveerde op de Weense satiricus Karl Kraus, heeft de scherpste tong van de twee. Zij noemt haar oom een «meester in hooghartigheid en slinksheid» onder wie het festival is «verkalkt en verkrampt» tot een rite van «massale volgzaamheid». In 1966 heeft zij gebroken met de familie, maar toch ambieert ze de post van artistiek leider omdat ze zich ondanks alles een Wagner in hart en nieren voelt. Zo zei ze ooit in een interview: «De geschiedenis van Wagners theater is zo sprookjesachtig en wreed, met die gekke koning Ludwig, die euforische nazi Winifred en die slopende broedertwisten. Ik hoor bij deze geschiedenis en ik hoor bij deze theaterfamilie die familietheater maakt. Het is een vloek maar ook een zegen om een Wagner te zijn. Ik heb een taak!» De reden dat Nike geen hoge ogen gooit is haar wens om radicaal te breken met de traditie om louter Wagner-opera’s te programmeren. Dat is zelfs de meest progressieve bayreuthianen een brug te ver. Veel betere kaarten heeft Wolfgangs dochter Eva Wagner-Pasquier (57). Eva brak met haar vader in 1976 toen ze bij de scheiding van haar ouders de kant van haar moeder koos. Uiteraard is ze faliekant tegen de kandidatuur van Wolfgangs huidige ega Gudrun («een omhooggevallen secretaresse», volgens Nike), die de oude baas zelf als zijn ideale opvolger ziet. Eva heeft de meeste opera-ervaring. Ze heeft enkele tientallen operafilms geproduceerd, ze werkte bij Covent Garden in Londen en Opéra Bastille in Parijs en is tegenwoordig artistiek adviseur van het operafestival in Aix-en-Provence. Ook het bestuur van de Bayreuther Festspiele onderkende haar kwaliteiten en wees haar vorig jaar aan als opvolger — omdat leden van de familie Wagner bij voldoende geschiktheid de voorkeur genieten, aldus het stichtingsreglement. Wolfgang Wagner, die voor het leven benoemd is, sprak echter zijn veto uit door domweg te weigeren op te stappen. En dat deze vertragingstactiek zijn vruchten afwerpt, blijkt wel uit het feit dat Eva ondertussen haar kandidatuur weer heeft ingetrokken. Haar advocaat liet weten: «Binnenkort begint de planning voor de producties vanaf 2006. Die lopen tot 2012. Mijn cliënt kan dus pas in 2013 artistiek ingrijpen. Tegen die tijd is ze zeventig jaar.»

De familie Wagner hangt van ruzies en vetes aan elkaar. Dit conflict over de opvolging van Wolfgang is de zoveelste affaire in de 126-jarige geschiedenis van de Groene Heuvel. Het heetste hangijzer was uiteraard de innige band tussen schoondochter Winifred Wagner en Adolf Hitler, die door haar met grote gastvrijheid in Huize Wahnfried werd binnengehaald — met in zijn kielzog Goebbels, Dietrich, Ley Streicher, Von Ribbentrop, Bormann, Seyss-Inquart, Goering en Speer. Getrouwd met de homoseksuele Siegfried maakte Winifred geen geheim van de aantrekkingskracht die zij voelde voor Hitler.

Na de oorlog rustte op de schouders van de twee zonen Wieland en Wolfgang de schone taak om de relatie tussen «Winnie und Wolf» te neutraliseren. Zij zijn de geschiedenis ingegaan als de Wagners die het antisemitische vuil van het Festspielhaus hebben gekrabd. Zo trok Wieland niet alleen een muur op dwars door de tuin om niets meer met zijn moeder Winifred te maken te hebben — die tot haar dood in 1980 een verstokt naziste is gebleven — ook in zijn operaregies probeerde hij afstand te nemen van het bruine gedachtegoed — op een manier die volgens Martin van Amerongen (in De buikspreker van God) weliswaar neigde tot «over interpretatie», maar toch «creatief, sympathiek en consequent» was.

Wieland was de kunstenaar van het tweetal en dat leidde tot scheve ogen bij Wolfgang, de zakenman. De eensgezindheid waarmee de twee in de jaren vijftig naar buiten traden was dan ook schijn, zo weten ingewijden. In feite was er sprake van een broedertwist, waar Fasolt en Fafner nog een puntje aan konden zuigen. In de visie van Nike Wagner is vooral oom Wolfgang de kwaaie pier: «Wolfgang wist na de oorlog helemaal niet hoe hij het moest aanpakken. De Wagner-traditie was nazistisch besmet en hoe moest het verder? Wolfgang heeft zijn broer de hete kolen uit het vuur laten halen. En toen pikte en verkrachtte hij Wielands ideeën. Dat hij zijn oudere broer daarmee kapotmaakte, dat begreep hij niet. Wolfgang had moeten weten: Wieland is de kunstenaar en ik ben de manager. Hij had de artistieke leiding aan Wieland moeten overlaten. Maar nee, Wolfgang wou óók regisseren en hij is nog net zo’n slechte regisseur als in het begin.»

Sinds de voortijdige dood van Wieland in 1966 heeft Wolfgang het rijk alleen. Maar daarmee is de rust geenszins weergekeerd. In hoeverre is de Groene Heuvel nu werkelijk gedenazificeerd? zo luidt steeds opnieuw de vraag. Natuurlijk is het niet op het conto van Wolfgang te schrijven dat zijn zus Verena na de oorlog met de nazi-hotemetoot Bodo Lafferentz is getrouwd. Maar het maakt de zuivering van de Wagner-familie er niet geloofwaardiger op. Ondertussen zijn de familieverhoudingen zozeer getekend door intriges en vetes dat de Wagners een voor een hun memoires publiceren om hun eigen gelijk te halen. Friedelind Wagner, de tweede zus van Wolfgang en Wieland, heeft al eind jaren dertig afstand genomen van de kwalijke sympathieën van haar ouders en is naar het buitenland geëmigreerd. Haar jeugdherinneringen beschrijft ze in Nacht über Bayreuth. Gottfried Wagner, zoon van Wolfgang, spuwt zijn gal in Wer nicht met dem Wulf heult (1997). In dit boek, gevolgd door de documentaire Wagnerdämmerung, veegt hij de vloer aan met zijn familie en vooral met zijn vader, die alle onwelgevallige feiten over het nazi-verleden onder het tapijt heeft geschoven.

Gottfried, die in 1976 een Hausverbot van zijn vader kreeg opgelegd, is nog altijd woedend dat het oorlogsverleden thuis taboe was. «Mijn ouders hebben mij nooit iets verteld», zo zegt hij in een interview met Het Parool. «Op mijn negende kreeg ik op school een documentaire over nazi-Duitsland te zien en geheel out of the blue werd ik toen geconfronteerd met beeldmateriaal waarop mijn oma lachend zij aan zij staat met de Führer, begeleid door muziek van Wagner. Daarna werd het stil en kwamen er opnamen van Buchenwald. Die bergen met lijken. Mijn god! Ik was er totaal niet op voorbereid.» Volgens Gottfried is zijn vader Wolfgang na de oorlog uit economische motieven zo gauw mogelijk overgegaan tot de orde van de dag. «Op den duur drong het tot me door dat ons huis vol verhalen zat die het daglicht niet konden verdragen.» Nadat Gottfried ook nog eens bijval kreeg van tante Nike (in haar boek Wagner Theater), kon de oude Wolfgang zich natuurlijk niet onbetuigd laten. In Lebens-Akte probeert hij alle aantijgingen te weerleggen («In Wahnfried liegen keine Leichen im Keller»).

Deze hele bibliotheek van de familie Wagner ten spijt is het laatste woord over de geschiedenis nog altijd niet gezegd. Deze zomer verscheen een studie van de Weense historicus Brigitte Hamann — Winifred Wagner oder Hitlers Bayreuth — waarin zij tot veler verbijstering zelfs het hoofd van de enige sympathieke Wagner op het hakblok legt: Wieland Wagner. In haar onderzoek — waarvoor zij overigens geen toegang kreeg tot de bronnen van het Festspielhaus en de zogenaamde Dokumentenschrank van Winifred — onthult zij dat Wieland niet alleen het lievelingetje was van Onkel Wolf, maar ook tijdens de oorlog fungeerde als plaatsvervangend hoofd van het concentratiekamp Flossenburg.

In een interview met Der Spiegel stelt Brigitte Hamann dat de familie Wagner «heel gedecideerd» aan haar eigen mythe werkt. «Daarbij strijdt iedereen tegen iedereen en probeert men elkaar de zwarte piet van het nationaal-socialisme en antisemitisme toe te spelen.» Dit spelletje is nu even gestaakt omdat er hogere belangen op het spel staan: de leiding over de Bayreuther Festspiele. Nu het gaat over daadwerkelijke macht worden alle strijdmiddelen in stelling gebracht als betrof het de ring uit Das Rheingold («Wer ihn besitzt, den sehre die Sorge, und wer ihn nicht hat, der nage der Neid»). En omdat binnen de familie een patstelling is ontstaan, wordt zwaarder geschut aangesleept in de vorm van prominente buitenstaanders. Nadat Nike en Eva eerst een monsterverbond hadden gesloten en een driekoppige directie samen met de voormalige intendant van de Berliner Philharmoniker, Elmar Weingarten, hadden voorgesteld, opperde Nike om haar oom op te volgen samen met Klaus Zehelein, de huidige intendant van de Staats oper in Stuttgart, wiens theater drie jaar achtereen is uitgeroepen tot «Opernhaus des Jahres».

Uiteraard heeft Wolfgang beide scenario’s getorpedeerd, omdat hij alleen in zijn eigen vrouw Gudrun («een beslissing van tussen de lakens», aldus Nike) een betrouwbare verdediger van zijn eigen overtuigingen ziet. Met zijn onverzettelijke gedrag heeft Wolfgang nu zelfs de Duitse politiek tegen zich in het harnas gejaagd, die als belangrijkste subsidiënt zitting heeft in het 24-koppige stichtingsbestuur. Druk van de Beierse minister van Cultuur Zehetmaier heeft ertoe geleid dat Wolfgang recentelijk een compromis voorstelde in de persoon van Klaus Schultz. Schultz, die directeur is van een klein theater in München, wordt interim-directeur in Bayreuth en heeft beloofd de adviezen van de bejaarde kleinzoon van Wagner als uitgangspunt te nemen.

Door deze pion naar voren te schuiven, trekt Wolfgang opnieuw aan het langste eind. Ondertussen maakt de kunstwereld zich grote zorgen over de toekomst van het festival dat artistiek gezien op sterven na dood is. De nieuwe productie van Tannhäuser die vorige maand in première ging, werd door de internationale pers unaniem de grond in geschreven, waarbij Die Welt met zijn typering («ein Garnichts») nog het minst dodelijk was. Alle hoop is gevestigd op Pierre Boulez, die in 2004 Parsifal komt dirigeren en de cineast Lars von Trier, die in 2006 een nieuwe Ring voor zijn rekening neemt. Het publiek lijkt zich overigens nergens iets van aan te trekken, want de belangstelling voor het festival blijft onverminderd groot. Wie vandaag een kaartje reserveert, mag erop rekenen dat hij in 2010 naar Bayreuth kan afreizen. In aanmerking genomen dat het Festspielhaus over de beste en modernste theatertechniek beschikt en dat men erin slaagt zes verschillende producties per week op de planken te zetten — een organisatorisch hoogstandje — kan niet anders worden geconcludeerd dan dat Wolfgang Wagner zijn zaakjes goed op orde heeft. Inderdaad een uitstekend manager.