Het financiële waterhoofd van Nederland

Bijna 68 miljard euro kan de financiële sector de Nederlandse belastingbetaler op dit moment kosten. Dat stelt De Groene Amsterdammer deze week op basis van cijfers van de Rekenkamer en het ministerie van Financiën.

Op het hoogtepunt van de crisis had de rekening nog veel hoger kunnen uitvallen: bijna 181 miljard euro was er gemoeid met de redding van noodlijdende banken, verzekeraars en andere financiële instellingen. Dat is grofweg negen keer zoveel als het totale bedrag dat het kabinet Rutte II de komende jaren wil bezuinigen.

Nederland heeft naar verhouding één van de grootste financiële sectoren ter wereld. Dat werd lange tijd als een zegen beschouwd. Maar het bijna-faillissement van Cyprus, dat ook kampt met een financieel waterhoofd, laat zien wat de mogelijke prijs is.

Medium financielewaterhoofd def

Uit gesprekken met talrijke deskundigen blijkt dat ook in Nederland de lusten niet langer opwegen tegen de lasten. ‘Baat het niet dan schaadt het niet, dat gaat niet op voor een sterk groeiende financiële sector’, merkt econoom Dirk Bezemer, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen, op.

Behalve de risico’s van de reddingsoperaties ondervindt Nederland grote financiële nadelen van de hierop volgende recessie - 150 miljard euro, aldus oud-minister De Jager. Bovendien zorgt financieel overgewicht voor meer economische instabiliteit. Ook waarschuwen economen voor een binnenlandse ‘braindrain’. De hoogtechnologische sectoren waarin Nederland wil uitblinken, kunnen niet opbieden tegen de veel hogere lonen in de financiële sector.