Deskundigen over de stand van zaken in de oorlog tegen het terrorisme

Het gaat erg slecht

«Het is niet de vraag wanneer, maar waar binnenkort chemische of biologische wapens door terroristen worden ingezet.» De Groene Amsterdammer polste deskundigen over de stand van zaken in de oorlog tegen het terrorisme.

De terreurdreiging was geel met een vleugje oranje. Dat zijn de kleuren van de op één na hoogste fase van het Nederlandse terreur alarm, weten we sinds afgelopen vrijdag. Die dag werd het alarm afgekondigd wegens dreigende aanslagen van radicale moslims. De Tweede Kamer, ministeries, de Schiphol tunnel en andere overheidsgebouwen en economische objecten werden extra bewaakt. Volgens de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD) zijn er aanwijzingen dat al-Qaeda ook hier aanslagen voorbereidt. In juni bleek uit een afgeluisterd telefoon gesprek met een van de daders van de aanslagen in Madrid, waarbij in maart bijna tweehonderd mensen werden gedood, dat in Nederland een al-Qaeda-cel had klaar gestaan om aanslagen te plegen. Begin dit jaar waarschuwde de Mosad dat zich in de Beneluxlanden moslimterroristen bevonden met chemische wapens. Of die moeilijk controleerbare gegevens nu kloppen of niet, het is duidelijk dat Nederland inmiddels op de kaart staat van al-Qaeda, zoals de AIVD al enige tijd waarschuwt.

Op 15 juli liep een eenzijdig door al-Qaeda afgekondigd Europees bestand af. Bin Laden himself gaf het bevel tot die datum aanslagen op te schorten. Hij wilde de Europese bondgenoten van Bush de gelegenheid geven hun troepen uit Irak en Afghanistan terug te trekken. Uiteraard gaf geen enkele Europese troepenleverancier aan die oproep gehoor.

Nu het bestand is afgelopen en er terreurwaarschuwingen worden gegeven, rijst de vraag hoe het ervoor staat met de oorlog tegen het terrorisme. Ronduit belabberd, volgens defensiedeskundige Rob de Wijk, directeur van het Clingendael Centrum voor Strategische Studies. De Wijk: «Aanvankelijk liep het wel aardig. Met name de aanval op Afghanistan heeft al-Qaeda gedeeltelijk gesloopt. Maar nu heeft ze haar manier van werken aangepast. De organisatie is platter en meer opgesplitst dan vroeger. Ze bestaat uit kleine cellen die steeds moeilijker te bestrijden zijn. Het aantal aanslagen ligt tegenwoordig veel hoger dan vóór 11 september 2001. Het gaat erg slecht.»

Die mening wordt in grote lijnen gedeeld door vier buitenlandse collega’s: Magnus Ranstorp, directeur van het Center for the Study of Terrorism and Political Violence aan de Schotse Universiteit van St. Andrews; de Israëlische militair-historicus professor Martin van Creveld; dr. Radwan Masmoudi, directeur van het Amerikaanse Center for the Study of Islam and Democracy, en Yoram Schweitzer van het Jaffee Center for Strategic Studies aan de universiteit van Tel Aviv.

Een week na de aanslagen in de Verenigde Staten benadrukte president Bush de veelomvattendheid van de strijd toen hij het Congres toesprak: «Onze oorlog tegen het terrorisme begint met al-Qaeda, maar stopt daar niet. Het einde komt pas als elke terroristische groep met een wereldwijd bereik gevonden is, wordt tegengehouden en verslagen.»

Sinds september 2001 zijn enkele successen geboekt in de strijd tegen al-Qaeda, maar de organisatie is zeker niet uitgeschakeld. De Taliban, die al-Qaeda een thuis haven boden in Afghanistan, werden verdreven en hun trainingskampen vernietigd. Vele honderden strijders (betrouwbare cijfers ontbreken) werden gedood of gevangen genomen. Er werden enkele kopstukken gearresteerd, zoals de militaire commandant en leider van het trainingsprogramma brein Mohammed Attef, en Khalid Shaikh Mohammed, die betrokken was bij de planning van aanslagen. Maar Osama bin Laden en zijn Egyptische rechterhand Ayman al-Zawahiri, alias «de Dokter», zijn nog altijd op vrije voeten. Vermoed wordt dat ze zich schuilhouden in de bergachtige grensstreek tussen Afghanistan en Pakistan. Eind maart startten zesduizend Pakistaanse troepen een groot offensief tegen een groep van zo’n vijfhonderd moslimstrijders die volgens inlichtingenbronnen al-Zawahiri zouden beschermen. Maar na een bloedige veldslag bleek de Dokter zich niet onder de strijders te bevinden. Het zijn dergelijke duur bevochten teleurstellingen die momenteel de oorlog tegen het terrorisme kenmerken.

Volgens terrorisme-expert Yoram Schweitzer van het Jaffee Center for Strategic Studies in Tel Aviv is er dringend behoefte aan succes: «Er zitten tegenwoordig overal terroristen. Al-Qaeda’s terreurindustrie heeft duizenden zeloten opgeleid in Afghaanse trainingskampen. Sommigen zeggen dat het er 7500 zijn, anderen zeggen twintigduizend. Ze hebben zich verspreid over de wereld en vormen een enorm terreurpotentieel. De dreiging van een aanslag met chemische wapens wordt steeds groter, vooral in Europa, waar kwetsbare doelen nog steeds niet goed bewaakt worden. Het is niet de vraag wanneer, maar waar binnenkort chemische of biologische wapens door terroristen zullen worden ingezet. We bevinden ons in het tijdperk van de non-conventionele wapens. Vooral Europa is nog veel te onverschillig. De situatie is zeer zorgwekkend.»

Al-Qaeda is actiever dan ooit, al bleek dat niet uit het rapport Patterns of Global Terrorism 2004 van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken dat in mei werd gepubliceerd. Daarin werd geconstateerd dat het internationale terrorisme afnam. In 2003 zou «het laagste jaarlijkse totaal van internationale terreuraanvallen sinds 1969» hebben plaatsgevonden. De staf van parlementariër Henry A. Waxman ontdekte echter dat de cijfers in het rapport niet klopten: er was maar geteld tot 11 november 2003. Het werkelijke aantal «significante terreuraanslagen» lag daardoor flink hoger: 2003 bleek het terroristische hoogtepunt sinds twintig jaar te zijn. Waxmans correctie leidde tot een pijnlijke Amerikaanse media nederlaag. Onderminister van Buitenlandse Zaken Richard Armitage had de eerste versie van de Patterns met veel tamtam gepresenteerd. Niet wetende dat de cijfers in het rapport geflatteerd waren, meldde hij trots dat de VS duidelijk aan de winnende hand waren gezien het dalende aantal aanslagen. Toen minister Colin Powell later de correcte cijfers presenteerde, maakten journalisten het hem knap lastig. Als het aantal aanslagen toch weer is gestegen, klopt die uitspraak van Armitage dan nog wel? «Zijn de VS de oorlog aan het verliezen?» wilden ze van hem weten. Het was een van de weinige keren dat Powell zijn onverstoorbaarheid verloor en zich beriep op een afspraak in het Witte Huis om zich uit de voeten te maken.

Op één punt lijkt de regering-Bush het werkelijk verbruid te hebben. De verspreiding van kernwapens is niet aan banden gelegd. Integendeel. Met zijn krijgshaftige retoriek over Irak, Iran en Noord-Korea als «de as van het kwaad» en zijn «wie niet voor ons is, is tegen ons» beoogde Bush de wereld veiliger te maken. Aan de dreigende woorden werd de militaire doctrine gekoppeld van de pre-emptive strike, waarbij de VS zich het recht toebedeelden altijd als eerste aan te vallen wanneer ze zich bedreigd achten. Het was die doctrine die de Amerikanen in Irak bracht, waar uiteindelijk geen massavernietigingswapens bleken te zijn. En het was diezelfde doctrine, gekoppeld aan Bush’ wilde retoriek, die Noord-Korea en Iran ervoor deden kiezen hun nucleaire programma’s te intensiveren. De redenering van Bush was simpel: door te dreigen met aanvallen zullen regeringen zich wel twee keer bedenken voordat ze kernwapens of nucle aire technologie in handen spelen van terroristen.

De redenering van Pyongyang en Teheran is nog simpeler: Bush heeft het hoe dan ook op ons gemunt, dus hebben we het zwaarst mogelijke wapen nodig om ons te beschermen tegen een Amerikaanse aanval. Het lukte de atoomwaakhond IAEA en de internationale gemeenschap tot nog toe niet de regimes van beide landen, die zich met reden ernstig bedreigd voelen door de VS, in het gareel te krijgen. Noord-Korea wordt inmiddels in staat geacht meerdere pluto niumbommen te fabriceren of heeft dat misschien al gedaan. In Iran werd een geheim atoomcomplex ontdekt waar onder meer werd gewerkt aan het verrijken van uranium. Na mislukte onderhandelingen met de IAEA is het land daar begin deze maand opnieuw mee begonnen.

De Amerikaanse politiek is uiterst riskant, met name omdat beide landen al jaren contacten onderhouden met terreurorganisaties. In Patterns of Global Terrorism worden ze opgevoerd als sponsors van terrorisme. Wat Noord-Korea betreft gaat het slechts om het steunen van het ingedutte Japanse Rode Leger. Iran steunt echter Hezbollah, Hamas en het aan al-Qaeda gerelateerde Ansar al-Islam.

Yoram Schweitzer meent dat de VS met hun agressieve bejegening een doodlopende weg zijn ingeslagen: «De beste manier om regimes te neutraliseren die terroristen steunen en te voorkomen dat ze massavernietigingswapens in handen spelen van terreurorganisaties is containment with teeth, agressieve indamming. Je zou dat het Libische model kunnen noemen. Kadafi koos ervoor zijn massavernietigingswapens op te geven in ruil voor opheffing van sancties en internationaal isolement. Maar dat was een langdurig proces waarvoor je een sterke en grote coalitie nodig hebt. Door Irak aan te vallen hebben de VS zoveel steun verspeeld dat zo’n coalitie er niet meer in zit.»

Volgens Rob de Wijk van Clingendael is het gebrek aan empathisch vermogen in het Westen en met name in de VS een belangrijke oorzaak van het falende beleid: «Het is zaak om juist niet polariserend op te treden, anders vervreemd je veel meer mensen van je dan nu al het geval is. Bush heeft onnoemelijke schade aangericht met zijn simplistische zienswijze. Hij overgiet zijn denigrerende woorden ook nog eens met een religieus sausje. Dat maakt het heel moeilijk, want hoe ideologischer de tegenstellingen, hoe onoplosbaarder het probleem.»

De meeste kritiek hebben de experts op de aanval op Irak en de daaropvolgende, slecht uitgevoerde bezetting. Met betrekking tot de oorlog tegen het terrorisme wordt Bush’ Irak-politiek door hen op z’n best beschouwd als «een onnodige afwijking van de juiste koers» (Yoram Schweitzer) en op z’n slechtst als «een volledig fiasco» (Radwan Masmoudi). «We hebben het volkomen verkeerd aangepakt in Irak», zegt Masmoudi van het Amerikaanse Center for the Study of Islam and Democracy. «Eerst hebben we de wereld misleid door te zeggen dat het er wemelde van de massa vernietigingswapens. Vervolgens hebben we de Irakezen opgezadeld met een bezettingsmacht en hebben we de wederopbouw spaak laten lopen. Nu blijkt ook nog eens dat we er martelpraktijken op nagehouden hebben, terwijl het wegvagen van het martelregime van Saddam Hoessein nog het énige was wat de oorlog kon rechtvaardigen. We hebben fout op fout gestapeld en daarvoor moeten we ons schamen.»

De terrorisme-experts wijzen erop dat in Irak een gevaarlijke samenwerking is ontstaan tussen buitenlandse extremistische islamieten en Iraakse rebellen. «Of die samenwerking zal doorzetten is niet te zeggen», meent Schweitzer, «maar het is al erg genoeg dat de Amerikanen door Irak aan te vallen al-Qaeda de kans hebben gegeven zich te herstellen.» Magnus Ranstorp van het Center for the Study of Terrorism and Political Violence: «Je ziet in Irak voor je ogen een tweede generatie terroristen ontstaan. De generatie van Osama bin Laden deed inspiratie op en trainde in Afghanistan. Jongeren die zich nu tot het moslimextremisme voelen aangetrokken, vertrekken naar Irak. Het is een kweekvijver voor nieuwe terroristen. Je kunt er leren hoe je het machtigste leger ter wereld bevecht. Het dreigt een nieuw Afghanistan te worden. Ik zie het somber in. Steeds meer moslimjongeren worden gemobiliseerd.»

Volgens Martin van Creveld, Israëls bekendste militair historicus, zijn er slechts twee methoden die blijvend succes opleveren in de strijd tegen het terrorisme. Beide vergen een ongehoorde dosis koelbloedigheid en doorzettingsvermogen. Van Creveld: «De eerste methode is de machiavellistische: keihard terugslaan, in één ongenadig wrede klap. Zo hard dat het niet nodig is nog eens op te treden. Ik heb het niet over het Israëlische leger in Gaza en op de Westelijke Jor daanoever of over de Amerikanen in Fallujah. Hun optreden is vergeleken bij wat ik bedoel halfslachtig.» Van Creveld doelt, vertelt hij, op hoe Hafiz al-Assad, de vorige president van Syrië, het aanpakte. De stad Hama was een bolwerk van de extremistische Moslimbroederschap die zijn bewind ondermijnde met bomaanslagen en aanvallen. Assad liet de stad omsingelen en beschieten met zware artillerie. Het centrum van Hama werd met de grond gelijk gemaakt. Waar de belangrijkste moskee stond is nu een parkeerterrein. De schattingen over het aantal gedode inwoners lopen uiteen van tienduizend tot dertigduizend. Nog steeds krijgen de Syriërs koude rillingen als ze zich de aanval herinneren. Van Creveld: «Ik keur niet goed wat hij deed, maar het werkte wel. Waarschijnlijk heeft Assad met zijn keiharde optreden een burgeroorlog in de kiem gesmoord, waarbij veel meer doden zouden zijn gevallen. In elk geval heeft hij duidelijk gemaakt dat hij en zijn familie bereid zijn tot het uiterste te gaan om hun heerschappij veilig te stellen. Zijn zoon Bashir al-Assad die nu regeert, profiteert daar nog steeds van.»

De andere methode die volgens Van Creveld aantoonbaar werkt is die van de Britten in Noord-Ierland. Aanvankelijk maakten ze de fout die vrijwel elke bestrijder van terrorisme maakt: ze traden hard op, maar niet hard genoeg. Britse troepen doodden, vaak per ongeluk, kleine aantallen ongewapende burgers en dat wakkerde de strijd alleen maar aan. De Britten besloten zich niet meer te laten provoceren. Wat de IRA ook opblies, hoe de terroristen de Britten ook het bloed onder de nagels vandaan haalden, het leger schoot niet op demonstranten en ongewapende burgers. Ze gedroegen zich zo terughoudend mogelijk. Daardoor verloren de terroristen uiteindelijk zoveel terrein dat ze de strijd verloren. «De methode van de Britten is natuurlijk om ethische reden verre te prefereren boven die van Assad», zegt Van Creveld. «Maar je hebt er een zeer goed getraind en gedisciplineerd leger voor nodig. De meeste krijgsmachten kunnen de Britse methode niet aan. Ook de Amerikanen in Irak niet. Daar komt nog bij dat het bevechten van het moderne moslimterroris me ontzettend moeilijk is door de enorme motivatie die de strijders halen uit hun persoonlijke situatie en hun geloof. Dat zie je aan het fenomeen van de zelfmoordterrorist. Mannen zijn altijd al een beetje fatalistisch geweest, maar dat tegenwoordig ook vrouwen zichzelf opblazen is ongehoord. Dat is voor het eerst in de geschiedenis.»

Volgens Van Creveld is terrorisme niet uit te roeien: «Het is als eb en vloed. Het is de moderne vorm van oorlogvoeren nu kernwapens nieuwe grote oorlogen tussen staten onmogelijk hebben gemaakt. Goedkoop en effectief. Onze kinderen en kleinkinderen zullen ermee moeten leren leven. We hebben nog lang niet het hoogtepunt van het terrorisme meegemaakt. We kunnen daar paniekerig over doen, maar we kunnen ook beseffen dat alles relatief is. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vielen jarenlang elke dag meer doden dan bij de aanslagen van 11 september 2001, om maar wat te noemen.»

Ook Radwan Masmoudi is pessimistisch: «Ik reis veel rond in het Midden-Oosten, en zeker de laatste maanden nemen de woede en frustratie daar snel toe. Dat zal leiden tot een toename van het terrorisme. We moeten echt werk maken van het verbeteren van onze relaties met de moslimwereld, anders loopt het mis. Ik denk dat we de eerste twee, drie jaar te maken zullen krijgen met toenemend extremisme. Dat is het gevolg van ons falen.» Ook Magnus Ranstorp ziet nieuwe 11 septembers naderen: «Het zal nog veel bloediger worden. We zullen te maken krijgen met aanslagen in het Westen, ook in Europa, met heel veel slachtoffers.»

Ranstorp ziet met name problemen in het Midden-Oosten, dat het al zo zwaar heeft. «Ik denk niet dat de dictatoriale regimes daar erin zullen slagen hun bevolkingen te weerstaan. In Saoedi-Arabië zal een omwenteling plaatsvinden. Welke kant die ook opgaat, hier in het Westen zullen we er heel hard door geraakt worden wegens onze oliebelangen.»

Volgens Schweitzer probeert al-Qaeda het verlies van haar bases in Afghanistan goed te maken door te infiltreren in Bangladesh, Jemen, Saoedi-Arabië en Pakistan. «Als ze het Pakistaanse regime omver kunnen werpen, hebben ze de beschikking over kernwapens. In Saoedi-Arabië hebben ze het voorzien op de olie. Dat zijn geen geheimen. Al-Zawahiri heeft het allemaal opgeschreven in zijn laatste boek.»

Rob de Wijk denkt dat het er de komende tijd vooral om gaat spannen in Saoedi- Arabië. Dat is de wild card, meent De Wijk: «Het kan er echt elk ogenblik omslaan. Als islamitische fundamentalisten de Saoedi-Arabische oliebronnen in handen krijgen, dan is het gedaan met de wereldeconomie.» Momenteel is de oliebehoefte in de wereld ongeveer gelijk aan wat er omhoog wordt gepompt. Door aanslagen is de productie van Irak gehalveerd en stijgen de olieprijzen opnieuw. En er dreigen aanslagen op de installaties in Saoedi-Arabië.

De Wijk: «Er is al een oliecrisis, maar we erkennen het niet. De terroristen zijn bezig de zaak te forceren. Ze hebben dat al geprobeerd op andere gebieden. Ze plegen aanslagen op hulpverleners, op zakenlui en Amerikaanse militairen, maar het Pentagon zegt: wij accepteren de verliezen. Dat werkt dus niet. Nu richten ze zich op de olie-installaties. En met succes, je ziet het effect onmid dellijk in de olieprijs. Ze denken heel goed na, het zijn echte strategen. Ook zij weten dat Saoedi-Arabië de crux is. Als het ze lukt, zullen we ordinair moeten vechten om de olie, zonder al die mooie woorden van vrijheid en democratie.»