Banken en ethisch ondernemerschap

Het gaat niet om de plastic bekertjes

De meeste banken nemen het niet zo nauw met ethisch ondernemen. Ook Fortis, ABN Amro en ING, alledrie met belastinggeld gered, gaan niet vrijuit. Zo kan het gebeuren dat de Nederlandse staat investeert in clusterbommen.

Medium bank safe medium

‘WEET U wat uw bank met uw geld doet?’ Dat is de vraag aan de websitebezoeker van de Eerlijke Bankwijzer, een initiatief van Oxfam Novib, Amnesty International, Milieudefensie en FNV, die onderzoekt in welke mate banken maatschappelijk verantwoord ondernemen. Volgens de Eerlijke Bankwijzer is het de moeite waard om bij uw bank te informeren. ‘Sommige banken lenen uw spaargeld uit aan bedrijven die clusterbommen maken of tropisch bos omkappen.’ Een kleurrijke matrix moet duidelijkheid scheppen. Op de x-as de twaalf onderzochte Nederlandse banken; op de y-as een zestiental thema’s en sectoren als klimaatverandering, wapens, landbouw, olie en gas, waarop de banken kunnen scoren van goed (groen) naar slecht (rood). Wat opvalt is dat goed bijna niet voorkomt. Alleen bij de zogeheten duurzame banken (Triodos Bank en ASN Bank) ziet het overwegend groen; de reguliere banken kleuren rood en oranje.
Ook Fortis, ABN Amro en ING doen het matig. Alledrie scoren onvoldoende op bijvoorbeeld klimaatverandering, giftige stoffen en gezondheid en slecht op visserij. ING scoort onvoldoende op het thema wapens. Zo zou de bank investeren in ‘bedrijven die kernbommen maken, die betrokken zijn bij omstreden wapenhandel met bijvoorbeeld dictators’, en ‘via beleggingsfondsen investeren in omstreden wapenbedrijven’.
Dat klinkt verontrustend. Zeker als je bedenkt dat alledrie de banken in oktober 2008 gered zijn met belastinggeld. Na de val van Fortis werd de Nederlandse tak een bijna honderd procent staatsdeelneming. Zo ook die van ABN Amro, dat het jaar daarvoor door onder meer Fortis was overgenomen. ING kreeg een injectie van tien miljard. Wouter Bos voelde zich ‘in zekere zin bankier geworden’. Dus eigenlijk zijn het een beetje ons aller banken. Maar wat doen ze dan met ons geld? Investeert de belastingbetaler echt in kinderarbeid en clusterbommen?
Dat is wel heel kort door de bocht, vinden de bankwoordvoerders. ‘De staat is weliswaar grootaandeelhouder, zoals ook andere bedrijven aandeelhouders hebben, maar de bank is zelf verantwoordelijk voor haar activiteiten’, zo klinkt het. Bovendien staat naar eigen zeggen duurzaamheid hoog in het vaandel. Hun websites schilderen bijna pittoreske plaatjes, compleet met Afrikaanse kindjes en blauw-groene wereldbollen. ING is ‘honderd procent klimaatneutraal’, ABN Amro heeft een ‘leading position on sustainability’ en Fortis heeft zich erop toegelegd ‘de essentie van duurzaamheid in te bedden in onze organisatie en bedrijfsprocessen’.
De Eerlijke Bankwijzer geeft niet alleen onvoldoendes. Zo krijgt ING een voldoende voor haar landbouwbeleid. ‘ING stelt eisen aan bestrijdingsmiddelen, watergebruik, arbeidsrechten, rechten van de lokale bevolking, certificering en beschermde gebieden.’ ABN Amro zorgt goed voor de mijnbouw, door middel van ‘criteria voor beschermde natuurgebieden, afvalbeheer, mensenrechten, voorkoming van schade, en mijnsluiting’. Van de drie staatsdeelnemingen scoort alleen Fortis niet één voldoende.
Bovendien is er kritiek op het onderzoek van de Eerlijke Bankwijzer. In een ingezonden brief in Het Financieele Dagblad vorige maand verwijten vertegenwoordigers van ING, Rabobank, SNS, DSB en Robeco de bankwijzer ‘een simplificatie van de werkelijkheid’ en ‘gericht te zijn op effectbejag’. Zij benadrukken dat ze zich ‘te allen tijde aan de wet en aan internationale verdragen houden’. Ook Fortis laat weten ‘het op bepaalde punten niet eens te zijn met het onderzoek’ en ‘constructieve gesprekken te voeren met de Eerlijke Bankwijzer’.
Fair enough. Feit blijft dat het duurzaamheidsbeleid van de meeste banken nogal te wensen over laat. ‘Uitermate zorgwekkend’, noemt Peter Ras, projectleider van de Eerlijke Bankwijzer, de situatie: ‘Het uitblijven van een beleid tegen bijvoorbeeld overbevissing doet vrezen dat dat de realiteit is.’ Ook voor investeringen in de maakindustrie, waar traditioneel veel kinderarbeid voorkomt, blijkt weinig of geen beleid te bestaan. Noch zijn er criteria voor leningen aan andere banken. ‘Of als een bank zich klimaatneutraal noemt, dan betreft dat vaak alleen hun eigen kantoorpand’, gaat Ras verder, ‘geen plastic bekertjes en zo, biologische koffie. Maar voor de uitstoot van investeringen bestaat geen beleid.’
Concrete praktijkinformatie bestaat nu alleen voor het thema wapens – het onderwerp van het eerste praktijkonderzoek, dat ieder kwartaal een ander thema moet belichten. Dat wijst uit dat zes van de twaalf onderzochte banken niet ‘investeren in producenten van controversiële wapens en/of in bedrijven die actief zijn in controversiële wapenhandel’ (zie kader). De andere zes doen dat volgens het onderzoek dus wel, te weten Aegon Bank, SNS Bank, SNS Regio Bank, Rabobank, Robeco Bank en ING.
‘Via haar beleggingsfondsen investeert ING in Textron’, staat te lezen op de website van de Eerlijke Bankwijzer, ‘een bedrijf dat clustermunitie en antipersoonsmijnen maakt. Rabobank/Robeco beheert 37 miljoen aandelen in het Chinese bedrijf Dongfeng Motor. Dit bedrijf verkocht in 2008 negenhonderd militaire vrachtwagens aan de Birmese dictators.’ Het onderzoeksrapport Banken en wapens: De praktijk bestaat uit indrukwekkende lijsten van fondsen van dochterondernemingen die aandelen beheren in dubieuze wapenbedrijven.
In een reactie zegt Peter Jong, hoofd mediarelaties bij ING: ‘De Eerlijke Bankwijzer suggereert dat ING zelf investeert in Textron, maar dat klopt niet. Klanten van ING beleggen via beleggingsfondsen in Textron.’ Volgens Peter Ras maakt dat weinig verschil. ‘Dat is het afschuiven van de verantwoordelijkheid naar de klant’, zegt hij. ‘Veel banken hebben hun eigen investeringen nu netjes op orde, maar voor fondsen gelden blijkbaar niet dezelfde mores.’

HEEFT DE NEDERLANDSE staat nu een (indirect) belang in een bedrijf dat clustermunitie maakt? Daar lijkt het wel op. Sterker, het gaat om belangen in een lange lijst bedrijven die kernwapens maken of wapens leveren aan dubieuze regimes. Daarnaast is de staat grootaandeelhouder in twee banken wier gebrek aan beleid grote vraagtekens zet bij de duurzaamheid van hun activiteiten. Moet de staat daar niet eens iets aan doen? ‘Ja natuurlijk’, vindt Ras. ‘Het is niet coherent met het regeringsbeleid, waarvan duurzaamheid één van de zes pijlers vormt. Bos moet gewoon tegen Zalm zeggen (de topman van de bank die zal voortkomen uit de integratie van Fortis Nederland en ABN Amro Nederland – red): maak van die bank een duurzame bank.’ Ook de Tweede Kamer roert zich. Kamervragen van de ChristenUnie, de sP en de PVDA zinspelen op het introduceren van voorwaarden aan banken die staatssteun ontvangen. Paul Kalma, Tweede-Kamerlid voor de PVDA, wil zelfs maatschappelijke gedragscodes wettelijk vastleggen. ‘De vrijblijvendheid moet eraf.’
Bos zelf lijkt niet te staan springen. In een recente nota aan de Kamer over publieke belangen en staatsdeelnemingen laat hij weten zich als aandeelhouder niet te veel met de bedrijfsvoering te willen bemoeien: ‘De essentie van het aandeelhouderschap is dat de operationele uitvoering op afstand wordt geplaatst van de aandeelhouder. De rol van de staat als aandeelhouder is “op afstand”.’ Bovendien benadrukt hij het ‘tijdelijke karakter’ van deze staatsdeelnemingen. ‘Een analyse in termen van publieke belangen lijkt dan ook minder gepast.’
Bos is niet alleen. Zijn Britse collega Alistair Darling ligt hevig onder vuur vanwege massa-investeringen in vervuilende kolen-, olie- en gasbedrijven door de met belastinggeld behouden Royal Bank of Scotland. De oppositie presenteert alternatieve plannen en dient moties in ter regulering van de bankensector. Vorige maand is de regering zelfs aangeklaagd voor het ondermijnen van haar eigen doelstellingen de CO2-uitstoot drastisch te verminderen. Saillant detail: RBS is de nieuwe huisbankier van de Nederlandse staat.
Het is natuurlijk makkelijk gezegd. Maar kán de staat wel iets doen? Is het überhaupt mogelijk om in een geglobaliseerde kapitaalmarkt greep te houden op wat er precies gebeurt met je geld?
‘Ja natuurlijk kan dat’, zegt Evert Nieuwenhuis, auteur van De Grote Globaliseringsgids. Hij refereert aan de kredietcrisis, toen banken niet helemaal bleken te weten waar wat precies naartoe stroomde. ‘Als ze dat hadden willen weten, dan hadden ze het geweten. Neem de ING-bank. Net als veel andere banken wist ze niet precies met welk risico ze in Amerikaanse hypotheken had belegd. Toen de Nederlandse staat garant ging staan voor een deel van die hypotheekportefeuille eiste Bos dat per Amerikaans postcodegebied bepaald werd hoe groot het risico op wanbetaling was. Toen bleek het geen enkel probleem te zijn daar achter te komen. Het kan dus wel, maar het kost veel moeite.’
Zo lijkt het te gaan om een balans tussen prioriteiten. Hoeveel moeite, tijd en geld investeer je als bank om te weten waar je geld voor wordt gebruikt? Peter Ras neemt in die balans een verschuiving waar: ‘Het gaat de goede kant op.’ ING laat weten haar beleid aan te scherpen, waardoor begin volgend jaar ‘met uitzondering van index-trackers’ haar beleggingsfondsen ‘verschoond zijn van producenten van antipersoonslandmijnen en clustermunitie’. Ze zullen wel moeten, willen ze niet nog meer klanten verliezen aan duurzame banken als Triodos en ASN Bank. Die hebben de laatste jaren een enorme groei doorgemaakt. ‘Vorig jaar ruim duizend nieuwe klanten per week’, zegt een woordvoerder van ASN Bank.
Door de exponentiële groei van de beschikbaarheid van informatie de laatste twintig jaar worden organisaties over het algemeen meer in de gaten gehouden. En door onderzoek als de Eerlijke Bankwijzer en het bestaan van duurzame alternatieven zullen daarom ook de reguliere banken hun straatjes moeten schoonvegen. In oktober zullen we het merken, dan verschijnt het nieuwe praktijkonderzoek naar klimaatbeleid en schone energie.


Controversiële wapens

De Eerlijke Bankwijzer verstaat onder controversiële wapens clustermunitie, antipersoonsmijnen, chemische wapens, biologische wapens en kernwapens. Antipersoonsmijnen zijn landmijnen die gericht zijn op mensen. Sinds 1997 zijn ze volgens het Verdrag van Ottawa in 127 landen verboden, waaronder Nederland.

Clustermunitie is volgens de officiële definitie ‘conventionele munitie die is ontworpen om meerdere kleine explosieve ladingen uit te strooien of te verspreiden’. De clusterbom werd voor het eerst gebruikt tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar pas op grote schaal sinds de jaren negentig, zoals bijvoorbeeld tijdens de Golfoorlog, in Joegoslavië en meer recent in Afghanistan. De laatste jaren is de clusterbom in opspraak gekomen door het hoge risico op burgerslachtoffers, zowel tijdens als na bombardementen. Tijdens, vanwege de willekeur, en na, omdat veel submunitie niet meteen ontploft en dan een antipersoonsmijn wordt.

Het Verdrag inzake Clustermunitie verbiedt de ondertekenende staten clustermunitie ‘direct of indirect te gebruiken, ontwikkelen, produceren, anderszins te verkrijgen, in te slaan, bewaren, of over te dragen, alsmede een derde te assisteren, aan te moedigen, of te verleiden enige activiteit te ondernemen verboden voor een staat onder dit verdrag’. In die zin zou Nederland het verdrag nu schenden (het assisteert immers een derde, zij het indirect), ware het niet dat het verdrag nog niet in werking is getreden en Nederland alleen heeft ondertekend en nog niet geratificeerd.