Het gaat om het idee van politiek

Deze week heeft Willem Schinkel aan zijn vrienden – hij noemde de mensen zo – van WOinActie een open brief gestuurd waarin hij uitlegt waarom hij niet samen met hen actie voert. Zijn redenering stroomt weg in duizend woorden, ook al doet hij een poging om er een structuur in te brengen.

© Peter Hilz / HH

De sound van kritiek klinkt best lekker in deze brief: het gaat WOinActie gewoon om meer geld om gewoon hetzelfde te blijven doen. Voor een universiteit die een fabriek is, een machtsmachine die de logica van kapitaal volgt. En deze universiteit is door ons zelf zo ingericht. Dat er werkdruk is, is onze eigen schuld. Want we zijn verslaafd aan reputatie, prestatie en aandacht. En we hebben in een soort van anticiperende gehoorzaamheid de richtlijnen van de minister overtroffen. Dus hebben we prestatieafspraken, visitaties, toetsdossiers, evaluaties, permanente vernieuwingsprojecten en competities, zelfs rankings tussen wetenschappers. Dus dit geld stinkt, vooral in verband met een instelling die zo fucked up is als de universiteit, niet alleen in Nederland maar wereldwijd. Een instelling die seksisme en racisme reproduceert en – dat moet je citeren – ‘geld-, groei- en pathologie-gefocuste jonge mensen’ produceert die geen idee hebben van ‘een waardig leven’.

Er zit dus behoorlijk wat pathos en Schwung in deze regels. De toon van een theoloog die nog weet wat het goede leven inhoudt. Een sexy mix van linkse old and new school-termen. Een retoriek waarin maximalistische woordjes (‘altijd’, ‘overal’, ‘iedereen’) zich genotvol opblazen. Enfin, de toon van een meester van de argwaan die het intellectuele spelletje van zelfhaat cultiveert. Het is wel raar om het woord ‘liefde’ te vernemen in deze negativistische woordenstroom.

Dus goed gebruld, leeuw! Maar de toeschouwers weten wel dat er niet echt een leeuw op het toneel staat. Ze weten dat het maar een performance is.

Waar het eigenlijk om gaat is het idee van politiek. Je kunt uiteraard hameren op de zuiverheid en absoluutheid van je positie; sommigen verwarren dit met radicaliteit. Je kunt dus zuiver blijven en erop letten je handen niet vies te maken door te spelen met de Schmuddelkinder. Je kunt je handen liever in revolutionaire onschuld wassen. En dat kun je doen met een gebaar van absoluutheid: ik en een klein groepje van medestrijders – wij weten het best hoe de dingen in elkaar zitten.

Als je deze houding bovendien nog omspant met een typisch protestantse zelfbeschuldiging – ‘je denkt dat je een kritisch subject bent, maar in feite reproduceer je maar de structuur van macht! Je voldoet niet aan een echt kritisch subject! Je bent een slechte mens!’ – dan wordt helemaal duidelijk dat het woord ‘reactionair’ heden ten dage volstrekt reactionair is geworden, en dat je als vermeend echt kritisch subject geen andere optie meer hebt dan ten volle te genieten van politieke puberorgasmen.

Maar politiek handelen heet afscheid nemen van purisme en absolutisme. Dat geldt zoveel te meer in dynamische tijden waarin grenzen tussen overtuigingen verspringen. Minder dan ooit kun je de partner uitzoeken met wie je politiek gezien uiteindelijk naar bed gaat. Het is een rommel, soms wel een feestje, van liaisons dangereuses.

Dat de bestuurders of erger managers zich thuis voelen bij WOinActie geeft de actieve studenten en docenten weliswaar een vervelend gevoel – maar je hebt een bepaald doel, en als je dat beter kunt bereiken in een alliantie die niet puur prettig is – so be it. Je moet maar op jezelf letten en jezelf niet verraden. Als de voorzitter van een college van bestuur dus een rood vierkantje draagt, is dit niet simpelweg een teken van domesticatie van dit symbool en het protest waar het voor staat. Dit symbool plakt vanaf nu aan de nieuwe drager en kan in wisselende contexten gebruikt worden. Soms heb je er een ‘semiotische guerrilla’ (Umberto Eco) voor nodig. Maar in het algemeen weten wij door de cultural studies van de afgelopen decennia dat sociale groepen hun eigen ervaring ontwikkelen in het creatief re-interpreteren van symbolen. Sociale fenomenen zijn dus ingewikkelder en ambivalenter dan een puristisch-absolutistische theoreticus denkt.

Wat het politieke handelen betreft, is het voor linkse theoretici nuttig om een bekende these van Michel Foucault in herinnering te roepen. Als ‘macht’ – een totaliserende maatschappelijke structuur – niet alleen repressief maar ook productief is, houdt dit in dat er juist geen totale controle is over de manier hoe men productief omgaat met macht. Conservatieve maar desalniettemin respectabele theoretici zullen zich eerder Max Weber herinneren: politiek is ‘het sterke langzame boren van dikke planken’. Dus sterkte!


Josef Früchtl is hoogleraar filosofie aan de UvA