Interview Maxime Verhagen

«Het gaat om solide beleid»

CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen onderstreept de voorkeur van zijn partij voor een coalitie met de VVD. Tegelijk probeert het CDA zich, met de hete adem van de PvdA in de nek, vooral te profileren op sociale thema’s. «De sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen en de zwakke schouders moeten geholpen worden.»

«Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is», verzucht Maxime Verhagen. Geen grote woorden, geen overdreven oneliners als iets ook genuanceerder of met enig voorbehoud gezegd kan worden. De fractievoorzitter van het CDA in de Tweede Kamer, nummer drie op de kandidatenlijst, neemt er bovendien de tijd voor als hij iets uitlegt. Als het gaat over zijn verkiezingsprogramma bijvoorbeeld. De zo belangrijke aandacht die zijn partij heeft voor een betere gezondheidszorg, voor meer veiligheid en voor betere integratie. «Typische CDA-punten», vindt Verhagen. Onverstoorbaar lepelt hij ze op. Al was het maar omdat zijns inziens ten onrechte het beeld is ontstaan dat hij er direct na de val van het kabinet-Balkenende voorstander van zou zijn geweest om het Strategisch Akkoord inzet van de verkiezingen te maken. Onwaar. Een misverstand. Verhagen wil juist «de eigen boodschap overbrengen» en «zoveel mogelijk steun krijgen voor de oplossingen die het CDA biedt». En de kiezer kan hem «daarop afrekenen». Niet nu al, want op basis van peilingen doe je geen uitspraken. Dat zijn dagkoersen, nietwaar? Pas op 22 januari ’s avonds weten we hoe de zaak ervoor staat. Want, zegt Maxime Verhagen, «dan kennen we de uitslag van de enige échte peiling, de verkiezingen».

Tot zover de formaliteiten.

Verhagen leunt achterover en trekt een sigaar uit een met onleesbare krabbels volgekliederd doosje Oud Kampen. De vraag luidde wat er in zijn ogen anders moet aan het Strategisch Akkoord, als het CDA na de verkiezingen weer aan de knoppen zit. Twee dingen, zegt hij. Het kwartje van Kok, zo’n typisch LPF-stokpaardje. «Dat geld moet niet rechtstreeks terug naar de burger, maar in een mobiliteitsfonds voor betere wegen en beter openbaar vervoer.» Het andere punt betreft vooral een VVD-stokpaardje: de Onroerende Zaak Belasting, de OZB. Die hoeft niet afgeschaft. Liever een specifieke lastenverlichting om voor burgers die dat nodig hebben de gezondheidszorg betaalbaar te houden. Want een nieuw stelsel in de gezondheidszorg moet er komen, vindt het CDA. Met een nominale premie, die de kosten van de zorg voor afnemers van die zorg inzichtelijk maakt. «Mensen moeten weten wat zoiets kost. Als je niet weet wat een televisie kost, dan is de vraag uiteindelijk ook ongelimiteerd», meent Verhagen.

Een nieuw stelsel gaat de burger wel fors meer geld kosten, zo eerlijk is de fractievoorzitter van het CDA ook wel weer: «Je kunt niet én betere zorg willen hebben én de premies heilig verklaren. De zorgpremies worden onder het CDA dus nog hoger, maar voor de mensen die dat nodig hebben wordt dat gecompenseerd met een gerichte lastenverlichting. Gezinnen mogen niet meer dan tien procent aan verzekeringspremies kwijt zijn. De sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen en de zwakke schouders moeten geholpen worden.»

Sterke schouders, zware lasten — dat klinkt als Partij van de Arbeid. Maar zeg dat niet tegen Maxime Verhagen. «Nee, want de PvdA houdt wel zo’n verhaal, maar wil tegelijkertijd alles bij het oude laten. Dat leidt ertoe dat de wachtlijsten blijven bestaan, dat mensen niet de verpleeghuiszorg krijgen die ze nodig hebben, dat de problemen die we in de paarse periode gezien hebben in stand blijven én dat er nog eens vierhonderd miljoen euro gekort wordt op geneesmiddelen. Zoals Wim Kok al zei: de problemen van de samenleving zijn niet opeens opgelost omdat we nu weer verkiezingen en een verkiezingscampagne hebben. Juist om die problemen aan te pakken zijn we met de VVD in het Strategisch Akkoord snel tot overeenstemming gekomen. De problemen van vorig jaar, de zaken die onder Kok-2 niet zijn opgelost, zijn de problemen van nu, en er moet een regering komen die dat aanpakt.»

De toenadering die PvdA-leider Wouter Bos zoekt tot het CDA, vindt bij u geen gehoor?

Maxime Verhagen: «Na de verkiezings nederlaag van 15 mei heeft de PvdA niet de inhoudelijke discussie willen voeren over het systeem in Nederland. Toch werkt het blijkbaar niet, want de problemen zijn niet opgelost. Mensen wíllen meer veiligheid op straat, betere integratie en een betere gezondheidszorg, maar de PvdA heeft het inhoudelijke debat weggesaneerd. Men denkt nu door een beetje populaire verhaaltjes te houden en een paar pakkende oneliners te verzinnen het probleem te hebben opgelost. Dat kan natuurlijk niet. Wij hebben als CDA in de afgelopen vier jaar een inhoudelijk debat gevoerd. Samen met het Wetenschappelijk Instituut, met deskundigen en met de fractie hebben wij een visie op de samenleving neergezet waarmee we op alle onderwerpen een antwoord hebben.»

Andere partijen hebben die visie onvoldoende?

«Ja, maar dat vind ík niet alleen, dat vindt bijvoorbeeld ook Adri Duivesteijn van de Partij van de Arbeid zelf. In de tijd dat bij zijn partij de discussie over het lijsttrekkerschap speelde, heeft hij al gezegd dat hij het jammer vond dat het nu weer over de poppetjes ging en dat juist het inhoudelijk debat in de PvdA moest terugkeren. Mijn vraag is dan: hoe doorwrocht zijn bepaalde ideeën zoals die nu geventileerd worden? Opeens hoor ik in een debat dat de PvdA ook voorstander is van twee gedetineerden op één cel of van een ander integratiebeleid. Prima natuurlijk, als ze opschuiven. Maar hoe houdbaar is het? Is het alleen maar om stemmen binnen te halen op 22 januari en gaan ze daarna pas een debat voeren? Kunnen ze werkelijk een integratiebeleid op poten zetten dat verder gaat dan een goede oneliner van Wouter Bos? Terwijl Wouter Bos al een tijdje terug heeft gezegd bij gezinshereniging vóór inburgeringscursussen in het land van herkomst te zijn, heeft zijn partij vlak voor het kerstreces in de Tweede Kamer tegen onze motie gestemd waarin hiermee een begin werd gemaakt. Men heeft schoon genoeg van politici die iets beloven en het niet waarmaken, dat bleek 15 mei.

Wouter Bos vindt het zelf trouwens ook. In een van die interviews over de PvdA, de partij waar het volgens iedereen kennelijk weer erg goed mee gaat, antwoordt Bos op de vraag of hij weer in het kabinet wil — want regeren is kennelijk onvermijdelijk — dat hij in de Kamer blijft omdat de zaken inhoudelijk op orde moeten komen. Dat geeft te denken. Ik weet nu nog niet wat de PvdA wil.»

Tevreden over de toevallige compactheid van zijn eigen boodschap kijkt Maxime Verhagen vanuit zijn ooghoek even naar zijn persvoorlichter. Als het gaat over de opmars van de Partij van de Arbeid en de «paarse oplossingen» die die partij voor Nederland in petto heeft, dan is Verhagen de eerste die daar vraagtekens bij plaatst.

In de jaren tachtig gold bij het CDA de ongeschreven regel dat bij een centrum-rechtse coalitie de fractievoorzitter in de Kamer een vertegenwoordiger was van de linkerflank van de partij. Daar is met de aanstelling van de als meer behoudend bekendstaande Verhagen tegenover de «sociale» premier Balkenende vorig jaar mee gebroken. De fractievoorzitter is hiermee in een spagaat verzeild geraakt, die zijn positie tegenover een deel van de CDA-achterban wat gecompliceerd maakt. De voorkeur voor een coalitie met de VVD blijft. Ook wat betreft Maxime Verhagen. Dat is nu eenmaal de partijlijn. Tegelijk probeert het CDA zich, met de hete adem van de PvdA in de nek, vooral te profileren op sociale thema’s.

Maar zeg ook dat niet tegen Maxime Verhagen: «Het gaat eveneens om solide beleid. Ik vind het niet sociaal om de onbetaalde rekening bij mijn kinderen te leggen. Aflossing van de staatsschuld vandaag is heel belangrijk om niet morgen geconfronteerd te worden met onbetaalbaarheid van de pensioenen of onbetaalbaarheid van de gezondheidszorg. We praten nu over de tien miljard bezuinigingen, en de rente op de staatsschuld is tien miljard. Als we geen staatsschuld hadden, dan zouden we nu niet die discussie hebben gehad over die tien miljard, omdat we dat geld dan nog gewoon hadden gehad.»

Zou u dan niet liever nóg iets sneller willen aflossen?

Verhagen: «Als je door de economische tegenspoed minder geld hebt te besteden, dan vind ik dat je dat geld moet uitgeven aan de mensen die dat het meest nodig hebben. De VVD bezuinigt op ontwikkelingssamenwerking, dat is in mijn ogen onacceptabel. Je kunt ook keuzes maken die evengoed solide zijn, maar recht doen aan onze christen-democratische uitgangspunten. Ik geef niet ongericht mijn lasten terug.»

En als de VVD volhardt?

«Dan probeer ik vanuit de Kamer zoveel mogelijk van het CDA-programma gerealiseerd te krijgen. Als iets niet of onvoldoende uitgewerkt in het Strategisch Akkoord staat, dan ben ik daar niet mee monddood gemaakt. Er moet absoluut niet weer een dik dichtgetimmerd regeerakkoord komen, waar alles tot drie zinnen achter de komma is geregeld. Dan kun je het parlement naar huis sturen.»