Het gaat slecht met Nicaragua’s familiebedrijf

Managua - De voornaamste kandidaten bij de presidentsverkiezingen op 6 november: de zittende president die de grondwet en vele andere wetten schendt, een voormalig lid van een terroristische groep die de regering omver probeerde te werpen, en een wegens verduistering tot twintig jaar veroordeelde ex-president. Het gaat niet echt goed met Nicaragua.

In de jaren tachtig was het Midden-Amerikaanse land het troetelkind van links Europa. Het Sandinistisch Front had een einde gemaakt aan een decennia oude familiedictatuur en richtte een socialistische samenleving in. Een soort tweede Cuba, dat echter niet dezelfde fouten zou maken. Het experiment verzandde in een hopeloos corrupte bende, en bij de verkiezingen van 1990 werd coördinator van de junta en president Daniel Ortega aan de kant gezet.
Maar Ortega kon niet wennen aan het leven onder de top. Drie keer achtereen probeerde hij een comeback en bij de vierde keer in 2007 lukte het hem eindelijk opnieuw president te worden. De revolutionair bestond toen al lang niet meer: opportunist Ortega was inmiddels multimiljonair, had Jezus in zijn hart gesloten, gedroeg zich als de eerste de beste enge televisiepredikant en was de beste vrienden met zijn grootste vijanden van weleer.
In vier jaar hernieuwd presidentschap is het alleen maar erger geworden. Samen met zijn ‘sterke vrouw’ Rosario Murillo runt hij Nicaragua als een familiebedrijf. Op de drie televisiezenders die hij als privé-persoon heeft opgekocht gaat hij niet alleen de oppositie te lijf, maar verkondigt hij ook zijn vele goede werken. Zoals de nieuwe abortuswet, de strengste ter wereld, die jaarlijks honderden vrouwen in de gevangenis doet belanden.
Zo'n type stapt natuurlijk niet vrijwillig op. De grondwet van Nicaragua verbiedt directe herverkiezing en kent een limiet van twee termijnen. Ortega legt beide artikelen naast zich neer en laat zich in het gelijk stellen door het Hooggerechtshof dat hij volledig controleert.
Het is zeer waarschijnlijk dat El Comandante wordt herkozen, al is de meerderheid van de Nicaraguanen niet van hem gediend. Net als vier jaar geleden. Toen drukte hij een wetswijziging door die bepaalt dat 35 procent van de stemmen plus een voorsprong van vijf procent op nummer twee voldoende is om te winnen.
Een echt alternatief voor de voormalige revolutionair is er niet. Zijn voornaamste tegenkandidaat is Fabio Gadea, de inmiddels 79-jarige eigenaar van een reeks radiozenders die zegt er trots op te zijn dat hij in de jaren tachtig lid was van de Contra’s, het door de Amerikanen geleide en betaalde huurlingenleger dat het sandinistisch bewind bestreed.
‘God redde Nicaragua’, verzuchten veel inwoners ten einde raad. Tegen beter weten in, want zij vermoeden dat Daniel Ortega God al lang heeft omgekocht.