GAS STUURT DE WERELD

Het gaswapen van Rusland

Europa wordt steeds afhankelijker van Gazprom, het hart van Poetins patronagesysteem. En veel bedrijven zijn daar blij mee. ‘Rusland probeert Europa nog meer tralies voor zijn eigen kooi te laten betalen.’

STELT U ZICH de volgende situatie eens voor. Een van de waardevolste bedrijven ter wereld, ’s werelds derde olie- en gasbezitter na de Saoedische en Iraanse staat, is van top tot teen ingekapseld in de machtsstructuren van een opkrabbelende grootmacht. In de directie zitten twee ministers, de bestuursvoorzitter werd vorig jaar weggeplukt om president van het land te worden. Binnenlands verstrekt het bedrijf sociale vrede door het staatsbudget en de economie met veel buitenlands geld te spekken, door het koudste land op aarde tegen zwaar verliesgevende prijzen warm te stoken, en door lastige media te kopen en met harde hand op regeringskoers te brengen. Het geld daarvoor wordt verdiend in het buitenland, waar het bedrijf ’s werelds grootste gasafnemer aan een steeds verder uitdijend gasinfuus legt, waar het de prominentste politici en bedrijven aan zijn wagen bindt, en waar de nabije buren naar wens via de gaskraan worden beloond of gestraft. Ergens tussen binnen- en buitenland in spekt het bedrijf schimmige tussenverkopers, waarmee een wassende stroom zwart geld wordt gecreëerd die in eigen land mensen op allerlei niveaus tevreden houdt. Dit plaatje is natuurlijk niet fictief; het is de werkelijkheid van Gazprom, Europa en het Rusland van Vladimir Poetin.
Wat Europa hiermee aanmoet is deel van een groter vraagstuk. Wereldwijd groeit de vraag naar energie terwijl de voorraden eindig zijn en onze economie op brandstoffen drijft. Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) voorspelde in november voor het eerst een naderend tekort aan olie. In 2007 waarschuwde het al voor een naderend tekort aan gas. Al sinds 1980 wordt er wereldwijd meer gas gebruikt dan er wordt ontdekt, en de vraag is sindsdien verdubbeld. In veel landen wordt jaarlijks minder gas uit de grond gehaald, zoals in Nederland, dat volgens het ministerie van Economische Zaken in 2007 heeft ‘gepiekt’. Dat heeft grote politieke gevolgen, in de eerste plaats voor ’s werelds grootste gasexporteur, Rusland, en ’s werelds grootste afnemer, de Europese Unie. En voor de landen daar tussenin.
Rusland ligt recht op de ‘Gas-as’, een gebied dat van Siberië via de Kaspische Zee en de Perzische Golf door Noord-Afrika naar West-Afrika loopt. De meeste gasreserves van de wereld zitten daar; in drie landen ervan – Rusland, Iran en Katar – zit zelfs zestig procent. Poetin deed de afgelopen jaren erg zijn best om die ‘as’ onder controle te krijgen. Hij stelde een ‘Gas-troika’ voor van de grote drie, voer in Afrikaanse hoofdsteden uit tegen ‘neokolonialisme’ van het Westen en kwam afgelopen herfst met het voorstel voor een ‘Gas-Opec’. ‘Het tijdperk van goedkoop gas is voorbij’, liet Poetin al weten voordat ook maar een land zich achter zijn geesteskind had geschaard.
Toch heeft Poetin in het verleden laten zien dat hij precies weet waar hij met Ruslands bodemrijkdom naartoe wil. ‘De staat moet onze natuurlijke hulpbronnen gebruiken voor Ruslands wederopstanding uit zijn diepe crisis en herstel van zijn oude macht’, schreef een nog obscure Vladimir Poetin begin 1999 in een wetenschappelijk tijdschrift voor mijnbouw. Sinds zijn aantreden als president, niet eens een jaar later, maakte Poetin daar werk van, in de eerste plaats door alle bodemschatten weer onder controle te brengen van de staat.
Gazprom stond al in 1999 centraal in Poetins plannen en een van de eerste dingen die hij als president deed, was de voorgenomen opsplitsing van Gazprom ongedaan maken. Hij bouwde Gazprom uit, tot het een centrale rol innam in de patronage van de Russische staat. Het is Ruslands grootste werkgever, verliest jaarlijks een half miljard dollar aan het bijna gratis stoken van Ruslands appartementencomplexen en kreeg het groene licht voor een 77 verdiepingen tellend hoofdkantoor tussen de laagbouw van het centrum van Sint-Petersburg. ‘Gazprom is het privé-bedrijf van de president’, liet een voormalige Russische onderminister van Energie zich eens ontvallen. En dat privé-bedrijf breidde zich naar West-Europa uit.

Het best zichtbaar is die uitbreiding in het Nord Stream-project, een voorgenomen gaspijpleiding van Noord-Rusland via de Baltische Zee direct naar Duitsland. Uithangbord: de voormalige Duitse bondskanselier Gerhard Schröder, die even voor zijn transfer naar Nord Stream in 2005 het pijpleidingproject had goedgekeurd. Polen en de Baltische staten identificeerden het project direct als een grote strategische bedreiging. Want Rusland zou met Nord Stream ongehinderd de gaskraan naar zijn oude satellietstaten kunnen dichtdraaien. Het project wordt sindsdien geblokkeerd door milieu-onderzoeken en andere rookgordijnen door Denemarken, de Baltische staten, Zweden en Finland. Hevig Amerikaans lobbywerk, onder leiding van de Amerikaanse vice-president Cheney, speelde daarin mee. Hij zag Nord Stream als synoniem voor uitlevering van de Baltische staten aan Moskou.
Door die oppositie werd het wantrouwen aangewakkerd dat de afgelopen jaren tussen Rusland en de landen van de Europese Unie was gegroeid. Energiepolitiek kwam daarin centraal te staan: de Europese afhankelijkheid van Russisch gas, de pijpleidingen die allemaal door voormalige sovjet- of Warschaupactstaten lopen. De belangrijkste zet van de EU was het initiatief voor de Nabucco-pijplijn, die van Oostenrijk via de Balkan en Turkije naar Azerbeidzjan moet lopen, met mogelijke aansluitingen van Iran en Turkmenistan – in aanleg een grote bedreiging voor de Russische gasdominantie in Europa. Volgend jaar begint de aanleg, in 2013 moet er gas doorheen stromen.
Het Russische antwoord liet niet lang op zich wachten: de South Stream-leiding, die gas vanuit Rusland over de bodem van de Zwarte Zee zou voeren, door Turkije heen en over de Balkan naar Italië. Het was een overduidelijke poging om de maar half zo veel kostende Nabucco-leiding te torpederen. Maar het Italiaanse ENI en de landen op de route maalden daar niet om en tekenden de contracten. Wel lastig is dat de pijpleiding door de Oekraïense zeezone moet lopen, waardoor toestemming van Kiev nodig is. Om de marktwaarde van die toestemming op te schroeven, werkt Oekraïne nu aan een plan voor een Whitestream-leiding – door de Russische zeezone.

Die race om pijpleidingen aan te leggen – en daarmee een race om Europa’s afhankelijkheid of onafhankelijkheid van Russisch gas – is de achtergrond van het gasconflict in Oekraïne. ‘Rusland heeft het moment gekozen, de aanleiding en de escalatie’, zegt Economist-correspondent Edward Lucas, auteur van De nieuwe Koude Oorlog. ‘Ze hebben wel geleerd van de vorige keer, in 2006, toen Rusland zware imagoschade leed. Dit is meer energie-judo: ze kunnen druk zetten op Oekraïne, hen de schuld in de schoenen schuiven en hen op kosten jagen. En het Russische publiek, dat Oekraïne als marionet van het Westen ziet, vindt het prachtig. Overigens gaat Oekraïne zeker niet vrijuit. Na de Oranjerevolutie kreeg het alle kans om zich bij de Europese familie aan te sluiten. Maar het verviel in interne machtsstrijd en geen enkel Europees land wil nu te hulp schieten.’
‘Maar Oekraïne is slechts een deel van het verhaal’, zegt Lucas. ‘Gas is een wapen dat de Russen op verschillende manieren gebruiken. Behalve op Oekraïne zet Rusland er ook druk mee op Europa. De Europeanen gaan zich zorgen maken over hun energieveiligheid. Rusland geeft het signaal af dat de EU dit niet opnieuw hoeft mee te maken als zij Nord Stream en South Stream financiert. In feite probeert Rusland om Europa nog meer tralies voor zijn eigen kooi te laten betalen.’ En ook Europa gaat in Lucas’ ogen niet vrijuit: ‘Het is absolutely pathetic dat er nu pas angst ontstaat over onze afhankelijkheid van Rusland, en de wil om na te denken over energieveiligheid. Europa heeft ontzettend veel waarschuwingen gehad. We kunnen het Rusland niet kwalijk nemen, het speelt gewoon de kaarten uit die het in handen krijgt door onze apathie. Nabucco had nu al kunnen lopen, en we verspelen elke kans om een gezamenlijk Europees energiebeleid op te zetten. Het is ieder voor zich.’
Tenslotte is het zeker niet alleen Moskou dat zich inspant voor een zo groot mogelijke Europese afhankelijkheid van Russisch gas. Gerhard Schröder weet zich in het gezelschap van enkele van Europa’s grootste bedrijven: Deutsche Bank, Société Générale, BASF en Gaz de France, bijvoorbeeld, of energiegigant E.On, dat de grootste buitenlandse aandeelhouder is van Gazprom en een bestuurslid met Gazprom deelt. Of wat te denken van onze eigen Gasunie, partner van Gazprom in Nord Stream, of ABN Amro, een van de drie financiële adviseurs, of baggeraar Boskalis. En natuurlijk de andere Europese prominenten die net als Schröder geen ‘nee’ zeiden tegen een vorstelijk roebelsalaris, zoals de voormalige Finse premier Lipponen.
Dat steeds meer Europese landen volledig afhankelijk zullen worden van Russisch gas, zoals Bulgarije en Slowakije, en dat Duitsland in de komende vijftien jaar het aandeel Russisch gas in leidingen tot tweederde ziet toenemen, dat is dan allemaal niet erg – winstgevend zelfs. Dat experts ondertussen grote twijfels hebben of Gazprom, met zijn mateloos verouderde netwerk, de enorme lekkages en verspilling, zijn slinkende reuzenvelden, überhaupt wel het vermogen heeft om genoeg gas te blijven leveren – dat is van later zorg.