Het gebeurt

Het gebeurt op het ogenblik in Napels.

Mijn kennis over de stad is schandalig slecht: de pizza komt er vandaan, het ijs, de espresso, de spaghetti, de voetbalclub Napoli, Sophia Loren is er geboren, ‘eerst Napels zien, dan sterven’, zei Goethe.

En toch durf ik te beweren dat het in Napels gebeurt.

Wat is ‘gebeuren’?

Je hebt steden waarin zomaar opeens (hoewel, er moet een verklaring voor zijn, maar die heb ik nog niet) een puist van talent zit, en die barst.

Een paar voorbeelden.

Wenen rond 1900. Daar ontstond van alles. Van Wittgenstein tot Freud en Hitler en alles wat ertussen zit.

New York, 1968. Dylan, Andy Warhol, et cetera.

Londen – iets eerder (popcultuur, Beatles).

Parijs is het geweest, Berlijn is het geweest, Brussel was het. Amsterdam… mwwja… jaren zeventig.

Het zijn steden waar talent talent aantrekt, waar talent opeens ontdekt dat het kan bloeien.

Een paar voorbeelden. Na de Tweede Wereldoorlog wilden jongens als Campert, Kousbroek en Claus en Vinkenoog naar Parijs.

Er was daar een ‘scene’, een ‘je-ne-sais-quoi’.

Het is nu de beurt aan Napels

In de jaren zestig en zeventig gingen we naar Londen.

Later wilden alle artiesten naar New York. Daar meende je de kans te hebben om door te breken. Het waren steden waar omwentelingen plaatsvonden, waar het denken veranderde, zeker het kunstzinnige denken, en die misschien wel een aanzet gaven tot een nieuwe moraal.

En ik voorspel dat het nu de beurt aan Napels is. Het zijn maar een paar aanwijzingen. Deels gebaseerd op intuïtie, zeg ik eerlijk.

In de eerste plaats meende ik al dat ‘het gebeuren’ in Italië zou plaatsvinden. Alles wat je daar de laatste tijd over leest is absurd: Berlusconi, de paus, de maffia – het is een opeenhoping van schandalen. Natuurlijk, we wisten al dat er corruptie is, maar er is ook een groot gevecht tegen de corruptie, zoals er ook een grote strijd tegen de maffia is. Een staat waarin de ene paradox strijdt met de andere is zoekende. Daar zoekt men al, zou je kunnen beweren, naar die nieuwe moraal, naar nieuwe manieren van denken. Dus mijn blik was al gericht op Italië.

Maar waarom dan Napels?

Dat komt eigenlijk door de Napolitaan Paulo Sorrentino. De regisseur van La grande bellezza. Ik had hem al een tijd op het oog, omdat ik destijds regelmatig naar Italië ging. Ik kwam zijn naam steeds tegen op filmfestivals voor de korte film. Het was meer van: goh, grappig filmpje dat La notta lunga van die Paul… Paul… hoe heet-ie… Spaghetti, zeg maar.

Maar opeens was daar Le conseguenze dell’amore. Geweldig! Gevolgd door Il Divo, over Andreotti. Ook fantastisch. En daartussendoor zag ik, maar veel later, L’amico di famiglia.

Wat een goede regisseur! Je sprak erover, je hoorde dat mensen hem vaag kenden. Je zag ook dat in zijn films een meesterlijke acteur aan de gang was: Tony Servillo. En de puist barstte met La grande bellezza. Een film die, voor mij, alle grote thema’s van deze tijd samenbalt. Maar in die film maakt Sorrentino ook gebruik van een Napolitaanse kleermaker Attolini, die momenteel een stempel drukt op de mannenmode. En de schitterende cameraman: Luca Bigazzi die als geen ander gebruik weet te maken van de ARRI 535-camera, en de White Pro Mist-filters.

Van Sorrentino verscheen vorig jaar de schitterende célineaanse roman Iedereen heeft gelijk. Inderdaad: een meesterwerk.

Nu kan dit een groepje vrienden zijn, zoals Warhol ook een groepje vrienden om zich heen verzamelde. Dat kan als een magneet werken. De Italiaanse meesterschrijver Alessandro Baricco, die ik ervan verdenk mettertijd de Nobelprijs te gaan winnen, vestigt zich ook af en toe in Napels.

En dus denk ik dat het momenteel daar gebeurt.

Of gaat gebeuren.

Het gebeurt