Willy Peter Reese, Mijzelf merkwaardig vreemd

Het geestelijke rijk

Willy Peter Reese

Mijzelf merkwaardig vreemd

Uit het Duits (Mir selber seltsam fremd, 2003) vertaald door Hans Driessen

De Arbeiderspers (Oorlogsdomein),

252 blz., € 22,95

Reese was in 1941 nog student toen hij zich vrijwillig meldde voor het front. Dat werd het oostfront en het verslag begint aldus: «De wereldoorlog begon, en we zagen hoe God en de sterren stierven in de avond. De dood raasde over de aarde. (…) Wij naamlozen en onbekenden, eenzamen en liefhebbenden, dwazen en wijzen, armen en rijken, gingen het gevecht aan met ons lot, en onder het sterrenbeeld van de noodzaak vonden we onze voltooiing in wederopstanding en bederf.» In het hele boek komt de naam van Hitler niet voor. Het is noodlot voor en na in deze op dagboeken en brieven gebaseerde literaire «getuigenis», in februari 1944 geschreven, vlak voordat de held zich voor de vijfde keer vrijwillig meldde en in Rusland zou sneuvelen.

Inmiddels had het «heroïsche nihilisme» plaatsgemaakt voor puberaal avonturisme. Onder de streep van de afrekening staat wel dat in de oorlog «alleen het wezenlijke bleef bestaan. Zo maakte de dood ons tot nieuwe en betere mensen.» Voor de thuisblijvers die niet de dood, de strijd en het gevaar beleefden, restte slechts verachting. Op een helder moment zegt Reese het zelf: «Ik schrok. Ik dacht niet meer in mijn eigen taal: deze had ik van Jünger.» Hier is nu eens een soldaat aan het woord die wars was van nazisme en racisme, breit de Stern-journalist Stefan Schmitz het zaakje recht. Zestig jaar na dato kreeg hij het manuscript toegespeeld door een nijvere nicht van Reese: «Niet alleen een authentiek document, maar ook een literaire ontdekking.»

Authentiek is de naïeve mentaliteit van de hemelbestormende dichter die zich kennelijk goed leende om tot ordinair kanonnenvoer vermalen te worden. Dat verhinderde deze «soldaat van het geestelijke rijk» niet om tot aan zijn dood te blijven oreren over noodlot, dood, leegte en God. En dat noem je dan een onthutsend beeld van «het dagelijkse leven» aan het front. Omdat in hogere sferen geen ruimte is voor trivia als plaatsnamen, data en nadere specificatie van de plaats van handeling, moesten de uitgevers die in voet noten aanzuiveren. Dat is ook wel nodig. Juni 1941, Duitsland valt de Sovjet-Unie binnen. Voor Reese zag dat er anders uit: «Rusland. Ook voor ons begon nu de oorlog, en het was als namen wij Duitse soldaten onze intrek in de eeuwige kruisgang van het Russische land en volk.»