Het geheim van de koppelbazen

WOORDVOERDER M. van Doeveren van de politie Haaglanden klinkt oprecht verbaasd: ‘Illegale bouwvakkers? Bij ons in het Westland? U bent vast in de war met de tuinbouw.’ Hij zal bij zijn korps poolshoogte nemen. Later belt hij terug: ‘Wij weten er niets van.’

TE De Bouw- en Houtbond FNV is beter op de hoogte. Sommige illegalen zijn zelfs lid van de bond, hoewel veel van hen weer worden afgevoerd wegens wanbetaling. Ook illegalen die geen lid zijn, komen langs. Bijvoorbeeld om hun vakantiebonnen te laten verzilveren. Op basis van onder meer dat gegeven heeft de Utrechtse districtsbestuurder Ruud Baars, tot mei dit jaar werkzaam in Den Haag, een rekensommetje gemaakt. Hij schat dat er twee- tot drieduizend voornamelijk Turkse illegalen in de bouw werken, vooral bij grondwerkzaamheden, zoals het graven van leidingnetwerken, bij sloopactiviteiten of in de kassenbouw. De run op de Wir (de Wet Investeringspremie Regeling), zegt zijn collega-bestuurder Jos van der Borgt, was hoogseizoen voor illegalen. Zij werden massaal ingeschakeld voor de bouw van gesubsidieerde kassen. Van der Borgt: ‘Ik durf de stelling aan dat volop investeren geen garantie is voor reguliere en goede banen, maar eerder tot fraude en illegaliteit leidt.’
Vorige week stuurde het ministerie van Sociale Zaken een persbericht rond: vorig jaar werden 445 werkgevers beboet wegens het in dienst hebben van illegalen. De confectie, horeca en tuinbouw worden in het persbericht vermeld. De bouw ontbreekt.
De illegale bouwvakker is misschien wel het best bewaarde geheim van het Westland. Ruud Baars vermoedt dat hij nog maar het topje van de ijsberg kent. Tegenwoordig, zegt hij, heeft niemand nog zicht op de bouw. De sector is verworden tot een onoverzichtelijke wereld van onderaannemers met BV'tjes die opvallend vaak van naam verwisselen of op de fles gaan. Het toezicht van de overheid laat te wensen over. Het gevecht om opdrachten leidt tot prijsontduiking en fraude. Vorig jaar was een topjaar voor het Sociaal Fonds Bouwnijverheid: het opsporingsteam spoorde dertig miljoen gulden aan werkgeversfraude op.
TOT ERGERNIS VAN de vaste krachten worden steeds meer werkzaamheden uitbesteed aan bedrijven buiten de bouw. Die zorgen dan voor de afvoer van bouwafval, ze vegen bouwterreinen schoon of bouwen de omheiningen. Het gaat hier om een oprukkende periferie van tijdelijk en goedkoop personeel, onder wie Belgen, Ieren en Duitsers. En helemaal onderaan bungelen de illegale Turken. Wie met (ex-)bestuurders van de Bouw- en Houtbond FNV over illegale bouwvakkers in het Westland spreekt, hoort eendere verhalen. Over wanbetaling, over werkgevers die de paspoorten van hun illegale werknemers in beslag nemen, of over het verwijderen van asbest zonder de vereiste veiligheidsmaatregelen. Voor zulke klusjes worden zij ingeschakeld door loonbedrijven - 'koppelbazen’ in de volksmond - die ook in de tuinbouw actief zijn. De Kamer van Koophandel in Den Haag bespeurt een toename van die loonbedrijven in het Westland. Er hebben zich inmiddels een kleine zevenhonderd ingeschreven.
Een malafide loonbedrijf zetelt niet zelden in een woonhuis of zelfs in een dichtgetimmerd pand. De koppelbaas houdt per autotelefoon kantoor. Ruud Baars: 'Een puur criminele wereld. Men is er enkel op uit om zo veel mogelijk winst te maken. Maakt niet uit hoe.’ Hij moest dan ook even slikken toen zijn Turkse vakbondslid T. een loonbedrijf opzette. Voortvarend sloeg T. aan het ronselen en leverde illegalen aan Dirk Verkade, bekend sloper en kassenbouwer te Monster. De bestuurder sprak zijn lid erop aan. Dat het niet correct is, dat het misbruik is van illegalen. Lid T. - inmiddels afgevoerd wegens verzaking van de contributieplicht - lachte maar wat, zegt Baars: 'Hij had zijn eigen motieven: wilde geld verdienen en tegelijkertijd zijn illegale familieleden en dorpsgenoten helpen. Vanuit zijn perspectief handelde hij juist. Ik noem het uitbuiting. De normale arbeidsvoorwaarden horen voor iedereen te gelden.’
Maar, zo benadrukt hij, niet T. met zijn loonbedrijf is de grootste boosdoener, maar de werkgever die gebruik maakt van illegalen. In dit geval Dirk Verkade, die volgens Baars nog steeds met illegalen werkt. Dirk Verkade, eigenaar van Deevee Kassenbouw BV en Betonwerk D. Verkade BV in Monster, is zelf niet bereikbaar voor commentaar. Zijn medewerker Van der Zijden laat weten dat er niet met illegalen wordt gewerkt.
ER GAAN GERUCHTEN dat vooral slopers niet vies zijn van zwart geld. Ik doe een kleine steekproef onder de tientallen bedrijven die in de Gouden Gids van Den Haag adverteren voor sloop, bodemsanering of asbestverwijdering. Kan het ook zwart, vraag ik als potentiele klant die schuren met asbestdaken wil laten slopen. Negentig procent zegt ja, eenmaal zelfs per mobiele telefoon, die makkelijk af te luisteren is. 'Niks liever. Logisch toch?’ roept een van de slopers opgetogen.
Babex, de belangenorganisatie voor sloopbedrijven, weet niet of mijn steekproef representatief is voor de 1200 houders van sloopvergunningen in Nederland. Babex bemoeit zich namelijk niet met hun boekhouding.
Van de fraude worden ook legalen en Nederlanders de dupe, zegt Margreet van den Berg, het afdelingshoofd van de Bouw- en Houtbond in Den Haag. Zij krijgt per jaar zo'n 75 gedupeerde werknemers aan haar bureau, werknemers die klaar zijn met hun slopersklus en nu WW moeten aanvragen. Dan blijkt tot hun verbijstering dat ze zwart hebben gewerkt. Er volgt een maandenlange procedure met de bedrijfsvereniging om toch nog WW te krijgen.
Ook Van den Berg denkt dat juist in de sloop illegalen werken. Ze zegt het wel met enige aarzeling, want de bond dreigt het contact met de illegalen te verliezen. Dat komt door twee ontwikkelingen: de 'branchevervaging’, en het feit dat illegalen geen recht meer hebben op WW. Begin jaren negentig, toen illegalen nog recht hadden op WW, kwamen zij vaker op het afdelingskantoortje in Den Haag waar de WW moet worden aangevraagd. Niet dat ze met hun illegaliteit te koop liepen; de vakbondsmedewerkers kwamen er meestal achter omdat de documenten niet bleken te kloppen. Doordat illegalen geen recht meer hebben op WW, ook al dragen ze premies af, is hun winterperiode - de tijd dat de bouw stil ligt - moeilijk te overbruggen. Ze komen nu alleen nog op het bondskantoortje om hun vakantiebonnen te verzilveren.
Maar ook dat wordt minder vanwege de branchevervaging. Bouwbedrijven proberen onder het 'dure’ Sociaal Fonds Bouwnijverheid uit te komen, en dat kan door hun bedrijf anders te gaan beschrijven. Als 'uitzendbureau’ of 'groenvoorziening’ melden ze zich bij andere bedrijfsverenigingen, zoals Detam, Gak en Guo. Die zijn goedkoper, door bijvoorbeeld lagere pensioenpremies en vakantiegelden. Zit de werkgever eenmaal bij een andere bedrijfsvereniging, dan komen zijn werknemers niet meer langs voor de vakantiebonnen van de bouwnijverheid.
DE ILLEGALEN PLAATSEN medewerkers van de bond voor menig dilemma. Alleen al de vraag wat zij eigenlijk voor deze groep kunnen betekenen. Ruud Baars: 'Sommige illegalen zijn lid geworden in de hoop dat de bond een verblijfsvergunning kan regelen.’ Dat kan slechts wanneer de illegaal lang genoeg wit heeft gewerkt om via de 'witwasregeling’ legaal te worden.
'Meestal kun je alleen marginaal wat doen’, zegt Baars. 'Je kunt helpen bij kleine klusjes, zoals een werkgever aanschrijven dat hij verplicht is zijn werknemer bij het ziekenfonds op te geven. Of het lid erop wijzen dat hij zich bij het arbeidsbureau moet inschrijven om WW te krijgen.’ Sinds illegalen geen WW meer kunnen aanvragen, zegt hij, kan de bond steeds minder voor ze doen. Er kloppen minder illegalen voor hulp aan en het is moeilijker geworden om erachter te komen waar de illegalen precies werken.
En even moeilijk is het om hun vertrouwen te winnen, zeggen medewerkers. De illegaal is, het zal niemand verbazen, kopschuw. Vaak weet je niet eens of er tijdens het klachtenspreekuur een illegaal aan je bureau zit, zegt Margreet van den Berg. 'Je kunt het hooguit vermoeden. Gisteren bijvoorbeeld kwam er een Turkse opperman van een metselbedrijfje langs. Wij berekenden zijn loon. Dat bleek niet te kloppen. Toen we hem vroegen om zijn handtekening te zetten, opdat wij met zijn baas contact konden opnemen, werd hij plots nerveus.’ De opperman zette zijn handtekening niet. Hij ging er schichtig vandoor.
EN ER IS OOK een ander probleem. De legale bouwvakker mag dan stakingsbereid zijn, zijn illegale collega kijkt wel uit. Het aanmanen van illegalen tot organisatie en actie is weinig zinvol, zegt Van den Berg, want dan vliegen ze er direct uit. En actie voor hen gaan voeren? Dat kan noodlottig aflopen, zo leerde de affaire-Olsthoorn die zich begin jaren negentig heeft afgespeeld.
De affaire-Olsthoorn begon eigenlijk met de dood van de illegaal Avkie. Over hem is niet veel meer bekend dan dat hij 26 jaar was toen hij op 18 februari 1991 dwars door het dak zakte van een tuinbedrijf in Wateringen. Avkie was het dak aan het repareren. Hij was in dienst van J. C. Q. Olsthoorn BV in Poeldijk, een bedrijf voor de sloop en bouw van kassen. De arts die er bij werd gehaald, meende dat Avkie een lichte hersenschudding had. Hij kon maar beter thuis in bed gaan liggen. In de kleedkamer viel Avkie met stuiptrekkingen op de grond. Een dag later overleed hij in een ziekenhuis aan een bloedprop in zijn hersenen.
In het FNV Magazine vertelden Avkies collega’s, de getuigen van het ongeval, dat zij de politie en de Arbeidsinspectie nooit te spreken hadden gekregen. De werkgever stuurde ze naar huis; pas toen het onderzoek voorbij was, vertelden ze, konden ze terug. De baas vertelde dat ze in het vervolg veiligheidshelmen en veiligheidsschoenen moesten dragen. 'De helmen hebben we nooit gezien, de schoenen konden we kopen’, aldus een van de drie getuigen in het FNV Magazine. Wel gaf Olsthoorn zevenduizend gulden aan Avkies broer om het lijk terug naar Turkije te vliegen.
Avkies dood werd de druppel voor zo'n twintig Turkse illegalen die voor Olsthoorn werkten. Zij vroegen de Bouw- en Houtbond FNV in te grijpen. De uitbuiting varieerde van onderbetaling en gevaarlijk werk zonder veiligheidsmaatregelen tot klachten over baas Jan Olsthoorn. Hij zou zelfs schoppen en slaan.
'Ik heb avonden lang met ze gepraat’, zegt bestuurder Theo van Amelsfoort, die inmiddels is verhuisd naar de afdeling Zwolle. Van Amelsfoort besloot baas Olsthoorn aan te spreken. Toen dat vergeefse moeite bleek, besloot de bestuurder de pers in te schakelen. Maar voorzichtigheid was geboden, hij moest voorkomen dat de illegalen de dupe van deze publiciteit zouden worden.
Met de concepttekst van het FNV Magazine gaat Van Amelsfoort naar het Haagse politiebureau. Daar spreekt hij met mevrouw G. Kraan, hoofd van het Bureau Fraude, aan wie hij meldt dat hij interessante informatie voor de Fiod heeft. Olsthoorn draagt immers geen premies af. Hij belooft dat de politie alle fraudegegevens voor verschijning in handen krijgt, zodat het bedrijf niet de kans krijgt de administratie op te schonen. Als tegenprestatie verzoekt Van Amelsfoort om de illegalen niet direct in hun kraag te grijpen. Per slot van rekening kan de Fiod dank zij hen zijn slag slaan.
Drie maal spreekt hij met mevrouw Kraan. Zij heeft er naar zijn zeggen wel oren naar, hoewel ze nog met haar meerderen moet overleggen. Van Amelsfoort: 'Kort daarop liet ze weten dat haar meerderen geen prioriteit aan deze zaak wilden geven. Men had besloten deze zaak te laten liggen.’ Bitter: 'Onze informatie werd echter wel aan de vreemdelingendienst doorgegeven, want direct na de verschijning van het artikel in het FNV Magazine volgde een inval. De illegalen werden meegenomen en sommigen van hen moesten direct naar Schiphol. Vlak voor hun uitzetting heb ik van een aantal afscheid kunnen nemen.’ Hij vergeet nooit meer het gezicht van een van de opgepakte illegalen, toen hij zijn cel binnenkwam: 'Verdriet en verbazing, maar ook vreugde dat hij iemand zag met wie hij nog even kon praten.’
Over de mislukte deal met de politie heeft Van Amelsfoort nog steeds een fikse kater. 'Ik krijg nu nog, bij wijze van spreken, tranen in mijn ogen. Als we geweten hadden dat dit de slotsom zou worden…’
Maar ook baas Jan Olsthoorn betaalde een prijs voor de inval van de vreemdelingendienst. Horstink, persofficier van het parket in Den Haag, laat weten dat er een financiele transactie met hem is gepleegd van ruim twintigduizend gulden. Voor dat bedrag moet hij een aardig aantal illegalen in dienst hebben gehad: in die tijd bedroeg de boete 750 gulden per illegaal. Van Amelsfoort schampert als hij het bedrag hoort. Hij vermoedt dat de winst die Olsthoorn jarenlang op zijn illegalen heeft kunnen maken, beduidend hoger zal zijn geweest.
En wat was de prijs voor de dood van Avkie na zijn val door het dak? Op 8 januari 1993 voltrok een politierechter het vonnis: duizend gulden voorwaardelijk. Is dat niet wat weinig voor een sterfgeval? Persofficier van justitie L. Horstink: 'Om zeker te weten dat het dezelfde zaak betreft, zullen wij het dossier uit het archief laten komen.’ Later: 'Het is dezelfde zaak.’ Maar uit niets blijkt, zegt de persofficier, dat het slachtoffer illegaal was. Als ik zeg dat de baas daar niet mee te koop gaat lopen, zegt zij: 'Dat zou de politie heus wel uitgevonden hebben.’
Horstink vervolgt: 'Uit het vonnis blijkt dat het slachtoffer niets te zoeken had op het deel van het dak waar hij doorheen is gezakt.’ Het betreft hier dus, zegt ze, 'mede verwijtbaar gedrag van de werknemer. Bovendien heeft het bedrijf een schadevergoeding aan de familie betaald.’
Wat vindt Olsthoorn BV eigenlijk van de straf? Het bedrijf staat erom bekend dat het de pers niet te woord wil staan. 'Als er publiciteit over je bedrijf komt, moet je niet reageren, dan bloeit het vanzelf wel dood’, zegt Theo Zuidgeest, de administrateur van Olsthoorn tegen een 'studente van Nijerode’ die hij wel te woord wil staan: 'Wij vinden het eigenlijk een hele lichte straf.’
HOE VERDER MET de illegalen? De Bouw- en Houtbond weet het ook niet meer. Een discussie binnen de vakbond is niet een, twee, drie te regelen, zegt Baars. Want tja, hoe denkt een doorsnee-Nederlandse bouwvakker over illegalen? De Wet op de Identificatieplicht zou effect kunnen hebben, althans theoretisch, zegt Ruud Baars. 'Maar in de praktijk is het probleem veel te massaal en dus te oncontroleerbaar om de illegaliteit helemaal uit te bannen.’
Zouden controle-acties van de politie zinvol zijn, zoals deze sinds 1992 gevoerd worden in de tuinbouw? De vraag is of deze zin hebben gehad. Maar daar is niet zomaar achter te komen. Waar liggen de cijfers, vraagt het Haagse politiebureau zich af. 'Het is hier een zooitje’, zegt een beleidsmedewerker off the record. 'Ik zelf ben gestopt met rapportages want, ach…’ Hij slaakt een diepe zucht.
En wie mag ik dan wel wezen? 'Per telefoon zeg ik u niets’, zegt P. J. van Velden van de Vreemdelingendienst. 'U moet zich legitimeren.’ Journalisten ook al? 'Jazeker’, zegt Van Velden. 'En dat kan alleen als u tegenover mij zit.’