Het geheim van de Libanese Engel

De Libanese legendarische zangeres Fairouz staat bekend als de ‘Engel van Libanon’. Al sinds 1997 probeerde de organisatie van het Holland festival de diva van het Arabische levenslied naar Nederland te halen. Gisterenavond was het zover. Nederlanders en Arabieren uit alle windstreken waren getuige van deze historische gebeurtenis. Libanezen, Syriërs, Palestijnen, Egyptenaren, Jordaniërs, Tunesiërs, Marokanen. Mannen, vrouwen, paartjes en complete families. De fans uitgedost in feestelijke uitgaanskledij of in een korte broek met gymschoenen. De regie is in de handen van de diva. Mobiele telefoons en tassen worden afgegeven, waarna er gefouilleerd wordt. Onder geen beding mogen er illegaal opnames of foto’s gemaakt worden, anders kan de voorstelling stil gelegd worden.

De zaal druppelt voller en voller, er wordt druk gepraat, gezwaaid naar bekenden en ter verkoeling wapperen mensen met het felbegeerde toegangsbewijs. De officiële aanvangstijd is allang verstreken. Af en toe breekt er spontaan geklap uit. Na een uur begint het publiek diverse malen uitzinnig te joelen en applaudiseren. Ze smeken om Fairouz. ‘We komen hier niet alleen voor Fairouz, maar voor alles waar zij voor staat: onze geschiedenis en Arabische thuisland.’ Een vrouw draagt een avondjurk van de bekroonde mode ontwerper Aziz Bekkaoui. In het ontwerp is de vlag van Al Watan Al Arabie’ verwerkt. Een verwijzing naar het oude Arabië, toen alle Arabische landen een waren. ‘Mode is altijd een statement’, zegt de draagster met een knipoog.

Even later zweven bekende Arabische melodieën door de zaal. Een strijkorkest van allure, nauw op elkaar ingespeeld opent het concert. Vier zangers en vier zangeressen als achtergrondkoor, blazers, slagwerk, een accordeon, een vleugel en typisch Arabische instrumenten als de luit, fluit, Egyptische harp en slagtrommel. In het midden van het podium ligt een felrode loper. Een staande microfoon, in afwachting. Dan schrijdt de 76 jarige Fairouz in een glitterjurk plechtig achter de coulissen vandaan. Een minutendurende uitzinnige staande ovatie volgt. Dan komt de stilte waarin haar eerste klanken met ingehouden adem worden geproefd. ‘Ja haar stem is wat ouder geworden, maar het is en blijft de enige echte Fairouz.’

Wat is het geheim achter het grote succes van deze Libanese zangeres?

Fairoez is één van de populairste moetriboen, chansonnières . Vertolkers van het Arabische lied hebben een bijzondere status. De speciale term moetrib is alleen gereserveerd voor grote namen zoals de Libanese Fairouz en de Egyptische Umm Kulthoum, Abdel Halim Hafez en Abdel Wahab. Letterlijk betekent het chansonnier, vrij vertaald: een troubadour die de luisteraar met een levenslied in vervoering brengt. Fairouz verwerft haar status door een zuivere intonatie, het ritme, haar stemgebruik en door de betekenis van de poëtische liedteksten.

Het eerste deel van het concert zingt Fairouz haar nieuwere meer jazzy repertoire van de hand van haar zoon Ziad Rahbani. Na de pauze komen de oudere zo geliefde chansons en musicalliederen, zij het in verkorte vorm. Deze muziek is gecomponeerd door wijlen haar echtgenoot. Fairouz werd beroemd met musicals die indertijd voor het eerst via de televisie te zien waren en net als ‘Ja Zuster, Nee Zuster’, een groot publiek bereikten.

Het publiek in Carré raakt in een staat van vervoering:tarab . Een vergelijking met iemand die dergelijke gevoelens oproept met het Nederlandse levenslied is er niet. De liefde voor Fairouz gaat verder en dieper. De vele teksten en melodieën van Fairouz zijn met de paplepel ingegoten en vrijwel iedereen kent de liederen uit het hoofd. Af en toe verdwijnt de diva om het publiek de kans te geven om een lied mee te zingen met het orkest. Zo haalt de engel van Libanon stoom van de ketel, het publiek kan niet stil zitten maar deint, danst, zingt, klapt en roept uit: ‘Oh God, wat mooi! Fairouz dat je leven lang moge duren!’ Het Arabische publiek reageert niet alleen uit herkenning maar ook om waardering en dankbaarheid te tonen aan deze diva. Het is voelbaar dat de liederen een uitlaatklep zijn voor de Arabische hunkering naar eenheid. ‘Gekoesterd in de moederschoot’.

Voor veel Arabieren hoort de muziek van Fairouz steevast bij het dagelijkse ochtendritueel. Is het niet thuis, dan wel in de taxi, een kantoor of zelfs vanuit een schallend radiootje midden in de woestijn. De liederen van Fairouz komen voort uit een eeuwenoude Arabische muziektraditie die nauw is verbonden met het gevoelsleven, de cultuur en de geschiedenis. In het Syrische Ugarit werd een kleitablet gevonden van zo'n 3400 jaar oud. Het daarop genoteerde muziekstuk in Akkadisch spijkerschrift staat bekend als het oudste ter wereld.

Het ritme vormt in de Arabische muziek de basis voor de melodie en de poëtische teksten. Dit ritme wordt veelal bepaald door een kleine slagtrommel, een durbakeh.

De wortels van vele lyrische Arabische liedteksten liggen in de poëzie. Al voor de komst van de islam, halverwege de zevende eeuw, was het oreren van filosofische gedichten met alledaagse gezongen refreinen verheven tot kunst. De qasida, een lang verhalend gedicht, maakte een vast onderdeel uit van ceremoniën en feesten. Liedteksten gaan vaak over het geloof, vaderlandsliefde, politiek en de natuur. Soms ook over zaken waarop een taboe rust. Maar het meest bezongen onderwerp is toch wel de onbereikbare liefde en alle emoties dit dit teweeg brengt. Het woord habibi, mijn liefje, komt zonder twijfel het meest voor. Als Fairouz dan ook het bekende Saáltak Habibee zingt rollen tranen bij velen over de wangen.

Een Arabische melodie kan in Nederlandse oren zweverig of soms zelfs jankerig klinken. Dit komt omdat deze is opgebouwd uit kwarttonen daar waar een westerse melodie is gebaseerd op halve en hele tonen, zoals in de bekende toonladder ‘do-re-mi-fa-so-la-si-do’. Ook is het begrip terts van belang, dat heeft te maken met de toonafstand. In de westerse muziek bepalen grote en kleine terts het zogeheten majeur- en mineurkarakter van een muziekstuk, respectievelijk opgewekt of treurig. Maar muziek met Arabische kwarttonen klinkt net even anders. Dit komt omdat de luit in de Arabische muziek een belangrijke rol speelt. Dit instrument kent niet alleen het verschil tussen opgewekt en treurig, maar heeft zeven verschillende mineur- en majeurmogelijkheden, de zogenaamde maqamaat. Deze zeven toonkleuren voeren terug tot een anekdote uit de eerste helft van de achttiende eeuw, toen burgers in Arabië op straat aan de toon van de gebedsoproeper konden horen welke dag van de week het was. Elke dag had zijn eigen karakteristieke toonkleur. Abdel al Ghani Nabulsi, de bekende sjeich, leider van een islamitische mystieke broederschap, was hier de grondlegger van. Sinds die tijd geldt nog altijd het spreekwoord: ‘koel waqat illahoe idhan’, ‘elke tijd heeft zijn eigen melodie’.

Fairouz heeft tenminste duizend verschillende melodieën gezongen, meer dan vijftig miljoen cd’s verkocht en is geliefd bij jong en oud. De Arabieren zijn lyrisch over Fairouz. Een fan legt uit: ‘Zij zingt over mijn jeugd in het dorp. Als ik naar haar luister, naar haar pure klank, naar haar dagelijkse maar diepzinnige poëtische teksten is het net alsof ik een raam open doe en uitkijk naar een nieuwe toekomst. Haar stem maakt me gelukkig, vredig en hoopvol.’

Fairouz weet generaties te binden, lang vóór, met de komst van de Arabische lente en ook hier in Amsterdam. Het concert besluit met staande ovaties en langdurig applaus. Een laatste zwaai van Fairouz en het publiek weet al: ‘Ze komt echt niet meer terug, dat is het verschil tussen haar en alle anderen.’ Ondanks dat blijven de fans applaudiseren en volgt spontaan gezang uit volle borst. Het theater stroomt langzaam leeg. De fans flaneren langs de Amstel en in het Oosterpark, waar de voorstelling op groot scherm was te volgen. De boodschap van de Engel van Libanon over hoop, geloof en liefde verspreidt zich in het Amsterdamse stadsgewoel.

Esseline van de Sande

Auteur ‘Vaartocht over de Eufraat’, Contact 2005