Column

Het geheim van het broodje kroket

De Zuid-Koreaanse Vinnie Ko kwam in 2009 naar Groningen voor zijn studie wiskunde. Hij hapt haring, leest Jip en Janneke, staat voor een brugklas in Emmen en schrijft een winnend verhaal voor een schrijfwedstrijd. Tweewekelijks schrijft Vinnie in ons Lab over de successen en hindernissen van zijn integratie.

Medium vinnie square

De ouders van mijn studiegenoot, die een jonge Koreaan in Nederland interessant vinden, nodigen me uit.

‘Wil je een keertje bij ons komen eten? Ik kook wel iets typisch Nederlands voor je. Wat is je lievelings Nederlands eten?’

Ik twijfel. Moet ik een eerlijk antwoord geven? Of een antwoord dat bij de situatie past? Eerlijk duurt het langst, ik kies voor het eerste.

‘Broodje kroket.’

De ouders gieren.

Ja, een broodje kroket. Van pannenkoek tot stamppot heb ik een breed gebied van de Nederlandse eetcultuur verkend, maar niets verslaat een goudbruin gefrituurde salpicon in een witte bol. Mijn eerste kennismaking met deze tot cilinder gevormde snack was echter geen succes. Op stap op donderdagavond zag ik mensen die een gefrituurde snack uit een muur haalden. Ik deed ze na. De kroket was te zout, heet en had een rare textuur vanbinnen. Een tijdje later zag ik iemand in de kantine met dezelfde soort snack maar dan in een broodje.

Ik wees naar die man en zei: ‘Ik wil wat die meneer heeft.’

Ik nam het eerste hapje. De nare textuur werd een zacht beleg en de zoute smaak bracht een vol rijke smaak voort in het witte bolletje. Een hemels genoegen was dat.

Kort na deze broodje-kroket-ontmaagding schafte ik mij een frituurpan aan. Een week lang werden er kroketten gefrituurd en werden er witte bollen middendoor gesneden. Een studiegenoot vroeg me of ik een nieuw bijbaantje had gekregen bij een snackbar: ik ontbeet zelfs met een broodje kroket, met als resultaat dat mijn kleren naar frituurvet stonken.

Mooie liedjes duren niet lang. Ik kwam er snel achter dat een menselijk lichaam helaas zoveel broodjes kroket niet aan kan. Maar mijn lievelingseten kon ik niet zomaar in de steek laten. Ik besloot het een ereplaats te geven. Bij elk tentamen dat ik haalde, mocht ik van mezelf een broodje kroket. Mijn slagingskans nam dramatisch toe. Toen wist ik het zeker: dit is het geheim van Nederlanders!