Tonke Dragt

Het geheim van het woord

Tonke Dragt
De torens van februari
Leopold, 201 blz., € 14,95

Het bedenken van een thema voor de Kinderboekenweek is geen sinecure. Het moet aantrekkelijk zijn, maar ook oorspronkelijk. Het moet aansluiten bij de belevingswereld van kinderen, maar ook nieuwe deuren openen. Het moet kinderen aanzetten tot lezen van boeken en ouders tot kopen, maar willekeurig moet die keuze bij voorkeur niet zijn: idealiter zou het Kinderboekenweekthema moeten dienen als literaire leidraad in de overbevolkte, onoverzichtelijke kinderboekenwereld.

Dit jaar koos de cpnb (Collectieve Propaganda van het Nederlandse boek) voor ‘Sub Rosa’, boeken vol geheimen. Een thema dat aanvankelijk aan bovengenoemde voorwaarden lijkt te voldoen en mogelijkheden biedt de commerciële en culturele doeleinden van de Kinderboekenweek te verenigen. Geheimen staan immers garant voor spanning en avontuur – aspecten waar kinderen van smullen – én ze (kunnen) leiden tot diepgang.

Weinig is zo wezenlijk en inspirerend als ons grootste geheim, ‘het geheim van de wereld’. Albert Einstein zei het al: ‘The most beautiful thing we can experience is the mysterious.’ En hij heeft gelijk. Het dwingt tot onophoudelijk zoeken, ontdekken en introspectie. Het geeft betekenis aan ons bestaan.

Maar ondanks de levensbeschouwelijke poëzie die ligt opgesloten in het uit middeleeuwse symboliek ontstane thema ‘Sub Rosa’ zijn het (toch weer) kinderboeken met goed verkopende titels die deze week de boventoon voeren. Titels als Het geheim van…, het gestolen grafbeeld, de stoere prinses, het spookhuis. Het Zwarte Geheimenboek. Het grote Geheimboek. De geheime missie van… Boeken over briefgeheimen, topgeheimen, oorlogsgeheimen… Kortom, ‘Sub Rosa’ lijkt voor uitgevers en auteurs vooral ‘het geheim van succes’ te betekenen.

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er geen kinderboeken zijn die prachtig vertellen over ‘the mysterious’. Boeken die verhalen over kinderen die zich verwonderen over ons universum. Boeken die verhalen over ontdekkingstochten naar het onbekende. Boeken die verrassen, prikkelen, nieuwe vragen oproepen en het onbegrijpelijke een klein beetje begrijpelijk maken. Boeken van auteurs als Paul Biegel. En natuurlijk Tonke Dragt.

In haar toekomstroman Ogen van tijgers (1982) refereert zij met haar vertaling van Under the Rose van Walter de La Mare (1873-1956) zelfs letterlijk aan het Kinderboekenweekthema: ‘Niemand, niemand heeft mij verteld/ Wat niemand, niemand weet,/ Maar ik weet nu waar het eind van de/ Regenboog is,/ Ik weet waar er groeit/ Een boom die Boom des Levens heet’. Die vraag, wat het wezen van het leven met al zijn onbekende kanten is, stelt Dragt, Einstein-fan, onophoudelijk. Voor haar is het vanzelfsprekend dat de wereld uit meer dan feiten bestaat. Ze maakt veronderstellingen, speelt met fascinerende gedachte-experimenten en volgt van daaruit haar intuïtie.

Zoals in haar ter ere van de Kinderboekenweek verschenen poëtische prentenboekje Wat niemand weet, over het verband tussen Noachs Ark, de eenhoorn en narwal. Maar bovenal zoals in De torens van februari (1973), waarvan vorig jaar een herdruk verscheen. Eindelijk. En terecht. Vooral wanneer je weet dat Dragt voor dit sciencefictionachtige boek de meeste fanmail ontving.

Dat het boek zoveel fans heeft, komt waarschijnlijk door zijn dagboekvorm. Overtuigend pretendeert Dragt dat zij slechts de bezorger is van een gevonden manuscript, door haar leesbaar gemaakt en voorzien van voetnoten, een naschrift en postscriptum bij de derde druk. Deze klassieke, door Dragt zorgvuldig toegepaste literaire techniek – onleesbare fragmenten en doorgestreepte woorden zijn ‘gehandhaafd’ en suggestieve krantenknipsels zijn toegevoegd – prikkelt en geeft een gevoel van het-zou-best-eens-waar-kunnen-zijn.

De spannende idee (het ‘axioma’) waarop De torens van februari rust is het bestaan van andere werelden dan deze: gespiegelde werelden waarvan de verschillende tijdsdimensies elkaar ieder schrikkeljaar tussen 29 februari en 1 maart kruisen en zo een moment creëren – mits het juiste, door Dragt tot op heden geheim gehouden toegangswoord wordt uitgesproken – om van de ene in de andere wereld ‘te stappen’.

De veertienjarige Tom Wit slaagt hierin, in navolging van zijn oude leermeester Thomas Alva. Consequentie is echter geheugenverlies. Bij aankomst in ‘wereld X’ – als het bevreemdende verhaal begint – weet Tom daarom niet wie en waar hij is. Geholpen door zijn in onze wereld opgeschreven dagboeknotities, waarvan hij het spiegelschrift ontcijfert, gaat de ontheemde Tom samen met Alva op zoek naar zijn verleden. Over die avontuurlijke zoektocht schrijft Tom in heldere dagboektaal in De torens van februari. Gaandeweg herontdekt hij wie hij was en is, want ‘in de door ons opgeschreven woorden zit een heleboel van onze geest’.

Behalve over het zoeken naar individuele identiteit gaat het verhaal vooral over wie en wat de mens is – zijn wezen, mogelijkheden, beperkingen – en over hoe woorden, zinnen en verhalen helpen die vraag te beantwoorden. Dát gegeven maakt De torens van februari tot hét (voor)leesboek van deze Kinderboekenweek. Want een mooier geheim dan ‘het geheim van het woord’ (inclusief Dragts ‘toegangswoord’ tot ‘wereld X’) is ondenkbaar in een boekenweek. ‘Woorden hebben betekenis en klank. (…) Ook woorden die je zelf verzint. Er zijn een heleboel woorden met een grote macht. In sprookjes heten ze toverspreuken. In werkelijkheid zijn het magische woorden, woorden waarmee je een berg zou kunnen verplaatsen.’

Lydia Rood schreef dit jaar het Kinderboekenweekgeschenk Kaloeha Dzong_, over de echte versus de virtuele wereld; Tonke Dragt schreef en Annemarie van Haeringen illustreerde het prentenboekje_ Wat niemand weet