De tweede man van China

Het geheime wapen van Xi

Sinds deze maand is vice-president Wang Qishan na president Xi de machtigste man van China. De in het binnenland gevreesde corruptiebestrijder gaat nu de relaties met het buitenland beheren.

Medium gettyimages 182540515
Peking, 30 september 2013. President Xi Jinping (rechts) en Wang Qishan, hoofd van de Centrale Commissie voor Discipline Inspectie tijdens een diner ter gelegenheid van de Nationale Dag van de Volksrepubliek China op 1 oktober © Feng Li / Getty Images

In een land waar politici er een kunst van hebben gemaakt om in rituele partijslogans te praten, en om met heel veel woorden amper iets te zeggen, is Wang Qishan een prettige uitzondering. De 69-jarige partijveteraan, door velen gezien als het geheime wapen van de Chinese president Xi Jinping, staat bekend om zijn scherpe tong, zijn spottende humor en – zelfs naar westerse normen – zijn botte directheid. Bij Wang hoef je niet tussen de regels door naar betekenis te zoeken, zoals bij de meeste van zijn partijgenoten. Hij zegt waar het op staat, recht in je gezicht.

Neem de sars-epidemie van 2003, toen Wang in allerijl werd opgetrommeld om de burgemeester van Peking te vervangen. Terwijl zijn voorganger er alles aan deed om de ernst van de epidemie te verdoezelen, gaf Wang voor het oog van de internationale pers de feiten toe. ‘sars is een epidemie die ons frontaal heeft geraakt’, zei hij. ‘We hebben niet genoeg ziekenhuisbedden, waardoor niet alle patiënten op tijd verzorgd kunnen worden.’ Hij beloofde snelle maatregelen, liet een militair noodhospitaal met duizend bedden optrekken en bracht de epidemie succesvol onder controle.

Zijn no-nonsense-stijl is maar een van de vele troeven van Wang Qishan, die afgelopen zaterdag als vice-president van China werd aangesteld. Hij wordt ook intelligent en belezen genoemd, doortastend en competent, en weet alles van economie en buitenlandpolitiek. Geen slechte eigenschappen voor een politicus die na partijvoorzitter en president Xi als de machtigste man van China wordt gezien, en die waarschijnlijk een grote rol krijgt in het beheren van China’s internationale relaties.

Maar ideologisch komt Wang Qishan net iets minder prettig over, althans vanuit een westers, liberaal standpunt bezien. De rechterhand van Xi is even autoritair en ondemocratisch als zijn grote baas. De afgelopen vijf jaar leidde hij een bikkelharde anti-corruptiecampagne binnen de Communistische Partij, waarbij hij niet alleen de rotte appels uitschakelde, maar ook Xi’s politieke tegenstanders. Als een Frank Underwood in House of Cards, volgens Chinese media zijn favoriete tv-serie, legde hij een onverbiddelijke partijdiscipline op.

In tegenstelling tot Underwood gaat het Wang volgens analisten niet om persoonlijke macht, maar om een stabiele basis voor een sterk China. Na de spectaculaire economische groei van de afgelopen decennia verzeilde de Communistische Partij langzaam op de achtergrond: de partij zette nog de bakens uit in China, maar concrete beslissingen werden steeds meer door de regering en staatsinstellingen genomen. De partij leek minder relevant te worden, veel jongeren maalden niet meer om een lidmaatschap.

Met Xi – en met Wang – is die ontwikkeling teruggedraaid: om China een nieuwe stap in zijn ontwikkeling te laten maken, is in hun ogen een sterke Communistische Partij nodig, en dus een centralisering van de macht, een beperking van de speelruimte voor partijleden, en een versterking van de controlestaat. Wat iedereen al jaren denkt – dat de Chinese staatsinstellingen weer langzaam ondergeschikt raken aan de partij – bevestigde Wang zelfs luidop, op het Volkscongres van vorig jaar: ‘Er is niet zoiets als een scheiding tussen partij en staat.’

voorlopig hoogtepunt van die machtsconcentratie is de recente grondwetswijziging, waardoor Xi Jinping zich niet langer aan de beperking van het presidentschap tot twee termijnen hoeft te houden. Dat laat hem in principe toe levenslang aan de macht te blijven, en maakt van Xi de machtigste Chinese leider sinds Mao Zedong. Maar ook voor Wang Qishans verkiezing tot vice-president werden de partijregels opgerekt. Het toont hoe Xi de partij volledig in zijn greep heeft: zijn wil is wet, zelfs letterlijk.

Tot eind vorig jaar was Wang Qishan lid van het permanent comité van het politburo, de directiekamer van de Communistische Partij, en hoofd van de Centrale Commissie voor Discipline Inspectie. In die laatste hoedanigheid leidde hij een indrukwekkende anti-corruptiecampagne tegen ‘tijgers’ en ‘vliegen’, zoals hoge en lage partijkaders worden genoemd. Hij liet ruim 150 ‘tijgers’ arresteren, en zo’n 1,5 miljoen ‘vliegen’ bestraffen. Het leverde hem de reputatie op van meest gevreesde man van China.

Maar bij het partijcongres van afgelopen oktober moest Wang aftreden: met 69 jaar had hij de pensioenleeftijd voor hoge partijfuncties bereikt. In de coulissen van de Chinese politiek werd volop gespeculeerd dat Wang de partijregels aan zijn laars zou lappen, maar hij ging netjes met pensioen. Alleen werd hij drie maanden later, tegen alle conventies in, afgevaardigd in het Nationale Volkscongres, het ceremoniële parlement. Daar werd de pensionado afgelopen zaterdag verkozen tot vice-president, hoogst ongebruikelijk voor een gewoon parlementslid. Maar conventies gelden niet langer, voor Xi en zijn kompanen.

Je zou kunnen zeggen: wat maakt het uit? Het Chinese presidentschap is vooral een symbolische functie, het vice-presidentschap – een assistent voor de president – stelt al helemaal weinig voor. Maar met een persoon als Wang op de post, die een geduchte reputatie heeft en het volle vertrouwen van Xi geniet, belooft het vice-presidentschap een machtige functie worden. Overigens is ook de grondwettelijke tijdsbeperking voor de vice-president opgeheven, waardoor ook Wang levenslang kan aanblijven. Volgens het tijdschrift Nikkei Asian Review wordt in Chinese politieke midden al gesproken over het duopolie Xi en Wang.

‘Je was mijn leraar. Maar kijk naar jullie systeem, Hank. We zijn niet zeker of we nog van jullie moeten blijven leren’

Xi Jinpings vertrouwen in de vijf jaar oudere Wang gaat ver terug, tot in zijn tienerjaren. Beide politici zijn ‘rode prinsen’, (schoon)zonen van communistische leiders van het eerste uur, opgegroeid in een geprivilegieerd milieu. En beiden werden tijdens de Culturele Revolutie naar het platteland gestuurd, om handenarbeid te verrichten en heropgevoed te worden. Xi en Wang, die allebei in de provincie Shaanxi ondergebracht waren, op zo’n vijftig kilometer van elkaar, zochten elkaar op, sliepen zelfs in hetzelfde bed en leenden elkaar boeken uit. Te midden van ontberingen werd een vriendschap voor het leven gesmeed.

Na de Culturele Revolutie studeerde Wang eerst geschiedenis, maar na de opening en hervorming van het Chinese socialistische systeem verlegde hij zijn aandacht naar de economie. De ambitieuze jongeling, in die tijd sterk hervormingsgezind, maakte carrière in enkele staatsbanken, klom op in de rangen van de Communistische Partij en maakte uiteindelijk de sprong van het provinciale naar het nationale niveau. In 2008 werd hij vice-premier, in 2012 trad hij toe tot de absolute top, het permanent comité van het politburo.

De rijzige politicus, met zijn strenge voorkomen, maakte vooral indruk met zijn vermogen om crises te bezweren. Hij werkte mee aan de moeizame privatisering van staatsbedrijven in de jaren negentig, bezwoer de sars-epidemie in 2003 en gaf vorm aan het Chinese antwoord op de kredietcrisis in 2008, een rol die hem in nauw contact bracht met westerse zakenlui en politici. Het leverde hem de bijnaam ‘brandweercommandant’ op, de man die overal grote branden blust. Ook voor Xi Jinping is Wang Qishan de man die telkens weer de kastanjes uit het vuur haalt.

In 2012 hoopte Wang op een mooie economische post, maar Xi droeg hem onverwacht op om de partijcorruptie te lijf te gaan. Het wijdverspreide gesjoemel binnen de partij wekte steeds meer ergernis op bij de bevolking en dreigde de basis van het eenpartijsysteem onderuit te halen. Xi deed er niet geheimzinnig over dat ook enkele netwerken van politieke dwarsliggers daarbij mochten worden opgerold. Wie zijn beleid niet steunt, maakt zich in zijn ogen schuldig aan ‘politieke corruptie’.

Wang lanceerde zijn anti-corruptiecampagne in 2013 met veel bombarie. Hij verbood partijfunctionarissen om nog langer dure geschenken aan te nemen en verplichtte hen afstand te doen van hun vip-kaarten, waarmee ze in restaurants en clubs extraatjes en kortingen kregen. De markt voor maankoeken, harige krabben en Moutai-likeur – delicatessen waarmee functionarissen vaak worden omgekocht – stortte in en chique restaurants bleven maandenlang leeg.

Ingrijpender waren de vele inspecties die Wang achter de schermen liet uitvoeren en de kliklijnen die hij instelde. Duizenden partijfunctionarissen werden opgepakt en vervolgd binnen een systeem van interne partijberechting. Dat systeem, waarbij verdachten zonder enige wettelijke bescherming voor onbepaalde tijd kunnen worden vastgehouden en ondervraagd, het zogenaamde shuanggui, krijgt veel kritiek van mensenrechtenadvocaten.

Sommigen hoopten dat Wang, nooit te beroerd om problemen aan te kaarten, een einde zou maken aan het shuanggui-systeem. Maar het omgekeerde gebeurde: de grondwetswijziging die Xi een levenslang presidentschap toestaat, opende ook de weg voor een nog machtigere anti-corruptiecommissie, die niet alleen partijleden kan controleren en vervolgen, maar ook directies van overheidsinstellingen, zoals scholen en ziekenhuizen. Ook het leiderschap van de partij staat nu letterlijk in de grondwet.

Wat dat betekent, wordt geïllustreerd als we een Chinese politieke wetenschapper om zijn analyse van de grondwetswijzigingen vragen. Hij wil zijn mening wel geven, maar alleen anoniem. ‘Als Chinees ben je nu verplicht om het leiderschap van de partij te accepteren’, zegt hij. ‘Als je dat leiderschap niet aanvaardt of iets zegt wat er niet mee in lijn is, schend je de grondwet. Er is steeds meer ideologische controle. Daarom ook dat ik geen interviews meer geef onder mijn eigen naam.’

Van dat systeem – gekenmerkt door machtsconcentratie en toenemende controle – is Wang Qishan mede-architect. Niet omdat hij zelf uit is op macht, zo menen analisten, maar uit oprechte overtuiging dat dit systeem voor China het beste werkt. Het is een overtuiging dat China, na een eeuw van vernederingen, klaar is om weer een welvarend, modern en machtig land te worden. En dat het dat op zijn eigen termen zal doen, zonder opgelegde westerse normen.

Verschillende westerse diplomaten hopen dat Wang als vice-president de opdracht krijgt de verslechterende handelsrelaties met de Verenigde Staten recht te trekken, zo melden Angelsaksische media. Zij zien de ervaren ‘brandweercommandant’ als de ideale man voor de job. Maar met Wang krijgen de Amerikanen ook een ideologische rivaal voor zich, die zijn overtuigingen niet onder stoelen of banken zal steken.

Daar kan Hank Paulson, de Amerikaanse minister van Financiën van 2006 tot 2009, die tijdens van de kredietcrisis uitgebreid met Wang onderhandelde, over meepraten. In zijn boek Dealing with China beschrijft hij een bijzonder veelzeggend gesprek. ‘Je was mijn leraar’, zei Wang midden in een vergadering, met zijn typische vrijpostigheid, aldus Paulsons boek. ‘Maar kijk naar jullie systeem, Hank. We zijn niet zeker of we nog van jullie moeten blijven leren.’