Cryptovaluta in IJsland

Het geheimzinnige, onzichtbare geld

Schiereiland Reykjanes in Zuidwest-IJsland © Paulien van de Loo / ANP

In de buurt van Reykjavik staan loodsen vol computers die ‘mijnen’ naar cryptovaluta. Ze gebruiken meer stroom dan alle IJslandse huishoudens bij elkaar. Waar komt al die energie vandaan? En kan het mijnproces bijdragen aan een duurzamere wereld?

Er woedt een sneeuwstorm op Reykjanes, het schiereiland bij Reykjavik, IJsland. De opgestapelde sneeuw onder mijn voeten vloeit over in door de lucht dwarrelende sneeuwvlokken tot een desoriënterende witte zee die de grens tussen hemel en aarde vervaagt.

Twee jongemannen halen mij op in de buurt van het vliegveld van Reykjavik en doen de achterdeur van een klein huurautootje voor me open. Ik stap in en met piepende banden scheuren we weg. Philip Salter, een slanke jongeman met een dunne snor en bescheiden baardje, zit aan het stuur en spreekt vloeiend Brits Engels met een licht Duits accent. Naast hem zit zijn Kroatische medewerker die zich voorstelt als Peter.

Onderweg zien we een aantal auto’s langs de kant van de weg staan: uitgegleden op het ijs onder het sneeuwpakket en vast komen te zitten in zich snel opstapelende hopen sneeuw. Het deert de kalme Salter weinig. Met een vreemde mengeling van beheersing en roekeloosheid scheurt hij over wegen die zich niet meer onderscheiden van de berm. De auto slipt meerdere keren op de spekgladde ondergrond.

Bij het terrein van Genesis Mining, een van de grootste cryptovalutamijnen ter wereld, kan ik weer ademhalen. Salter legt uit dat kennis over het precieze ontwerp van de gebouwen concurrenten een competitief voordeel zou kunnen opleveren. Vandaar de strikte beveiligingsprocedure die we doorlopen. Ik krijg slechts toegang tot enkele gebouwen; alleen die waarvan het design in het cryptowereldje lang en breed bekend is. De nieuwste mijnen kan ik niet bezoeken, want dat ligt ‘commercieel te gevoelig’.

Van buitenaf zien de genummerde gebouwen er allemaal hetzelfde uit, als grote kippenstallen. Salter vertelt dat dit geen toeval is. De mijnen zijn daadwerkelijk gemodelleerd naar het ontwerp van een kippenstal: ‘We hebben zelfs dezelfde soort ventilatie.’ Op het terrein is echter geen kip te bekennen. Er is alleen de sneeuw. De setting doet denken aan een geheime opslagplek in een Scandinavische thriller. >

Gekleed in een sportieve Mammut-jas en met stevige wandelschoenen beent Salter met grote vaart door de sneeuw in de richting van een soort bouwkeet. Hier drinken we koffie.

Het wordt al snel duidelijk dat de enige manier om het vertrouwen te winnen van Philip Salter, hoofd mijnoperaties van Genesis Mining, bestaat uit het tonen van kennis over blockchaintechnologie en cryptovaluta. Het lastige is dat deze zó ingewikkeld is dat designer en stedenbouwkundige Adam Greenfield de technologie omschreef als ‘zo radicaal dat intelligente mensen haar maar lastig kunnen bevatten’. Met andere woorden: je voelt je al snel véél en véél te dom om mee te praten en critici van crypto wordt dan ook regelmatig verweten dat ze de technologie gewoon niet snappen.

Toch zijn de hoofdlijnen best te begrijpen. Het gaat allemaal om het probleem van ‘double spending’, had advocaat Gijs van de Wouw, blockchain- en cryptovalutaspecialist bij advocatenkantoor HvG Law, mij eerder in Nederland uitgelegd op zijn kantoor, een grote toren bij de Amsterdamse rai.

Als ik tien euro betaal aan iemand, dan gaat dat van mijn rekening af. Die tien euro kan ik niet meer aan iemand anders geven, want op mijn bankrekening staat tien euro minder. De bank houdt een database bij met alle transacties van al haar klanten en zorgt ervoor dat ik mijn tien euro maar één keer kan uitgeven. De bank houdt al die transacties bij in haar grootboek, in feite niet meer dan een Excel-bestand.

Blockchain zet de banken, maar ook andere tussenpersonen zoals notarissen of de overheid, buitenspel. Neem bitcoin, de bekendste cryptomunt: in de bitcoin-blockchain controleren, in plaats van een bank, alle gebruikers van de blockchain tezamen dat ik mijn tien bitcoin maar één keer uitgeef. Telkens als ik een transactie wil doen op de bitcoin-blockchain wordt die transactieorder naar alle gebruikers, zogenaamde ‘nodes’, van de blockchain gestuurd. Deze nodes controleren vervolgens (door alle transacties die ooit op de blockchain zijn verricht na te lopen) of ik inderdaad het benodigde aantal bitcoins heb, en of mijn digitale handtekening bij die transactie de juiste is. Als alles klopt, komt de transactieorder terecht in een pool van nog niet verwerkte orders. Bepaalde nodes, die ‘miners’ heten, voegen een aantal gevalideerde maar onverwerkte transactieorders vervolgens samen in een ‘block’ van maximaal 2500 orders.

Elke tien minuten controleren de miners één block. Ze verifiëren daarmee dat ik inderdaad tien bitcoin betaal aan iemand en dat ik die niet al eerder aan iemand anders heb gegeven. Dat gebeurt – en dit is voor het gemak ietwat gesimplificeerd voorgesteld – door het oplossen van ingewikkelde puzzels die veel rekenkracht vergen. De cryptografische formule die hierbij wordt gebruikt heet de ‘hash’. Alle miners concurreren met elkaar om als eerste het block te ‘mijnen’, oftewel om te bevestigen dat het block klopt en dat ik mijn bitcoins niet twee keer uitgeef.

Degene met de meeste rekenkracht heeft de grootste kans om als eerste de puzzel op te lossen en het block te bevestigen. Dit heet ‘proof of work’. Het betekent dat degene die het block ‘mijnt’ bewezen heeft heel veel rekenkracht, heel veel ‘work’, te spenderen aan het controleren van het block. Als beloning krijgt die miner daarvoor zelf een aantal nieuwe bitcoins (of andere cryptovaluta) en een transactievergoeding. Door het controleren van transacties kunnen miners dus nieuwe bitcoins verdienen.

Tijdens ons gesprek in de bouwkeet ontdooit de sneeuw op onze schoenen en vertelt Salter steeds enthousiaster over zijn werk. Op zijn zeventiende mijnde hij, zonder dat zijn ouders het wisten, zijn eerste bitcoin op zijn kamer. Hij hield van computers, ontwierp zijn eigen games en had al vroeg interesse voor gedecentraliseerde systemen. Via onderzoek dat hij deed naar de gedecentraliseerde torrent-technologie kwam hij terecht bij bitcoin.

Inmiddels is het al lang niet meer mogelijk om met huis-, tuin- en keukenapparatuur cryptovaluta te mijnen. Daarvoor is immens veel rekenkracht nodig, en dus veel te krachtige computers voor een tienerkamer. Heel soms gebeurt het dat een kleine speler ‘wint’. Laatst lukte het een kleine miner die met zijn rekenkracht een kans heeft van één op de duizenden jaren om een block te mijnen toch te winnen. Salter vindt het geweldig als zoiets gebeurt.

In de eerste ‘kippenstal’ die we bezoeken veroorzaken zoemende computers en draaiende ventilatoren een continue, luide grondtoon in de ruimte. Het is het inmiddels alom bekende beeld van een lange gang, gevuld met computers met verschillende kleuren flikkerende lampjes. Hier vinden de berekeningen plaats die leiden tot het scheppen van virtuele valuta, tot onzichtbaar geld. In plaats van de koppeling van dit geld aan een materiële standaard, zoals vroeger bijvoorbeeld die van goud, zijn deze valuta geworteld in een cryptografische formule. Die formule zelf schept dus de nieuwe valutamarkt. Uit het niets ontstaat iets. Daar worden de techkids opgewonden van, en ik moet toegeven dat er schoonheid schuilt in de creatie van een onzichtbare munt op basis van een cryptografische formule. Tegelijkertijd voelt het als een soort alchemie: alsof je goud schept uit een waardeloos metaal.

Het midden van de gang heet ‘de warme gang’. De warmte die de computers afgeven tijdens hun berekeningen sluit hier als een deken om mij heen. ‘Deze computers zijn volledig gespecialiseerd in het mijnen van ethereum. Ze kunnen niets anders dan ethereum mijnen’, legt Salter uit. Naast bitcoin is ethereum een van de meest gemijnde valuta. Voor het mijnen van elk type valuta bestaat aparte technologie.

Aan het plafond draaien grote ventilatoren die de warme lucht moeten afvoeren. ‘Ze draaien nu met een kracht van honderdvijftig draaiende wasmachines’, zegt Salter. Als we bij het bedieningspaneel staan, zet hij de ventilatoren even op de hoogste stand om hun maximale kracht te tonen. Het lawaai neemt toe, wordt oorverdovend en we kunnen elkaar niet meer verstaan.

Een paar medewerkers voeren reparaties uit, maar verder is de grote ruimte leeg. Des te meer valt een ouderwetse kinderwagen op die in de ‘warme gang’ staat. Salter heeft hem zelf omgeknutseld tot een wagentje voor vervoer van computers. Heel handig, licht hij toe: ‘Als een van de computers stuk is en je wilt hem even meenemen naar achteren, dan rijd je hem gewoon even in deze wagen heen en weer.’ Ik vraag hem of hij zo zijn baby’s vervoert en hij glimlacht. De vergelijking bevalt hem.

Aan de achterkant van de rijen computers zijn twee ‘koude gangen’. Een grote overgang van de warme deken naar frisse lucht. Logisch: in plaats van deuren zijn hier rijen van lichte kussentjes opgehangen die ervoor zorgen dat wind geen schade aanricht aan de computers, maar dat tegelijkertijd de buitenlucht direct binnen kan komen. In feite staan hier de deuren wijd open en doet de buitenlucht dienst als gratis ijskast. Omdat het in IJsland een groot deel van het jaar koud is, heeft het bedrijf hiermee gratis koeling. Dat is een belangrijk onderdeel van het businessmodel, omdat koeling van de computers een flink deel van de kosten uitmaakt voor miners van cryptovaluta.

Koeling van de computers maakt een flink deel van de kosten uit voor miners van cryptovaluta: door de kou in IJsland is die koeling gratis

Een andere belangrijke kostenpost is uiteraard de energie waarop de computers draaien die de berekeningen uitvoeren om een ‘block’ mee te mijnen. Genesis Mining maakt gebruik van geothermische warmte die in IJsland rechtstreeks uit de grond komt. ‘Als je hier een stok in de grond steekt, komt hij er warm uit. Er is in dit gebied zoveel restwarmte van de geothermale centrales dat de huishoudens hiermee gratis warm water ontvangen. Goedkope energie, maar ook duurzame energie’, concludeert Salter.

Die energie heb je hard nodig als cryptovalutaminer. Het bevestigen van elk block kost immers veel energie en die hoeveelheid stijgt naar verloop van tijd alleen maar verder, naarmate de puzzels moeilijker worden. De mijnkracht neemt tegelijkertijd toe, enerzijds door meer geavanceerde apparatuur en anderzijds door een toename van het aantal mijnende nodes in het netwerk.

Er is een beperkt aantal munten in omloop. Het systeem heeft op wiskundige wijze digitale schaarste ingebouwd. Zoals vroeger ons monetaire systeem was gekoppeld aan de eindige hoeveelheid goud in de wereld, de zogenaamde ‘goudstandaard’, zo is bij bijvoorbeeld bitcoin het maximale aantal eenheden op 21 miljoen vastgezet. Om die reden wordt het steeds moeilijker om een bitcoin te mijnen. Ze worden immers vanzelf schaars. Om de zoveel tijd wordt het aantal bitcoins dat de miners krijgen bij het bevestigen van een block gehalveerd. Uiteindelijk zullen de miners geen valuta, maar alleen nog een transactievergoeding ontvangen in ruil voor het mijnen van een block. Dit zorgt ervoor dat degenen die in het begin zijn ingestapt en een grote hoeveelheid valuta hebben altijd een streepje voor zullen hebben op de rest.

Al die rekenkracht vergt een toenemende hoeveelheid energie. Het ‘iets’ van cryptovaluta ontstaat dus eigenlijk niet helemaal uit ‘niets’. De virtuele munten zijn materieel verbonden aan de aarde via de energie die nodig is voor rekenkracht en koeling. In IJsland gebruiken de cryptovalutaminers inmiddels meer energie dan alle IJslandse huishoudens bij elkaar. Het mijnen van crypto kost wereldwijd al meer energie dan het mijnen van goud. Dat is dan ook een van de redenen waarom milieuactivisten cryptovaluta ter discussie stellen. Zij spreken van een duivels pact dat ervoor zorgt dat de mijnen steeds grotere hoeveelheden energie onttrekken aan de aarde, terwijl we hier niets zichtbaars voor terug krijgen.

In een opiniestuk in The Guardian vergelijkt journalist Ethan Lou bitcoin met olie. (‘Bitcoin as big oil: The next big environmental fight?’, 17 januari 2019) Net als olie is bitcoin een grote milieuvervuiler, stelt Lou. ‘In China komt zestig procent van de energie voor bitcoin van steenkool. Maar ook als voor het mijnen schone energie wordt gebruikt, dan nóg zijn er de opportuniteitskosten van het niet gebruiken van die schone energie voor groenere doelen, zoals het opladen van elektrische auto’s.’

Niet alleen milieuactivisten plaatsen vraagtekens bij de houdbaarheid van cryptomijnen. In een paper uit juni 2019 van de TU Delft (‘Stop Boiling the Oceans: A Review on Energy Efficient Proof of Work’) stelt een groep wiskundige onderzoekers dat het onderliggende algoritme van bitcoin, het eerder besproken ‘proof of work’, van nature inefficiënt is en dus niet houdbaar.

Bitcoinfabriek Genesis Mining op Reykjanes, 2018 © Halldor Kolbeins / AFP / ANP

Philip Salter pareert die kritiek door erop te wijzen dat IJsland niet veel inwoners heeft, ongeveer 360.000 mensen. Je gebruikt dus al snel net zo veel energie als het aantal huishoudens hier. Bovendien relativeert hij de impact van crypto door te wijzen op de aluminiumsmelterijen die hier in IJsland vijftienhonderd megawatt verbruiken, terwijl het bij crypto ‘maar’ om zestig megawatt gaat. ‘De cijfers kloppen, maar je moet ze wel in perspectief zien.’

Ook over de energie slurpende aspecten van de industrie wordt een hoop onzin verkondigd, vindt Salter. ‘Wereldwijd wordt zeventig procent van de cryptovaluta gemijnd door waterkracht. Ja, er wordt wel degelijk ook steenkool gebruikt, maar dat is wel een minderheid en dat gebeurt vooral in China. Uiteindelijk zal dat vanzelf verdwijnen, want het is gewoon duurder. Goedkope energie is inmiddels hetzelfde als duurzame energie.’

Er zijn zelfs stemmen die beweren dat bitcoin en andere cryptovaluta de groene revolutie juist aanzwengelen. Omdat zo’n groot deel van de kosten van cryptomijnbedrijven bestaat uit elektriciteit zullen ze vanzelf op zoek gaan naar de plek waar dit het goedkoopst en dus het duurzaamst is, zo gaat de redenering. Om diezelfde reden zal het voor energiebedrijven lonen om dus juist in die duurzame energie te investeren. ‘Als je een energierevolutie wil zien met de exponentiële groei van de wet van Moore, dan zou je juist vóór en niet tegen bitcoin moeten zijn’, schrijft Peter van Valkenburgh, directeur research van Coincenter, een non-profitorganisatie die de kennis over en het begrip voor nieuwe technologie als blockchain en crypto wil vergroten.

Daarnaast bestaan er theorieën over de manier waarop cryptovaluta waarde van niet-gebruikte energie kunnen vastleggen. Neem een waterkrachtcentrale of een geothermische centrale. Vaak is het lastig om de overtollige energie daarvan te vervoeren en blijft er energie ‘over’. Doordat cryptominers overal ter wereld kunnen neerstrijken (hun product is immers virtueel), zullen ze op zoek gaan naar die plekken waar overtollige en duurzame energie in overvloed is. Daarmee zouden de miners elektriciteit omzetten in ‘digitaal goud’ en de waarde van hernieuwbare energie die anders verloren zou gaan vastleggen in valuta. Cryptovaluta zijn in deze visie een soort ‘energievaluta’.

Bijna honderd jaar geleden stelde Henry Ford in The New York Times al voor om een waterkracht-centrale te bouwen aan de Tennessee-rivier en goud te vervangen door een valuta die gebaseerd is op ‘de onvergankelijke natuurlijke rijkdom van de wereld’. Dit zou volgens Ford een duurzamer basis vormen voor de economie, maar ook ‘een einde maken aan alle oorlogen’. Deze valuta zou ongebruikte, hernieuwbare energie vastleggen, zoals planten zonlicht in zuurstof omzetten door fotosynthese. Ford zou met zijn voorstel de bitcoin hebben voorspeld, wordt wel beweerd.

Nic Carter, blogger over crypto, omschreef het in een post op Twitter als een ‘3D-topografische kaart van de wereld waarin goedkope “energiehotspots” lager liggen en dure energie hoger. Zie het mijnen van bitcoin voor je als het uitgieten van een glas water over dit oppervlak, waarbij het water gaat zitten in alle kleine hoeken en gaten en op die manier het oppervlak egaliseert.’

Kieran Smith, journalist bij onder andere The Guardian en New Statesman, is echter van mening dat deze visie op wat ook wel de ‘Green New Deal van bitcoin’ wordt genoemd, ingewikkelder is dan het lijkt. Op de website Decrypt, een onafhankelijk medium dat de missie heeft om ‘het gedecentraliseerde web te demystificeren’, schrijft hij dat de belangen van de leveranciers van groene energie en die van cryptominers in de regel niet samenvallen. Energiebedrijven willen investeringen doen voor de lange termijn, terwijl miners juist snel zullen verdwijnen als ergens anders goedkopere energie beschikbaar is. Als miners mee zouden moeten betalen aan de infrastructuur rond schone energie, dan zou de prijs al snel te hoog worden en stappen ze toch weer over op fossiele energie. Geen perfecte match dus.

Bovendien geldt het verhaal over de opslag van niet-gebruikte waarde net zo goed voor fossiele energie. Er zijn nu al voorbeelden van plaatsen waar bitcoinminers restenergie van olie- en gasbedrijven gebruiken. Bitcoinminers kunnen immers net zo efficiënt de restwaarde vastleggen van duurzame als van niet-duurzame energie. Zodra niet-duurzame energie ergens iets goedkoper is, dan zullen de miners daar op af komen. Ze gaan puur voor de prijs. En voor de fossiele-energiebedrijven is het moeilijk om weerstand te bieden aan het verdienen aan overgebleven energie waar ze anders niets voor terug zouden krijgen.

Hoogleraar geografie Nick Lally beargumen-teert dan ook in Computational Parasites and Hydropower dat de bitcoin-mijnindustrie vaak ‘functioneert in een parasitaire relatie met bestaande infrastructuur, terwijl ze niet bijdraagt aan de bouw of het onderhoud van die infrastructuur’.

De tweede mijn die ik mag bezoeken is volledig gewijd aan bitcoin. Buiten maak ik een foto van het gebouw, maar dat is niet de bedoeling. Het ontwerp van het gebouw is bedrijfsgeheim. ‘Meer geavanceerd’, legt Salter uit. Omdat de ventilatoren hier aan de zijkanten in de muren zijn ingebouwd, kan de koeling nog efficiënter plaatsvinden. Dat scheelt weer in de kosten. De computers lijken hier een stukje kleiner dan in het eerste gebouw.

Salter wijst de elektriciteitskabels aan die de op elkaar gestapelde computers van stroom voorzien. Elke computer verbruikt 1200 watt per uur. Twee van de smalle computers samen gebruiken net zo veel energie als drie huishoudens. Ik denk aan mijn huis: de lichten, de televisie, het opladen van onze telefoons, het draaien van wassen, de afwasmachine: zó veel energie in zó’n klein kastje.

Als miners mee moesten betalen aan de infrastructuur rond schone energie, zou de prijs al snel te hoog worden en stappen ze weer over op fossiele energie

De meeste mensen denken dat het huidige ‘proof of work’-algoritme uiteindelijk niet duurzaam kan zijn, omdat het steeds meer energie vraagt. Het duurt bovendien veel te lang. Een bitcoinblock met maximaal 2500 transacties duurt bijvoorbeeld tien minuten om te bevestigen, terwijl ABN Amro nog steeds 25.000 transacties per seconde uitvoert met een gewone database. Het is niet voor niets dat we nog steeds geen kopje koffie kopen met bitcoin. Tegen de tijd dat je kopje koffie is opgenomen in de blockchain is het koud.

Die tien minuten gaan nooit veranderen, want ze zijn vastgelegd in het protocol van bitcoin zelf. Als de nodes in het netwerk meer rekenkracht krijgen en sneller de puzzels oplossen, dan maakt het systeem de puzzels vanzelf moeilijker om die tien minuten aan te houden. Het moet moeilijk blijven om de block te bevestigen; alleen op die manier blijft de bitcoinblockchain ‘niet hackbaar’.

Philip Salters ‘computerwagentje’ in de bitcoinfabriek op Reykjanes © Sanne Bloemink

Twee jaar geleden was overal te lezen hoe blockchain de wereld volledig op z’n kop zou zetten, maar daar is nog niet veel van terechtgekomen. Wat niet wil zeggen dat dit niet alsnog kan gaan gebeuren. Vooralsnog zijn er, buiten de handel in cryptovaluta, her en der kleinschalige, interessante initiatieven voor het gebruik van de blockchaintechnologie ontstaan. Zo vertelt Van de Wouw over wijnblockchains waarbij door de QR-code achter op de wijnfles te scannen op de blockchain kan worden gecontroleerd van welke druiven de wijn is gemaakt, wanneer de druiven zijn geplukt, hoelang de wijn heeft gelegen, et cetera.

‘Omdat alles op de blockchain wordt opgenomen en gevalideerd’, zegt hij, ‘is het niet langer mogelijk om te frauderen met wijn. Iets wat veelvuldig voorkomt. Als een dergelijke “private blockchain” wordt gebruikt, die een beperkt en afgebakend aantal gebruikers heeft, kunnen de transacties een stuk sneller en goedkoper worden verricht. Maar een private blockchain is over het algemeen ook fraudegevoeliger.’ Bij zulke vormen van besloten blockchains kun je wellicht ook niet echt meer spreken van een gedecentraliseerd systeem. Dan gaat het eerder over het stroomlijnen en optimaliseren van werkprocessen.

Dan zijn er nog de meer idealistische initiatieven rond crypto. Met kunstenaar Koert van Mensvoort praat ik aan de telefoon over zijn project met de eco-coin. Op dit moment nog een ‘gewone’ munt, maar uiteindelijk ook bedoeld om via de blockchain te lopen. De munt heeft tot doel om duurzaam gedrag te stimuleren. Elke keer als iemand een duurzame actie verricht, zoals met de fiets naar het werk komen, een eigen koffiebeker meenemen, of geen vlees eten, kan hij eco-munten verdienen. ‘Op die manier verbinden we ecologie met economie’, aldus Van Mensvoort. In ons huidige economische stelsel is de natuur niets waard. Een boom is meer waard als hij gekapt is dan als hij blijft staan. Als je een arme boer in Brazilië zou kunnen gaan betalen voor het niet-kappen van die boom, dan krijgt de levende boom een economische waarde en dat vormt een reden voor de boer om de boom te beschermen.

Van Mensvoort voerde een aantal pilots uit met de eco-munt tijdens een festival, binnen het bedrijf l’Oréal, en binnenkort op de zogenaamde ‘knowledge mile’, het gebied rondom de Hogeschool van Amsterdam aan de Amsterdamse Wibautstraat. Zo breiden de gemeenschappen die de eco-munt gebruiken zich langzaam uit, dat is in elk geval het idee. Van Mensvoort denkt niet dat de waarde van ecologie beter op politiek niveau, door de overheid, ingepast kan worden: ‘Eerst dacht ik dat wel en zo stak ik dit project ook in. Ik wilde meteen met de Wereldbank gaan praten en dit top-down invoeren. Maar we pakken het nu veel meer “grassroots” aan en dat werkt veel beter. Vanuit de knowledge mile kun je bijvoorbeeld uitbreiden naar Amsterdam, en uiteindelijk naar Nederland. We zijn nu ook in gesprek met de gemeente Amsterdam en ze zijn enthousiast.’

Van Mensvoort is op de hoogte van de duurzaamheidsproblemen rond ‘proof of work’ en de eco-coin zal op zo’n systeem dan ook nooit gaan draaien. ‘Bij ons gaat het juist om duurzaamheid, dus zolang dat niet is opgelost kunnen wij nog niet overstappen op crypto. Dan verliezen we onze geloofwaardigheid.’

Inmiddels houden verschillende deskundigen zich bezig met alternatieven voor ‘proof of work’ en er wordt druk mee geëxperimenteerd in de cryptowereld. Is het mogelijk om een formule te ontwikkelen om een block te valideren zonder dat hiervoor zó veel rekenkracht en dus energie nodig is?

Wiskundigen van de TU Delft onder-zochten verschillende alternatieven in hun paper. Zo is er het veelbelovende ‘proof of stake’. Daarbij wordt een transactie niet gevalideerd door de miner die het meeste rekenwerk verricht (en dus de meeste energie verbruikt), maar door een willekeurig iemand die door het systeem wordt uitverkoren om te bevestigen of transacties kloppen of niet. Om te worden uitverkoren dient diegene wel een aantal van de betreffende cryptomunten als ‘onderpand’ te stellen (vandaar de term ‘proof of stake’). Hoe hoger het aantal door iemand als onderpand gestelde cryptomunten, hoe groter de kans dat hij wordt uitverkoren. De gedachte hierachter is dat als de uitverkorene frauduleuze transacties (onterecht) goedkeurt hij hier zichzelf mee heeft. Dit zal namelijk een impact hebben op het vertrouwen van gebruikers in die blockchain en dus op de waarde van de cryptovaluta, waaronder ook het door hem gestelde onderpand.

Er zijn nog tal van andere alternatieven, maar geen daarvan is vooralsnog zo rendabel dat grote bedrijven als Genesis Mining erop willen overstappen. Salter zegt dat hij al heel lang hoort dat deze veranderingen eraan komen, maar dat het telkens niet gebeurt. ‘Het gaat erom of je die alternatieven ook makkelijk kunt opschalen. Pas dan zal er iets veranderen.’ Bij sommige alternatieven zijn er bovendien nu nog problemen met privacy, andere dragen het risico in zich dat de markt verder centraliseert.

Over die marktcentralisatie maakt Salter zich wel druk. Het gevaar ligt op de loer dat hetzelfde gebeurt als bij de ‘big five’ (onder andere Google en Facebook) die feitelijk een monopoliepositie hebben veroverd. De nieuwe technologie wordt opgetuigd en alles begint met grote idealen van democratisering en decentralisering, maar het eindigt met een nieuw soort technisch feodalisme, waarin een technische elite alles bepaalt voor de rest van de wereld, het niet-technische plebs dat geen enkele zeggenschap meer heeft over de technologie en er tegelijkertijd volledig afhankelijk van is geworden. Dat is niet de bedoeling.

Salter is fel gekant tegen centralisatie, of die nu van overheden of van bedrijven komt. De macht die Google nu heeft vindt hij dan ook gevaarlijk en de anti-autoritaire cultuur in IJsland omarmt hij vol overtuiging. Tegelijkertijd geeft hij toe dat er op dit moment wel degelijk sprake is van centralisatie in zijn eigen cryptomarkt. Dat druist in beginsel in tegen zijn eigen overtuigingen. ‘Het is goed om het daar over te hebben. Alles wat centraliseert, wordt uiteindelijk slecht. Geen enkele overheid zal bijvoorbeeld uit zichzelf haar eigen macht verminderen.’

Hij begint met passie te praten over de onderliggende ideologie van cryptovaluta die uitgaat van het libertarische gedachtegoed van een gedecentraliseerd valutasysteem. Het was niet voor niets dat cryptovaluta een vlucht namen na de bankencrisis in 2008. Het vertrouwen in banken en in de overheid bereikte toen een dieptepunt en dat vormde een vruchtbare voedingsbodem voor een financieel alternatief dat de financiële markten zou kunnen democratiseren. Maar in de afgelopen jaren daalde het aantal miners juist.

‘Ja, we gaan in de richting van vijf of zes miners die ongeveer tachtig procent van het marktaandeel hebben’, zegt Salter. Vindt hij het niet lastig dat hij nu zelf onderdeel is van de centralisatie die hij fundamenteel afkeurt? ‘Sorry, dat is nu eenmaal hoe de markt werkt’, zegt hij. ‘Centralisatie gebeurt altijd, als het maar niet te ver doorschiet.’ Hij wijst erop dat decentralisatie niet hetzelfde is als distributie. ‘Als je zou distribueren, dan zou je meer mensen krijgen die gezamenlijk minder rekenkracht gebruiken. Maar zo werken cryptovaluta expliciet niet. Het ontwerp van het systeem zelf is aan de andere kant wel degelijk gedecentraliseerd.’

Alleen als je, alleen of met andere miners met wie je samenspant, 51 procent of meer van de rekenkracht zou bezitten, is de bitcoin te hacken. Een reden waarom (professionele) miners niet zullen samenwerken om te frauderen, is dat een hack funest zal zijn voor de waarde van de cryptovaluta. Een enorme waardedaling zou het mijnen oninteressant maken, en de apparatuur waarin miljoenen zijn geïnvesteerd overbodig. ‘Zoals de situatie nu is, vind ik het zo slecht nog niet’, besluit hij. Het weghalen van macht bij een centrale partij leidt niet automatisch tot gedistribueerde macht, tot gelijke macht voor het hele collectief. Maar een tendens richting centralisatie hoeft omgekeerd niet per se te leiden tot een totaal monopolie.

Vooralsnog is weliswaar geen monopolie ontstaan, maar de macht is wel degelijk in handen van een beperkt aantal grote spelers op de cryptomarkt. Dat betekent wellicht nog niet dat het systeem zelf nu direct kan worden ‘gehackt’, maar het betekent evenmin dat het systeem automatisch tot een betere wereld leidt. De belangrijkste vraag van dit moment is wat het immense energieverbruik van cryptovaluta de wereld nu precies voor waarde oplevert. Zolang het mijnen van cryptovaluta hoofdzakelijk leidt tot financiële handel in diezelfde valuta wordt een aantal mensen heel rijk, maar zullen de virtuele valuta niet bijdragen aan een betere of duurzamere wereld, ook niet als ze op schone energie draaien.

Direct na mijn bezoek aan de cryptomijnen heb ik een afspraak met twee wetenschappers bij het IJslandse weerstation om te praten over het in rap tempo verdwijnen van de gletsjers in IJsland en over de buitengewoon urgente klimaatcrisis. Hoe zou blockchaintechnologie kunnen bijdragen aan het stoppen of afremmen van de levensbedreigende opwarming? Als we een valuta creëren die draait op de energie van de ‘onvergankelijke natuurlijke rijkdom van de wereld’, zoals Henry Ford voorstelde, dan is dat duidelijk een uitspraak van iemand uit de vorige eeuw. De natuurlijke rijkdom bleek immers niet onvergankelijk.

De gletsjers zijn aan het smelten, de bossen staan in brand en dier- en plantensoorten sterven in razend tempo uit. Natuurlijk kunnen we (en moeten we) overstappen op energie uit water, zon en wind, maar ook dan blijft de vraag naar de werkelijke waarde van blockchaintechnologie openstaan. De volgende stap in het denken over crypto moet dan gaan over de vraag hoe het mijnen van virtuele munten kan bijdragen aan een duurzamere wereld. Dat gaat niet alleen om waar je de munt precies voor gebruikt, maar ook om het mijnproces zelf. Zou dit proces verbonden kunnen worden aan de natuurlijke wereld, op zo’n manier dat die natuurlijke wereld er zelf op vooruit gaat? Misschien een utopische gedachte, maar dat zou wel écht revolutionaire technologie opleveren.