Componist Kate Moore

Het geheugen van de natuur

Kate Moore is komend seizoen ‘zielsverwant’ van Muziekgebouw aan ’t IJ. ‘Ik heb vaak het gevoel dat ik een andere wereld binnenstap, alsof ik in muzikale verhalen leef.’

Kate Moore – ‘Ik sta in een directe dialoog met de muziek: ik stop er iets in, kijk wat er terugkomt en reageer daar weer op’ © Marco Giugliarelli / Muziekgebouw aan ’t IJ

‘Elk stuk reflecteert wie ik ben. En omdat ik zelf voortdurend in ontwikkeling ben, is geen enkele compositie hetzelfde.’ Een simpele waarheid die wordt onderschreven door de wetenschap dat de Nederlands-Australische componist Kate Moore (39) een paar jaar geleden nog een andere definitie van haar artistieke drijfveren gaf. Toen zei ze: ‘Ik denk dat ik net als mijn vader de wereld probeer te begrijpen. Hij doet dat als natuurkundige, ik als componist.’

Nu spreekt ze van een hoogstpersoonlijke zoektocht – een zoektocht naar haar identiteit, haar afkomst, naar de geschiedenis die opgeslagen ligt in het landschap. Geboren op het Engelse platteland, opgegroeid in het Australische Sydney en nu al weer ruim tien jaar woonachtig in Nederland, heeft ze overal en nergens haar wortels. In navolging van de beeldend kunstenaar Louise Bourgeois, wier spinsculpturen haar tot een concertprogramma hebben geïnspireerd, zegt ze dat ze ‘op zoek is naar de waarheid’. En alsof dat niet genoeg is, zegt ze stellig te weten dat er iets op haar ligt te wachten: ‘Ik weet dat er iets voor mij in petto is – ook al weet ik niet wat en bestaat zelfs de mogelijkheid dat ik het nooit zal vinden.’ Moore schuwt het gebruik van grote woorden niet. Maar wie haar leert kennen, voelt dat het geen holle frasen zijn. Ze drukt zich zorgvuldig uit in woorden die diep doorleefde ervaringen en inzichten weerspiegelen. Ze is tenger, haar zachte heldere stem schiet op onverwachte momenten vol emotie, haar lichaamstaal drukt een grote gevoeligheid uit. Uiterlijk is ze het tegenovergestelde van haar uitgesproken, krachtige en opzwepende muziek – een oeuvre dat een kleine honderd composities omvat. In haar noten klinkt geen aarzeling door: daarin manifesteert zich een groot scheppend vermogen en lijken geen grenzen te bestaan. The Dam (2015), de compositie waarvoor ze in 2017 de Matthijs Vermeulenprijs kreeg, is exemplarisch in de manier waarop zij geleidelijk toewerkt naar een meeslepende ritualistische climax. In het juryrapport staat: ‘De keuze van de componist voor een haast monomane muzikale beweging gecombineerd met een uiterst precieze klankvoering getuigt volgens de jury van het bijzondere lef van de maker. Moore wil in haar muziek niet nuanceren of verzachten, maar raakt de luisteraar direct zonder compromis.’

Ook in Sacred Environment voor orkest (2017), een opdracht van het Holland Festival, trekt Moore haar publiek mee in een wervelende extatische rondedans. Er worden krachten ontketend die de luisteraar in een andere staat van bewustzijn brengen.

Werd haar talent jarenlang vooral in kleine kring herkend, de laatste tijd stapelen de uitnodigingen uit binnen- en buitenland zich op: voor nieuwe composities, composer-in-residence-projecten, festivals en – dit komende seizoen – een vier concerten omvattende carte blanche in Muziekgebouw aan ’t IJ.

De muziek van Moore wordt wel gecategoriseerd als postminimalistisch. Kan ze zich in die term vinden? Moore: ‘Wat ik waardeer aan het minimalisme is dat het teruggaat naar de basis, dat het vanuit een lege ruimte de muziek opnieuw wil opbouwen. De muziek spreekt voor zichzelf. De muziek ondergaan is een cerebrale exercitie, maar ook een sterk fysieke ervaring.’ Postminimalisme, zegt ze, verwijst naar de terugkeer van de expressiviteit in de muziek. ‘Ik geef er de voorkeur aan om als maker op de achtergrond te blijven, maar tegelijkertijd is het mijn persoonlijke zoektocht. Niet in de zin van “ik ben verdrietig – o, wat ben ik zielig”, maar dat het stuk wel direct uit mijn emoties voortkomt. Ik sta in een directe dialoog met de muziek: ik stop er iets in, kijk wat er terugkomt en reageer daar weer op. Componeren is een dialoog tussen de pagina en mij.’

De manier waarop Moore zich tot haar muziek verhoudt, roept associaties op met de parallelle wereld van Lewis Carrolls Alice in Wonderland (‘Een van mijn lievelingsverhalen’, beaamt ze). ‘Ik heb vaak het gevoel dat ik een andere wereld binnenstap, alsof ik in muzikale verhalen leef. Dat is heerlijk, ik bevind me in de muziek. Ik hoef niet eens te denken over het schrijven, het gebeurt vanzelf, het leeft. Het is alsof je aan de andere kant van de werkelijkheid staat. Als ik dat zo zeg klinkt het misschien krankzinnig, maar ik kan er ook weer uitstappen en een gewoon gesprek voeren. Ik kan kiezen of ik daar wil zijn of niet.’

Muziek ontstaat bij haar vaak op een intuïtieve manier, ook al moet ze daarna hard werken om een volwaardige compositie te construeren. Het eerste aanknopingspunt noemt ze ‘een sleutel’: ‘Het hoeft maar een klein motiefje te zijn, maar een sleutel is nodig om de rest van het stuk te kunnen ontsluiten.’ Afgelopen zomer maakte ze per fiets een pelgrimage van Amsterdam naar Den Bosch (‘Een prachtige tocht, alsof je een geschiedenisboek over Nederland leest’). ‘Op een gegeven moment realiseerde ik me dat ik een deuntje aan het zingen was, een klein motief dat zich ontwikkelde tot een frase, vanuit die frase ontstond een volgende frase, enzovoort. Al fietsend zong ik die melodie opnieuw en opnieuw. In feite verloopt het compositieproces bij mij altijd zo, als ik buiten loop of fiets, want een melodie is altijd in overeenstemming met de omgeving. Het is onmogelijk een melodie te zingen die niet bij de omgeving past.’

‘Een rotsblok zien de Aboriginals als een akkoord waarin verhalen liggen opgeslagen’

In de loop van ons gesprek wordt duidelijk hoe ze zo stellig kan zijn over deze niet alledaagse opvatting, de vanzelfsprekende wisselwerking die zij ervaart tussen het creatieve proces en de plek waar dat zich afspeelt. Moore legt uit: ‘Ik probeer zoveel mogelijk te weten te komen over de Aboriginal-cultuur in Australië, een orale traditie die teruggaat tot het begin der tijden. Een Aboriginal-vriend vertelde dat ook de bomen liederen kennen en dat als je onder zo’n boom gaat zitten het lied tot je komt. Een rotsblok zien de Aboriginals als een akkoord, een samenklank waarin de verhalen die zich op die plek hebben afgespeeld, liggen opgeslagen – het geheugen van de natuur. Ik weet niet of het waar is, maar het is een prachtige gedachte. Misschien bestaat er zoiets als de energie van materie die gerelateerd is aan frequentie. Met andere woorden: resonantie. Het zingen van een deuntje dat hoort bij de omgeving is zo gezien niets anders dan intunen op de resonantie van de omgeving.’

Op de vraag of ze altijd een extra zintuig heeft gehad voor de magie van de natuur, vertelt ze over een gebeurtenis die haar voorgoed ‘aan’ heeft gezet. ‘Het was in Engeland. Ik was vier of vijf en we gingen met het gezin wandelen naar The White Horse of Uffington. Ik herinner me hoe we die heuvels opliepen en hoe bang ik was. Het paard kun je alleen vanuit een bepaalde hoek zien en is nogal vluchtig. Een ongelooflijk mooie tekening die zo’n drieduizend jaar geleden met kalk in het landschap is geëtst. Niemand weet wat het verhaal achter deze tekening is. Misschien kon je hem vroeger vanaf een hoger gelegen kasteel zien.

Ik was doodsbang en bleef maar gillen. Ik wist niet meer wat onder en boven was, volkomen gedesoriënteerd. Vanaf dat moment bleef ik piekeren over dat mysterieuze. En uiteindelijk kwam ik uit bij de muziek, omdat die diezelfde vluchtigheid heeft. Muziek heeft de kracht om vluchtig, mysterieus en angstaanjagend te zijn.

Ons gezin verhuisde in 1986 naar Australië. Mijn jeugd had zich tot dan toe afgespeeld in een middeleeuws Brits dorp met een kasteel en een oude brug. In Australië waren geen kastelen! Mijn imaginaire wereld was in één klap verdwenen. Ik moest helemaal opnieuw beginnen in een nieuwe wereld. Ik ging naar school, we speelden buiten, het was altijd mooi weer. Mijn zus en ik deden niets anders dan rondrennen, zwemmen, spelen en muziek maken. Het was een fantastische tijd.

Toen ik na het conservatorium in Canberra naar Europa wilde om daar mijn master te halen, viel de keuze op Nederland omdat mijn moeder hier vandaan komt. Zo keerde ik voor het eerst terug naar mijn vroege kindertijd in Europa. Ik besloot ook terug te gaan naar The White Horse. Het was nog steeds overweldigend. Toen heb ik Ridgeway geschreven. The Ridgeway is een oud, 87 mijl lang pad dat door historisch landschap loopt en eindigt bij het paard. In dat stuk zit een kleine melodie die de contouren heeft van het paard. Dat ontdekte ik pas in tweede instantie: “Wacht even, dat is de vorm van het paard!”’

Ze begint voorzichtig te zingen en volgt met haar vinger de intervallen: ‘Het hoofd is klein, het lichaam lang, een korte staart… Ik bezoek die plek nu, maar mijn ervaringen als kind resoneren er ook in mee.’

Dat de natuur een grote rol speelt in Moore’s belevingswereld verklaart ze uit haar jeugd in Australië, waar the bush alomtegenwoordig is. ‘Tijdens mijn fietstocht deze zomer realiseerde ik me dat als je in Nederland verdwaalt, je altijd eindigt in een dorp waar meestal een trein rijdt. Het komt altijd goed. Maar in Australië is dat niet het geval. Als je in de wildernis verdwaalt, is het waarschijnlijk voorgoed.

‘Pas in het donker, door de schaduwen, herkende je het mannetje in steen’

Ik heb geleerd om heel voorzichtig te zijn, maar zelfs dat is niet altijd voldoende. Tijdens de research voor Sacred Environment ging ik tien dagen het oerwoud in. We waren met z’n vieren en reisden met een auto, maar al op de eerste dag ging het fout. We liepen over een goed gemarkeerd pad dat een prachtige route bleek. Tot opeens de zon begon te zakken. We hadden geen idee waar we waren. Het werd donker en we hadden geen voedsel, geen zaklamp, geen water, geen gps.

In het oerwoud raak je snel gedesoriënteerd. Het had slecht kunnen aflopen – iemand had door een slang gebeten kunnen worden of een enkel kunnen verzwikken – maar plotseling stonden we weer op ons beginpunt. Puur geluk. Dus nederigheid is in de natuur een belangrijke eigenschap. De natuur is de meester.

Een andere keer volgden we een legendarisch pad langs de Georges River, waar ik geluidsopnamen van insecten wilde maken, maar omdat de rivier daar dwars door Sydney loopt was er een enorm verkeerslawaai. Bovendien deed zich een raar akoestisch effect voor waardoor je elk geluid vanaf de andere oever van die brede rivier haarscherp kon horen. Het was levendig als een schilderij van Van Gogh, maar dan in audio. Ik bedacht dat ik alleen insecten zou kunnen opnemen door een zandstenen heuvel te vinden. Het zandsteen zou al het andere geluid filteren.

Toen deed zich een onvervalst Lord of the Rings-moment voor. Ik zie op een heuvel zandstenen richels en net op het moment dat ik besluit het hele eind daarheen te klimmen, komt er iemand de hoek om: “O, zijn jullie op zoek naar de Aboriginal-grotten? Het pad loopt hier.” Een paar meter verderop liep een pad rechtstreeks naar het zandsteen, waar dus grotten waren. Zulke dingen kun je niet van tevoren voorspellen. In wezen was ik op zoek naar heilige plaatsen, gebedsplekken. Het mooie is: als je eenmaal op weg bent, word je als het ware bij de hand genomen.

De grot, waarin we microfoons ophingen om die insecten vast te leggen, bleek een versterkende werking te hebben waardoor je het gezoem glashelder kon horen. We hebben daar een hele tijd gezeten, gewoon om te luisteren. Toen we weer inpakten was het al donker en bij het licht van een mobieltje zagen we dat er in steen een mannetje was uitgehouwen. Bij daglicht kon je het niet zien, maar in het donker, door de schaduwen, herkende je opeens de vorm. Toen realiseerden we ons dat in het verleden de schepen met kolonisten via de Georges River het land binnenvoeren. Voor de Aboriginals betekende deze plek de eerste confrontatie met hun onderdrukkers. Dus opnieuw het land als geschiedenisboek.’

De vier concerten die Moore in Muziekgebouw aan ’t IJ mag vullen, grijpt ze aan voor een geschakeerd zelfportret. Zo schrijft ze een nieuw werk (3 november) voor vier celli – haar eigen instrument. In het programma x gen x (7 februari) gaat ze de dialoog aan met leeftijdgenoten van over de hele wereld. Moore: ‘Wij zijn een global generation. Ook al wonen we op verschillende continenten en werken we in verschillende stijlen, we zijn allemaal met elkaar verbonden: we zoeken een connectie met het verleden, met de toekomst, met elkaar. Linda Buckley gebruikt bijvoorbeeld Ierse volksmuziek, minimalisme en mystiek in haar muziek. Lam Lai komt uit Taiwan en baseert zich op de traditionele cultuur. De verschillen zijn groot, maar wat ons bindt is storytelling.’

Haar betrokkenheid met de natuur komt tot uitdrukking in het nieuwe werk Space Junk voor het ensemble Asko|Schönberg (3 april 2019), een samenwerking met haar vader, Dr. Christopher Moore. ‘Mijn vader houdt zich bezig met het afval in de ruimte. Hij werkt op Mount Stromlo bij Canberra, een prachtig klein wit onderzoeksstation dat rechtstreeks uit Startrek afkomstig lijkt. Het heeft een koepelvormig dak en als dat openschuift komt er een laserstraal te voorschijn. Mijn vader observeert het afval van ruimtestations en satellieten dat buiten de dampkring rondzweeft – schroot dat we niet kunnen weghalen. Observatieposten wereldwijd maken real time grafieken die deze buiten-planetaire milieuramp in kaart brengen. Het idee is om een stuk te maken dat is gebaseerd op de data die mijn vader produceert. Die grafieken lijken zo op een partituur dat ik ze bijna letterlijk kan overnemen.’

Het programma Night of the Tarantula (dat plaatsvond op 20 september) is geïnspireerd door Louise Bourgeois en biedt ook podium aan vier pas afgestudeerde vrouwelijke componisten, met wie Moore het prijzengeld van de Matthijs Vermeulenprijs – die zij als eerste vrouwelijke componist in de Nederlandse geschiedenis won – wil delen. De iconische spinnen van Bourgeois associeert Moore met het zoeken naar ‘de waarheid’. ‘De spinnen zijn dreigend en angstaanjagend maar ook beschermend – ze doen me denken aan The White Horse. Ze beschermen wat binnenin is, namelijk je ware zelf. Louise Bourgeois moedigt mij aan mijn eigen weg te gaan en me sterk te voelen als vrouwelijke componist. Ik wil een stem geven aan diegenen die ondergewaardeerd zijn geweest, aan de verhalen die niet verteld en niet gehoord zijn – zowel van vrouwelijke componisten als van de Australische Aboriginals.

Vrouwen zijn altijd creatief en getalenteerd geweest, maar ze zijn genegeerd door de geschiedenis. Componeren is een van de laatste disciplines waar met dit probleem wordt geworsteld. Het is een hoog abstracte en technisch veeleisende kunstvorm. Vrouwen hebben de capaciteit om even abstract te denken als mannen, maar de maatschappij heeft hun niet toegestaan om die kant van zichzelf te ontwikkelen. Ik vind dat een tragedie. Kunst is een roeping. Als je voelt dat je bent voorbestemd om te componeren en het is niet mogelijk, dan is dat een groot ongeluk.’


Zielsverwant Kate Moore staat dit concertseizoen nog drie keer centraal in het Muziekgebouw. Op 3 november speelt Amsterdam Sinfonietta Moore’s Arc-en-ciel voor vier cello’s. Op 7 februari 2019 speelt Kate Moore’s eigen Herz Ensemble in het concert x gen x muziek van door Moore gekozen componisten. En op woensdag 3 april 2019 speelt Asko|Schönberg de wereldpremière van haar stuk Space Junk. muziekgebouw.nl