Het geheugen van frankrijk

Hij is negatief over de resultaten van het ‘faraonisch’ bewind van Mitterand. Maar van Chirac verwacht hij ook niets en over Jospin kan hij net zo goed zwijgen. Want Alain Finkielkraut voelt zich als intellectueel in Frankrijk een roepende in de woestijn. En Europa luistert ook al niet.
ALAIN FINKIELKRAUT (Parijs,1949) is filosoof en schrijver van onder andere Le Juif. imaginaire en La défaite de la pensée. Daarnaast is hij directeur van het jaarlijks verschijnende blad Le Messager Européen. Hij behoort met Bernard-Henry Lévy, André Glucksman en Alain Minc tot de meest vooraanstaande denkers in Frankrijk.

In een artikel in Le Monde verweet Finkielkraut de presidentskandidaten vorige week geen enkele interesse te tonen voor de gebeurtenissen in Vukovar, Sarajevo, Ruanda, Groznië en Algerije. Finkielkraut meent dat juist deze zaken centraal moeten staan. De wereld is volgens hem de grote afwezige in de verkiezingscampagne voor het presidentschap van de Franse republiek. Hij uit felle kritiek op het ontbreken van programma’s en een discours bij de politici, en het uitblijven van kritische vragen door journalisten.
Finkielkraut: ‘In Frankrijk heeft niemand op mijn artikel gereageerd. Geen enkele krant, geen enkele tv-omroep, het kan ze gewoon geen bal schelen. Ik dacht, het staat in Le Monde, maar nee hoor, geen enkele respons. Geen enkele journalist heeft het gelezen en gedacht: gut, misschien heeft die man wel een beetje gelijk, laat ik hem eens wat vragen hierover stellen. Maar in diezelfde Monde staat wel een roddelverhaal, zogenaamd over de verkiezingscampagne, waarin wordt geopperd dat het kamp van Chirac heeft geprobeerd mij in te lijven, en zeker niet om de politieke analyse die ik zou kunnen geven. De kandidaten zijn allemaal op zoek naar bekende Fransen filosofen of popsterren, maakt niet uit. Men dacht: die Finkielkraut heeft wel eens gedineerd met Chirac, dus dat zit wel goed. Ik steun helemaal niemand in deze campagne, en zeker Chirac niet. Ik heb nogal fel gereageerd op die roddels en die reactie krijgt dan weer veel meer aandacht dan mijn zinnige stuk over de verkiezingen.
Bij deze verkiezingen doet zich het interessante fenomeen voor dat veel intellectuelen die vroeger vanzelfsprekend hun onvoorwaardelijke steun aan links betuigden, zich nu uiterst behoudend opstellen. Er is nauwelijks sprake van een debat, geen enkele journalist verdiept zich in de terughoudendheid en het gebrek aan enthousiasme bij de intellectuelen. Wij verliezen steeds meer krediet en invloed omdat we de journalisten niet langer bereiken. We hebben geen enkele invloed op het stemgedrag. Onze meningen worden nauwelijks opgepikt door de media. Ik word steeds minder gevraagd voor televisieprogramma’s, en zeker niet ten tijde van de verkiezingen. Ik voel me een roepende in de woestijn.’
WANNEER IS DIE desinteresse van de media ten aanzien van de intellectuelen begonnen?
'Ik weet het niet. Ik kan dit fenomeen moeilijk analyseren, omdat ik er middenin zit. Er is sprake van een marginalisering van de Franse intellectuelen. Onder intellectuelen is er geen belangstelling meer voor de filosofie, de filosofie is haar macht ontnomen. Bij de oorlog in het voormalige Joegoslavië kwam het al duidelijk tot uiting. Ook toen mobiliseerden de intellectuelen zich en kregen ze nauwelijks aandacht in de media. Ook toen leidde onze ongerustheid en onze analysen niet tot kritische vragen aan de verantwoordelijke politici. Nu hoeven de presidentskandidaten zich in de media niet eens meer te verantwoorden voor hun totale desinteresse voor wat er in de rest van de wereld gebeurt.’
Is er ook niet sprake van een zekere minachting van de intellectuelen ten aanzien van de journalisten?
'Juist het omgekeerde is waar. Journalisten vinden dat de intellectuelen zich te vaak hebben vergist in het verleden, dat ze te vaak met het communisme hebben geflirt. Enige bescheidenheid bij de intellectuelen vinden ze daarom op hun plaats. Er is eerder sprake van rivaliteit tussen de media en de intellectuelen. Sommige intellectuelen, met name Bernard Henry Lévy, cultiveren de media om een zekere invloed te behouden. Dat is echter een specifieke groep. Ik zelf heb nauwelijks contact met kranten, behalve dan dat ik op gezette tijden in Le Monde schrijf.’
Waarom zijn politiek en filosofie zo nauw verbonden in Frankrijk?
'Dat dateert nog uit de Verlichting. De hommes de lettres, zoals Tocqueville zei, hebben een rol gespeeld in de Franse revolutie, juist ook omdat Frankrijk een absolute monarchie was en zij uitgesloten waren van de macht. Vervolgens speelden de intellectuelen een hoofdrol in de Dreyfus-affaire en daarna hebben ze tijdens alle hoogte- en dieptepunten van de moderne Franse geschiedenis als bemiddelaar opgetreden en zich gemengd in het debat. Toch moet er geen mythisch beeld ontstaan over de invloed van filosofen. Het blijven roependen in de woestijn. Ik denk dat momenteel in Duitsland de invloed van de intellectuelen op de politiek veel groter is dan in Frankrijk.
Duitsland is nu het decor van het grote debat, veel meer dan Frankrijk. Daar is sprake van een echt intellectueel klimaat, in de Franse betekenis. Duitse denkers bemoeien zich steeds meer met de politiek, denk maar aan het historische debat tussen Nolte en Habermas over het Duitse verleden. Kijk naar Günter Grass en Peter Schneider. Botho Strauss veroorzaakt nu schandalen door het thema van de reactionaire romantiek opnieuw in te voeren.’
Het interview vindt plaats op de eerste etage van café de Flore aan de boulevard Saint-Germain, ooit de thuishaven van Trotski, Simone de Beauvoir, Jean-Paul Sartre, André Breton, Albert Camus, Hemingway, Truman Capote, Paco Rabanne en Picasso. Om.de hoek, in de Rue de Dragon, bevindt zich Frankrijks beroemdste kraakpand. In verband met de verkiezingen worden er televisieopnamen gemaakt. Chirac, presidentskandidaat en burgemeester van Parijs, steunt de krakers en heeft daardoor enige goodwill onder de kiezers verkregen.
Hoe verklaart u dat zoveel linksen mogelijk op Chirac gaan stemmen?
'Chirac legt de nadruk op het sociale vraagstuk, heeft het in zijn retoriek steeds over de werklozen en de daklozen. Ook spreekt hij een deel van links aan omdat hij zegt het als zijn taak te zien om de politiek haar missie terug te geven, wat dat ook moge inhouden. Chirac profiteert van het feit dat hij niet regeert. En Balladur betaalt de prijs dat hij wel regeert.
Onlangs hoorde ik Chirac op de radio. Hij was bezig de balans op te maken van de eerste verkiezingsronde. Men vroeg hem zijn mening over de plechtigheden voor 8 en 9 mei. Dan zal met veel pracht en praal de bevrijding en de capitulatie van de nazi’s worden gevierd, in Londen, Parijs en Moskou. Moskou doet zijn uiterste best om Tsjetsjenië te liquideren zodat de hoge gasten probleemloos ontvangen kunnen worden. Mitterrand heeft besloten naar Moskou te gaan, het moet zijn laatste officiële daad als president worden. Ik vraag me af of je de overwinning op de nazi’s samen met een slager genaamd Jeltsin moet vieren.
Het antwoord van Chirac was verachtelijk. Eigenlijk antwoordde hij helemaal niet, hij zei alleen dat men van een presidentskandidaat geen enkel commentaar kan verwachten op Mitterrands beslissing. Hij ver schuilt zich dus achter een formele pirouette om zich niet te hoeven uit te spreken. En waarom? Omdat hij een voorstander is van een alliantie met Rusland.’
U woont in Parijs en heeft Chirac bijna twintig jaar als burgemeester meegemaakt. Wat verwacht u van Chirac als hij president van Frankrijk wordt?
'Mijn persoonlijke leven is niet beïnvloed door het chiracisme. Hij heeft geprobeerd het verkeer in Parijs beter te regelen, hij heeft complete volkswijken tegen de vlakte gegooid. De stad is veel meer bourgeois geworden, met banken en kantoren. Maar dat zegt nog niets over de wijze waarop hij het land zal regeren. Ik maak me vooral zorgen over het onderwijs als Chirac president wordt. Het onderwijs is bij uitstek een politieke kwestie. Hij wil er een referendum over houden - hoe is het mogelijk? De buitenlandse politiek, zijn liefdesverklaring aan Moskou, zijn goede banden met Saddam Hoessein, dat zijn allemaal zaken waardoor ik me ernstige zorgen maak als het gaat over de toekomst van Frankrijk onder Chirac. Frankrijk zal zeker achteruitgaan.
Ik zou graag op een kleine partij willen stemmen om mijn ongenoegen te kunnen uiten, maar helaas is er geen enkele partij waar ik achter kan staan. Van de ultra-linkse discours van Arlette Laguiller ga ik over mijn nek. Die postmoderne zelfingenomenheid van haar. Die vrouw heeft niets begrepen van de eeuw waarin ze leeft. Ze praat met een klassenhaat alsof er nooit een Goelag is geweest, ze neemt het de communisten kwalijk dat ze zich hebben aangesloten bij de socialisten, maar niet dat ze vroege stalinistisch waren. Ze praat over arbeiders alsof er niets is veranderd. Alleen al van de gedachte dat zeker vijf procent van de Fransen, van die postmoderne 68'ers met uitgezakte buiken, op haar zal stemmen, krijg ik braakneigingen. Ik heb nog even aan de Groenen gedacht, maar die hebben het nooit over de politieke dimensie van het leven. Was er maar een figuur als Cohn-Bendit in de politiek, iemand die altijd als stoorzender optrad. Geen Coluche, die dreef alleen maar de spot met de politiek. De revolutionaire passie is geheel verdwenen in Frankrijk.’
Is het hoe dan ook niet beter om op Jospin te stemmen?
'Nee, en ik hoef u ook helemaal niet te vertellen op wie ik zal gaan stemmen. Ik zal zeker niet blanco stemmen. Jospin heeft wel zijn best gedaan om zich te ontdoen van de erfenis van Mitterrand, maar ik ken hem ook nog als minister van Onderwijs. Destijds heb ik hem vaak aangevallen vanwege zijn beleid. Nu beroept hij zich juist op zijn ervaring als minister, volgens hem maakt die hem tot een geloofwaardig president. Hij neemt dus geen enkele kritische afstand van zijn eigen verleden.’
WAT IS DE BALANS van veertien jaar Mitterrand?
'Negatief. Links is volkomen uitgeput uit de jaren van Mitterrand gekomen, heeft geen ideeën meer. Net als iedereen heb ik me gestoord aan de pracht en praal van Mitterrand, zijn bewind had een monarchistisch en faraonisch karakter. Maar ik heb me ook gestoord aan de inhoud van zijn politiek. Het is vreselijk dat de sociale verloedering vooral onder socialisten is toegenomen. Het is een schande dat Mitterrand zo lang in het Elysée is gebleven. Veertien jaar is veel te lang. En wat te denken van alle financiële schandalen? De president heeft het altijd opgenomen voor Bernard Tapie en dat is toch heel ernstig. Ik herinner me nog goed dat toen Tapie zijn eerste problemen met justitie kreeg, de president het op de televisie voor hem opnam. Tapie heeft veel charme, maar is uiteindelijk een ordinaire oplichter. De bank Crédit Lyonnais heeft Tapie enkel geld gegeven omdat de president achter hem stond.
In zijn laatste interview met Bernard Pivot daarentegen maakte Mitterrand weer veel indruk op me, het is een man met een ongelooflijke culturele bagage, - met een enorm ontwikkeld taalgevoel. Maar hij was ook diegene die Joegoslavië schaamteloos heeft onteerd, en dat neem ik hem het meest kwalijk, meer nog dan het monarchistische karakter van zijn bewind. Mitterrand weigerde Kroatië en Slovenië te erkennen, langdurig heeft hij de Servische zaak verdedigd. Het bezoek van Mitterrand aan Sarajevo was bespottelijk, een pleidooi voor een humanitaire politiek die iedere andere vorm van politiek uitsloot.
Daarvan zien we nu het resultaat. De blauwhelmen zijn in zekere zin de gegijzelden van de agressors. Wanneer er Franse blauwhelmen gedood worden door Serviërs, worden we in feite gedwongen om de feiten te vervalsen. Dan beschuldigen we de Bosniërs omdat we bang zijn de Serviërs nog meer te irriteren, waardoor de blauwhelmen aan nog meer gevaar worden blootgesteld. We zitten in Bosnië in een situatie waartoe Mitterrand de voornaamste aanzet heeft gegeven. Vooral bij belangrijke kwesties als de buitenlandse politiek is de balans van Mitterrands bewind uiterst negatief.’
U vond dat Joegoslavië tijdens de Europese verkiezingen centraal moest staan. Nu schrijft u in Le Monde dat Joegoslavië ook tijdens de presidentsverkiezingen centraal moet staan. Waarom lijken Vukovar en Sarajevo in het politieke discours in Frankrijk een veel grotere rol te spelen dan in bijvoorbeeld Nederland?
'Het is iets wat alle Europeanen aangaat. Het is de eerste oorlog die zich sinds 1945 op Europese bodem afspeelt, de eerste keer sinds 1945 dat hele steden worden vernietigd. Het zou voor ons Europeanen, die bezig zijn met de opbouw van Europa, een vraag van levensbelang moeten zijn, die we met de hoogste bezorgdheid zouden moeten betrachten. In welk Europa willen wij leven? Iedereen heeft de mond vol over de mondialisering. Deze mondialiseringgaat echter gepaard met het verdwijnen van de wereld. Dat is de situatie waarin wij nu verkeren.
Wat ik ernstig betreur, is het ontbreken van een duidelijke reactie van Nederland. Nederland zou als klein land toch heel goed de aspiraties van Slovenië, Bosnië en Kroatië moeten begrijpen. Er is echter geen enkele solidariteit tussen de kleine naties, verbazingwekkend en spijtig ’
HOE ZIET U DE toekomst van Frankrijk, welke rol heeft het land in Europa te vervullen?
'Binnenkort kiezen we een president voor de republiek. We blijven zeggen dat hij een politieke wil moet hebben en dat hij de grandeur en de aanwezigheid van Frankrijk in de wereld moet verzekeren. Welnu, achter deze mooie woorden zit helemaal niks. Het wordt uiteindelijk een strijd tussen managers die er uitsluitend een economische en sociale visie op na houden. Vroeg of laat zal de gekozen kandidaat ons moeten uitleggen wat we morgen moeten doen in Bosnië en in Kroatië, wat wij Fransen en Europeanen met het Rusland van Jeltsin aanmoeten. Deze vragen zijn in de campagne niet gesteld, maar zullen na de tweede verkiezingsronde zeker wel aan de orde komen.
Als Frankrijk weer een rol wil spelen in Europa, moet het eerst weer de betekenis van zijn missie achterhalen. Het gaat er niet om overal oorlogen te voeren in naam van de mensenrechten, in naam van Frankrijks waarden. Het gaat erom een zekere politieke eer te handhaven, om trouw te zijn aan het engagement dat we ooit op ons hebben genomen. Als Frankrijk echter doorgaat met het laten prevaleren van de sociale en economische dimensies, zie ik niet zo veel toekomst. Ik vrees dat Europa enkel een economische ruimte wordt.
In uw boek 'La Défaite de la Pensée ’ ( 'De ondergang van het denken ’) uit 1987 maakt u zich al ernstige zorgen over de toekomst van Frankrijk en de mensheid. Is er in de afgelopen acht jaar iets veranderd?
'Nee, niet veel. Er heeft zich een politiek geheugenverlies voorgedaan, in die zin is het erger geworden. Chirac was premier van 1986 tot 1988. Toen heeft hij zijn ware gezicht laten zien en dat is iedereen nu weer vergeten. Daarom ben ik heel verbaasd over het succes van Chirac, ik had nooit gedacht dat hij zo ver zou komen. Er is in de politiek altijd een element van onzekerheid, je kan niks voorspellen. Het is geen exacte wetenschap.’