Het gelijk van de jong

Het zijn de strijdmiddelen van een slecht verliezer. Het is het moment waarop het kind naar boven komt in de politicus in het nauw. Jijbakken noemden we dat vroeger: ‘Je bent zelf gemeen’ of: ‘Jij hebt zelf niet opgelet.’ Het is de misvatting dat de schuld van de een minder wordt als het blazoen van de ander eveneens besmet is. Maar Arie de Jong, de onfortuinlijke provinciebestuurder, kon het in een interview met Radio West niet laten. In plaats van zijn eigen falen grootmoedig toe te geven, ging hij katten op journalisten. Volgens hem hadden ze al die jaren zitten slapen. Zij hadden in de jaarcijfers van Zuid-Holland de discutabele miljoenentransacties best kunnen opsporen. Na dit nieuwe staaltje van politieke onhandigheid was zijn aftreden onvermijdelijk.

De Jong legt echter wel een vinger op een zere plek. Als Ceteco, de in Latijns Amerika opererende handelsonderneming,niet in financiële nood was geraakt, zeg maar als er geen orkaan Mitch was geweest, wie zou dan hebben ontdekt dat de provincie gevaarlijke geldspelletjes speelde? De Jong hoopte tegen beter weten in dat de journalistiek daadwerkelijk de waakhond is van de samenleving. De kritiek op zijn uitlatingen bewijst dat anderen daar niet langer in geloven. De woordvoerder van de Nederlandse Vereniging van Journalisten Hans Verploeg vond het niet de verantwoordelijkheid van de journalist om de fouten van De Jong te herstellen. De meeste journalisten zijn volgens hem ook helemaal niet opgeleid om jaarrekeningen te doorgronden. Des te erger zou ik zeggen. Dat is precies de reden waarom er over belangrijke kwesties als de belastinghervorming en de uitvoering van de sociale zekerheid zo weinig ophef wordt gemaakt. Het is te ingewikkeld en te technisch voor de gemiddelde journalist. En misschien kan het ook niet anders. De middelen zijn beperkt en dus krijgt een journalist die aankondigt zich eens een maand op te sluiten met de jaarrekeningen van Zuid-Holland geen warm onthaal van zijn chef. Maar wie controleert dan nog wel het technische en schijnbaar saaie alledaagse werk van de overheid? De bestuurskundige Mark Bovens heeft gepleit voor klokkeluiders, voor ambtenaren die uit de school klappen. Zij weten immers precies wat er gaande is. Maar vaak hebben betrokkenen het idee dat ze juist goed werk doen. Karel Baarspul, de verantwoordelijke Zuid-Hollandse ambtenaar, had het beste voor met de provincie. Je wordt bijna mies van zoveel machteloosheid. En toen las ik gelukkig dat kleine bericht in NRC Handelsblad over John Yang die in zijn eentje een kruistocht voert tegen al te inventieve en ondernemende ambtenaren. Yang kwam op het spoor van de volstrekte willekeur waarmee de gemeente Amsterdam huisprijzen schat en de onroerendgoedbelasting vaststelt. Hij heeft inmiddels namens tal van huiseigenaren processen aangespannen en voor miljoenen gewonnen. Ook ontdekte hij op de begroting van de dienst Riolering en Waterhuishouding een post diversen van 73 miljoen, terwijl de totale begroting slechts 160 miljoen was. Het geld van de rioolrechten wordt blijkbaar doorgesluisd, een handeling die met enige fantasie inderdaad hoort bij de dienst Waterhuishouding. Overheidsdiensten op drift en eigengereide ambtenaren hebben helaas meer te vrezen van monomane amateurs als Yang dan van de o zo kritische journalistiek of van ijverige volksvertegenwoordigers. Maar op veel terreinen bestaan geen idiots savants als Yang. En dat is pijnlijk, het pijnlijke gelijk van Arie de Jong.