Het gelijk van een gezant

‘Eigengereid, autoritair en arrogant.’ Nog maar kort geleden was Godert Willem baron de Vos van Steenwijk Hare Majesteits meest omstreden ambassadeur. Inmiddels is het tij gekeerd en zijn veel van zijn waarschuwingen uitgekomen. Vorige maand keerde hij voorgoed terug uit Rusland.(

‘ALLEEN VOOR LEDEN’, zegt een briefje bij de pepermuntjes van de club op het Lange Voorhout. De verhuisdozen staan nog ingepakt en het voorvaderlijk buitenhuis in het Drentse ondergaat een opknapbeurt. Dus biedt de Haagse pleisterplaats 'waar je ook kunt slapen’ Godert Willem baron de Vos van Steenwijk (65) het ideale pied-à-terre. Harer Majesteits ambassadeur in Rusland is teruggekeerd naar Nederland en wel definitief. Met een achteloosheid die zijn kaste kenmerkt draagt de baron nonchalant bruine brogues en een soort golfbroek; De Vos van Steenwijk is heel erg met pensioen. Met alle vrijheden vandien.
Want hij maakt zich ernstige zorgen. Er wordt een nieuwe grens tussen Oost en West getrokken. 'Als wij nog iets willen, kunnen we als Europese Unie misschien nu nog net voorkomen dat er opnieuw een scheidslijn komt.’
Hoezeer de gemiddelde diplomaat zich sinds de Opstand der Referendarissen ook bezighoudt met nederige arbeid rond handel en ontwikkelingswerk, de Hoge Diplomatie bestaat nog wel degelijk en heeft een waarschuwende stem: 'Als Nederland en de andere kleine Navo-landen zich binnen het Atlantisch bondgenootschap naar de kantlijn laten dringen, scheppen we een nieuwe cesuur tussen Oost en West, bevorderen we de exclusieve tweespraak tussen Rusland en de Verenigde Staten en zetten we onszelf buitenspel.’
'OBSTRUCTIE NEDERLANDSE gezant’ en: 'Een dissidente diplomaat in Moskou’, kopten de kranten in 1997. Polen, Tsjechië en Hongarije stonden voor de poort van het Navo-lidmaatschap toen leden van de Adviesraad voor Vrede en Veiligheid, de raadgevers van de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie, een wat ongebruikelijk traktaat ontvingen, afkomstig 'uit de reisbrieven van Gordianus Vitellius aan zijn neef Janus Aurelius in Pago Batavorum’. De stijl van de brief, die blijkbaar van 'een scherpzinnig waarnemer van de internationale verhoudingen, in het bijzonder die met Rusland’ stamde, werd geroemd, maar de inhoud was tamelijk explosief.
Met de lang gekoesterde gedachte dat het Atlantisch Bondgenootschap een soort van filantropische organisatie zou zijn, veeleer dan een militair bondgenootschap, wordt grondig afgerekend. 'Niets is onwezenlijker dan het argument dat het lidmaatschap van ons bondgenootschap kan leiden tot versterking van de democratie en de economie van de nieuwe leden. De verdragsorganisatie heeft in het verleden nooit iets in die richting gedaan, integendeel’, bericht Gordianus Vitellius zijn neef. Het traktaat doet veel stof opwaaien. De 'eenmansguerrilla’, zoals een collega-diplomaat het noemt, lijkt De Vos van Steenwijk de kop te gaan kosten: Bolkestein en De Hoop Scheffer eisen het onmiddellijke ontslag van de ambassadeur. En minister van Buitenlandse Zaken Van Mierlo vraagt zich openlijk af of De Vos van Steenwijk wel 'de juiste man op de juiste plaats’ is.
Nu, twee jaar later, is de kritiek verstomd. Want op het ministerie van Buitenlandse Zaken is men toenemend bezorgd over het solistische optreden van Amerika, dat daarin gesteund wordt door Groot-Brittannië. Over de eventuele verdere uitbreiding van het bondgenootschap wordt nauwelijks met de Navo-partners overlegd. Op betrekkelijk korte termijn zullen waarschijnlijk Bulgarije en Roemenië toetreden. Maar Estland, Letland en Litouwen liggen mogelijk in het verschiet. En ook Oekraïne heeft de wens al kenbaar gemaakt in de Verdragsorganisatie te worden opgenomen. Amerika staat straks wellicht aan alle westgrenzen van Rusland. En Rusland resteert dan nog slechts een oostelijke achtertuin en oriëntatie. L'histoire se repète: 'From Talin in the North to Kiev in the South, an iron curtain has come over Europe.’ Ditmaal door de Navo opgehangen.
'JE MOET DE Russen niet voor de gek houden over het waarom van uitbreiding’, zegt De Vos van Steenwijk, ontspannen achterover leunend. Het opgewaaide stof is neergedwarreld. Hij formuleert bedachtzaam, maar gedreven en beslist.
'Grote mogendheden hebben altijd eigen agenda’s en die agenda’s komen overeen. Rusland respecteert de achtertuin van Amerika en vice versa. Ik ben niet tegen de Navo. In de tijd van de Helsinki-onderhandelingen, over de detente tussen Oost en West, jaren zeventig, was ik een van de Nederlandse OVSE-onderhandelaars in Genève met de reputatie van Koude-Oorlogsvoerder, omdat ik harde standpunten vertegenwoordigde. Ik ben een enorme voorstander van de Navo en ik zou die zo sterk en zo puur mogelijk willen houden. Maar de uitbreiding in 1997 kwam op het verkeerde ogenblik. Clinton en Jeltsin sloten die deal over de hoofden van alle Navo-partners heen!’
Rusland raakt in rep en roer. Dus spreekt de diplomaat. Desnoods tegen de keer. 'Probeert u zich nu even de gedachtewereld van een Russische politicus in te denken. En nu praat ik over bijkans alle Russische politici, van links tot rechts, die ik heb gesproken. Rusland heeft Oost-Duitsland opgegeven, het Warschaupact ontbonden en is zelf in minstens drie deelstaten uiteengevallen: het tegenwoordige Rusland, Wit-Rusland en Oekraïne. Bewoners van dit land en hun vertegenwoordigers staan verzwakt op het wereldtoneel, naar hun eigen voorstelling en in hun eigen perceptie. En in de politiek zijn percepties feiten, ongeacht het inhoudelijk waarheidsgehalte. In die situatie gaat de Navo, een uitsluitend militaire organisatie, zich uitbreiden over het geopolitieke gebied dat Rusland heeft prijsgegeven. Daar moet je een verklaring voor geven, wil je dat aannemelijk en aanvaardbaar maken. En die verklaring is eigenlijk nooit gekomen. Want als de Russen vroegen - en ik ben erbij geweest: “Bent u bang dat wij, Russen, ooit iets ondernemen tegen onze naburige landen?” is in alle toonaarden gezegd: “Nee natuurlijk niet. Geen sprake van! Daar zullen we jullie absoluut niet van verdenken.”
Maar wat dan wel?! Nou, en dan kwamen de verhalen: de Navo zou de democratische ontwikkeling gaan bevorderen en ze zou de internationale criminaliteit bestrijden, de strijd met drugs aanbinden, enfin! Dat komt niet overtuigend over in een land waar je een leger hebt dat nauwelijks een opstand in Tsjetsjenië of Dagestan kan onderdrukken.’
Over de diepere motieven van Amerika laat hij zich niet uit. 'Dat is aan u om te achterhalen, niet aan mij om u uit te leggen.’ Feit is dat de Russen zich bedreigd voelen, of op z'n minst gemarginaliseerd. 'Onder die omstandigheden ligt het zeer voor de hand dat men dan internationaal gaat roeien met de riemen die men dan maar heeft. Die Russische riemen zijn redelijk kort. Men sprokkelt alles bij elkaar waarmee men denkt internationaal winstpuntjes te kunnen halen. Iedereen die zich binnen de Navo kritisch of met voorbehoud opstelt, zoals de Grieken bijvoorbeeld, wordt warmgehouden. Ik voorspelde in 1997 dat uitbreiding van de Navo bij zou dragen aan de onvoorspelbaarheid en het opportunisme van de Russische buitenlandse politiek en dat tegen alles waartegen de Navo a zegt, de Russen b zullen gaan zeggen. Kijk naar de Balkan. De bewegingen van de Russen daar zijn uitermate rücksichtslos. Ze doen totaal onverwachte dingen. Ik denk dat we dat nog wel vaker zullen zien.’
VORIGE WEEK HIELD de Baltische Vloot in Kaliningrad, het vroegere Koningsbergen, grootschalige oefeningen. Geen gezamenlijke exercities met de Navo in de ongemakkelijke spagaat van partnerschap voor vriendschap en vrede, maar een ouderwets etaleren van eigen kracht. Met veertig schepen, veertig landingsvaartuigen, vijftig gevechtsjagers en meer landingstroepen dan in achttien jaar tijd leek de Baltische Vloot eventuele Navo-aspiraties in de kiem te willen smoren.
Onderwijl lobbyen Russische generaals bij de kleine Navo-landen om het doemscenario af te wentelen. Want nu naast de Baltische landen ook Oekraïne warme belangstelling toont voor de westerse alliantie wordt het Heilige, aloude, tsaristische Rusland van voor 1991 feilloos in het hart geraakt. Al probeert de Navo uit te stralen dat, na Roemenië en Bulgarije, een derde uitbreidingsgolf niet aan de orde is.
De ambassadeur lijkt van dat laatste niet absoluut zeker: 'Uitbreiding van het westers bondgenootschap in het Balticum is het grote, gevoelige punt. Het zou betekenen dat de Navo tussen Rusland en de Oostzee en tussen Rusland en de Finse Golf zit, en dat werkt heel zwaar op het geopolitieke besef.’ Aan de eventuele gevolgen van zo'n stap wil hij niet denken: 'Dat is koffiedik kijken.’ Hij denkt trouwens niet dat Rusland nog werkelijk gevaarlijk kan worden: 'Je kunt de Russen veel verwijten, maar niet een gebrek aan intelligentie. Ze weten heel goed aan welke kant hun boterham is gesmeerd. Als ze er economisch weer bovenop willen komen, zullen ze dat met het Westen moeten doen. Bovendien hebben ze wat in te brengen, per slot van rekening; ze hebben de voor ons belangrijkste energiebronnen van de volgende eeuw en onontbeerlijke grondstoffenvoorraden. En ze vormen een markt van honderdvijftig miljoen zielen.’
Onderwijl spelen zich koningsdrama’s af in de Moskouse coulissen. De Vos van Steenwijk lijkt niet onder de indruk. 'Het is iets wat zich moet voltrekken. Ik denk niet dat Rusland richting ondergang stevent. Ik weet niet welke voorstelling men zich van Jeltsin heeft gemaakt, maar de gedachte dat hij in een paar jaar democratie uit zijn hoed kon toveren is naïef. Men denkt ook dat als hij van het toneel verdwijnt de wereld ophoudt met draaien. De reden dat Jeltsin zo lang de scepter heeft kunnen zwaaien was de algemene consensus dat men voorlopig geen presidentiële verkiezingen wilde. Dat gaf de president de mogelijkheid om met krachtige hand het parlement te regeren, want de heren waren maar voor één ding bang en dat was naar huis gestuurd te worden. Nu komt volgend jaar het uur der waarheid en er zullen zich ongetwijfeld opvolgers voor Jeltsin aanmelden.
Er treedt een nieuwe garde aan, die langs een andere weg, en zeker meer geleidelijk, het transitieproces zal voortzetten. Potentiële presidentskandidaten als Loetsjov, Primakov en Javlinski hebben het functioneren en malfunctioneren van de eerste hervormingsronde meegemaakt en staan daar met beide benen midden in. Ze weten wat werkt en wat niet werkt. Uiteraard zal iedereen proberen in de aanstaande parlementaire verkiezingen te lezen wie de volgende president wordt. Maar ik heb niet zo erg veel fiducie in de kwaliteit van de komende Doema, en het zou mij niet verbazen als de presidentiële verkiezingen eerder een strijd van persoonlijkheden worden dan een strijd van ideeën. Ik geloof dat er een president te voorschijn zal komen die vitaler is en die dichter staat bij de reële behoeften van het land dan Jeltsin op het ogenblik.’
HIJ IS OPTIMISTISCH, vanouds optimistischer dan zijn superieuren in Den Haag. 'Maar als ik iets geleerd heb in Rusland, dan is het wel de geweldige hoeveelheid common sense van de gewone man. We moeten oppassen de situatie in Rusland voortdurend af te meten aan het gehalte van het bestuur. Ik kan bovendien geen historisch voorbeeld bedenken waar economische vooruitgang en democratische ontwikkelingen hand in hand zijn gegaan. Bij de Industriële Revolutie in West-Europa, bij de industrialisatie van Duitsland en Japan in de negentiende eeuw, bij de zogenaamde tijgerlanden in Azië - steeds is er een behoorlijke dosis economisch welzijn nodig geweest om democratie te laten functioneren. De huidige situatie in Rusland valt moeilijk te catalogiseren in termen die wij hanteren. We hebben het over links en rechts, rood en bruin. Maar als je dat in West-Europa zegt, dan praat je over een gezeten electoraat waarvan een groot maatschappelijk gedeelte rood denkt, bruin denkt, enfin.
In Rusland spelen persoonlijkheden en reputaties van persoonlijkheden een veel grotere rol. En, zoals we in de laatste verkiezingen al enigszins zagen: de nee-stem lijkt doorslaggevend. Men kiest niet vóór iets, men kiest tégen iets. Tegen de teloorgang van het maatschappelijke vangnet, de onzekerheid op straat, de greep van maffiose elementen op de kleine neringdoenden. Men zal nu, denk ik, gaan stemmen tegen de gevolgen van de invoering van westerse democratisering. Zo goed en zo kwaad als het ging heeft men sinds begin jaren negentig ons voorbeeld willen volgen zonder zich verder te bekreunen om de menselijke en administratieve infrastructuur die een markteconomie nodig heeft. Oneindig gepalaver in de Doema. Wat is het resultaat? Een heleboel mensen zijn armer geworden, fabrieken draaien niet meer en de gegarandeerde vakantie aan de Zwarte Zee is afgeschaft. Dat raakt een heel groot deel van het electoraat.’
A` propos, het in het Westen overheersende beeld van een redeloos, radeloos en reddeloos Rusland behoeft enige bijstelling. 'We kampen met een overbevolking aan westerse mediavertegenwoordigers in Rusland. Die stamt nog uit de spannende tijd begin jaren negentig. Die aantallen zijn in de loop der jaren niet gereduceerd in overeenstemming met het geringere nieuws dat uit Rusland kwam. Er is een overproductie aan sensationeel nieuws.’
Hij klinkt wat geagiteerd, maar dat zal schijn zijn: 'Weet u, ik geloof niet dat een diplomaat zich behoort te ergeren of niet te ergeren.’
DE VOS VAN STEENWIJK zou een diplomaat zijn van een uitstervend soort. Onafhankelijk en gebed in een familietradie die eeuwen bestrijkt - zijn vader was gezant in Peking en Boedapest. En ook op Buitenlandse Zaken blijkt men inmiddels bijna trots op de gedecideerde baron. 'De Vos van Steenwijk behoort tot het kleine groepje topdiplomaten dat de wereld kent’, zegt een referendaris. 'Zo iemand heeft uiteraard een eigen mening.’ Dat de ambassadeur in een voorkomend geval weer eens zijn volle verantwoordelijkheid nam zoals hij die ziet en een in zijn ogen achterhaalde brief van Wim Kok aan Jeltsin betreffende de Koeningscollectie eenvoudigweg niet doorstuurde, wordt tegenwoordig beschouwd als een blijk van zijn onvolprezen inzicht. Dat hij 'duidelijker dan gebruikelijk’ waarschuwt is minder obstructie dan noblesse oblige. Als Kamer en pers anders oordelen, soit! Gelijk hebben is iets anders dan gelijk krijgen.
Raakte het hem dat politici om zijn aftreden riepen? 'Tja… Och…’ Is hij eigenzinnig of zelfs autoritair? 'Ja, kijk, weet u… Als ik een advies uitbreng, vraag ik niet eerst wat het advies van een ander is. Dat is geloof ik ook niet verstandig om te doen, anders verdwijn je snel in de richting van sjablonen. Ik geef niet zozeer mijn opinie, als wel een zo goed mogelijk gewogen oordeel. Eigenzinnigheid is een van de meest verkeerde dingen die een diplomaat kan bedrijven.’
De Koeningscollectie, overigens, krijgt Nederland ooit nog wel terug, denkt de ambassadeur. 'Op één voorwaarde: dat we het ook echt willen. En dat we er de tijd voor hebben. De huidige generatie Russen die het voor het zeggen heeft, zal niet meewerken, vanuit een duidelijk besef van de waanzinnige schade die aan hun land is toegebracht en dankzij weinig positieve indrukken uit het Westen. Een volgende generatie denkt daar anders over. Of Nederland de verzameling werkelijk terug wil hebben, daarvan is men niet helemaal zeker. Er zijn Tweede-Kamerleden die zeggen: “De Russen hebben zo veel geleden, wat is nou die Koeningscollectie? Maak daar niet zo'n heisa over.” Maar wij hebben een heel sterk argument. In de Tweede Wereldoorlog zijn we bondgenoten geweest en die bondgenoten hebben elkaar bij verdrag toegezegd om de verplaatste kunstgoederen naar de plaats van oorsprong terug te brengen. Jullie, als opvolgerstaat van de Sovjet-Unie, zijn daaraan gehouden. Punt.’