Gekonkel binnen de PvdA

Het gelijk van Van Hees

Een onderzoek van Roel de Wit rehabiliteerde de gevallen PvdA-voorzitter Marijke van Hees. Maar het dagelijks bestuur van die partij doet er alles aan om De Wits conclusies te mystificeren.

Niet lang nadat Marijke van Hees onder druk van het dagelijks bestuur opstapte als voorzitter van de Partij van de Arbeid sprak penningmeester Jan van Ingen Schenau over de telefoon met Roel de Wit, voormalig commissaris van de koningin in Noord-Holland. Van Ingen Schenau vroeg hem of hij wilde onderzoeken wat er klopte van de berichten over het al te ruimhartig declareren van Van Hees, zoals gesuggereerd werd in Vrij Nederland van die week. En of hij wilde onderzoeken op welke wijze de afgelopen anderhalf jaar de discussie over de bezoldiging van de voorzitter in het bestuur gevoerd was. De Wit, die wel vaker bij belangrijke interne onderzoeksklussen wordt ingezet, zegde toe.

Op 3 oktober had De Wit in zijn woonplaats Haarlem allereerst een gesprek met Marijke van Hees. Een dag later kwam de penningmeester die hem de opdracht had verschaft opdraven. Vrijwel meteen na deze gesprekken bracht De Wit verslag uit aan het dagelijks bestuur van de Partij van de Arbeid.

Marijke van Hees heeft, schrijft De Wit, «niet de kans gekregen een vliegende start te maken». Dit omdat de media «kritisch tot negatief» op haar benoeming reageerden en meer heil in de duo-kandidatuur van Booij en Van Bruggen zagen.

De Wit tegenover De Groene: «Van Hees werd gekozen terwijl de media en grote delen van het partij apparaat zich helemaal achter de jongelui hadden opgesteld. Velen waren teleurgesteld dat die jongens niet gekozen werden.»

Wat De Wit niet bestudeerde was de wijze waarop Marijke van Hees het dagelijks bestuur leidde. Dat daaraan het nodige schortte was ook reeds gebleken uit de rapportages van organisatiedeskundige Hans Andersson, die nota bene mede door Van Hees zelf ingeschakeld was. Op maandagavond 5 september — zoals elke week was het dagelijks bestuur bijeen op het partij bureau aan de Amsterdamse Herengracht — presenteerde Andersson mondeling zijn bevindingen. De volgende dag werd bekend dat de verslaggevers Wallaart en Albrecht hun stuk in Vrij Nederland zouden publiceren, onder meer over dubieus declaratie gedrag van de voorzitster. Hoewel aan de bewijsvoering van het weekblad van alles rammelde (zie De Groene van 16 september) zette het gerucht alleen al flink wat extra druk op de ketel bij het dagelijks bestuur. Van Hees, die het Andersson-verslag ter nauwernood overleefd had, zag zich plotseling gedwongen toch het veld te ruimen. «Zonder dat bericht in Vrij Nederland had ik op dat moment niet mijn taken overgedragen», zegt Van Hees in de huiskamer van haar Enschedese woning. Inmiddels zijn twee maanden verstreken en nog altijd zijn de berichten over dubbelzinnig declareren door de partij in het openbaar niet ondubbelzinnig weerlegd.

Dat er niets klopt van de aantijgingen was wél de finale conclusie van Roel de Wit, toen hij drie weken geleden zijn onderzoek afrondde. Hoe hij zich ook boog over vertrouwelijke stukken en secundaire arbeidsvoorwaarden van een partijvoorzitter, van fraude vond hij geen spoortje bewijs. De Wit beschouwt zijn onderzoek als rehabilitatie van Marijke van Hees. De Wit: «Declaratieproblemen kunnen geen rol gespeeld hebben bij haar vertrek. Echt niet. Het omineuze begrip ‹declaratiegedrag› had nooit gebruikt mogen worden.»

De drie A4'tjes die De Wit bij het dagelijks bestuur van zijn partij heeft afgeleverd zijn ook De Groene Amsterdam mer onder ogen gekomen. De brief bevat geen enkele concrete verwijzing naar de vermeende zwendel zoals die in Vrij Nederland aanhangig werd gemaakt. Het is de bedoeling dat «zoveel mogelijk per trein» wordt gereisd, schrijft De Wit. Maar indien nodig mag er toch best gebruik worden gemaakt van de automobiel met chauffeur van het partij bureau. Toen de vaste chauffeur van het partijbureau in juni overleed, werden volgens De Wit de werkelijke kosten beter zichtbaar omdat bij een commercieel bedrijf speciaal een auto met chauffeur gehuurd moest worden.

Marijke van Hees en Van Ingen Schenau, aldus De Wit, wilden de chauffeursregeling eigenlijk het liefst beëindigen. Van Hees had liever een eersteklas OV-jaarkaart gehad én, omdat ze helemaal in Enschede woont, een appartementje in Den Haag. Dat zou, zoals De Wit schrijft, «even duur» zijn als hotelovernachtingen in Den Haag. Al met al niets aan de hand dus.

Het dagelijks bestuur trekt op grond van De Wits rapportage echter heel andere conclusies. Dinsdagmiddag maakte dit bestuur, zoals maandagavond in vergadering besloten, «het advies Roel de Wit» openbaar. Deze door het dagelijks bestuur afgeleverde «samenvatting» is nauwelijks korter dan de oorspronkelijke tekst van De Wit. Verschil van inhoud is er echter wel. In de samenvatting wordt toch weer twijfel gezaaid over de reiskosten en het appartement. In de aanvankelijke brief van De Wit stond nog dat de huur van een appartement «even duur» zou uitvallen als een zeker aantal hotelovernachtingen. In de samenvatting staat dat het dagelijks bestuur «om financiële gronden» geen instemming heeft gegeven. Tevens staat er dat De Wit «begrip heeft voor dit standpunt». «Daar klopt niets van», zegt De Wit. Hij voegt toe van tevoren niet door het dagelijks bestuur op de hoogte te zijn gebracht van een nieuwe, aangepaste versie die aan het partijbestuur gezonden zou worden. Volgens De Wit wordt in de samenvatting op verscheidene punten de waarheid geweld aan gedaan. De Wit: «Mijn brief had gewoon integraal naar het partijbestuur gestuurd moeten worden. Ik verbaas me erover dat dit niet gebeurd is.»

Op 7 september schreef het dagelijks bestuur in een verklaring nog dat «volstrekt ten onrechte (…) in de media gesuggereerd (is) dat ook de integriteit van de voorzitter aan de orde zou zijn». Omdat het Vrij Nederland-artikel mede op een lek vanuit datzelfde dagelijkse bestuur gebaseerd was, was dat wellicht een enigszins ongeloofwaardige maar toch ook weer logische verklaring. Het kan niet anders of een bestuur dat een voorzitter wipt neemt vervolgens enige terughoudendheid in acht. Zo geredeneerd ware het ook logisch geweest dat het onderzoek van De Wit, waarmee de aangeschoten Van Hees hoe dan ook gerehabiliteerd was, direct openbaar gemaakt zou worden. Van Hees is er boos over dat zo lang is gewacht met de verspreiding van alle bevindingen van De Wit: «Ik heb er het dagelijks bestuur een brief over geschreven. Dat advies van De Wit ligt er nu drie weken. Als ze er wat haast mee zouden maken komt het hele gedoe ook uit die declaratiesfeer, waar door er niet langer ruimte is voor beschuldigingen.»

Het dagelijks bestuur heeft geen antwoord op de vraag waarom zo lang gewacht is met de openbaarmaking van de conclusies van De Wit. Een voorlichtster laat weten dat waarnemend voorzitter Hamer noch andere leden van het dagelijks bestuur behoefte hebben te reageren. De vraag is echter of een lekkend bestuur dat iemands integriteit zodanig in het geding brengt — Van Hees werd immers van de in de Nederlandse politiek grootste zonde beschuldigd — regels en procedures niet tijdelijk zou moeten opschorten. Een en ander maakt het des te opmerkelijker dat Van Hees’ opvolgster, waarnemend voorzitter en kamerlid Mariëtte Hamer, er afgelopen zaterdag op Business News Radio (BNR) — waar overigens VN-redacteur Yoeri Albrecht in dienst is — juist flink wat scheppen bovenop deed. Op eenzelfde wijze als in de «samenvatting» van het dagelijks bestuur van het stuk van De Wit zaait ze twijfels over de integriteit van Van Hees. Op de vraag of ook declaraties een rol hadden gespeeld bij het terugtreden van de voorzitter antwoordde Hamer: «Ik vind het moeilijk om daar ja of nee op te zeggen omdat we een heel intensieve discussie hebben gehad over of dat nou wel of niet zo is.» Hamer suggereert dat Van Hees onvoldoende besefte dat ze voorzitter was van «een organisatie die draait op geld van leden». De interim-voorzitter verbindt heel andere conclusies aan het rapport van De Wit dan de onderzoeker zelf. Hamer op BNR: «We hebben iemand gevraagd van wie we wisten dat hij voldoende afstand heeft. Als je goed kijkt naar het antwoord dat hij geeft, dan is hij ook nog zoekende. Van sommige dingen zegt hij dat de penningmeester wel een punt heeft.» De Wit is verbaasd over de uitlatingen van Hamer en ontkent de beschuldigingen met klem.

Marijke van Hees zijn de uitspraken van haar opvolgster in het verkeerde keelgat geschoten. «Ik heb geen idee waarom ze dat roept. Ze heeft dingen in dat interview gezegd waar ik op dit moment slechts kennis van neem. Ik ben het volstrekt met Hamer eens dat je als bestuur van een politieke partij sober moet zijn met uitgaven.» Evenmin snapt ze waarom het dagelijks bestuur een gemankeerde samenvatting deed uitgaan. Van Hees is net als De Wit van mening dat de originele tekst, die haar wel volkomen rehabiliteert, integraal naar het partijbestuur gestuurd had moeten worden. «De afgelopen anderhalf jaar is er stevig gediscussieerd over de rechtspositie van de voorzitter. Ik liep tegen bepaalde dingen aan omdat ik zo ver van het westen woon. Wat ik zelf belangrijk vind is dat ik altijd de discussie ben aangegaan. Ik heb echt geen gat in mijn hand!»

De voorzitster, zo schreven de kranten, is het slachtoffer geworden van de cultuurverschillen tussen de PvdA van de Amsterdamse grachtengordel en de PvdA van de provincie. Van Hees’ tegenstrevers om het voorzitterschap, Booij en Van Bruggen, de jongens achter Niet Nix die door oud-voorzitter Felix Rottenberg in de partij omhoog zijn gewerkt, stonden symbool voor een Partij van de Arbeid waarbij oude partij-instituties als afdelingen en gewesten eerder werden gezien als lastige sta-in-de-weg dan als noodzakelijke democratische organen. Marijke van Hees was juist degene die dankzij die leden in het land in 1999 haar mandaat verwierf. Met haar vertrek is de PvdA weer geheel in handen van het kleine gezelschap dat rond Binnenhof en Herengracht de dienst uitmaakt. Van Hees: «Mijn opvatting van democratie heeft te maken met de betekenis van een dialoog, met het formuleren van standpunten. Daarbij ontstaat diepgang in de politiek. Het is een principiële keuze om een sociaal-democratische partij als de PvdA zo te moderniseren dat hij intern ook democratisch blijft functioneren en niet verwordt tot een of andere eliteclub. Ik ben er fulltime mee bezig geweest. Altijd het land in om als voorzitter te weten te komen welke thema’s spelen. Voor je het weet ben je volledig de nationale politiek ingezogen en weet je niet wat er lokaal gebeurt.»

Na de crisis in het dagelijks bestuur duurde het volgens een aantal afdelingen en gewesten opvallend lang voordat de regio geïnformeerd werd. Pas op 16 oktober kwam er een uitgebreide informatiebrief. Inmiddels is op aandringen van een aantal afdelingen voor komende maandag (13 november) een bijeenkomst gepland waarop het partijbestuur uitleg dient te verschaffen over de gang van zaken in het bestuur. Ook Marijke van Hees zal de partijleden toespreken. Ze zal dan ingaan op het ingewikkelde mandaat van een voorzitter van een politieke partij. En ze zal spreken over wat integriteit is. Het zal een van de laatste optredens van Van Hees voor het kader van de partij zijn. Hoewel ze tot het partijcongres in maart aanblijft als lid van het partijbestuur, zal haar politieke carrière zich de komende tijd nog vooral in de gemeenteraad van Enschede afspelen.

Het lijkt er al met al op dat de Partij van de Arbeid met het vertrek van Van Hees de band met de leden in het land verliest. Waarnemend voorzitter Mariëtte Hamer heeft het druk met haar kamerlidmaatschap en met de diverse partijcommissies die in de aanloop naar het congres van maart met hun stukken komen. Van Hees: «Ik heb begrepen dat de werkbezoeken die ik gepland had door Mariëtte Hamer allemaal gecanceld zijn. Dat is zuur voor de mensen in de regio. Ik wilde dat die partij open was, zich op een verantwoordelijke manier naar buiten toe opstelde. Een partij, kortom, die goed opkomt voor leden in het land maar ook goed omgaat met haar eigen mensen. Daarin vind ik dat we nu niet bepaald een visitekaartje hebben afgegeven. Het schaadt ons verschrikkelijk. Mensen hebben al een beeld dat het maar allemaal vriendjespolitiek is. Het zou jammer zijn als dat beeld bleef hangen. Ik heb daar trouwens in het dagelijks bestuur nog voor gewaarschuwd, maar dat hielp niet.»

Na eerst Booij en Van Bruggen gesteund te hebben, lieten verschillende media en belangrijke delen van het partijapparaat weten teleurgesteld te zijn in de keuze van het congres voor Van Hees, zoals ook Roel de Wit in het begin van zijn brief schrijft. «Natuurlijk», zegt Van Hees nu, «vijanden had ik vanaf het begin. Maar ik wilde niet werken vanuit vijandbeelden en ging dus maar gewoon met iedereen aan de slag. De mate waarin ik in staat ben geweest me te committeren is volgens mij lang niet slecht.» Van Hees voerde «kenniscentra» in: forums waar leden weer met elkaar in discussie konden. «Dat is positief ontvangen. Ik ben nagekomen wat ik heb afgesproken met partij en bestuur. Als je mij voor de zomervakantie had gevraagd hoe het ervoor stond, dan zou ik hebben gezegd dat we het wel allemaal zouden redden.»

Maar voor de zomervakantie vroeg niemand haar iets. En ín die zomervakantie kwam een aantal jonge partijbestuurders bijeen om buiten Van Hees om over haar functioneren te praten. De groep probeerde zelfs een officiële bestuursvergadering zonder Van Hees te arrangeren. Van Hees keerde eerder van vakantie terug en de crisis was een feit. «Ik wilde wel praten, maar andere mensen hadden niet de volwassenheid in het complete bestuur in discussie te gaan», zegt ze. «Onderlinge verhoudingen maakten dat emoties hoog opliepen. Op een gegeven moment is mij na een vergadering te verstaan gegeven mijn conclusies te trekken. Van de kant van het dagelijks bestuur was me door een aantal mensen gezegd dat ik maar beter een paar maanden kon gaan thuiszitten. Maar voor dat soort varianten leen ik me niet. Iedereen wist dat de commissie-Partijvernieuwing na de zomer met een advies zou komen. Ik was er voorstander van dat af te wachten en had het idee dat mijn medebestuursleden zich ervan bewust waren dat we ons in een overgangsperiode bevonden.»

Ondertussen wacht Van Hees op een eens luidende rehabilitatie in de vorm van het openbaar maken van de volledige brief van Roel de Wit. De uitleg die afgelopen dinsdag door leden van het dagelijks bestuur aan deze brief gegeven is, bevalt haar niets. Komende maandag, wanneer het voltallige bestuur de achterban informeert over de gang van zaken, heeft het dagelijks bestuur een hoop uit te leggen.