Heavy metal in Egypte

Het geluid moet uit! Nu!

Zwaar versterkte elektrische gitaargeluiden en duistere tonen in de marge van de Egyptische samenleving. ‘Als het atheïsten zijn, dan moeten ze worden gestraft.’ Een reportage.

CAÏRO – Onze chauffeur probeert ons een andere bestemming aan te praten. De citadel, het Egyptisch museum, de sfinx. Met zijn arm maakt hij een breed gebaar richting de hete, in smog gehulde stad. De markt? De Koptische wijk? Of anders een van de grote moskeeën? Dat nieuwsgierigheid naar de lokale heavy-metal_-scene_ de reden van het bezoek aan deze stad is, gaat er bij hem niet in. Die mensen gebruiken drugs en doen aan groepsseks. Ze zijn gevaarlijk. Bij de piramides neemt hij gas terug en vraagt nog een keer of we het zeker weten. Ons antwoord stelt hem diep teleur.

Afgezet op de plaats van bestemming lijken we in een reisgidsfolder beland: een stoffig restaurant met lage tafels en gekleurde banken, in de schaduw van een palmboom Egyptische mannen met hun gehoofddoekte vrouwen, obers in stijve witte pakjes die met waterpijpen op en neer lopen. In de verte de contouren van de piramides.

Twintig meter verder, in het partycentrum achter het restaurant, vinden we wat we zoeken. Een paar honderd jonge metalheads, zonder uitzondering in het zwart gekleed. De meeste jongens dragen hun haar lang, de weinige meisjes hebben bijna allemaal piercings in wenkbrauw of lip. Op hun T-shirts staan bloederige taferelen. Ongeduldig wachten ze meer dan drie uur in de loeihete ruimte tot enkele technische problemen zijn opgelost. De geluidsman weet niet hoe heavy metal moet klinken, waardoor de soundchecks voortdurend de mist in gaan.

Buiten staat de veertienjarige Yusef, de jongste heavy-metalgitarist van Afrika en het Midden-Oosten. Hij wil weten wat men in Nederland denkt van Egyptische metalheads. Een jongen naast hem geeft antwoord: ‘Ze denken daar dat wij de hele dag waterpijp roken, dat we of fanatieke moslims zijn of lui, dat we geen stopcontacten hebben om onze elektrische gitaren in te pluggen.’

Een poging deze beschuldigingen te nuanceren heeft weinig effect en wordt bovendien overstemd door een oorverdovend gebrul vanuit de zaal. De geluidsman heeft de metalsound eindelijk in de vingers. Plotseling worden we omgeven door headbangende hoofddoeken.

De Egyptische metal-scene begon aan het einde van de jaren zeventig voorzichtig te groeien en kende haar hoogtepunt in de jaren negentig toen een metalconcert al snel een paar duizend bezoekers trok. In 1997 ging het mis: diverse kranten en tijdschriften begonnen de boodschap te verspreiden dat metalheads de duivel vereerden. De regering zag zich genoodzaakt in te grijpen. In een paar weken tijd werden honderden metalfans gearresteerd en vastgezet. Sommigen een paar uur, anderen twee weken. Wie uit de gevangenis kwam, zorgde ervoor dat hij nooit meer in de buurt kwam van een elektrische gitaar. Bands vielen uit elkaar en de scene stortte in.

Maar de afgelopen jaren is een nieuwe generatie metalheads opgestaan die zich met evenveel enthousiasme op de muziek stort als hun voorgangers. Ze zijn de mierzoete liefdesliedjes van Egyptische popsterren zat. Ze willen schreeuwen over hun twijfels en woede. Dat doen ze in het Engels, begeleid door gierende gitaren. Het is de manier bij uitstek waarop ze uiting kunnen geven aan hun dark side. Pijn, angst, depressie, verlatenheid; emoties die ze zeggen niet kwijt te kunnen in de conservatieve Egyptische samenleving.

De namen van de bands zijn zorgvuldig uitgezocht: Hate Suffocation (een bandlid: ‘Het systeem hier verstikt ons, we vechten tegen de oppervlakkigheid’), Dark Philosophy (de gitarist: ‘Onze teksten gaan over duistere dingen. Treurig en rauw. Alles wat ze hier niet willen horen’), Beyond East (‘Wij willen verder dan Egypte, het Oosten, de islam: wij willen werelden verbinden’).

De media bekijken de groeiende scene met wantrouwen. Op straat krijgen metalheads regelmatig te horen dat ze homo zijn of satanist. In een land als Egypte is vooral de laatste een zeer ernstige beschuldiging. Maar ze dragen hun ‘Death’-T-shirts, pentagrammen en paardenstaarten met dappere minachting voor ‘de simpele zielen die niet verder durven kijken dan hun gallabiya lang is’, zoals een van hen de tegenstander omschreef. En ja, daarnaast zijn ze moslim, een enkeling christen. De pentagrammen moeten mensen niet zo serieus nemen en de profeet had toch zeker ook lang haar? Wat de politici betreft: die hebben in deze tijd van terrorisme wel wat beters aan hun hoofd dan het opjagen van metalheads.

Zo nu en dan verstrekt de politiek zelfs concertvergunningen. Met restricties. Het laatste concert in Alexandrië vond plaats in de bibliotheek, op zondagmiddag, met een bar die uitsluitend frisdrank verkocht. Het was de band verboden het ‘f-_woord’ te gebruiken en toen de zanger per ongeluk een _slip of the tongue maakte, bood hij het publiek onmiddellijk zijn excuses aan. De grootste daad van rebellie tijdens dit soort concerten zit in het drinken van alcohol, dat officieel niet geschonken wordt, maar meestal wel te vinden is achter een muurtje of in het dashboardkastje van een auto: lauwe whisky in plastic waterflesjes.

In het partycentrum achter het restaurant langs de autoweg mag wel worden gevloekt; voor dit concert is dan ook geen vergunning aangevraagd. Als tegen middernacht een oorverdovende black-metalset van Dark Philosophy door het partycentrum blaast, komen twee obers van het restaurant op het lawaai af. Hoofdschuddend staan ze aan de kant. Wat ze ervan vinden? ‘These people are not normal.’ Ze opsluiten, zoals in ’97, vinden ze te ver gaan, hoewel, zegt de een op samenzweerderige toon: ‘Als het atheïsten zijn moeten ze worden gestraft. En daar lijken ze verdacht veel op.’ Zijn collega zou het genoeg vinden als ze ‘al dat zwart’ voor een vrolijker kleur verruilden: ‘Zoveel zwart bij elkaar roept duivelse dingen op.’

Plotseling gaat in de zaal het licht aan. Een van de organisatoren komt wild gebarend binnen. Het geluid moet uit. Nu!

Buiten staat een tierende buurman. Zijn dochters liggen al uren wakker van het lawaai en hij dreigt de politie te bellen. Een ramp voor de organisatie, die zonder vergunning in grote problemen kan komen. Met vijftien man weten ze de buurman tot bedaren te brengen. De bands die nog moesten spelen, pakken teleurgesteld hun gitaren weer in. Vanavond hebben ze hun frustraties niet kunnen uiten. En die worden daar alleen maar groter van. Ze zijn boos op de buurman, de organisatie, Egypte, de vooroordelen en ‘het hele fucking systeem’ dat hen maar niet wil begrijpen.

links:
Dark philosopy

Beyond the East


Hate Suffocation