The War on Drugs

Het geluid van een zee

Geen land ter wereld waarschijnlijk met zoveel festivals als België. Met name in Vlaanderen heeft ieder dorp nog zijn eigen zomerfestival. Er staan namen hoog op al die affiches die hier al lang vergeten zijn, bands waarvan je je wel eens afvraagt waar ze zijn gebleven. Nou, daar dus. In plaatsen met namen die klinken als Herman Brusselmans-zinnen. Aarschot. Reet. Kontich. Wortel. Jeuk. Jezus-Eik. Kuttekoven.

Medium muziek

Ook mooi aan al die festivals: de bandnamen. Het nadeel van steeds meer popgeschiedenis: de goede bandnamen lijken soms op. Dus staan er op die Belgische festivals bands als I Wrestled a Bear Once en Shoot the Girl First. Beide bands staan in de top-honderd van ‘Worst Band Names Ever’, overigens net als volkomen onterecht ook The The.

Zou er een lijst bestaan van ‘Best Band Names Ever’ (en die bestaat vast), dan zou The War on Drugs daar hoog moeten scoren. Het is een wonderlijke band. Opgericht in 2005 in Philadelphia en vanaf het debuut omarmd door zowel de internationale muziekpers als het festival- en clubpubliek. Wonderlijk, omdat de stem van zanger Adam Granduciel opvallend vaak sprekend lijkt op die van Bryan Adams. En zijn gitaarspel steeds meer op dat van Mark Knopfler, ex-voorman van Dire Straits. En omdat hij ooit verklaarde dat het eerste album dat hij ooit kocht er een van Phil Collins was.

Er zijn weinig namen in de popmuziek te bedenken die gelden als minder credible dan Bryan Adams en Mark Knopfler, om over Phil Collins nog maar te zwijgen. Niettemin is het een compliment: Granduciels licht hese stemgeluid klinkt warm en dichtbij, zijn gitaarspel is spannend en virtuoos, hoe raar dat tweede ook klinkt in de context van een band die geldt als ‘indie’, een genre waar vertoon van technische virtuositeit doorgaans geldt als een vloek.

De kwaliteiten van The War on Drugs (of feitelijk van Adam Granduciel, want dit derde album klinkt in alles als het werk van één man die geen tegenspraak hoefde te dulden) laten zich op Lost in the Dream vooral gelden in het nummer Burning, dat doet denken aan zowel het meest stuwende werk van The Waterboys als aan het meest dwingende van The Arcade Fire. Prachtig is even later ook het afsluitende In Reverse, waar Granduciel, met een galm op zijn stem, praatzingt over het geluid van een zee, begeleid door zijn majestueuze gitaargetokkel, om vervolgens in een Dire Straits-achtige (nee, echt) compositie van bijna acht minuten zelftroost te bieden in zinnen als ‘I don’t mind you disappearing, when I know you can be found’.

Granduciel is aan de ene kant steeds duidelijker beïnvloed door de erfenis van Petty en Dylan, en weet aan de andere kant een hoorbare liefde voor de jaren tachtig te belijden in een muzikale omgeving die daar niet vanzelfsprekend toe uitnodigt. Steeds rijker en zorgvuldiger kleurt hij zijn nummers in, met fraaie pianopartijen als tegenwicht aan zijn gitaarspel. Een van de vele voordelen van Spotify: wie het album daarop beluistert en dus na het einde van het slotnummer meteen in het openingsnummer van het voorgaande album valt, hoort welke enorme stappen hier zijn gezet.


The War on Drugs, Lost in the Dream (De Konkurrent). The War on Drugs speelt zaterdag 24 mei op het Le Guess Who?-festival in Utrecht.

Beeld: Adam Granduciel van The War on Drugs (Dusdin Condren).