Het geluid van het leven

KEVIN CANTY
WAAR HET GELD BLEEF
Vertaald door Frans van der Wiel, De Harmonie, 211 blz., € 16,90

Het verlangen naar het begrijpelijke in een onbevattelijke wereld, dat is de motor in Kevin Canty’s verhalen. De duistere kanten van liefde beheersten al zijn verhalendebuut Een vreemde in deze wereld (1995). Het meest beklemmende verhaal gaat over een puber die tot zijn eigen verbijstering een verstandelijk gehandicapt meisje versiert. Het tegen beter weten in zoeken van intimiteit raakt de kern van Honeymoon (2001), het meest schrijnend in de vertelling waarin een jongen een jurk van zijn overspelige moeder aantrekt.
Canty’s derde verhalenbundel Waar het geld bleef heeft het niveau van de grootmeesters van het Amerikaanse korte verhaal (onder anderen John Cheever, Lorrie Moore en Flannery O’Connor). De opening van het verhaal Het noordelijke bos is een bespiegeling over het huwelijk als een van die fenomenen die je nooit zult doorgronden. ‘Zijn we gelukkig? Mogen we elkaar eigenlijk wel? Het is net de achterkant van de maan, het gezicht dat van je is afgewend.’
De ik-figuur is een man die zich niet laat kennen door zijn vrouw, die hij bedriegt. De lezer, die wordt toegesproken om intimiteit te suggereren, komt bij stukjes en beetjes te weten dat de man zijn ware verlangens op een ander dan zijn vrouw richt. Die andere vrouw is zijn verslaving. Dat geheim is zijn macht, denkt hij, maar hij verdwaalt in de werkelijkheid.
De negen verhalen ademen de ellende van mannen die hun greep op het leven zijn kwijtgeraakt. De openingsvertelling van drie bladzijden is welhaast een roman in pilvorm. Tussen de eerste zin (‘Toen het eenmaal voorbij was ging Braxton aan de keukentafel van zijn flat zitten en probeerde erachter te komen wat ze met het geld hadden gedaan’) en het slot (‘De rest van het geld, het weinige dat over was, ging naar advocaten’) ontvouwt zich een wereld vol wanhoop die zich uitleeft in verkwisting. Weggegooid geld, weggegooid huwelijk.
Canty is de auteur van de beknopte maar betekenisvolle zinnen. Deze bijvoorbeeld, in het verhaal De ijskeizer: ‘Zijn móeder! De vorige keer dat hij thuiskwam had pa een vriendin en ma een advocaat.’
De zoon, Lander, werkt doordeweeks in de koele stilte van een bibliotheek ‘waar alles begrijpelijk was’. In het weekend staat hij in een ijssalon. Als hoeder van zijn broeder Tim is hij mislukt. Door een auto-ongeluk is die in de lappenmand terechtgekomen. Lander kwam met de schrik vrij. Een jonge femme fatale zorgt er door dwingelanderig en roekeloos gedrag voor dat Lander bijna weer mislukt als beschermer van zijn broer. De mensen doen maar waar ze zin in hebben. Een kernzin in dit verhaal is de volgende: ‘Ergens dachten mensen dat ze veilig waren.’ Maar Canty’s mannen staan vaak buiten in de kou, soms zelfs letterlijk, en vaak door hun eigen toedoen. Ze verbazen zich permanent over de gedragingen van de ander.

De mannenfiguren van Kevin Canty hebben de neiging zich terug te trekken uit het leven, dat elke dag weer onvoorspelbaar is: voor de man die rouwt om zijn overleden vrouw, voor de brandweerman die een aan-en-uitrelatie heeft, voor de vader wiens zoontje bijtneigingen heeft. Een man die intimiteit zoekt met een vrouw komt in een raadselachtige wereld terecht omdat niets meer voorspelbaar is. Tegelijkertijd laat Canty dankzij zijn consequent volgehouden mannelijk perspectief zien dat mannen even raadselachtig kunnen zijn als vrouwen.
Het slotverhaal Verbrande schepen, gebroken glas is daar een mooi voorbeeld van. Een zekere Rossbach (‘de chaos zelve’), die als straf voor hardnekkig alcoholisme verplicht een paar Gezond Leven-weken op een ranch moet bijwonen, verliest zich in een vrouw die hem weer moed geeft. Hij, vol verlangen, reist haar achterna, tot zijn eigen verbazing. Hij gaat een grens over die bijna alle Canty-mannen in Waar het geld bleef overschrijden. Hij gaat door ruiten heen. Dat is het geluid van het leven zelf.
Wie geen verbrande schepen achter zich weet te laten en bang blijft voor brekend glas is niet moedig. ‘Eigenlijk was hij laf geworden door huwelijk en drank en kwam hij nooit verder dan kijken, praten en flirten.’
Kevin Canty weet de desperaatheid van zijn mannelijke helden in zo’n verzorgd-laconieke stijl te presenteren dat de lezer – regelmatig toegesproken in de verhalen – voortdurend uit evenwicht raakt en zichzelf tegenkomt. Dat is een literaire prestatie.