De zegetocht van Roger Waters

Het genie heeft gelijk

De meest succesvolle poptour van dit jaar is de heropvoering van een 32 jaar oud conceptalbum. Met het huidige succes van The Wall haalt rockintellectueel Roger Waters zijn lang gedroomde gelijk.

WAAROM? Om die vraag te beantwoorden - waarom als zestiger op een uitputtende wereldtour met de integrale uitvoering van een album uit 1979 - grijpt Roger Waters in een interview het liefst terug op een eigen uitspraak van 22 jaar geleden, over de voor hem centrale vraag achter The Wall: ‘Waar het op neerkomt voor mij is dit: zullen de technologieën die we inmiddels in onze samenleving hebben om te communiceren ons verheffen en ons helpen elkaar beter te begrijpen, of zullen ze ons slechts in die waan laten en verdeeld houden?’

Hij voegt er nu, al die jaren later, aan toe: 'Ik geloof dat dat nog steeds een relevante vraag is. Er is een enorme hoeveelheid commerciële rommel op internet te vinden, en veel propaganda, ik heb niettemin het gevoel dat onder het oppervlak het onderling begrip vruchtbare grond begint te krijgen. Daarom moeten we blijven bloggen, blijven twitteren, blijven communiceren, kortom: ideeën blijven delen.’

Toen hij The Wall schreef, was hij 'een bange jonge man - nou ja, niet zo jong: ik was 36’. En het is precies dit - angst - dat Waters als motor achter vrijwel alle verderfelijke 'ismen’ in deze wereld ziet. Vandaar dat hij nogmaals het verhaal wil vertellen over zijn personage Pink en zijn door angsten verteerde leven, maar dat dan breder uitgewerkt. Zoals hij in het tv-programma Late Night With Jimmy Fallon vertelde toen hij het voornemen van de The Wall Live-tour bekendmaakte: 'Ik heb het verhaal politieker gemaakt. Hopelijk heeft het een universelere boodschap gekregen. Het gaat nu meer over de muren die mensen in het algemeen verdelen, niet alleen maar die in het leven van de boze hoofdpersoon.’

Niet dat Waters aan de teksten of de muziek veel heeft veranderd: de actualisering zit vooral in de vormgeving, want bijna net zo beroemd als het refrein 'We don’t need no education/ We don’t need no forced control’ uit de wereldhit Another Brick in the Wall (part 2) werd het getekende symbool van dat 'dark sarcasm in the classroom’: de lange, slungelige, grijze leraar met zijn ronde bril, aanwijsstok en tentakels van handen, klaar om kinderen door de gehaktmolen van gelijkvormigheid te halen.

Die actualisering van het album leidde aan het begin van de tournee meteen tot een rel: Abraham Foxman, leider van de joodse Anti Defamation League, beschuldigde Waters van antisemitisme, op basis van de videobeelden bij het nummer Goodbye Blue Sky. Een krankzinnige beschuldiging, die alleen kan komen van iemand die geen idee heeft van de tekst van dit nummer (hoofdpersoon Pink neemt afscheid van zijn jeugd (de blue sky) en zet zich schrap voor het getroebleerde volwassen leven, gesymboliseerd door gevechtsvliegtuigen in de lucht) en vooral de achtergrond van Waters (die zijn vader verloor in de Tweede Wereldoorlog, een thema dat een zeer dominante rol speelt op het album, en al in het begin zit samengebald in de wanhopige vraag 'Daddy, what d'ya leave behind for me?’).

Er bestaan vele interpretaties van de tekst van het nummer, vooral vanwege de tekstuele verwijzing naar Brave New World en Waters’ exacte bedoeling daarvan in relatie tot de Tweede Wereldoorlog, maar in geen enkele van die interpretaties speelt antisemitisme een rol. De kritiek van Foxman was dat hij had vernomen (want de show zelf had hij nooit gezien) dat in de beelden bij Goodbye Blue Sky - namelijk: B52’s laten een hoeveelheid symbolen los boven een door oorlog verwoest landschap, waaronder een hamer en een sikkel, een davister, het logo van Mercedes, dat van Shell, en een dollarteken - de davidster en het dollarteken elkaar zo snel opvolgden dat Waters daarmee iets leek te willen zeggen over het bekendste vooroordeel over joden.

Waters verklaarde zuchtend dat hij had willen uitdrukken dat oorlogen ontstaan door conflicterende religieuze, politieke en economische ideologieën die mensen tegen elkaar opzetten, en dat hij de rouw om alle levens die dat kost had willen symboliseren, vroeg zich af of de ADL zich niet beter bezig kon houden met de beginselen die ze in 1913 hadden geformuleerd (antidiscriminatie) en paste de beelden aan.

Hoe ridicuul de beschuldiging ook, hiermee was The Wall wel nadrukkelijk deze eeuw binnengesleept: ook nu leidt Waters’ album kennelijk nog tot misverstanden. En dat is eigenlijk ook onvermijdelijk, want in dit dubbelalbum vol vaak dubbelzinnige symboliek lijkt Waters al zijn autobiografische gegevens, zijn angsten en driften, gedachten over de verhouding met zijn overleden vader en overbezorgde moeder, visie op zijn eigen jonge en volwassen leven, zijn bespiegelingen over macht, roem en drugs, over de generatie die opgroeide na de Tweede Wereldoorlog en over de rol en betekenis van alle soorten muren die mensen tussen elkaar kunnen optrekken, te hebben samengebracht met muzikale ambities die zo rijk, groots en tegelijk breed als samenhangend zijn, dat The Wall op papier werkelijk alles in zich heeft om tot een met misverstanden behangen standbeeld van megalomanie uit te groeien.

In The Wall zitten zo overrompelend veel ideeën samengebald - intellectueel en muzikaal - dat het een waar wonder is dat het album als geheel, maar ook op geen enkel moment binnen dat geheel, door zijn eigen hoeven zakt.

Er staan nummers op die inmiddels zo vaak zijn gedraaid of live gespeeld dat ze op zichzelf staan (Another Brick in the Wall (part 2) uiteraard, maar ook Comfortably Numb en Run Like Hell), maar The Wall is en blijft een conceptalbum, en wel in de meest ambitieuze vorm denkbaar: een verhaal, even filmisch als literair, met een hoofdpersonage dat zich ontwikkelt, en met nummers die onheilspellend (Empty Spaces), kwetsbaar (Mother), driftig (Young Lust) of dreigend (One of My Turns) klinken wanneer het verhaal en het gemoed van hoofdpersoon Pink dat eisen. Zoals ook de tekstuele en muzikale herhalingen op het album in het teken staan van Waters’ overtuiging dat sommige menselijke gedragingen, hoe betreurenswaardig ook, zichzelf blijven herhalen.

Een album, kortom, om van begin tot eind, en ook in die volgorde, te ondergaan. Volstrekt ongeschikt om te beschouwen als een verzameling 'tracks’. Wie het beluistert met de shuffle-functie, helpt het om zeep. Die hoort - om maar een voorbeeld te noemen - alleen een zin over vrouwen 'to beat to pulp on a Saturday night’, en heeft geen idee van de ontwikkeling van Pink op dit punt, van alles wat hem naar dergelijk cynisme over relaties heeft geleid, van de grond op basis waarvan hij niet veel later concludeert: 'I don’t need no arms around me’, en hoe zijn isolement van andere mensen hem vervolgens in verval dreigt te brengen - vandaar toenemende referenties aan wormen, naarmate het album vordert. In dat opzicht - de maker als bepaler van de manier waarop er naar geluisterd dient te worden, niet de luisteraar - is The Wall zonder meer een ouderwets album.

Waters’ huidige wereldtournee, die hem voor 61 optredens naar Europa brengt, eert het album op exact die manier: hij speelt The Wall live integraal, punt uit. Geen toegiften, geen andere Pink Floyd- of solonummers.

De wereldtournee is meer dan een succes, het is een glorietocht. In Canada en de Verenigde Staten moesten er talloze data worden bijgeboekt om aan de vraag naar kaarten te voorzien. Waters’ tour was in de VS de op een na (Bon Jovi) meest lucratieve poptournee van het afgelopen jaar, boven artiesten als U2 en Lady Gaga.

In Europa speelt hij in iedere stad verscheidene keren, en alle shows zijn uitverkocht.

HET ZAL WATERS meer dan goed doen: het betekent voor hem gerechtigheid, en dat is de erkenning dat hij het genie achter Pink Floyd was. Hij is een van de weinige mannen in de geschiedenis van de popmuziek die liefst vier meesterwerken op zijn naam heeft staan: de Pink Floyd-albums Wish You Were Here, Dark Side of the Moon en The Wall, en zijn soloalbum Amused to Death.

Dat laatste op Neil Postmans Amusing Ourselves to Death gebaseerde conceptalbum (uiteraard) haalde bij lange na niet de verkoopcijfers van Pink Floyd na het vertrek van Waters, en Waters moest knarsetandend toezien hoe zijn voormalige bandleden nog jaren de grootste stadions van de wereld bleven uitverkopen met shows die grotendeels leunden op werk waarvan Waters de intellectuele vader was.

Want zijn voormalig medebandlid David Gilmour is weliswaar een briljant gitarist en uitstekend zanger, op enig ideeëngoed is hij nooit te betrappen geweest, werd Waters niet moe fijntjes te benadrukken in interviews die steeds vaker een steeds minder verhulde smeekbede om herstel van de samenwerking werden.

De laatste jaren heeft Waters alles gekregen wat hij wilde.

Toen Pink Floyd stopte met touren, stapte hij in het gat met zijn solotournee In The Flesh Live. Dat werd een groot succes. De daaropvolgende tour, waarbij hij Dark Side of the Moon integraal speelde, werd een nog groter succes. Tijdens het tweede Live Aid-festival (Live8, zes jaar geleden) herenigde Pink Floyd eenmalig, en stonden Waters en Gilmour naast elkaar op het podium.

Gilmour zichtbaar ongemakkelijk, naast de man die hem jaren publiekelijk had beschimpt, getergd en vernederd. Voor wie nog niet duidelijk was dat al die sneren in feite de uitgestoken hand van de afgewezene waren, hoefde tijdens Live8 maar naar het gezicht van Waters te kijken: de grijns van oor tot oor ging er niet meer af.

En paradoxaal genoeg is zijn succes de afrekening met de grondgedachte die hem op het idee van het album zelf bracht: Waters’ overtuiging dat Pink Floyd door het succes en daardoor de enorme hallen en stadions waar de band speelde, een muur tussen zichzelf en het publiek had opgetrokken. Roem op deze schaal ging onontkoombaar ten koste van alles waar het aan beide kanten van die muur om zou moeten draaien, concludeerde Waters, vanaf zijn enorme podium uitkijkend op stadions vol bier drinkende massa’s die voor entertainment hadden betaald en dat dan ook verwachtten te krijgen. Vandaar dat het album ook begint als een live-concert, en Waters in de openingszin op zijn cynische toon zingt: 'So you thought you might like to go to the show?’

Als iets te zien valt op de inmiddels talloze beelden van deze tournee op YouTube, is het - naast een overdonderende visuele en muzikale show - wel het enorme speelplezier van Waters zelf. Daar staat hij dan, de bas voor zijn pezige, altijd in een zwart shirt gestoken lijf, onder dat hoofd dat steeds meer op dat van Richard Gere gaat lijken, zichtbaar trots en genietend. 'Is there anybody out there?’ vraagt Waters, en uitzinnige massa’s roepen iedere avond van ja. Ook Waters’ eigen geschiedenis herhaalt zichzelf niet volledig.


Roger Waters, The Wall Live is te zien op 8, 9 en 11 april in het Gelredome in Arnhem (superuitverkocht)