Sergej paradzjanov

Het genie in de filmfabriek

Menig werk uit de sovjetfilmindustrie is verdwenen, de recente vondst van outtakes van Sergej Paradzjanovs De kleur van granaatappels is dan ook bijzonder. Tegelijk blijven sommige aspecten van de sovjetfilmcultuur akelig actueel.

Outtakes van De kleur van granaatappels door Sergej Paradzjanov, ontdekt door de Britse filmrestaurateur Daniel Bird © National Cinema Centre of Armenia (NCCA)

Naar de bioscoop gaan was in de Sovjet-Unie een bijzondere ervaring. Naast mijn flat in Moskou zat begin jaren tachtig Kino Pobjeda (Bioscoop de Overwinning). Kaartjes voor toneelvoorstellingen waren moeilijk te krijgen, maar naar de film kon je altijd, voor enkele tientallen kopeken. Ik ben vaak in Kino Pobjeda geweest – Moskou was toen nog een saaie stad.

Buitenlandse films waren er nauwelijks te zien, en vooral niet de kapitalistische blockbusters waar de rest van de wereld zich aan vergaapte. Gelukkig werden in de Sovjet-Unie zelf ieder jaar honderden speelfilms gemaakt. Elk van de vijftien sovjetrepublieken had tenminste één filmfabriek waar, volgens vijfjarenplan, aan de lopende band films werden geproduceerd waarover de buitenwereld zelden iets vernam.

Ze waren er in alle genres: liefdesdrama’s, komedies, avonturenfilms, detectives en misdaadfilms – al bestond ‘misdaad’ officieel niet, zodat dit genre meestal neerkwam op verheerlijking van de militie (politie) of de kgb. Veel films waren heel goed geacteerd, onderhoudend, geestig en met een inventief scenario. De problemen in Kino Pobjeda waren meer technisch: de kleuren van de filmkopieën waren abominabel en de films braken regelmatig in de projector. Terwijl de operateur de filmdelen dan weer aan elkaar plakte, gaf de zaal zich over aan een fluitconcert – een van de zeldzame gelegenheden waarbij sovjetburgers collectief ongestraft blijk konden geven van ontstemming.

Die honderden ‘gewone’ sovjetfilms lijken in het niets verdwenen. In het postsovjettijdperk gingen de meeste studio’s failliet en hun archiefvorming droeg – net als lange tijd in het Westen – een toevallig karakter. Het iffrbracht een paar jaar geleden onder de noemer ‘easterns’ (als tegenhanger van westerns) een retrospectief van sovjet-avonturenfilms. Maar de meeste ‘gewone’ sovjetfilms zijn in het Westen onbekend. Dat was altijd al zo. De Moskouse centrale van het sovjetfilmbedrijf, Goskino, zond naar internationale festivals bij voorkeur artistieke films, ook als die om commerciële of ideologische redenen in eigen land nauwelijks in roulatie kwamen. Het resultaat was een merkwaardige misvatting in het Westen: dat de sovjetfilmproductie grotendeels bestond uit artistieke meesterwerken.

Dit jaar presenteert het IFFR, in de sacrale omgeving van de remonstrantse Arminiuskerk, een spectaculair project rond zo’n beroemde sovjetkunstfilm: De kleur van granaatappels van Sergej Paradzjanov uit 1968. Voor veel liefhebbers is die film het mooiste en radicaalste wat ooit op het witte doek is gebracht. Het was dus een groots moment toen de Britse filmrestaurateur Daniel Bird onlangs maar liefst zeven uur aan outtakes van De kleur van granaatappels ontdekte – door Paradzjanov gemaakte opnamen die niet terecht zijn gekomen in een van de twee gemonteerde versies die er bestaan. Het bestaan van die outtakes is een klein wonder. Iemand heeft ze destijds achterovergedrukt en verstopt, want ongebruikte negatieven moesten van Goskino worden vernietigd, opdat het zilver erin kon worden hergebruikt. In een installatie van videoschermen zijn deze opnamen in Rotterdam nu voor het eerst te zien, als een monument voor de esthetische en vormrijkdom van De kleur van granaatappels en Paradzjanovs talent. Er zijn poëtische beelden van historische voorwerpen, textiel, details van iconen en badende vrouwen en rituelen – alles in de plechtige, symbolistische trant die de film kenmerkt.

De kleur van granaatappels is wel de ‘vreemdste biopic ooit gemaakt’ genoemd. Ofschoon de kijker in eerste instantie wordt overweldigd door moeilijk te interpreteren beeldpracht, draait het eigenlijk om het leven van de achttiende-eeuwse Armeense dichter Sayat-Nova, die schreef in het Armeens, Georgisch en Ottomaans-Turks. Dat de film ooit door Goskino in opdracht is gegeven, hing samen met de meertaligheid van deze dichter. Hij gold als een symbool van de ‘vriendschap der volkeren’ die zo belangrijk was in de sovjetideologie. De ontstaansgeschiedenis van De kleur van granaatappels en het leven van Paradzjanov werpen trouwens wel meer licht op de gang van zaken binnen de sovjetfilmindustrie – een soms banaal licht.

Sergej Paradzjanov (1924-1990) had, zoals alle sovjetburgers, in zijn binnenlandse paspoort staan tot welke etnische groep hij behoorde: de Armeense. Hij groeide echter niet op in de sovjetrepubliek Armenië, maar in Tbilisi, hoofdstad van de sovjetrepubliek Georgië – een romantisch eldorado van kleuren, geuren, symbolen en multinationale cultuur van de Kaukasus die in zijn bekendste film zo’n grote rol spelen. Het filmvak leerde Paradzjanov in Moskou, aan de legendarische filmacademie vgik (Vsesojoezni Gosoedarstveni Institoet Kinomatografii). Daarna kreeg hij een baan bij de Dovzjenko-studio’s in Kiev, de filmfabriek van de sovjetrepubliek Oekraïne. Na wat onbeduidende genrefilms maakte hij in 1964 een film die de rest van zijn leven sterk zou bepalen: Schaduwen van vergeten voorouders, in het Westen bekend als De vuurpaarden.

Schaduwen speelt onder Hoetsoelen, een etnische subgroep van de Oekraïners. De stijl van Paradzjanovs latere werk is hier al volop aanwezig: folklore, visioenen, rituelen en religie. De film is in Oekraïens dialect – en kon worden opgevat als een verheerlijking van de Oekraïense natie. Dat trof slecht. In 1964 was de sovjetleiding in Moskou net bezig met een nieuwe crackdown tegen Oekraïense nationalistische neigingen. Daarvan verdachte partijfunctionarissen werden vervangen, de Oekraïense taal in het openbare leven teruggedrongen ten faveure van het Russisch.

Wonder boven wonder kwam Schaduwen wel in bioscooproulatie. Maar Paradzjanov behoorde tot het soort creatieve genieën dat niet weet wanneer het opportunistisch de mond moet houden. Luidkeels en in het openbaar protesteerde deze Georgische Armeniër tegen de culturele onderdrukking in Oekraïne. Opgewonden standjes komen overal ter wereld nogal eens in moeilijkheden, maar in de Sovjet-Unie had ‘moeilijkheden’ een bijzondere dimensie: Paradzjanovs Amerikaanse biograaf James Steffen heeft in de archieven van de kgb gezien dat deze dienst in 1964 een grondig dossier is gaan aanleggen over de filmmaker. Zijn volgende scenario, voor een film die Kiev Fresco’s had moeten heten, werd door Goskino prompt niet in productie genomen.

© National Cinema Centre of Armenia (NCCA)

Maar het kan verkeren. Ook de kleine sovjetrepubliek Armenië – een beetje een uithoek van de ussr – bezat zijn filmfabriek, Armenfilm. Daar was al jaren rommel geproduceerd waar niemand heen wilde – een probleem omdat ook filmtheaters hun economische plan moesten vervullen. Het was hoog tijd voor een goede Armeense film en daarbij gingen de gedachten uit naar Paradzjanov. Die was weliswaar nog nooit in zijn leven in Armenië geweest, maar onmiskenbaar een groot talent.

Al meteen was er gedoe over het scenario van Paradzjanov. De Armeense communistische partij verweet de filmmaker een veel te losse omgang met de levensloop van de dichter Sayat-Nova. Bepaald werd dat diens biografie zoveel mogelijk moest worden weggemoffeld – een beslissing die veel heeft gedaan voor het cryptische karakter van de uiteindelijke film.

De productie was prijzig: Paradzjanov draaide in Armenië, Georgië, Azerbeidzjan en in Kiev, waar ook werd gemonteerd. Over het resultaat was Goskino bitter teleurgesteld: wie wil naar de bioscoop voor zo’n folkloristisch vormexperiment zonder historische of maatschappelijke relevantie? Om er vanaf te zijn besloot Goskino de film, toen nog Sayat-Nova geheten, alleen vrij te geven voor beperkte roulatie in Armenië, met vijf kopieën.

Paradzjanov had echter fans in de hoogste regionen van Goskino. De filmfunctionaris Sergej Joetkjevitsj vervaardigde zonder inmenging van de regisseur een nieuwe montage, met tussentitels, om het geheel wat meer structuur te geven. Het is deze versie die in heel de Sovjet-Unie in roulatie kwam en het Westen bereikte als De kleur van granaatappels.

De problemen van de recalcitrante filmmaker waren hiermee geenszins voorbij. In 1971 hield Paradzjanov een toespraak in Minsk, waarin hij beweerde dat Sayat-Nova hem was ontstolen en hij allerlei hotemetoten van het sovjetfilmbedrijf beledigde. De toespraak was door de kgb opgenomen en is tot in het politbureau in het Kremlin besproken. Kennelijk achtte men de maat vol. In 1973 werd Paradzjanov veroordeeld wegens ‘sodomie’ oftewel homoseksualiteit, een strafbaar feit dat vaak dienst deed om politieke rekeningen te vereffenen. Ondanks een open brief van filmmaker Andrej Tarkovski en schrijver Viktor Sjklovski, die op vrijlating aandrongen, zat Paradzjanov vier jaar in werkkampen. In 1982 zat hij nog eens negen maanden in de gevangenis, na een veroordeling wegens omkoping. Films mocht hij pas weer maken na 1985, in de tijd van glasnost. In 1990 stierf hij. Bij leven verdacht van Oekraïens nationalisme wordt hij tegenwoordig in twee inmiddels onafhankelijke republieken in de Kaukasus als nationale held vereerd: in Tbilisi staat een standbeeld, in de Armeense hoofdstad Jerevan ligt hij begraven en is het Paradzjanov-museum.

Art Directions

Wat film is, of zou kunnen zijn, wordt onderzocht tijdens Art Directions, het uitgebreide kunstprogramma van het International Film Festival Rotterdam (23 januari - 3 februari 2019). Voor deze speciale bijlage werd De Groene Amsterdammer, voor de gelegenheid omgedoopt tot De Groene Rotterdammer.

De sovjetfilmcultuur is na 1991 verdwenen, samen met het land ussr. Als ik nu op de website van Kino Pobjeda kijk, draaien daar voornamelijk doorsnee buitenlandse films. Maar sommige elementen uit het verhaal van Paradzjanov zijn in het Rusland van nu nog akelig actueel – en niet alleen omdat het Kremlin nog steeds het land heeft aan Oekraïens nationalisme.

Er is geen Goskino meer om scenario’s op politiek-maatschappelijke wenselijkheid te beoordelen, maar staatsfilmsubsidie is alleen weggelegd voor films die de juiste vaderlandsliefde uitstralen. Antipropaganda in de staatsmedia houdt bioscoopexploitanten steeds vaker af van vertoning van onwelgevallige films. Regisseur Aleksej Krasovski heeft zijn jongste film, Prazdnik, een kritische kijk op het beleg van Leningrad, laatst maar meteen op YouTube gezet.

Strafbepalingen tegen ‘sodomie’ zijn uit de wet verdwenen, maar nog altijd worden seksuele beschuldigingen ingezet tegen recalcitrante burgers: twee mannen in Karelië staan terecht voor ‘pedofilie’, vermoedelijk omdat zij volharden in het opsporen van massagraven uit de Stalin-tijd.

En nog steeds kan het slecht aflopen met filmregisseurs die hun mond niet houden. Als u straks in de Arminiuskerk die prachtige outtakes van Sergej Paradzjanov bewondert, denkt u dan ook even aan Oleg Sentsov, in het kamp, en Kirill Serebrennikov, onder huisarrest.


De installatie Temple of Cinema #1: Sayat Nova Outtakes is van 24 t/m 29 januari te zien in de Arminius-kerk (Museumpark), dagelijks van 10.00 tot 20.00 uur (gratis). Op 28 januari vindt in het Hilton een symposium plaats met o.a. Daniel Bird en James Steffen. Gedurende het festival wordt daarnaast een selectie van Sergej Paradzjanovs korte films vertoond.