Het genotsmoment van:

De dichter, parfumeur, biograaf, kraker, schaker en kok

Het genot van de kok
‘Koken is mensen verwennen, en dat geeft zelf ook genot. Om het opperste genot te bereiken moet ik me vereenzelvigen met al mijn producten. Ik word één met iedere zeebaars, ieder stuk rundvlees dat het restaurant binnenkomt. Het geldt vooral voor alles wat nog leeft: oesters, kreeften, schelpdieren. Verser kan niet. Ik kan het dan ook niet verkroppen als er vlees of vis terugkomt. Laat desnoods je groenten liggen, want voor je gerecht is wél een dier gestorven.
Het spannendste moment is de eerste avond dat we een nieuwe kaart voeren. Alles is van tevoren uit-gedacht, tot het laatste detail doorgesproken. Maar dat is de theorie. Pas als alles ook in de drukke res-taurantpraktijk blijkt te kloppen, als je aan het eind van de avond terugkijkt en je hoeft niets te verande-ren, dan pas is voldoening bereikt.’
Hans van Wolde, chef-kok van restaurant Beluga in Maastricht

……………………………………………………………………………………………………..

Het genot van de schaker
‘Het meest primitieve genot aan schaken is het genot van winnen, net als bij andere sporten. Bij mij was dat genot nooit zo heftig. Winnen gaf me wel een voldaan en prettig gevoel. Maar het gaf me nooit een heftige emotie, in tegenstelling tot verliezen. Winnen ervaar je als gewoon, maar verliezen is een aangrijpende inbreuk op wat je als normaal beschouwt.
Op een ander niveau geeft schaken een genot dat dieper gaat. Het geeft je de mogelijkheid om helemaal te verzinken in een wereld die niets met de gewone, alledaagse wereld te maken heeft. Het dagelijkse leven is vol van problemen die niet oplosbaar zijn. Schaakstellingen zijn in principe wél oplosbaar, en het verzinken daarin geeft een groot intellectueel genot. Dat verzinken ervaren anderen vast ook, zoals de musicus of de schilder. Maar voor mij biedt schaken de sleutel naar die toestand.’

Grootmeester Hans Ree, viermaal Nederlands kampioen en schrijver van columns en boeken over schaken

……………………………………………………………………………………………………..

Het genot van kraken
‘Het leukste van kraken is het avontuur. Je weet nooit wat je achter die voordeur zult aantreffen. Daar ligt een heel huis, met een eigen geschiedenis, klaar om ontdekt te worden. Neem het pand waar ik nu woon. De deur stond gewoon open. Dan loop je naar boven en ontdek je nog een trap, nog een verdieping. Zelfs jaren later vonden we onbekende kamers! Het is het geheimzinnige gevoel van de oude rommelzolder waar je als kind rondsnuffelt.
Dat is het genot van de kraakactie zelf. Wat daarna blijft, of beter: af en toe naar boven komt, is een gevoel van zelfbeschikking. Soms lijken de dingen allemaal vooraf bepaald. Door iets te doen wat niet mag, breek je uit die sleur en ontdek je dat je ook zelf je leven vorm kunt geven. En het levert ook nog eens een woning op. Daar kan ik heel blij van worden. Het maakt kraken de moeite waard, ondanks alle moeilijkheden en stress. Dat laatste heeft bij mij nu trouwens de overhand boven het genot. Ik heb net gehoord dat onze huiseigenaar een bouwvergunning heeft gekregen.’
Jos Hooimeijer, kraakster

……………………………………………………………………………………………………..

Het genot van de biograaf
‘Bij mijn speurtocht naar Hotz heb ik vooral momenten waarop ik schrik: steeds meer blijkt dat hij een moeilijk leven had. Ik geniet wel van de aandoenlijke briefjes van hem en zijn zusje, aan hun oma en tante, en de brieven die hij als twintiger schreef uit een sanatorium in Zweden. Omdat Hotz zijn nalatenschap liet vernietigen, ben ik des te blijer met zulke brieven, en met de geestige ansichtkaarten die hij aan vrienden stuurde.
Volgende maand ga ik verhuizen en kom ik te wonen in de lievelingsstraat van Hotz: de P.L. Takstraat in de Pijp, een erkende parel van de Amsterdamse School. Hotz ging op een vrije dag speciaal vanuit Oegstgeest naar Amsterdam om die straat te fotograferen. Misschien dat ook mijn toekomstige huis, met de zwaar overhangende dakpannen, voor zijn lens kwam. Als “tribuut” aan Hotz had ik er al de hoofdpersoon Joris uit mijn roman Vriendendienst laten wonen, en nu, vreemd toeval, want ik was er niet op uit, woon ik er binnenkort zelf. Dat is wel een genotsmomentje.’
Aleid Truijens; werkt aan de biografie
van schrijver F.B. Hotz

……………………………………………………………………………………………………..

Het genot van parfum maken
‘Een slecht parfum is net zo onverdraaglijk als te harde muziek, je wilt de geur wegdraaien of zelf vertrekken. Als parfumeur moet je losse onderdelen kunnen ruiken, die samen een geur maken, dat kan niet iedereen. Ik ruik alles in onderdelen ja, dus ook eten. Het doel is een geur te maken die iemands identiteit benadrukt. Daarbij ga ik als een detective te werk. Het ontrafelen van verschillende geurdetails is erg opwindend. De adrenalinestoot komt op het moment dat ik het concept in mijn hoofd heb en de formule kan opschrijven. Het is een magisch moment, dat me soms doet schudden van genot.’
Alessandro Lorenzo Gualtieri, parfummaker

……………………………………………………………………………………………………..

Het genot van de dichter
‘Het genot, het grote genot, zit hem in het reiken naar iets dat ik net niet kan zeggen. Dat aanschurken tegen het onbekende door te proberen er woorden aan te geven, brengt een bijna naïeve opgetogenheid in me teweeg. Die opgetogenheid is gelardeerd met de hoop en verwachting dat ik datgene wat zich schuilhoudt in zijn onbestemdheid op de staart kan trappen. Als ik dat dan ook werkelijk ga doen, ligt de teleurstelling op de loer. Het is namelijk niet gemakkelijk om dat aanvankelijke gevoel vast te houden tijdens het schrijven. De taal stuurt me maar al te graag de verkeerde kant op. Af en toe krijg ik wel cadeautjes van de woorden. Bijvoorbeeld als die iets zeggen waarvan ik nauwelijks door had dat ik het wilde zeggen. Maar echt blij word ik daar niet van. Nee, het zuivere genot ligt vóór het schrijven. Misschien dat ik daarom het moment van de pen op het papier, van de vinger op het toetsenbord, zo lang mogelijk uitstel. Dat uitstel geeft me de kans me nog wat langer te laven aan het ijle genot dat gewekt wordt als ik voel dat het onmogelijke tot het mogelijke behoort. Een genot dat door het eerste woord dat op papier komt zonder pardon omvergeblazen wordt.’

Henk van der Waal; meest recente dichtbundel: Vreemdgang (Querido, 2007)

……………………………………………………………………………………………………..