Bakkeleien met Turkije over de Westermoskee

Het geschenk van Allah

De Westermoskee in Amsterdam kwam er niet zonder slag of stoot. Journalist en schrijver Kemal Rijken schreef er een boek over en geeft een kijkje in een van de conflicten rond het gebedshuis: hoe moskeevoorzitter Fatih Üçler Dag hulp zocht in Ankara.

Medium westermoskee

Necmettin Erbakan woont in de chique regeringswijk Çankaya in de Turkse hoofdstad Ankara. Het is begin 2010 en de voormalige premier van Turkije is 83 jaar oud. In de jaren negentig was hij regeringshoofd, maar al na een jaar werd hij middels een ‘fluwelen coup’ afgezet door de – toen nog – oppermachtige militairen. De politicus overdenkt zijn tijd als premier: heb ik fouten gemaakt?

Maar vandaag staat er iets heel anders op het spel. Erbakan, die tevens leider is van de islamitische beweging Milli Görüs, verwacht bezoek van volgelingen uit Nederland. Het zijn de bestuurders van de toekomstige Westermoskee in Amsterdam, die hem hebben benaderd om een conflict met hun meerderen in Nederland en Keulen uit de wereld te helpen. De oude zal de Turkse Nederlanders in het werkvertrek van zijn riante flat ontvangen. Zijn medewerker krijgt een seintje en loopt naar de deur. Hij komt met een aantal heren terug, waaronder voorzitter Fatih Üçler Dag van de Westermoskee.

De gasten beklagen zich over het bestuur van hun afdeling Milli Görüs Noord-Nederland en over het hoofdkantoor van Milli Görüs Europa in Keulen. Er is een ruzie ontstaan die onoplosbaar lijkt en het is aan Erbakan om deze te sussen, zo menen ze. Dag en de zijnen hebben hun hoop op hem en de organisatie in Ankara gevestigd om hun problemen in Nederland op te lossen. Volgens critici is dit een typisch voorbeeld van de zogenoemde ‘lange arm van Ankara’, die de Turken in de polder in haar greep zou houden, een fenomeen dat anno 2014 geregeld het nieuws haalt. Maar hoe is het allemaal zo ver gekomen? Daarvoor moeten we naar Mekka, waar Dag door zijn beproevingen werd ‘beloond’ met een bijzondere taak.

Het is februari 2004 en nabij Mekka loopt Fatih Üçler Dag met zijn moeder over de drukke vlakten van de berg Arafat, waar hij de jaarlijkse bedevaart bijwoont. Niet alleen zijn moeder, maar ook andere leden van de Turks-islamitische beweging Milli Görüs zijn naar Saoedi-Arabië afgereisd om de heilige gebeurtenis bij te wonen. De groep is nu al een paar dagen in Mekka. Zo hebben ze de geboorteplaats van de profeet bezocht en hebben ze in de woestijn bij het plaatsje Mina geslapen. Ook moeten ze nog zeven keer om de zwarte steen Kaäba lopen.

Vandaag gaat iedereen zijn eigen weg. De Dags zijn vroeg opgestaan voor het ritueel van de dag: het stenigen van een grote pilaar die de duivel voorstelt. Op deze plek – de Jamarat – zou Satan zich hebben geopenbaard aan Ibrahim en hem hebben verleid om zijn zoon Ismaïl niet te offeren. Maar Ibrahim was sterker, hij was bereid zijn zoon te doden en gaf daarmee gehoor aan het bevel van God.

Het aanvallen van de duivel is een van de hoogtepunten van de hadj. Dit ritueel moet secuur gebeuren: iedere pelgrim moet 49 kiezelstenen tegen een metershoge paal aan werpen, zodat de duivel hun toorn zal voelen. Omdat zijn moeder te oud is, zal Dag ook haar steentjes in de richting van Satan moeten werpen. Het wordt een hels karwei: hij is van alle kanten omringd door moslims die ook hun steentjes willen richten op de pilaar van het kwaad. Een kolkende mensenmassa is het gevolg. Allemaal dragen ze witte gewaden, zodat er geen onderscheid kan worden gemaakt naar afkomst of rijkdom.

Omgeven door trekkende en duwende mensen loopt Dag over een brug in de richting van de Jamarat. Hij heeft niet genoeg stenen kunnen vinden en zal later nieuwe moeten zoeken om het ritueel te voltooien. Het is 35 graden, maar niets weerhoudt hem ervan om de duivel te raken. Als de pilaar in zicht komt, wordt het voller en voller. De pelgrims staan nu schouder aan schouder. Wandelen is er niet meer bij. Even verderop, bij het hek vanwaar iedereen zijn stenen gooit, vallen mensen bij bosjes flauw. Anderen tillen de slachtoffers op en dragen hen weg.

Dag kijkt voor zich uit en ziet hoe de menigte zich tegen het hek aan perst. Mensen hangen over elkaars schouders en gooien fanatiek met stenen. Sommigen werpen zelfs hun schoenen naar de duivel. Het duwen is te vergelijken met een popconcert, waarbij de fans die dicht bij het podium staan bijna worden platgedrukt door de meute achter hen. Tijdens zulke concerten trekken hulpverleners bezoekers over het hek om hen in veiligheid te brengen, maar hier in Mekka is daar geen sprake van, want aan de andere kant ligt een diepe kuil. Wie over de reling valt, duikelt in een metersdiep gat.

Voor Dag is het geduw en getrek niet alleen een angstaanjagend schouwspel. Het herinnert hem ook aan de momenten dat het journaal meldde dat honderden pelgrims op deze plek omkwamen door vertrapping. In 1994 vonden 270 mensen de dood en in 1998 kwamen 118 mensen op deze plek om het leven. Geen goed vooruitzicht. Dag wil niet dood en neemt een besluit: hij zal zijn steentjes niet aan de voorkant van de Jamarat werpen. Langzaam wurmt hij zich uit de mensenmassa en loopt om de Jamarat heen naar de andere kant. Zijn rug is rood van het geduw en getrek. Het doet pijn. Alles tolt. Eenmaal bij de rustige zijde aangekomen werpt Dag eindelijk zijn steentjes naar Satan terwijl hij herhaaldelijk zegt: ‘Allah is groot!’

Na afloop voegen Dag en zijn moeder zich bij de groep van Milli Görüs, waar ook imam Fuat Yavas van de Amsterdamse Aya Sofia-moskee aanwezig is. De groep, die zeker vierduizend deelnemers heeft uit Turkije en de rest van Europa, telt ongeveer 150 Turkse Nederlanders. Milli Görüs is immers een internationale beweging, die al decennialang in Nederland actief is en veel fanatieke volgelingen heeft. Hun leider, Necmettin Erbakan, schreef eind jaren zestig het oprichtingspamflet Milli Görüs. Dit boekwerk was een antwoord op de strenge secularisering die de Turkse staat en samenleving sinds de komst van Mustafa Kemal Atatürk (1881-1938), de oprichter van de moderne Turkse republiek, hadden meegemaakt. In het beginselprogramma gaf Erbakan weer hoe zijn ideale Turkije eruit zou moeten zien: een samenleving die islamitisch en economisch onafhankelijk zou zijn.

Milli Görüs betekent ‘nationale visie’ en staat een sterk nationalistisch en islamitisch gedachtegoed voor. De beweging is vanaf haar oprichting zeer kritisch over de westerse oriëntatie van Turkije. Milli Görüs is niet per se tegen modernisering, maar benadrukt de Ottomaanse wortels van Turkije en pleit voor verdere integratie in het Midden-Oosten. Ook moeten de tijden van het Ottomaanse rijk symbolisch gezien weer herleven. Een van de slogans van de beweging is dan ook Yeniden büyük Türkiye (‘Weer een groot Turkije’). De islam zou in deze visie als leidraad voor de politieke koers moeten fungeren. Het uiteindelijke doel van de stroming is het vestigen van een islamitisch georiënteerde staat die gebaseerd is op de sharia, de islamitische wetgeving.

Mensen hangen over elkaars schouders en gooien fanatiek met stenen. Sommigen werpen zelfs hun schoenen naar de duivel

Necmettin Erbakan richtte in 1970 de Millî Nizam Partisi (Nationale Orde Partij, mnp) op, die de politieke islam als basisideologie heeft. Omdat de partij indruiste tegen de regels van de seculiere Turkse staat werd ze in 1971 door de Turkse autoriteiten ontbonden. Later kwam ze onder verschillende namen terug en in 1997 werd Erbakan kortstondig premier van het land. Daarna splitste de partij zich op in de nieuwe Adalet ve Kalkınma Partisi (Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling, akp) van de jongere volgeling en latere president Recep Tayyip Erdogan en de Saadet Partij (SP), die Erbakan tot aan zijn dood zou leiden.

In West-Europa kreeg Milli Görüs eind jaren zeventig voet aan de grond, ook onder de toenmalige Turkse gastarbeiders in Nederland. In Amsterdam werden de Selimiye-moskee in de wijk De Pijp en de Aya Sofia-moskee in De Baarsjes opgericht. Fatih Dag was een van de volgelingen die aan het begin van de jaren 2000 bestuurlijk actief werden in de laatste moskee.

Het gebedshuis bevindt zich in een oude garage op het voormalige Riva-terrein en moet binnen een paar jaar plaatsmaken voor de nieuw te bouwen Westermoskee en een omliggend appartementencomplex. De Aya Sofia-moskee zal dan opgaan in de Westermoskee. Voor Dag is de realisatie van de Westermoskee een droom. Maar eerst gaat hij met zijn moeder naar Mekka voor de hadj.

De bedevaartgroep van Milli Görüs verblijft in verschillende hotels. In het hotel van de Dags logeren ongeveer duizend Milli Görüs-leden uit Nederland, België, Zwitserland, Oostenrijk, Frankrijk en Denemarken. Vrouwen en mannen slapen apart in zespersoonskamers. De Turken uit Berlijn – Duitsland telt de meeste Turken van Europa, ongeveer drie miljoen – verblijven in een veel luxer hotel. Ook de andere Duitse Turken zitten er beter bij. Het valt Dag op dat de Turken uit Duitsland tijdens deze reis bijna altijd beter af zijn. Het onderscheid wijt hij aan het feit dat het hoofdkantoor van koepelorganisatie Milli Görüs Europa zich in Keulen bevindt. Oftewel: de Duitse Turken zorgen goed voor zichzelf. Dit wekt enige wrevel.

Medium westermoskee2

Na zijn terugkomst uit Mekka wordt Fatih Dag door bestuurders van afdeling Milli Görüs Noord-Nederland gevraagd om voorzitter van de Aya Sofia-moskee te worden. De huidige voorzitter is namelijk erg druk en zit te vaak in het buitenland, waardoor er een nieuwe voorman nodig is. De tocht naar Mekka geeft hem de kracht om dit te kunnen doen, zo stelt hij vast. Na veel wikken en wegen besluit Dag om de fakkel over te nemen en onder bestuurder Üzeyir Kabaktepe van de afdeling Noord-Nederland te dienen.

Kabaktepe is sinds de jaren tachtig bestuurlijk actief binnen Milli Görüs en probeert al jarenlang een nieuwbouwmoskee van de grond te krijgen op het terrein van de oude Riva-garage: de Westermoskee. Samen met directeur Haci Karacaer staat hij een open beleid voor, waarbij Milli Görüs debatten organiseert over ‘heikele zaken’ als homoseksualiteit. De twee worden door hun beleid op handen gedragen door Nederlandse politici en opiniemakers, en maken zo onder meer de Westermoskee mogelijk. Dit gebedshuis moet het toppunt van integratie worden, waarbij de moskee wordt gecombineerd met woningen, winkels en andere bedrijfsruimten zodat Turken en Nederlanders elkaar kunnen ontmoeten en leren kennen. Directeur Frank Bijdendijk van woningbouwvereniging Het Oosten zet zich eveneens in voor het project; hij staat net als Kabaktepe en Karacaer een integratiegedachte voor.

Maar de koers van de twee Turkse bestuurders wordt niet door iedereen binnen de afdeling Milli Görüs Noord-Nederland op prijs gesteld. Een aantal activistische bestuursleden stelt dat Kabaktepe en Karacaer te ver voor de troepen uit lopen. Vooral de samenwerking met homo’s wordt met argusogen gevolgd. Het is met name Karacaer die tot en met 2005 de trom roert: hij blijft debatten organiseren en geeft lezingen in binnen- en buitenland over zijn visie. Als hij wordt gevraagd om in Berlijn te spreken komt ook het machtige bestuur van de moederorganisatie in Keulen in het verweer. Karacaer kan zich beter niet op hun terrein begeven en moet in Nederland blijven, zo is de boodschap. Hij trekt zich hier echter niets van aan en gaat toch naar de Duitse hoofdstad voor een conferentie over integratie. Dat komt hem na zijn terugkeer duur te staan.

Er ontstaat een conflict met de Duitse Turken en Haci Karacaer houdt de eer aan zichzelf: begin 2006 treedt hij terug als directeur. In de maanden daarna wankelt ook de positie van bestuurder Üzeyir Kabaktepe. Deze keer zet niet Keulen hem onder druk, maar zijn het de activistische bestuurders onder leiding van niemand minder dan zijn moskeevoorzitter Fatih Dag. Na veel soebatten zetten de bestuurders Kabaktepe af en wordt Dag de nieuwe sterke man binnen de afdeling Noord-Nederland. Ook wordt Kabaktepe als directeur van beleggingsmaatschappij Manderen BV afgezet en opgevolgd door Dag. Manderen BV is het financiële vehikel dat de bouw van de toekomstige Westermoskee mogelijk maakt.

Door deze zogeheten ‘coup van Keulen’ (een machtsovername die eigenlijk is gepleegd door Dag en de zijnen) komt alle macht in handen van Dag, waardoor er al gauw een conflict ontstaat met projectpartner Het Oosten. De woningbouwvereniging stelt dat de integratiekoers onder de nieuwe voorzitter zal worden losgelaten. Directeur Bijdendijk en zijn medewerkers doen er daarom alles aan om het tij te keren. Ze sluiten een convenant met de Turken en stadsdeel De Baarsjes, waarin de ‘progressieve koers’ van de Westermoskee wordt gegarandeerd. Dit herenakkoord blijkt uiteindelijk juridisch niets waard te zijn. Ook volgen er rechtszaken tegen de Turken, die op hun beurt oud-bestuurder Kabaktepe aanklagen wegens het verduisteren van geld van Manderen BV.

Het conflict tussen het Milli Görüs-bestuur van Dag en de woningbouwvereniging van Bijdendijk (inmiddels gefuseerd tot Stadgenoot) verzandt in jarenlange juridische gevechten, waarbij beide partijen zich diep ingraven. Pas na drie jaar, in het najaar van 2009, komt er enige beweging. Dag, die dan alleen nog moskeevoorzitter is, wordt benaderd door de nieuwe voorzitter van Milli Görüs Noord-Nederland, Ahmet Duran. Zijn bestuur wil van het gesteggel met Stadgenoot af en is van mening dat de moskeevereniging en Manderen BV de Westermoskee nooit alleen kunnen bouwen. Er moet een oplossing komen, stelt de hogere bestuurder. De Amsterdamse Turken kunnen het project daarom beter overdragen aan Milli Görüs Noord-Nederland zodat de bouw alsnog tot een goed einde gebracht kan worden.

‘Jullie hebben nota bene een bouwvergunning en dan wil jullie hoofdkantoor niets bouwen? Dat klopt niet’

Dag verwerpt die visie en zegt dat hij de aandeelhouders van Manderen BV en de leden van de Aya Sofia-moskee achter zich heeft. Beide partijen zetten de hakken in het zand. Om de nieuwe impasse te doorbreken komt het Keulse hoofdkantoor in actie en wordt hun vastgoedman Ibrahim El-Zayed ingezet om de gemoederen te bedaren. In Amsterdam verzoekt deze Egyptenaar Dag vriendelijk om hem middels een volmacht te laten onderhandelen met woningbouwvereniging Stadgenoot. Maar de moskeevoorzitter wil dat liever niet, omdat hij vreest dan geen zeggenschap meer te hebben over het project. Uiteindelijk moet Keulen hem garanderen dat hij altijd het laatste woord zal hebben en kan El-Zayed op pad.

Opvallend genoeg komen de Egyptenaar en Stadgenoot er relatief snel uit. Nog dezelfde week kan hij een toelichting geven aan Dag en Duran. Op tafel ligt een conceptovereenkomst waarin Stadgenoot een gebouw aanbiedt in ruil voor het opgeven van de Westermoskee. Het gaat om een lege bedrijfsruimte in de Pilotenstraat op het industrieterrein De Schinkel in Amsterdam-Zuid. Het pand is 1,2 miljoen euro waard en wordt speciaal voor de Turken van de hand gedaan. De corporatie zou graag zien dat de Westermoskee er komt, maar heeft er geen fiducie in dat Manderen BV deze zelf kan bouwen. Bij een akkoord moeten de Turken alle rechtszaken tegen de woningbouwcorporatie laten vallen en afzien van hun geld dat bij de gemeente in depot ligt. Het moskeeproject zal daarna verleden tijd zijn.

El-Zayed en Duran zien de Pilotenstraat als een acceptabele oplossing, om te voorkomen dat ze later helemaal met lege handen zullen staan. Ze vinden dat het geld van Manderen BV beter kan worden besteed aan deze aankoop dan aan rechtszaken en een peperdure nieuwe moskee. Dag wordt echter woedend. ‘Ik ga dit contract verscheuren en in de prullenbak gooien! En die volmacht is nu ook voorbij’, zegt hij tegen de Egyptenaar. ‘Wij sturen jou naar Stadgenoot om iets goeds uit te onderhandelen en dan verkoop je ons aan hén!’ Hij dreigt naar de media te stappen en te vertellen dat Keulen en de Noord-Nederlandse koepelorganisatie met Stadgenoot onderhandelen over een gebouw. ‘Dan hebben jullie een probleem! Denk maar niet dat jullie hiermee wegkomen!’ Verder benadrukt Dag nogmaals dat het bestuur en de leden beslissen over hún moskeeproject. De heren komen er niet uit en even later rijdt El-Zayed terug naar Duitsland.

Na verloop van tijd ontvangt Dag een mail waarin hij leest dat Milli Görüs Noord-Nederland en Milli Görüs Europa niet langer met hem willen samenwerken. Ze verzoeken zijn voltallige bestuur om op te stappen. Dag kookt van woede en schrijft snel een ledenvergadering uit. Na veel bakkeleien besluiten de leden tijdens die vergadering om ‘de Pilotenstraat’ te verwerpen. Maar de keuze voor de nieuwbouwmoskee blijft niet zonder gevolgen: Milli Görüs Noord-Nederland stuurt een brief naar Stadgenoot, de politie, stadsdeel De Baarsjes en de gemeente Amsterdam waarin ze aankondigt dat de Aya Sofia-moskee en Manderen BV geen onderdeel meer zijn van Milli Görüs.

Omdat zijn moederorganisatie hem en zijn achterban niet meer ziet zitten, besluit Dag het hogerop te zoeken. Het lukt om begin 2010 een afspraak te maken met Necmettin Erbakan, de opperste leider van Milli Görüs, die alle commotie rond de Westermoskee vanuit Turkije heeft gevolgd. Met twee bestuursleden reist Dag naar Ankara, waar hij de hoogbejaarde leider thuis opzoekt. Daar vertellen ze Erbakan wat er in Amsterdam aan de hand is. ‘Dit herken ik’, zegt Erbakan. ‘Wij hebben ook problemen gehad met uw hoofdkantoor in Keulen, want ze wilden niet altijd naar ons luisteren.’

Hij vertelt dat hij de Keulse bestuurders twee weken geleden nog heeft ontmoet. ‘Ik heb toen een protocol laten vastleggen waarin staat dat alle verstoten organisaties terug moeten keren. Straks zal ik hen in een bericht opdragen dat de Westermoskee er moet komen.’ Erbakan voegt eraan toe dat het tegenwoordig in Europa moeilijk is om een moskee te bouwen. ‘Jullie hebben nota bene een bouwvergunning en dan wil jullie hoofdkantoor niets bouwen? Dat klopt niet.’

Het bezoek aan de grote leider motiveert Dag en de anderen om door te gaan met het moskeeproject en om weer contact te zoeken met hun paraplu-organisatie en Keulen. Die poging is tevergeefs. In maart 2010 reist hij opnieuw naar Erbakan om te praten over de situatie. Die belooft hem om tijdens een bijeenkomst met alle koepelorganisaties van Milli Görüs over de situatie in de afdeling Noord-Nederland te spreken.

Tijdens die vergadering zouden de bestuursleden hem hebben beloofd te gehoorzamen, maar in de praktijk merkt Dag daar weinig van, zo zegt hij jaren later. Het Turkse spreekwoord kurt kocayinca, kopegin maskarasi olur (als de wolf oud wordt, dolt de hond met hem) gaat volgens hem vaak op. Met het bestuur van Milli Görüs Noord-Nederland volgen nog een paar gesprekken die nergens op uitdraaien. Zowel Manderen BV als de Aya Sofia-moskee staat er voortaan organisatorisch en financieel alleen voor.

In mei 2010 brengt Dag een laatste bezoek aan Erbakan, die hem belooft een brief te schrijven voor geldschieters in de Golfstaten. Het document zal er pas komen als de moskee in aanbouw is, zodat de Turken de Arabieren zichtbaar kunnen aantonen dat het om een serieus moskeeproject gaat. Maar Erbakan haalt de start van de bouw niet: hij overlijdt in februari 2011 op 84-jarige leeftijd.

De Nederlandse media staan nu bol over de rol van Turkse religieuze stromingen en organisaties en hun verhouding tot hun hoofdkantoren in Ankara. Het bezoek van Dag aan Erbakan laat zien dat de rol van leiders in Turkije niet moet worden onderschat. Erbakan was oud en had nog weinig invloed op de Europese tak van zijn beweging, maar alleen al de bezoeken aan hem gaven Dag en consorten de kracht om zich definitief af te scheiden van Milli Görüs en de Westermoskee eigenhandig te bouwen.

Deze situatie duurt voort tot op de dag van vandaag. Momenteel zoekt het huidige moskeebestuur – Fatih Dag is geen voorzitter meer – naar een moederorganisatie. Volgens ingewijden zijn de gesprekken over een verzoening met Milli Görüs van de baan en wordt er gesproken met de Diyanet, de Turkse overheidsdienst voor Godsdienstzaken, die ook een internationale tak heeft. Indien de partijen eruit komen, zal de Westermoskee financieel en inhoudelijk onder de hoede van Ankara komen te staan. De vraag is dan of de zogeheten lange arm van Ankara grip zal krijgen op de eigengereide moskeebestuurders in Amsterdam. Zoals deze Turken het zeggen: ‘Insjallah.’


Kemal Rijken is de auteur van het boek De Westermoskee (Atlas Contact, 24,95 euro), waarin hij uitgebreid ingaat op het drama rond het bouwproject, dat binnenkort wordt afgerond. Dit artikel is onderdeel van het multimediale project moskeeindestad.nl


Beeld: (1) Amsterdam, 16 oktober 2008. Het slaan van de eerste paal van de Westermoskee in De Baarsjes. Fatih Dag in het midden met rode stropdas (Joost van den Broeck / HH). (2) November, de Westermoskee aan de Kostverlorenvaart (Maarten Brante / ANP).