Het getto-scenario

De overheid trekt zich terug, de verloedering rukt op. Dat signaleert het Sociaal en Cultureel Planbureau in het woon-hoofdstuk van het zojuist verschenen jaarrapport 1994. De woningcorporaties zien de bui al hangen. ‘Dit is het getto-scenario.

HET SOCIAAL EN Cultureel Planbureau draait er niet omheen. Wonen wordt fors duurder, en goed en goedkoop wonen voor de lage-inkomensgroepen staat op de tocht: ‘De grenzen van wat deze mensen nog op kunnen brengen zijn in zicht.’
Het Sociaal en Cultureel Rapport 1994, dat vorige week uitkwam, bevat een onthullend hoofdstuk over wonen. De afgelopen vier jaar trok de rijksoverheid zich in razendsnel tempo terug uit de volkshuisvesting. Geen huurbeleid meer, geen bouwsubsidies meer, de vrije markt moet het voortaan doen. De woningcorporaties moeten hun eigen broek ophouden en in ruil daarvoor mogen ze zelf de huurverhogingen vaststellen. Die huur moet meer dan nu de kwaliteit en de schaarste van woningen tot uitdrukking brengen. Wat overblijft van het zo geroemde sociale huisvestingsbeleid is de individuele huursubsidie, maar ook die staat onder druk.
De omslag ligt eind jaren tachtig na de parlementaire enquete over de bouwsubsidies. De uitgaven waren hoog en werden niet altijd doelmatig besteed, terwijl de woningcorporaties er financieel goed bij zaten. Bovendien leek op dat moment de woningnood voorbij, en daarmee de taak van de overheid. Dat vond in ieder geval de toenmalige staatssecretaris van Volkshuisvesting en huidige CDA- fractievoorzitter, Heerma, die de operatie leidde.
Maar de woningnood die vier jaar geleden voorbij leek, is inmiddels weer terug door de 'woningverdunning’ (steeds minder mensen per huis) en het onverwacht grote migratieoverschot. Bovendien vatte Heerma zijn taak voortvarend op en zorgde hij voor een veel snellere en grotere terugtocht van het rijk dan vooraf bedacht. Niemand, ook Heerma niet, overzag wat de consequenties van een dergelijke stille revolutie zouden zijn.
Het SCP heeft nu voor het eerst die consequenties op een rij gezet. Het grootste gevaar is, zo constateren de onderzoekers, dat er inkomenswijken dreigen te ontstaan. Nieuwe wijken worden ontoegankelijk voor lagere inkomens, omdat er geen geld is voor sociale woningbouw en er duur moet worden gebouwd. De mensen met lage inkomens concentreren zich in de 'goedkope’ oudere wijken. Dit wordt versterkt door strikter toewijzingsbeleid: hogere inkomensgroepen mogen niet in goedkope woningen en lagere inkomens (ook in het geval van grote gezinnen) niet in duurdere woningen - dat kost immers teveel huursubsidie.
'IK VREES dat het SCP gelijk heeft’, zegt Gerard Anderiesen. Anderiesen, socioloog en voorheen eigenaar van een advies- en onderzoeksbureau dat vooral onderzoek deed in stadsvernieuwingswijken, is directeur van de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties. Hij wijst erop dat het gevaar dat er arme, verloederde wijken ontstaan wordt versterkt doordat er steeds minder geld is voor stadsvernieuwing.
Anderiesen: 'Amsterdam ging in haar beleid altijd tegen die eenzijdige bevolkingsopbouw in, door sociale woningen te bouwen op dure plekken en door scheef toe te wijzen (duurdere woningen voor lage inkomens, en omgekeerd - jvdm). Het aardige van Amsterdam is toch dat in de wijken alles wat meer door elkaar loopt. Met subsidie kon je tegengas geven. In de jaren zeventig dreigde door verpaupering segregatie in de negentiende- eeuwse wijken in Amsterdam. Dank zij de stadsvernieuwing is dat voorkomen en zijn dat niet alleen wijken voor lage inkomensgroepen geworden, ze zijn ook aantrekkelijk voor mensen met wat meer geld. Dat kost de overheid geld maar het voorkomt wel het ontstaan van getto’s.’
Een groot en beladen woord. Wat is een getto? Anderiesen: 'Een wijk wordt een getto als het daar wonen een barriere wordt om aan werk te komen, om maatschappelijk een plek te veroveren. Het aantal allochtonen in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer is veertig procent. In de Bijlmer is dat nog hoger. De kansen voor wie daar opgroeit zijn kleiner.’
Het SCP vraagt zich in haar rapport hardop af of de rijksoverheid de volkshuisvesting wel mag afstoten. Goede huisvesting is immers meer dan alleen een dak boven je hoofd. Het dient hogere doelen als gezondheid, een sociale structuur, veiligheid enzovoort. Particuliere bouwers hebben hier geen boodschap aan, dus komen de hogere doelen volledig op de schouders van de woningcorporaties. Die opdracht moeten zij combineren met het zichzelf staande houden in een open markt met vrije concurrentie. Sociale woningbouw is veelal niet rendabel, dus de corporaties moeten ook de vrije sector in om het risico te spreiden. De corporaties krijgen nu belang bij hogere huren. Het SCP hierover: 'Veel meer dan voorheen zal de corporatie het eigen belang moeten nastreven en veel minder dat van de bewoner met de smalle beurs.’
Kun je van de corporatie die commercieel moet denken verwachten dat ze hogere maatschappelijke doelen gaat nastreven? De maatschappelijke taak, de zorg voor huisvesting voor zwakke groepen, komt in gedrang, stelt het SCP vast: 'De tijd van de grote idealen lijkt voorbij.’
Anderiesen onderkent dat gevaar. 'De sociale verhuurders moeten renderen, en dat zal ongetwijfeld hun denken beinvloeden. Het gevaar bestaat dat ze zich te veel gaan opstellen als projectontwikkelaars. Al zijn er wel waarborgen. Statutair is vastgelegd dat ze moeten handelen in het belang van de volkshuisvesting - dat is nogal ruim - en dat ze moeten toewijzen aan aandachtgroepen. En er is natuurlijk toezicht door de overheid, zowel gemeente als rijk. Maar het klopt, het is spannend of we wel een maatschappelijke sector blijven. Denk aan het echec van de Neue Heimat in Duitsland, een woningcorporatie afkomstig uit de vakbeweging en totaal verdwaald in de speculatie.’
Anderiesen vreest dat de stadsvernieuwing danig in de knel komt nu de rijksoverheid er ieder jaar minder geld voor beschikbaar stelt en de pot in 2005 zelfs leeg is. De Amsterdamse corporaties bijvoorbeeld - hij blijft maar weer even dicht bij huis - hebben te maken met het verval van vooroorlogse wijken als Bos en Lommer en de Baarsjes. Anderiesen: 'We hebben als corporaties afgesproken om daar gezamenlijk in te investeren. Daar kopen we aan, knappen we op, daar willen we onrendabel in investeren. Maar het afbouwen van het Stadsvernieuwingsfonds betekent dat de corporaties dat steeds meer zelf moeten betalen. Of feitelijk de Amsterdamse huurders, want uit hun huur moet het worden betaald. Het opknappen van hele wijken, van de woonomgeving, kan de sector niet zelf. Dat kan ook de gemeente of het stadsdeel niet alleen doen. Die hebben daarvoor te weinig middelen.’
DE ENIGE huisvestingssubsidie die behouden blijft is de individuele huursubsidie. Maar het is de vraag voor hoe lang nog. De corporaties bepalen straks volledig de huren en toewijzing van woningen, terwijl het rijk de financiele risico’s draagt via de huursubsidie. De kans is daarom groot dat de huursubsidie gedecentraliseerd gaat worden naar de gemeenten. Met vaste budgetten, waardoor een gemeente er belang bij krijgt mensen met lage inkomens zo goedkoop mogelijk te laten wonen (of erger: te weren). Dat bevordert de segregatie nog eens extra.
Anderiesen: 'Minder bouwsubsidie naar huisvesting, dat kan op dit moment. Maar individuele huursubsidie moet hoe dan ook overeind blijven. Als je met nog geen vinger mag wijzen naar de verkapte subsidie op eigen-huisbezit, de hypotheekaftrek, waar zeven miljard gulden heen gaat, dan moeten ze ook niet aan de huursubsidie komen, die twee miljard kost.’
Wel blijft de overheid een belangrijk stempel drukken op het aanwijzen van de plekken waar mag worden gebouwd. Anderiesen: 'De makkelijke plekken waar de vrije markt heen wil - het Groene Hart bijvoorbeeld - zijn vanwege andere doelen ongewenst. De overheid staat nu voor de onmogelijke taak om alles met alles te verenigen: we willen veel bouwen, we willen in de vrije sector bouwen en we moeten in de stad bouwen. Dat is lastig te combineren, dat kun je niet overlaten aan de vrije markt.’
DE HUURDERS voelen de privatisering in hun portemonnee. De huurverhogingen zijn fors, tussen 1990 en 1994 was die 5,5 procent per jaar. Meer dan de inflatie en ook ruim meer dan de inkomensstijging. Toch is er weinig verzet. Anderiesen: 'Een belangrijk verschil met begin jaren tachtig, toen er wel grote huurdersacties waren, is dat er toen door de stadsvernieuwing al een structuur was van actiegroepen. Die structuur ontbreekt nu.’
Behalve protesteren kunnen huurders ook hun gedrag aanpassen. Hoge woonlasten betekent bijvoorbeeld dat kinderen langer thuis blijven wonen, en dat echtscheiding minder makkelijk wordt. 'Je kan je afvragen of dat gewenst is.’
De hoge woonlasten vallen voor veel mensen samen met het bezuinigen op de uitkeringen en het verlagen van het minimumloon. Daarbij komt dan nu de verwachte segregatie: de samenklontering van deze problemen in bepaalde wijken en de verloedering in juist die wijken door het wegvallen van de stadsvernieuwing. Anderiesen: 'Dat is doemdenken. Ik ben geen doemdenker, maar dat is wel het getto-scenario.’
De huurders hadden voorheen de woningcorporaties aan hun zijde als het rijk forse huurverhogingen in petto had. De corporaties trokken vroeger naar Den Haag voor lagere huren. Nu zijn het de corporaties zelf die de huren verhogen. Anderiesen: 'Heerma zegt dat de huurverhoging in overleg moet. Maar er is tekort aan woningen, dus de huurders hebben niks in te brengen.’ De huurders zijn echter niet onbeschermd, meent hij. De puntenregeling volgens de huurprijzenwet blijft. En de Amsterdamse corporaties, bijvoorbeeld, blijven gemiddeld ruim onder de maximaal toegestane huur.
Maar dat is in de huidige situatie meteen ook een gevaar. Een corporatie waarmee het slecht gaat kan de huren fors verhogen. En de nieuwe staatssecretaris van volkshuisvesting, Tommel, kan als er wordt gevraagd om geld voor stadsvernieuwing, wijzen op de bedragen die nog bij de sociale huurder te halen vallen. Dan zit een corporatie in een lastig parket: huurverhoging of geen stadsvernieuwing. 'Wij zullen die druk weerstaan’, zegt Anderiesen ferm. 'Ik vind dat we in Amsterdam de huren niet sterker mogen laten oplopen dan de inflatie. Daar kan wel wat bij voor onderhoud, maar verder niet. Wij gaan geen extra beroep doen op de Amsterdammers om de stadsvernieuwing te betalen.’ Dat zal dan niet meevallen: de vorige wethouder van Volkhuisvesting in Amsterdam, Genet, vond dat de huren best wat mochten worden verhoogd ten bate van de stadsvernieuwing.
HET SCP STELT in haar rapport vast dat de huurders in de nieuwe situatie nergens aan tafel zitten, en pleit er voor dat de overheid die belangenbehartiging op enige manier vorm geeft. Zoiets als een Vereniging Eigen Huurhuis misschien? Anderiesen is niet enthousiast. 'Het klinkt mooi om de huurders erbij te betrekken, maar ik vrees dat zij minder het maatschappelijk belang nastreven dan de corporaties. Misschien zeggen ze wel: “Lazer op met die armoedzaaiers.” Ik ben erg voor overleg, maar het is niet zo simpel.’
Hij komt nog een keer terug op de ontwikkeling richting segregatie. De overheid ontkent niet dat er voor bepaalde mensen goedkope woningen moeten blijven bestaan, maar deze groep wordt steeds enger gedefinieerd. De sociale woningbouw is nog slechts bedoeld voor mensen met een uitkering, wie ietsje meer heeft moet op de markt gaan zoeken. Anderiesen: 'Dat is krankzinnig. Driekwart van onze woningen hebben huren van onder de zeshonderd gulden en die mogen we alleen nog maar toewijzen aan de echte minima. Inderdaad, dat zijn voor het gros allochtonen en jongeren.’
Zo koersen het (gebrek aan) woningbeleid en het (gebrek aan) werkgelegenheidsbeleid af op arme, zwarte, werkloze wijken, waarschuwt het SCP. 'De liberaliseringstrein dendert voort’, schrijft het SCP met onverholen bezorgdheid. 'Er wordt binnen de sector natuurlijk wel kritiek geleverd op onderdelen, maar een algemene discussie op hoofdlijnen is er niet. De maatschappelijke en politieke discussie spitst zich vooral toe op het woningtekort in relatie tot het migratieoverschot, maar de sectorinhoudelijke discussie laat men rusten.’
Zo zeg je, als ambtelijk onderzoeksbureau, beleefd maar resoluut dat je er een zwaar hoofd in hebt.