De pornoprofessor

Het gevaar dreigt dat ik die “dirty old woman” word

Bederft porno de jeugd? Is porno vrouwvijandig? Langzaam dringt het onderwerp door tot academische kringen. De Amerikaanse hoogleraar Linda Williams is pionier op dit gebied. ‘Het lijkt me niet verstandig verbeeldingen rond seksualiteit te verbieden.’

PORNOGRAFIE is uit de kast gekomen. En het is voor iedereen beschikbaar, niet alleen op internet. Als je je abonneert op digitale tv krijg je er in het zenderpakket twee pornokanalen bij. Een paar honderdduizend Nederlanders, jong en oud, rijk en arm, onnozel en geleerd, kijken dus naar de zenders Private Spice en Hustler TV waarop je 24 uur per dag hetero-pornofilms kunt zien. Met titels als 18 Years and Fxxking, Big Natural Breasts en Dangerous Sex.
Je hóeft er natuurlijk niet naar te kijken. Je kunt jezelf en anderen wijsmaken dat je er alleen uit sociologische en literaire belangstelling wel eens naar kijkt (‘hoe doen de anderen het’), maar het valt niet helemaal vol te houden dat dit de enige reden zou zijn.
Vaak zijn het dezelfde acteurs die hun hele hebben en houden kunstig presenteren, want kunstig is het, wat je er ook bij voelt of over denkt. Hoe krijgen ze dit in aanwezigheid van de filmcrew, waarmee ze net nog gezellig een broodje aten, voor elkaar? Vooral de mannen, die moeten steeds zichtbaar zijn, zal ik maar zeggen, je moet er niet aan denken en het is dan ook beter dat tijdens het kijken niet te doen. Je krijgt steeds dezelfde erg matige acteurs en actrices te zien die van de dialogen niets bakken en vaak abominabel Engels spreken.
De verhaallijnen van pornofilms lijken overigens, net als in literatuur, sterk op elkaar, met dit verschil dat er bij porno weinig sprake is van Drama en Hoger Verlangen. Mensen ontmoeten elkaar op een strand, op een boot, in een vliegtuig, op een toilet, in een bos, in een garage, en ineens hebben ze er geweldig veel zin in, en ze doen het nog ook. De film eindigt met wat men in pornokringen het moneyshot noemt: de man (of mannen) komt (of komen) zichtbaar klaar.
Dat porno er steeds meer bij hoort, blijkt ook uit de debatten die er sinds jaar en dag over gevoerd worden. Moet het verboden worden? Bederft het de jeugd? Is het vrouwvijandig? De laatste die in Nederland een dappere poging ondernam om er wat tegenwicht aan te bieden was Myrthe Hilkens met haar boek Mac Sex: De pornoficatie van onze samenleving. Hoon was haar deel, vooral uit liberale hoek. Wat mij betreft onterecht, haar boek is voorzichtig, niet wegwerpend of preuts, eerder een vragend boek dan weer eentje met alle antwoorden erin.
Porno bestaat, daar helpt geen lieve moedertje meer aan en het is overal zichtbaar. Merkwaardig genoeg vindt nauwelijks historisch sociologisch of esthetisch onderzoek plaats naar de moderne, filmische vorm ervan. Het debat over dit genre gaat vrijwel altijd over ethische en juridische kwesties, vooral omdat het in het begin hoofdzakelijk door het politieke feminisme werd geclaimd. Porno is ‘vrouwvijandig’ en daarmee uit. Voor theorievorming over het plezier of de weerzin van kijkers wanneer ze naar een pornografische film kijken, was (en is) nauwelijks plaats. Ook onderzoek naar de retorica van de pornofilm bestaat amper.
Daar is in Amerika wel enige verandering in gekomen. Camille Paglia sloeg in een paar provocerende essaybundels (zie bijvoorbeeld de bundel Vamps and Tramps uit 1994) een volstrekt andere toon aan dan de gebruikelijke verontwaardiging. Maar ook in academische kring begint, zij het voorzichtig, de bestudering van pornografie op de agenda te komen.
Voorvechtster en pionier op dit gebied is de Amerikaanse hoogleraar Linda Williams, die tot nu toe drie studies over pornografie en film schreef. De eerste heet Hard Core (1989) en alleen al uit de ondertitel komt Williams’ nieuwe aanpak duidelijk naar voren: Power, Pleasure and the ‘Frenzy of the Visible’. Williams pleit voor een serieuze inhoudelijke bestudering van pornografische films. Ze wil het plezier en de lust (of de weerzin) die pornofilms bij kijkers oproepen niet langer buiten het onderzoek houden. Ze verwerpt overigens het idee dat pornografie de bevrijding van seksuele remmingen dichterbij zou kunnen brengen, waarmee ze zich schatplichtig toont aan Foucaults opvattingen over seksualiteit. Ze verwerpt ook het idee dat heteroseksuele pornografie een symbolische vorm van verkrachting zou representeren. Verbieden heft mannelijke praktijken op het terrein van vrouwonderdrukking niet op, stelt ze.
Uitvoerig en serieus gaat ze in op het ontstaan en de bloei van stag movies in Amerika: korte, illegale pornografische 16-millimeterfilms die vanaf de jaren dertig tot begin jaren zestig in speciale ‘filmhuizen’ een enorme bloei doormaakten. Tot de uitvinding van de videofilm alles op z’n kop zette.
Williams’ tweede boek, Porn Studies (2004), ontstond uit een seminar voor graduate studenten van de Universiteit van Berkeley. In haar inleiding zet Williams de gigantische impact van de pornofilmindustrie uiteen. Er komen ieder jaar ongeveer vierhonderd Hollywoodfilms uit, schrijft ze, terwijl de porno-industrie er meer dan tienduizend maakt. Er worden ieder jaar zevenhonderd miljoen pornovideo’s uitgeleend. De hele porno-industrie brengt volgens haar elk jaar ruim veertien miljard dollar in het laatje. ‘It is bigger than professional football, basketball, and baseball put together’, voegt ze hier fijntjes aan toe. En dit schrijft ze in 2004, dus nog voor de internetindustrie aan haar opmars begon.
Vorig jaar verscheen Williams’ uitermate interessante derde studie, Screening Sex, waarin ze gedetailleerde analyses geeft van filmische seksscènes door de jaren heen, bijvoorbeeld van de eerste door Edison gefilmde acteurskus, The Kiss (1896). Ze laat via uitvoerige analyses van Hollywoodfilms, avant-gardefilms en hardcorefilms zien dat in seksscènes vroeger en nu altijd sprake is van een vermenging van ‘onthulling’ en ‘verhulling’. Toenemend realisme, waarvan in alle erotische en pornosubgenres sprake is, ontsluiert naar haar idee op geen enkele wijze ‘het geheim’ van de seksualiteit, voorzover dat bestaat. Ook constateert ze bij haar analyses de paradox dat de kijker tegelijkertijd zowel verloren gaat in de getoonde beelden als in zichzelf. Hij of zij ondergaat en reflecteert tegelijkertijd. Volgens haar ligt daarin het plezier (en eventueel de weerzin) van kijken naar seksuele voorstellingen opgesloten. Ze geeft analyses van bijvoorbeeld Last Tango in Paris, In the Realm of the Senses, Deep Throat, Brokeback Mountain en de hardcorefilm Pirates.

IK ONTMOET Linda Williams bij haar thuis in Berkeley, vlak bij San Francisco. Ze vertelt dat ze aan de Universiteit van Boulder, in Colorado, vergelijkende literatuurwetenschap studeerde en daar in aanraking kwam met de surrealistische films van Buñuel: ‘Ik raakte gefascineerd door de vermenging van seks en geweld in zijn films, vooral in L’âge d’or (1929) en dat werd het begin van mijn filmstudies. In 1975 kreeg ik een studiebeurs om Buñuels films in Parijs te bestuderen en daar belandde ik midden in de grote semiotische en psychoanalytische beweging rondom Lacan, Barthes en anderen. Ik kreeg daarna een baan aan een kleine universiteit in Illinois, vlak bij Chicago, en daar vond ik het niet zo vreemd om van surrealistische films op de bestudering van pornografische films over te gaan. Ik ging van modernistische high culture over naar low culture, maar de thema’s en de problemen waren niet erg verschillend. Wel kwam het feminisme erbij.
Ik stond eerst alleen maar negatief tegenover pornografie, vooral onder invloed van Andrea Dworkins studie, waarvan de titel al voor zichzelf spreekt: Pornography: Men Possessing Women (1979). Ik was altijd al geïnteresseerd in de weergave op het filmdoek van het menselijk lichaam en ook in het plezier dat mensen aan het kijken naar lichamen ontlenen. Ik wilde daar een studie over schrijven waarin allerlei filmische genres aan bod moesten komen. Film Bodies moest het heten en ik begon met een hoofdstuk over pornofilms. Dit leek me het gemakkelijkst, als je één pornofilm had gezien, had je ze allemaal gezien, dacht ik toen, maar het bleek toch anders te liggen (lacht). Ik zag wel degelijk dat er sprake was van een overheersend mannelijke blik en van objectificering van de vrouw in die films, maar tegelijkertijd werden die concepten in sommige films juist aan de orde gesteld.’
Hoe reageerde de vrouwenbeweging op uw eerste boek?
‘Er werd eerlijk gezegd niet op gereageerd. Men vond het een gebied dat je als vrouw niet mocht onderzoeken en zeker niet als feministische vrouw, en helemaal niet als je ook het eventuele plezier van vrouwen bij het kijken naar pornofilms bij het onderzoek zou willen betrekken. Ik probeer in mijn boek Dworkins pleidooi om porno te verbieden te weerleggen. Het leek mij niet verstandig verbeeldingen rondom seksualiteit te verbieden. Volgens mij vertroebelt dat het zicht op de inhoud en de betekenis van die films.’

NADAT HET BOEK was uitgekomen verhuisde Linda naar Irvine, Californië. ‘Ik was helemaal niet van plan nog met porno verder te gaan, maar toen ontstond plotseling een debat rond een artikel van Catherine MacKinnon over de verkrachting van moslimvrouwen tijdens de oorlog in Bosnië. Er waren destijds, het moet halverwege de jaren negentig zijn geweest, pornografische pamfletten gevonden en MacKinnon legde een direct verband tussen pornografie en verkrachting. Daar werd ik bijzonder kwaad over, zij verlegde de focus helemaal naar pornografie terwijl de oorzaken van verkrachting werkelijk ergens anders liggen. Ik besloot toen een cursus te geven waarbinnen dit debat centraal stond en ik vond toen dat de deelnemers pornofilms moesten bekijken, anders weet je niet waar je het over hebt.’
Kwam er wel eens verzet van universitaire of andere instituties tegen uw onderzoek?
‘Nee. Was ik een man geweest die in de collegezalen pornofilms zou draaien, dan had het er wel anders uitgezien. Ik heb als academicus mijn sporen verdiend. In Berkeley, waar ik nu werk, heb ik nog geen les in alleen pornofilms gegeven. Het gevaar dreigt dat ik die “dirty old woman” word die studenten de hele tijd vieze filmpjes voorzet (lacht). In feite ben ik meer in brede zin in film geïnteresseerd, vooral in filmgenres waarin het erom gaat de kijkers zichtbaar te raken, waarop ze lichamelijk reageren, bijvoorbeeld horrorfilms en tearjerkers. Hoe veranderen dat soort films door de jaren heen? Wat zijn precies de verhaalconventies? Ook pornofilms veranderen, al gaat het in dit genre langzaam. Vroeger lag de nadruk, ook in homofilms, helemaal niet zo sterk als nu op het moneyshot, en je ziet tegenwoordig, behalve een toenemend realisme, ook meer nadruk op het vrouwelijk orgasme.’
Wat vindt u van het debat over de toenemende pornoficatie van de maatschappij?
‘Ik vind het simplistisch. Het is uiteraard volkomen gerechtvaardigd om vreselijke praktijken rondom de verkoop van de lichamen van vrouwen aan de kaak te stellen. We leven in een cultuur waarin vooral mannen het voorrecht hebben om naar vrouwen te kijken, terwijl vrouwen zich vaak verplicht voelen zich voor mannen te exhibitioneren. Maar dit betekent niet dat de vrouw zich heeft te onderwerpen aan de man. Je kunt natuurlijk wel tegen pornofilms zijn, en vaak zijn de films onvoorstelbaar banaal, maar een studie van de representatie van lust is belangrijk, omdat je daarbinnen macht en onmacht, lust en onlust en de verbeelding daarover kunt zien veranderen.’