Commentaar: Bali

Het gevaar van «Bali»

De «oorlog tegen het terrorisme» heeft ongewenste neveneffecten. De campagne van de Amerikanen die moet zorgen voor rust en veiligheid, werkt juist angst en onzekerheid in de hand. Een klimaat waarin de gewelddadige extremisten en complottheorieën goed gedijen.

Onmiddellijk na de terreuraanslag op Bali zondagavond, begonnen de speculaties over de daders. Een aan al-Qaeda gerelateerde cel werd genoemd. Evenals (onvermijdelijk) de Amerikaanse inlichtingendiensten. En het Indonesische leger. De militairen zijn gaandeweg hun macht in de archipel aan het verliezen. Ze zouden de lucratieve militaire samenwerking met de Amerikanen willen herstellen, en daartoe dient een gemeenschappelijke vijand gecreëerd. Ten tijde van Soeharto waren dat de communisten, nu al-Qaeda. De grote hoeveelheid gebruikte explosieven lijkt verdacht, evenals uitlatingen van minister van Defensie Djalil, die onmiddellijk naar al-Qaeda wees. Dat vooral Australische toeristen het doelwit van de aanslag waren zou ook in de theorie passen. Indonesische officieren hebben nog een appeltje te schillen met de Aussies. De VN-interventie in Oost-Timor vond plaats onder Australische leiding. En vorige week werd bekend dat een Australische speciale eenheid op Timor pro-Indonesische militieleden zou hebben gemarteld en standrechtelijk geëxecuteerd.

De aanslag op Bali volgt op een recente serie antiwesterse terreuraanvallen. In Koeweit en Manilla werden Amerikaanse militairen gedood en voor de kust van Jemen werd een aanslag gepleegd op een Franse tanker. De Filippijnen werden begin jaren negentig door de aan al-Qaeda gelinkte terreurgroep Abbu Sayaf en de Pakistaanse terrorist Ramzi Youssef, bekend van de bomaanslag op het New Yorkse WTC in 1993, gebruikt als uitvalsbasis. Er werd een moordaanslag op de paus beraamd en het Bojinka-complot uitgebroed, dat voorzag in het simultaan opblazen van veertien Amerikaanse jetliners boven de Pacific. Beide plannen werden verijdeld en Youssef werd gearresteerd. Maar in de regio zijn moslimextremisten nog altijd actief. Al geruime tijd zijn er aanwijzingen dat zij hun werkterrein verleggen naar Indonesië, het land met de grootste moslim bevolking ter wereld.

Wie de massamoord ook op zijn geweten heeft; de bommen hebben de stabiliteit een duchtige knauw gegeven. De reeds oververhitte verhoudingen tussen Indonesië en Australië, veroorzaakt door de bootvluchtelingen die de Australische kusten overspoelen, zijn nu tot het kookpunt gestegen. Australië, dat de VS ruimhartig steunt in de oorlogspolitiek tegen Irak, beschouwt de aanslag als een aanval op zijn burgers en beschuldigt de Indonesische autoriteiten van laksheid in de bestrijding van het terrorisme. De fonkelnieuwe Amerikaanse militaire doctrine indachtig (die niet meer uitgaat van de soevereiniteit der naties, maar van de «preventieve aanval» ter verdediging van het Homeland) dreigt Australië desnoods zélf orde op zaken te stellen in de archipel.

Aldus is een ongekende diplomatieke rel met geweldsrisico’s geboren. In de schaduw van Bush’ «oorlog tegen het terrorisme».