Het gevaarlijke taboe op het fundamentalisme

Rabin en Peres vragen zich hoofdkrabbend af hoe het verder moet met hun onvoorspelbare bondgenoot Yasser Arafat, die nu eindelijk de stoute schoenen lijkt aan te trekken. Velen menen dat het bloedbad in Gaza het vredesproces ten goede zal komen, omdat nu eindelijk duidelijk wordt wie bij de Palestijnen de touwtjes in handen heeft. Weinigen zijn zich ervan bewust dat door dit drama het hele proces in een buitengewoon kwetsbare fase is aangeland: Arafat heeft zichzelf met de uitbarsting van inter-Palestijns geweld feitelijk vogelvrij verklaard - en zonder hem bestaat er helemaal geen vredesproces meer.

Een jaar geleden al moest Arafat zijn hele prestige op het spel zetten om het akkoord met Israel door te drukken. Een jaar verder zijn de frustraties hoog opgelopen. Arafats komst naar Gaza en Jericho had het startsein moeten zijn voor een Palestijnse democratie, economische wederopbouw en een symbool van zeggenschap over het eigen lot. In plaats daarvan vestigde Arafat een autocratisch en ‘chaotocratisch’ bewind en toonde hij geen enkele haast met verkiezingen voor de zelfbesturende raad. De armoede in Gaza is alleen maar toegenomen en de jongste gebeurtenissen zullen weinig investeerders aanmoedigen hun centen te steken in een potentieel tweede Libanon. Israelische soldaten bewaken nog steeds nederzettingen in Gaza en maken weinig aanstalten zich van de Westoever terug te trekken. Kortom, Arafat wordt geassocieerd met een compromitterend vredesproces waarvan nog weinig Palestijnen de vruchten hebben gesmaakt.
Israel laat uitbreiding van de Palestijnse bevoegdheden afhangen van Arafats wil en vermogen de eigen extremisten in toom te houden. Daarvan liet hij tot voor kort weinig zien - want volgde hij zijn eigen mensen, dan verloor hij geloofwaardigheid bij Israel; en ontwapende hij de fundamentalistische Hamas-commando’s, dan kwam hij als speelbal van de zionisten over. Dit stelde niemand tevreden, en bood de fundamentalisten bovendien gelegenheid om de (populaire) acties tegen Israel verder op te voeren.
De invloed van de PLO op Hamas en de islamitische Jihad is vrijwel nihil, zeker in een maatschappij die nog steeds grote waardering heeft voor het principiele en dappere gebaar. Arafats halfhartig zwenken tussen Israels eisen en de radicalisering van zijn eigen achterban maakte de huidige crissis onvermijdelijk. Inzet is de legitimiteit van het gezag dat Arafat - met door Israel gedoogde wapens - probeert op te leggen.
Crisis is juist het doel van Hamas en geestverwanten, die mikken op een mislukken van de Palestijnse autonomie. Ze richtten hun agressie op Israelische soldaten en burgers om Fatah zo te dwingen kleur te bekennen. En passant werd op die manier ook in Israel zelf de steun voor het vredesproces ondermijnd - de gemiddelde Israeli maakt het immers niet uit van welke Arabische groepering een aanslag afkomstig is. Voor Hamas is heel Palestina heilige grond die tot de laatste centimeter moet worden bevrijd. Hamas’ ideologie is openlijk anti-joods, duldt geen enkel compromis met de joodse staat en wil alle Palestijnen in een heilige oorlog meeslepen. Weinig strategieen zijn daartoe geschikter dan die van spectaculaire zelfmoordacties die Israel nopen tot verdere afgrendeling van de Palestijnse gebieden.
Ongeacht of ze gevolg zijn van een bevel van Arafat zelf, van een in paniek geraakte politieagent of van Hamas-provocatie - de tientallen doden en honderden gewonden in Gaza hebben Arafats relatie met zijn tegenstanders tot een point of no return opgezweept. De lang verbeide confrontatie voltrekt zich echter onder voor Arafat - en derhalve voor het Israelisch-Palestijnse vredesproces - ongunstige omstandigheden. In plaats van de terroristen aan te vatten die verzoening met Israel vergiftigen, laadde hij de schijn op zich weerloze gelovigen neer te maaien. Hierdoor verliest Arafat het laatste greintje autoriteit als boven de partijen staande symbolische vaderfiguur. De 'president van Palestina’ is nu zelf partij geworden in een intern geschil.
Alleen spoedige democratische verkiezingen kunnen de legitimiteit van Arafats Palestijnse Autonomie herstellen - maar zoals de kaarten nu liggen, is zijn verkiezingsoverwinning niet zeker meer. Op termijn dreigt voor Arafat algeheel verlies van macht - en waarschijnlijk ook van zijn leven. Zijn verdwijnen zou niet minder dan een ramp zijn. Opvolgers die zelfs maar over een schaduw van zijn overwicht beschikken, zijn niet voorhanden. Zonder Arafat dreigt atomisering van de Palestijnse politiek.
De situatie is ernstig maar niet wanhopig. Israel zelf kan Arafat helpen. Niet door aan de zijlijn te juichen bij zijn antifundamentalistische geweld, maar door zijn politieke speelruimte te vergroten. Arafat loopt gevaar, maar kan in beginsel elk beetje tijd dat hem rest, gebruiken om een nieuwe consensus te smeden rond een democratisch vredesproces. Het zou helpen als Israel zich in onderhandelingen flexibeler zou opstellen; de eis om alleen aanhangers van het vredesproces stemrecht te verlenen is irreeel en berooft de verkiezingen van hun democratisch gehalte.
Israel hoeft niet werkloos toe te zien. Het kan gematigde islamisten in het politieke spel betrekken in plaats van alle verklaarde Hamas-aanhangers op een extremistische hoop te gooien. Het taboe op praten met fundamentalisten is net zo contraproduktief als vroeger het veto tegen de PLO was. Hamas is wel een griezelige maar ook een veelvormige en weinig geintegreerde beweging. Voor de meeste Palestijnen is een vrome levenswandel van directer belang dan de strijd tegen de ongelovigen. Niet alleen Arafat maar ook Israel zou met de gematigder islamitische activisten een dialoog moeten aangaan.