MANNEN SINDS ’68

Het gevecht over de schaar

Door het opkomende feminisme kregen mannen het in de jaren zestig soms knap lastig met zichzelf. De galante macho werd in de ban gedaan en ingeruild voor een lieve, androgyne bebaarde hippie.

Uit een onderzoek van Trendbox blijkt dat mannen zich steeds meer om hun uiterlijk bekommeren. Ze zijn dit jaar zelfs vrouwen voorbijgestreefd in de hoeveelheid tijd die ze doorbrengen voor de spiegel en in de gemiddelde uitgaven aan verzorgingsproducten en kleding. Driekwart van de mannelijke onderzoeksgroep vindt het uiterlijk ‘heel belangrijk’. De conclusie is dat ‘mannen in uiterlijke ijdelheid steeds meer op vrouwen gaan lijken’.

Als dat geen emancipatie is. Toch ging het dáár niet over toen in oktober 1968 de Man Vrouw Maatschappij (mvm) werd opgericht door een groep Dolle Mina’s – en een handjevol mannen. Hun strijd ging om het doorbreken van klassieke rollenpatronen en machtsverhoudingen in de samenleving. De seksuele revolutie ging voor alles over de bevrijding van de vrouw en het opeisen van haar lichamelijke soevereiniteit, zoals een jaar daarvoor Joke Smit had gesteld in haar artikel Het onbehagen van de vrouw. Maar dat betekende zeker niet dat het uiterlijk geen rol van betekenis speelde. Het persoonlijke was politiek, en dat kwam ook in de kleding en het haar – vooral het haar – bij beide seksen tot uiting.

Het uiterlijk van de protestgeneratie staat voor wat destijds in beweging was. Het waren de Beatles die met hun kapsel de trend zetten en de smaak en outlook van jongeren gingen bepalen. In de huiskamers in de westerse wereld brak regelmatig ruzie uit tussen ouders en zonen die weigerden nog de gang naar de kapper te maken voor een kapsel tot boven de oren. Het generatieconflict begon met een gevecht over de schaar. Veertig jaar geleden werd de hippieman geboren.

Foto’s van mannen uit de jaren zestig en zeventig wekken verbazing en roepen soms lachlust op. Veel meer dan vrouwen ondergingen zij vanaf begin jaren zestig een dramatische metamorfose. Het prototype man van de generatie ’68 is een slungel met een leptosoom postuur, smalle schouders en hangende armen. Hij is gekleed in een fluwelen broek, een niet-strak T-shirt, een spijkerjack en sandalen met dikke sokken. Alle contouren van het gezicht zijn weggestopt achter heel veel haar.

Deze vrouwelijke ‘baardaap’ zette de bijl in de gevestigde orde – en daarmee in het ouderlijk gezag – en paarde betrokkenheid bij grote internationale politieke kwesties aan het opeisen van een subcultuur met een eigen antikapitalistische, niet-materialistische, anticonsumerende lifestyle. Tegelijk werd de man zelf object van een andere strijd: die van de vrouw tegen het patriarchaat. Parallel aan het protest tegen het establishment liep het feminisme. De man moest zich onderwerpen aan het opkomende genderbewustzijn van de tweede feministische golf; wilde hij niet als vijand worden gezien, dan diende hij zich te plooien naar de nieuwe gedragscodes, anders lag een totale afwijzing door vrouwen op de loer. Vrouwvriendelijk gedrag impliceerde vooral: niet masculien macho zijn en niet conservatief handelen in het relationele verkeer. Het etaleren van een brede gespierde borstkas, het initiatief nemen tot een drankje als prelude van een mogelijke date, galant de deur openhouden – het getuigde van klassiek seksisme. Natuurlijk, James Bond deed dat nog wel, maar zijn tegenspeelsters in de films deden dan ook niets anders dan de rol spelen van lustobject: het slimme mooie vrouwtje dat de man met haar prachtige borsten en geloken ogen het hoofd op hol brengt en hem tegelijkertijd probeert te vernietigen.

Voor progressieve mannen werd dit erotische veroveringsspel verdacht. Actieve belangstelling voor een vrouw tonen kon worden opgevat als seksuele agressie, een hand op de heup van een vrouw als seksisme en een mogelijke aanzet tot verkrachting. Want, zo predikten hardcore feministen: met je onderdrukker ga je niet naar bed.

Geen wonder dat de mannelijke babyboomers knap in verwarring raakten. Hoewel de hormonen net zo goed door hun aderen gierden, moesten zij empathisch zijn, zich seksueel geduldig opstellen in bed, luiers verschonen en kinderen opvoeden en de wc schoonmaken. Veertig jaar geleden werd óók de huisman geboren.

Nog altijd gaat de seksestrijd hierover. Er wordt prozaïsch gekibbeld over wie wat doet in het huishouden, zodat de vrouw energie en tijd heeft om te werken en desnoods carrière te maken. Sinds het begin van de 21ste eeuw roeren mannen zich over de stelling dat het feminisme is doorgeslagen en zij de verliezende partij zijn gebleken. Ze voelen zich seksueel gemankeerd en beweren verbitterd dat ze zich hebben laten verleiden tot geslachtelijke zelfhaat. Dit wordt uiteraard gevoeld door babyboomers op leeftijd. Hun zonen hebben weinig last van de onderdrukkende genderstrijd. Zij zijn bevrijd van beladen politieke predikaten. Ze mogen zowel metroman als überseksueel zijn. Maar dat zijn van die bedachte modieuze termen. Mannen zijn sinds de Beatles niet wezenlijk veranderd. Alleen de samenleving om hen heen is veranderd. Het is meer een man-vrouw-maatschappij geworden.