Een ander Turks geluid

‘Het gevecht voor erkenning houdt nooit op’

Toen een onderzoek meldde dat zeer veel Turks-Nederlandse jongeren sympathiseren met IS liet minister Asscher zijn grote verontrusting blijken. Dat viel verkeerd bij de jongeren. Ze waren boos en richtten het platform TNT op. Om iets te doen aan de negatieve beeldvorming.

Medium opening 20hh 47730398

In restaurant Meram, op een hoek van het Bos en Lommerplein in Amsterdam-West, dineert een nieuwe generatie sociale stijgers. Elegante, zelfverzekerde vrouwen met en zonder hoofddoek en vlot geklede, jonge mannen met donkere ogen en de huid van hun ouders. De clientèle weerspiegelt het hedendaagse beeld in de Randstad: na de lagere klasse is ook de middenklasse diverser geworden. Ze zijn succesvol in de Nederlandse samenleving en willen tegelijk hun etnische en religieuze identiteit naar voren brengen.

Op deze natte januari-avond komen hier ook de gangmakers van het Turks-Nederlands Tegengeluid (tnt) samen, een platform ontstaan uit verontwaardiging over het stigmatiserende onderzoek Nederlandse moslimjongeren en de Arabische Herfst, eind vorig jaar, door Motivaction. Negentig procent van de Turks-Nederlandse jongeren zou volgens dit onderzoek sympathiseren met IS en positief staan tegenover deelname van Nederlandse moslims aan de gewapende strijd in Syrië en Irak.

Hoe belabberd het onderzoek ook was uitgevoerd, minister Lodewijk Asscher (pvda) van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (szw) presenteerde de resultaten half november als schokkende feiten. Motivaction had de bewindsman de week daarvoor nog verzocht het onderzoek niet openbaar te maken omdat het een niet-wetenschappelijke verkenning was zonder duiding en niet geschikt voor het grote publiek. De minister sloeg dit advies in de wind en sprak tegenover Nu.nl zijn verontrusting uit over de uitslag. ‘Onacceptabel’, ‘ondermijnend voor de rechtsstaat’, viel politiek Den Haag hem bij.

De ongeloofwaardige resultaten en de negatieve beeldvorming die Asscher over de Turkse jongeren afriep, zorgden voor nieuw elan in Turks-Nederlandse gelederen: de oprichting van het Turks-Nederlands Tegengeluid. ‘We moeten zelf de regie in handen nemen als het gaat om onze plaats in de Nederlandse samenleving. Niet meer reactief vanaf de zijlijn schreeuwen, maar proactief midden in het veld staan om een verschil te maken’, stelden de initiatiefnemers op Facebook.

Het jongerenplatform wil een horzel zijn in zowel de Nederlandse als de Turks-Nederlandse pels. ‘Aan twee kanten zal er pijn worden gevoeld’, verduidelijkt Cemil Yilmaz (31), een nieuwsgierige, ongeduldige man die na zijn studie sociale psychologie sociaal ondernemer is geworden. ‘Turkse Nederlanders kunnen niet rustig gaan slapen met het idee dat ze goed genoeg zijn geïntegreerd. Menigeen is té intern gericht en kampt met achterstand in het onderwijs en op de arbeidsmarkt.’ Tegelijk, benadrukt hij, wordt het tijd dat de Nederlandse samenleving het idee omarmt dat immigranten een meervoudige identiteit hebben.

De achterban van tnt bestaat uit middelbaar en hoogopgeleide Turks-Nederlandse jongeren. Ze zijn politiek actief en voelen zich desondanks in de hoek geduwd. Nederland sluit hen uit, behandelt hen niet gelijkwaardig. Ze worden door de Nederlandse samenleving ter verantwoording geroepen voor onderwerpen, zoals radicalisering, waar ze geen affiniteit mee hebben. ‘Het gevecht voor erkenning en acceptatie houdt nooit op’, weet Asli Bolat (31), een zelfbewuste verschijning met blond geverfd haar en een licht getinte huid. Ze is al negen jaar maatschappelijk werkster, fractievoorzitter van de pvda in Uden. ‘De meerderheid is hier geboren en helemaal niet bezig met integratie. Ze willen gewoon geaccepteerd worden.’

Vanaf januari vinden veel bijeenkomsten en vergaderingen van tnt plaats. De initiatiefnemers moeten hun plaats bepalen ten opzichte van de bestaande Turkse organisaties, ze treden in overleg met Asscher en tegelijk moeten ze het contact met de achterban niet verliezen. Ze begeven zich in een mijnenveld, zo zal snel blijken, en snel rijst bij hen de vraag: valt er iets te bereiken in die Haagse achterkamertjes?

Het begin was in ieder geval voortvarend. Toen Asscher hoorde van het initiatief schoof hij eind november meteen aan voor een gesprek met tnt op zijn ministerie. Op de Facebook-pagina van tnt schreven Asli Bolat en Yilmaz na afloop: ‘We hebben kritische vragen gesteld over de beweegredenen om het onderzoek te starten. We hebben het, onder andere, gehad over de manier waarop het onderzoek is uitgevoerd, hem aangesproken op de negatieve impact van zijn mediaoptreden en gepraat over vervolgstappen.’ In de herinnering van Asli Bolat had tnt de regie in het gesprek. ‘We hebben Asscher op de man af gevraagd waarom hij heeft geopereerd zoals hij heeft geopereerd. Waarom hij niet meteen zijn twijfels heeft uitgesproken over een rapport met Noord-Koreaanse uitslagen zonder duiding?’

Begin januari volgde een tweede gesprek op het ministerie, met de directeur en het afdelingshoofd integratie en rechtsstaat. Belangrijke punten waren opnieuw de verontwaardiging over het onderzoek en het mediaoptreden van Asscher. Ook de mogelijke inbreng van tnt bij een vervolgonderzoek kwam aan de orde. Afgesproken werd dat tnt betrokken zou worden bij drie studies die in opdracht van szw worden uitgevoerd door het Sociaal en Cultureel Planbureau (scp). De eerste studie richt zich op de segregatie en polarisatie van verschillende gemeenschappen in Nederland. De tweede studie is een onderzoek naar de sociaal-culturele aspecten van integratie. De laatste, door het onderzoeksbureau Labyrinth, gaat over de validiteit van het onderzoek van Motivaction.

De optimistische stemming over deze gesprekken kleurt in januari de sfeer van de bijeenkomst in restaurant Meram in Amsterdam-West. ‘Turkse organisaties in Nederland zijn of religieus of politiek gekleurd’, licht Mehmet Bolat (25) zijn wens om actief te worden in tnt toe. ‘Die onderlinge verschillen kunnen we niet overbruggen. Feitelijk is er altijd frictie. We kunnen niet eens samen optrekken in de strijd tegen discriminatie of schooluitval.’ Hij studeert communicatiewetenschapen aan de UvA en was al jong actief in alevitische groepen en de jongerenraad van het Inspraak Orgaan Turken (iot). Organisaties die nog met één been in Turkije zijn geworteld, zegt hij. ‘Als Turkse Nederlanders moeten we de ideologische verschillen overbruggen.’

Ayberk Köprülü (29), ook voor het eerst aanwezig, vindt de onderzoeksresultaten van Motivaction zeker niet representatief. Maar tegelijk moet tnt ook erkennen dat er Turks-Nederlandse jongeren zijn die naar het kalifaat willen vertrekken. Hij heeft politicologie gestudeerd aan de UvA en is nu raadsadviseur radicalisering en polarisatie in Amsterdam-Noord. De Turkse gemeenschap verschuilt zich volgens hem maar wat graag achter het onderzoek Ontwikkelingen in de maatschappelijke positie van Turkse Nederlanders: Risico’s op criminaliteit en radicalisering uit 2014 van de Rotterdamse criminoloog Richard Staring. Daaruit bleek dat Turks-Nederlandse jongeren weinig gevoelig zijn voor radicalisering en criminaliteit. Ze hebben vergelijkbare ambities als autochtone Nederlandse jongeren. Daarnaast willen ze een goede moslim zijn, zonder extremistische aspiraties. Köprülü: ‘De vuile was wordt niet buiten gehangen. Maar zo kun je niet emanciperen.’

Hij vertelt dat hij in zijn jeugd worstelde met zijn identiteit en net als menige andere Turks-Nederlandse jongere flirtte met uiteenlopende Turkse politieke ideologieën en religieuze stromingen. Overal miste hij de emancipatieslag. ‘Ik denk dat Turkse organisaties wel geïntegreerd zijn in Nederland, maar zich niet hebben geëmancipeerd. Ze lobbyen voor Turkse belangen, terwijl de nieuwe visie moet zijn: wij blijven hier.’ Köprülü herkent zich in de visie van tnt, maar zegt geen actieve rol te ambiëren, daarvoor heeft hij het te druk. In april krijgt hij ook nog een nieuwe baan: hij gaat voor Asscher werken.

In de loop van januari begint de achterban van tnt te morren. Het wordt tijd dat er kritische noten worden gekraakt. Wordt tnt niet gebruikt? De grotendeels witte ambtenarij van szw ontbeert immers kennis over de Turks-Nederlandse gemeenschap. En heeft Asscher inmiddels excuses gemaakt voor zijn overhaaste mediaoptreden?

‘Ik denk dat Turkse organisaties wel geïntegreerd zijn in Nederland, maar zich niet hebben geëmancipeerd’

De bij vlagen onhebbelijke Turks-Nederlandse gemeenschap, die divers en gesloten tegelijk is, schroomt niet om haar eigen voorhoede op te offeren. tnt wil zich tegen de wens van een deel van de achterban niet bemoeien met andere politieke hangijzers die ook spelen: de monitoring door minister Asscher van drie toonaangevende Turks-Nederlandse bewegingen en van Diyanet, het Turkse Directoraat voor Godsdienstzaken met imams in zo’n 150 moskeeën in Nederland. Ieder op een eigen manier bevorderen ze volgens de bewindsman de parallelle samenleving. tnt stelt dat die organisaties zelf al met de minister om de tafel zitten. En zeker zo belangrijk, ze worden veelal aangestuurd door de eerste generatie en staan daardoor vaak te ver af van de belevingswereld van de tweede en derde generatie.

Dan is er ook nog het gedwongen vertrek van de Kamerleden Selcuk Öztürk en Tunahan Kuzu uit de pvda-fractie. Dat is een pvda-kwestie, aldus Bolat.

Al snel blijkt dat tnt de tegenkrachten in de Turks-Nederlandse gemeenschap, die op ramkoers met Asscher liggen, heeft onderschat. Asli Bolat én Yilmaz stappen eind januari uit de organisatie. ‘Het wantrouwen…’, zegt Yilmaz, ‘je integriteit wordt ter discussie gesteld.’ Hij zou in tnt zitten om professionele opdrachten binnen te halen voor zijn bedrijf. Ook Asli Bolat kreeg telkens te horen dat ze tnt voor eigen gewin en zelfprofilering heeft opgericht. Volgens geruchten zouden de Kamerleden Kuzu en Öztürk achter de lastercampagne zitten, ze vinden dat de tnt zich ‘laat naaien’ door het ministerie.

Een andere klacht is dat er te veel politici in tnt zitten. Asli Bolat zucht: ‘Terwijl wij op deze manier het vertrouwen in de politiek mogelijk terug kunnen winnen.’ >

Ketenrestaurant Semit Saray in Rotterdam-Zuid sluit om acht uur de deuren, maar begin februari mag tnt er in de lege ruimte vergaderen. De stemming is bedrukt. Asscher heeft de Tweede Kamer eind januari in een Kamerbrief laten weten dat in zijn opdracht drie nieuwe onderzoeken naar integratie en radicalisering worden uitgevoerd. Hij vermeldt niet dat tnt meepraat over een beter programma van eisen voor de onderzoeken en benadrukt daarentegen dat hij zicht hoopt te krijgen op wat er ten grondslag ligt aan de grote steun voor IS onder Turks-Nederlandse jongeren.

Münire Manisa (26), juriste en lid van de bestuurscommissie voor de pvda in Amsterdam-Nieuw-West, is verontwaardigd over de felle toon van de bewindsman. ‘Hij verzuimt opnieuw te vermelden dat het cijfer van negentig procent dat met IS sympathiseert hem ongeloofwaardig voorkomt.’ Indirect ligt de vraag op tafel of tnt niet te soft is geweest. Manisa: ‘We hadden afgesproken ons constructief op te stellen richting szw, er niet met gestrekt been in te gaan, maar achteraf gezien moeten we ons afvragen of dat juist is geweest.’

De manipulatieve insteek van Asscher ligt de aanwezigen zwaar op de maag. Ülku Ögüt (28), advocaat en raadslid voor Hart van Veghel, zal het vaak herhalen: ‘Als je eenmaal met modder bent besmeurd, kun je wel proberen het weg te poetsen, maar je blijft vlekken zien.’

‘Wij zijn constructief maar wat doet hij?’ roept Manisa. Korte tijd bespreken ze of de afgesproken ontmoeting tussen Asscher en de achterban van tnt wel moet doorgaan. ‘We worden zo weggezet als een praatgroep terwijl wij een actiegroep zijn die de Turks-Nederlandse inbreng naar een hoger plan wil trekken’, zegt Manisa geërgerd. Orkun Baytemir (37), werkzaam bij de Raad voor de kinderbescherming en raadslid voor de pvda in Tilburg, komt resoluut tussenbeide: ‘Wij doen dit niet voor Asscher, maar voor onszelf.’

Ze besluiten om hun reactie op de Kamerbrief ook naar de woordvoerders Integratie in de Tweede Kamer te sturen. Ögüt vertelt op de valreep dat ze eindelijk het Kamerlid Öztürk aan de lijn heeft gehad. ‘“Selcuk Abi (oudere broer – fs), we horen maar niets op ons verzoek om een gesprek.” Even was het stil aan de andere kant van de lijn. Toen zei hij: “We hebben jullie verzoek behandeld, maar we hebben de indruk dat tnt zich voor het karretje van Asscher laat spannen. Hebben jullie wel in de gaten dat jullie het imago van de minister opkrikken.”’ Mehmet Bolat, verontwaardigd: ‘Dus die Öztürk heeft een oordeel over ons zonder dat we elkaar ooit hebben gesproken.’ Pas enkele maanden later zal het tot een gesprek komen tussen tnt en denk, de eigen politieke partij die Kuzu en Öztürk inmiddels zijn begonnen.

Een onderzoek met ernstige tekortkomingen, zo zal uiteindelijk het rapport van Motivaction worden betiteld. Informeel is eind maart al bekend dat het bureau Labyrinth met een snoeihard oordeel komt. Het duurt tot eind juni, vlak voor het zomerreces van de Tweede Kamer, totdat Asscher wereldkundig maakt dat de serieuze tekortkomingen zowel de opzet als de uitvoering betreffen. De formulering van de vragen zou niet eenduidig zijn en er bestaat verwarring over wat de deelnemende jongeren precies verstaan onder termen als ‘jihadisme’ en ‘kalifaat’. Labyrinth concludeert ‘dat de uitkomsten geen representatief beeld geven van de opvattingen onder migrantenjongeren in Nederland’.

Ook in wetenschappelijke kringen waren de resultaten al aan flarden gereten. szw vroeg drie academici, onder wie de Rotterdamse criminoloog Richard Staring, om advies. Hij laat er in een telefonisch gesprek geen twijfel over bestaan: ‘Het onderzoek ontbeert transparantie.’ Het is in zijn woorden niet ‘repliceerbaar’ en er wordt geen verantwoording afgelegd over de resultaten. In gewone taal: hoe komen ze tot hun resultaten en wat betekenen ze precies? ‘Dan ben je onverantwoord bezig als onderzoeker’, aldus Staring.

‘Nederland, je vader, gedraagt zich als een stiefvader, terwijl Turkije, je moeder, je over je wang aait’

In opdracht van het ministerie werkt de criminoloog nu aan een vervolgonderzoek. ‘Geen replica’, benadrukt hij. Aan de hand van een topiclist spreekt hij met groepen Turks-Nederlandse jongeren, ‘sleutelinformanten’ in onderzoekstaal, waaronder de achterban van tnt. Zo hoopt hij niet enkel de diversiteit aan ideeën en opvattingen over radicalisering onder Turks-Nederlandse jongeren te inventariseren en te duiden, maar ook greep te krijgen op hun percepties. Het gaat daarbij om zaken als het belang van de islam in hun dagelijks leven en hun identiteit en hoe ze zich verhouden tot de politiek in Nederland, die in Turkije, en de conflicten in het Midden-Oosten.

Het eerdere onderzoek onder Turks-Nederlandse jongeren van Staring, in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie (wodc), had ook al een negatieve aanleiding. De belangrijkste reden toen was het verontrustende manifest van Turks-Nederlandse professionals. Zij constateerden in 2011 dat Turks-Nederlandse jongeren – mede door maatschappelijke achterstanden – zich niet thuis en niet geaccepteerd voelen in de Nederlandse samenleving, zich terugtrekken in de eigen groep, hun heil zoeken in religie en kwetsbaar zijn voor criminaliteit en radicalisering. Staring concludeerde echter dat, parallel aan wat tnt betoogt, de nieuwe generatie Turkse Nederlanders juist bezig is met een maatschappelijke inhaalslag. Dat de interne gerichtheid het afgelopen decennium weliswaar groot is gebleven, maar dat contacten buiten de eigen kring zijn toegenomen. Een groeiend aantal Turkse Nederlanders geeft niet alleen Turkije en de Turkse identiteit een plek in hun leven, maar ook Nederland en de Nederlandse identiteit.

Medium anp 33141791

Op de tweede zondag in maart komt tnt bijeen in Grand Café Perronn, pal achter het treinstation in Den Bosch. De Turks-Nederlandse eigenaar heeft in december zijn bedrijf ook al opengesteld voor een eerste, drukbezochte bijeenkomst met de achterban en tnt. Het wordt een rommelig overleg.

Baytemir belt in omdat hij wegens ziekte niet kan reizen. Op de agenda staan de contacten met natds, de landelijke belangenbehartiger van Turks-Nederlandse studenten, waarmee tnt een gezamenlijke reactie op het onderzoeksrapport van Labyrinth wil uitbrengen zodra dat openbaar is. Het gesprek komt op oud-bestuurslid Asli Bolat. Op Facebook laat ze weten gesolliciteerd te hebben op een functie bij szw. Wordt het beeld zo niet bevestigd dat tnt het schoothondje is van Asscher? Asli Bolat weerspreekt dat later. Ze zegt dat ze eind januari uit tnt is gestapt, in maart op sollicitatiebezoek is geweest bij szw en er in mei aan de slag is gegaan.

Tijdens de vergadering in Den Bosch zet Baytemir via de telefoon de discussie op scherp: ‘De visie van tnt is niet veranderd. We hebben een constructieve houding gekozen in onze relatie met het ministerie: meedenken en het matigen van onze toon.’ De Kamerbrief is hem ook vies tegengevallen, de minister draagt zo bij aan het idee in de tnt-achterban dat er niks wordt gedaan met hun bijdragen. ‘Maar’, zegt hij op besliste toon, ‘dat wil niet zeggen dat wij onze visie moeten veranderen. We willen niet alleen kritisch zijn, we willen ook meedenken. En verantwoordelijkheid nemen als uit vervolgonderzoek blijkt dat radicalisering onder Turks-Nederlandse jongeren wel degelijk een issue is.’

Eind maart bezoekt tnt de pvda-fractie in de Tweede Kamer. Ahmed Marcouch zit op zijn bureaustoel, de tnt-leden zitten rondom de tafel in zijn werkkamer. Münire Manisa stelt zich op als een kat die op een prooi loert. Ze is scherp maar vertoont geen spoortje agressiviteit. Ülku Ögüt oogt zelfverzekerd, Mehmet Bolat neemt de tijd om op stoom te komen. Ze leggen uit dat ze het stokje zullen overdragen aan een denktank. Een idee dat Asscher in zijn eerste bijeenkomst met hen opperde. Marcouch wil weten waarom een dergelijk platform nodig is. Manisa: ‘Om het debat met Turks-Nederlandse jongeren verder te kunnen voeren.’

‘Maar de minister gaat toch niet over de vorm waarin dat wordt gegoten’, kaatst Marcouch de bal terug. Hij wil weten of ze ook een rol voor tnt zien weggelegd richting de Turks-Nederlandse gemeenschap. ‘Iemand moet die toch de spiegel voorhouden. Jullie zitten toch in die gemeenschap?’ Ögüt is onverstoorbaar: ‘Wij zijn hard aan het werk, studeren, zitten in de politiek, nemen maatschappelijke taken op ons, maar door het Motivaction-onderzoek zijn we tien treden van de sociaal-maatschappelijke ladder geduikeld.’ Marcouch: ‘Voor het benoemen van de pijnpunten van immigranten hebben we geen onderzoek nodig. Ik zeg altijd tegen Lodewijk Asscher: jij gaat naar andere verjaardagsfeestjes dan ik. Die verhalen moeten we samenbrengen.’ Manisa, politica en diplomate tegelijk: ‘De problematiek is niet overal gelijk. Ik kom uit Amsterdam-Nieuw-West. Daar gaat het om taalachterstand, schrikbarend hoge jeugdwerkloosheid en armoede. Daarom moeten we een denktank met meerdere commissies opzetten.’

Marcouch grijpt naar zijn stokpaardje: het importeren van opvattingen uit de landen van herkomst. ‘Hoe zit dat in de Turks-Nederlandse gemeenschap?’ Ook Manisa herneemt haar betoog: ‘De denktank moet opiniemakers voortbrengen zodat in tal van gremia kan worden doorgegeven wat er leeft onder Turks-Nederlandse jongeren.’ Marcouch opnieuw: ‘Is het probleem niet dat het Turkse Nederlanders aan zelfreflectie ontbreekt? Dat er weinig mensen zijn die zich boven de partijen stellen?’ Verandering moet volgens hem van binnenuit komen: ‘Het is te gemakkelijk om steeds te zeggen dat de media het niet goed zien, het beleid niet deugt. Er moet ook gezegd worden: wat doen we zelf fout? Wat moeten wij doen om te veranderen?’

Het pvda-Kamerlid komt weer terug op zijn partijgenoot Asscher: ‘Het is toch stom dat hij een volledig wit team van beleidsambtenaren op zijn ministerie heeft verzameld. Hij zou mensen in huis moeten hebben zoals jullie.’ De tnt’ers lachen besmuikt. Hij heeft al twee van hen ingepikt. Als slotvraag oppert Marcouch: ‘Wat kunnen wij aan elkaar hebben?’ Hij geeft zelf het antwoord: word een soort coc van Turkse Nederlanders. ‘Zij houden de Kameragenda bij, leveren input voorafgaande aan een debat, schrijven nota’s over wat eraan te doen.’

SP-Kamerlid Sadet Karabulut, met een Turkse en Koerdische achtergrond, lacht hartelijk als enkele uren later in een vergaderruimte van haar fractie in de Tweede Kamer het coc-plan van collega Marcouch ter sprake komt. ‘Volg niet te veel de agenda van Den Haag, maar word leidend. En maak verder de taboes bespreekbaar die er leven in de Turks-Nederlandse gemeenschap.’ Ze hint op heikele kwesties als het Koerden-vraagstuk, de Armeense genocide en de beïnvloeding vanuit Turkije. ‘Het idee moet landen dat je het niet altijd met elkaar eens hoeft te zijn, maar dat je wel moet proberen je in te leven in de ideeën, houdingen, opvattingen en achtergronden van anderen.’

De toon van het gesprek is anders dan bij de pvda, maar de boodschap is dezelfde. Karabulut vindt tnt een belangrijk initiatief: ‘Jullie lijken me vrijgevochten, autonome denkers, maar veel anderen zijn nog onder de invloed van het land van herkomst.’ Volgens hem zou de Nederlandse regering veel duidelijker moeten maken dat dit haar burgers zijn. Ögüt begrijpt de neiging van jongeren zich op Turkije te richten wel. ‘Nederland, je vader, gedraagt zich als een stiefvader, terwijl Turkije, je moeder, je over je wang aait.’

‘Hoe zien jullie je plek in de Nederlandse samenleving?’ vraagt Karabulut. Manisa antwoordt: ‘Wij zijn hier geboren, maar hebben tegelijkertijd ook andere gebruiken en waarden en normen meegekregen: die van onze ouders en het land van herkomst. Daarvoor moeten we begrip kweken in de Nederlandse samenleving en input leveren op beleidsniveau.’ Mehmet Bolat: ‘Ik ben een individu, maar ik word wel steeds in een groep geduwd. En in die groep heeft negentig procent sympathie voor IS. Dat is wie ik ben voor de buitenwereld. Dat schuurt.’

‘Jullie stem is een verademing’, zegt Karabulut. ‘Ik hoop dat die gaat doorbreken.’

Eind april discussiëren 27 jongeren in Amsterdam Slotervaart over de denktank. De stemming is enthousiast, de plannen zijn ambitieus. Het platform heeft tot taak ‘te sparren met het ministerie en andere organisaties’ en wil betrokken worden bij het ‘opstellen en vormgeven van beleid’. Kortom: de spin in het web zijn van de breed samengestelde Turks-Nederlandse gemeenschap van jongeren. Toekomstige leden moeten minimaal een hbo- of academische opleiding bezitten, affiniteit hebben met de doelgroep en het Nederlands uitstekend beheersen.

‘Is het wel tactisch om Turks-Nederlands in de titel te hebben nu de politieke wind zo guur waait rondom deze bevolkingsgroep?’

Begin juni volgt een tweede gespreksronde in Kanaleneiland in Utrecht. Nieuwe gezichten en veel afzeggingen in verband met Berat Kandili, een van de vijf heilige avonden op de kalender van de islam die Kandil worden genoemd. Vanavond worden je zonden je vergeven; andere avonden herinneren onder meer aan de nacht dat de profeet Mohammed werd verwekt of de koran aan hem werd geopenbaard. De groep belangstellenden is weer divers: historici, politiek filosofen, bestuurskundigen, een sociaal pedagoog die profvoetballer had willen worden maar na een blessure voor die studie koos. Sommigen spreken met een zuidelijke tongval. Vrijwel iedereen is naast het werk ook maatschappelijk actief, veelal binnen de Turks-Nederlandse gemeenschap. Er wordt over gesproken in termen als ‘wereldburgerschap als uitgangspunt van actief burgerschap in het land waar je leeft’.

De hamvraag deze avond is of de denktank zich op 22 juni tijdens de bijeenkomst met Asscher en de achterban van tnt al gaat presenteren. Het is een ongelukkige datum zo aan het begin van de islamitische vastenmaand, maar de agenda van de bewindsman kent geen ander gaatje. Het algemene idee is dat de denktank nog in de grondverf staat, maar dat het momentum niet gemist kan worden. ‘Daar geef ik een klap op’, zegt Manisa, opgetogen met haar vingers op de tafel trommelend. De denktank moet niet enkel structurele onderwerpen aanpakken als jeugdwerkloosheid, onderwijs en participatie, maar ook inspelen op de actualiteit én zelf issues aanzwengelen. Een enkeling trekt een vergelijking met spraakmakende denktanks in Amerika, hoe invloedrijk die zijn en hoe die financieel op de been worden gehouden door onafhankelijke donateurs. Manisa: ‘Het doet me goed dat er iets gaat gebeuren. Dat we hier mensen hebben met het hart op de juiste plek.’

Vooralsnog is de realiteit basaal. De naam van de denktank? Turks-Nederlandse Raad, wordt geopperd. Een ander zegt: is het wel tactisch om Turks-Nederlands in de titel te hebben nu de politieke wind zo guur waait rondom deze bevolkingsgroep? Brengen we onszelf zo niet in diskrediet? Een derde merkt op: de joodse gemeenschap heeft daar toch ook geen boodschap aan.

In de nazit verklaart iemand: ‘Behalve met onderwerpen als scholing en werkgelegenheid moeten we ons met nieuwe issues gaan bezighouden. Turkse ouders vragen hun zonen en dochters niet hoe ze over hun toekomst denken, wat ze leuk of interessant vinden. Ze dwingen hen een baan te zoeken, succes te hebben.’ De anderen luisteren maar reageren niet. Hij vervolgt: ‘Ik noem dat verminkte zelfontplooiing, zelfvervreemding.’ Hij oppert dat Turks-Nederlandse kinderen op een andere manier moeten worden opgevoed, niet gericht op de Turkse nationaliteit maar op de ontwikkeling van hún identiteit. Neder-Turk, roept iemand. Een ander: is een van de problemen van deze jongeren niet juist dat ze belabberd Turks spreken?

Op 22 juni is het dan zo ver: op deze avond leggen Asscher en zijn beleidsambtenaren verantwoording af aan de achterban van tnt. De Volkskrant schrijft de dag erna treffend: ‘Dan komt Lodewijk Asscher en hij doet zijn ding. Hij en Mark Rutte zijn de beste handelsreizigers van het kabinet. Zijn ding is: eerst een splinter dieper in je vinger duwen en hem er dan weer pijnloos uit trekken, zonder dat er een wondje achterblijft.’

Het animo voor de bijeenkomst Democratie versus kalifaat in de Blauwe Zaal van de Meervaart in Amsterdam is groot, ook van autoriteiten. Voor de deur agenten en binnen mannen met oortjes en drommen Turkse Nederlanders. In enkele minuten schetst Ülku Ögüt – zwarte hoofddoek, crèmekleurige bloes, wijde zwarte rok en hoge hakken – het ontstaan van tnt: dat Turks-Nederlandse jongeren zich gestigmatiseerd voelden door het onderzoek naar radicalisering, en ook door het mediaoptreden van de minister. Het eerste deel van de avond met de beleidsambtenaren van Asscher is formeel gesloten voor de pers, maar de regel wordt niet strikt doorgevoerd. Arjen Verweij, adviseur onderzoek en kennis op szw, noemt het Motivaction-onderzoek stelselmatig de factsheet van Forum, naar de inmiddels opgeheven instelling die de opdracht gaf. ‘De resultaten riepen ook bij de minister direct twijfels op, maar we wilden de tijd nemen om tegenonderzoek te doen. Niet twijfel op twijfel stapelen.’

Afke van Rijn, hoofd van de directie samenleving en integratie van szw, licht toe dat integratiebeleid dicht tegen emotie aan ligt, maar dat het beleid van Asscher is gebaseerd op onderzoek, op feiten, op de dialoog met immigranten en op communicatie. De aanwezigen willen antwoorden op andere vragen: waarom er geen belletje op het ministerie was gaan rinkelen over die absurd hoge negentig procent die met IS zou sympathiseren? Hierdoor had stigmatisering voorkomen kunnen worden. Adviseur Verweij houdt een technisch verhaal. Zijn collega Ralph Krooswijk is minder politiek correct: ‘Het gebeurde in een periode dat er heftige discussies woedden over jihadgangers.’ Een enkeling in de zaal oppert dat er ook onderzoek moet worden gedaan naar racisme in de eigen Turks-Nederlandse gelederen en dat tnt zich niet in het hoge percentage geradicaliseerde Turks-Nederlandse jongeren herkent omdat de achterban hoog is opgeleid en goed geïntegreerd is. ‘We moeten niet ontkennen dat er ook veel Turks-Nederlandse jongeren zijn die verzinken in complottheorieën en slachtofferdenken.’

Dan is het ‘Asscher-moment’ aangebroken. De denktank wordt gepresenteerd, maar het visie-missie-document willen ze op zijn ministerie ontvouwen. ‘Graag’, zegt Asscher. ‘Heel goed dat jullie meedenken en commentaar op mijn beleid leveren.’ De vanzelfsprekendheid waarmee de minister eerder de uitgestoken hand van tnt en nu de denktank aanvaardt, staat haaks op zijn vermogen om te reflecteren op zijn eigen mediagedrag. Hij blijft herhalen dat hij verontrustende cijfers over radicalisering onder Turks-Nederlandse jongeren zag. ‘En ik zou niet zo goed weten hoe ik anders had moeten reageren.’

De zaal: u had zich terughoudender kunnen opstellen. Asscher: ‘Maar het is wel een schokkend hoog percentage.’ De zaal opnieuw: het beeld dat zo wordt geschetst staat ver af van de werkelijkheid. En de gevolgen daarvan zijn dat Turks-Nederlandse jongeren geen stageplaats of baan krijgen. Asscher: ‘De petitie van tnt verwoordde prima het gevoel dat u zich tekortgedaan voelde. Daarom ben ik direct met u om de tafel gegaan.’ Op de vraag of hij de Nederlandse goegemeente niet duidelijker zou moeten maken dat Turks-Nederlandse jongeren al participeren, reageert hij scherp: ‘Het is aan u om het beeld over u bij te stellen. Om te laten zien dat Turks-Nederlandse jongeren een diversiteit vertegenwoordigen.’ Tot slot: ‘Ik zie hoe goed gebekt jullie zijn, niet bang zijn om kritische vragen te stellen, zelfs aan een minister. Gooi het open, wees trots op wie je bent en wat je denkt.’

De bewindsman behaalt een overwinning zonder empathie: hij erkent niet dat zijn mediaoptreden over de stigmatiserende negentig procent overhaast was. Mede daarom blijft na de avond de verontwaardiging smeulen in de Turks-Nederlandse gemeenschap. Zo sterk dat het tot een impasse in de denktank leidt. Een deel wil blijven proberen Asscher excuses af te dwingen; de anderen willen, net als tnt, niet alleen kritiek leveren maar ook meedenken.


Een ambitieuze minister

De ophef over het Motivaction-onderzoek Nederlandse moslimjongeren en de Arabische Herfst, eind vorig jaar, betreft zowel de validiteit als het grote verschil in sympathie voor IS onder Marokkaans-Nederlandse en Turks-Nederlandse jongeren. De kernvraag is of de uitkomsten een representatief beeld geven van de opvattingen onder migrantenjongeren in Nederland. Marokkaanse Nederlanders zijn uitgesproken negatief over IS en het geweld dat ze gebruikt en keuren het vertrek van Nederlandse jongeren naar Syrië af. Turkse Nederlanders vinden juist dat jihadistische strijdgroepen voor verandering kunnen zorgen in Arabische landen – een krappe negentig procent denkt positief over IS en de deelname van Nederlandse moslims aan de gewapende strijd in Syrië en Irak. Het verwarrende is dat ze tegelijkertijd uitgesproken democratische opvattingen hebben: democratie is essentieel voor de vooruitgang van een land. Als de omstreden president Assad van Syrië verdreven zou worden, dan moet Syrië in hun idee een democratie worden, geen kalifaat.

In het voorwoord van de verkenning staat bovendien dat de sympathie van Turks-Nederlandse jongeren voor groeperingen in de Arabische regio, gelet op hun steun voor de democratie, niet lijkt te wijzen op grootschalige radicalisering. De verklaring zou eerder gezocht kunnen worden in het feit dat ze de gebeurtenissen vooral vanuit een Turks referentiekader bezien. Ze volgen het nieuws over het Midden-Oosten vooral via Turkse media.

Volgens een reconstructie van tv-programma Medialogica (VPRO/Human) op 28 juli creëerde Asscher met zijn optreden bewust het beeld van een daadkrachtige minister die de discussie in de Tweede Kamer over integratie en radicalisering naar zijn hand zette. Vlak voor het zomerreces moest hij aan de Tweede Kamer bekennen dat het onderzoek serieuze tekortkomingen kent die zowel de opzet als de uitvoering betreffen.


Beeld: (1) 22 juni. Iftarmaaltijd na afloop van de bijeenkomst Democratie versus kalifaat in de Meervaart in Amsterdam. V.l.n.r. minister Asscher, Münire Manisa, Mehmet Bolat en Ülku Ögüt (Rink Hof/HH); (2) Minister Asscher aan het woord op de bijeenkomst Democratie versus kalifaat (Robin van Lonkhuijsen/ANP).