Menno Hurenkamp

Het geweld is overal

Een jongen sneuvelt onder de handen van twee andere jongens terwijl mensen toekijken. Het is een onthutsende gebeurtenis omdat je je bij dit soort geweldsmisdrijven zo snel verplaatst in de hoofdrolspelers. Je voelt binnen enkele seconden de ontreddering en de angst van het slachtoffer. Maar je kunt ook de sensatiezucht van de toeschouwer, de onderdrukte fascinatie die omslaat in schaamte makkelijk oproepen. Door het schelle leed van zo’n wandaad lijkt het bijna onfatsoenlijk boven het misdrijf uit te stijgen. Toch is dat wel zinvol. Want de redeloosheid van de daders uit Venlo is ingebed in een cultuur van geweld die verder reikt dan de zwarte kanten van individualisering en geestelijke ontworteling waar zij last van hebben.

Het moderne geweld huist niet enkel op straat. Het heeft venijnige verschijningsvormen waarin het geen doden maakt, maar wel slachtoffers. Een van die meest opvallende verschijningsvormen is de toenemende agressie in het praten over maatschappelijke problemen. Let wel, het gaat hier niet om schelden en schreeuwen, maar om het lanceren van gewelddadige ideeën. De LPF wil in reactie op het gevoel van onveiligheid onder meer werkkampen voor hardnekkige delinquenten invoeren. De partij gebruikt daarvoor het woord dwangarbeid. Je kunt je al afvragen of je door niet alleen vrijheidsberoving toe te passen maar ook fysieke taken op te leggen, iemands integriteit al zo schendt dat sprake is van redeloos geweld. Maar met het gebruik van het woord dwangarbeid plaatst de LPF zich politiek en historisch bewust in een wezenlijk antidemocratisch tijdperk. Dan gaat het niet meer om een gezonde hang naar verantwoorde represaille — noem het voor mijn part wraak — maar om de behoefte pijn te doen.

Een venijniger vorm van agressie zit in het voorstel om illegale leerlingen te laten aangeven door de school waarop ze les hebben. Die suggestie vindt overigens ook buiten de LPF steun. Je drukt leraren in een bijzonder onaangename verklikkersrol, iets waarbij, voor de verandering, de vergelijking met de Tweede Wereldoorlog niet misplaatst is. Bovendien criminaliseer je kleine kinderen, die geen fout begingen en die zich daarbij rechtens noch sociaal kunnen verweren.

Sinds 15 mei is een constante stroom van plannen tot schending van rudimentaire democratische principes op gang gekomen, die varieert van het verbannen van Nederlanders met een Marokkaanse achtergrond, het ontzeggen van het recht op onderwijs, en het staken van de individuele berechting van misdadigers door veelplegers harder te straffen. Zo smokkelen mensen die zich bevrijd denken van taboes onversneden geweld het publieke domein in. Het is geen slaan of schoppen, wel onmiskenbaar redeloze agressie. Er loopt geen rechtstreekse lijn van dit geweld naar het sneuvelen van de Venlose jongen, maar de handelwijzen gedijen goed in elkaars buurt. Het zijn allebei ongeremde verlangens een geknakt zelfrespect te herstellen door iemand anders pijn te doen — gelegitimeerd door de gedachte dat je nu eindelijk eens voor jezelf gaat opkomen. Er op los timmeren in de verwachting dat omstanders toch te laf zijn om in te grijpen, is net zo goed leidraad van veel LPF’ers als van de jongens die hun vermaner van het leven beroofden.