film: The Last Sentence

Het geweten

Hier hebben we een man die tot aan het einde van zijn leven achterna gezeten wordt door de geesten van de drie belangrijkste vrouwen die hij heeft gekend, een man die daardoor vervloekt lijkt, maar ook niet zonder die vrouwen lijkt te kunnen: Torgny Segerstedt (Jesper Christensen), hoofdredacteur van een krant in Göteborg die de Zweedse neutraliteit tijdens de opkomst van nazi-Duitsland scherp bekritiseert, tot grote ontevredenheid van zowel het koningshuis als het kabinet.

Medium dc0e1946e45197021f072193c520505a 567x210

Door zijn politieke overtuiging lijkt Segerstedt een held of een ridder, maar hij is dat allerminst in de ogen van mensen die dicht bij hem staan. Tegenover zijn vrouw Puste (Ulla Skoog) toont hij zich soms een bruut, niet in de laatste plaats doordat hij haar bedriegt met Maja (Pernilla August), vrouw van een collega. En toch lijkt het alsof deze vrouwen bepalend zijn voor zijn karakter.

In het op ware gebeurtenissen gebaseerde The Last Sentence, de nieuwe film van de Zweedse cineast Jan Troell, is journalist Torgny een van de eersten in zijn land die de gevaren van Hitler doorzien. Hij beschouwt het als zijn plicht lezers én politici te mobiliseren zodat zij een standpunt innemen tegen de buitenlandpolitiek die Berlijn in de aanloop naar de oorlog bedrijft. Zijn streven is nobel, maar langzamerhand wordt duidelijk dat hijzelf geen lieverdje is. Zijn vrouw Puste lijdt onder zijn fanatieke persoonlijkheid. Hij heeft openlijk een relatie met Maja, en deinst er niet voor terug dingen tegen Puste te zeggen als: ‘Ik ben alleen maar impotent als jij in de buurt bent.’ Misschien is deze ongevoeligheid de reden dat zijn dode moeder telkens verschijnt wanneer hij alleen is, als een soort moreel geweten, net zoals hij zelf de moraliteit van Zweden test door zijn opiniestukken, die pontificaal op de voorpagina worden gepubliceerd. Wanneer de druk door de minister-president wordt opgevoerd, komt de krant uit met grote witte plekken. Want ‘we zijn ook verantwoordelijk voor datgene wat we niet zeggen’, aldus Torgny.

Spannend is de wijze waarop het publieke en privé-leven door elkaar lopen in The Last Sentence. De film laat zien dat politiek onvermijdelijk persoonlijke en psychologische consequenties heeft. Vertwijfeld vraagt echtgenote Puste aan haar man en zijn minnares: ‘Jullie hebben Hitler, maar wat heb ik?’

De film werkt het best als Kammerspiel waarin een man die enorm onder de indruk van zichzelf is botst met de vrouwen die eigenlijk recht door hem heen kijken. Regisseur Troell (1931) wisselt scènes binnenshuis over de spanning tussen Torgny en de vrouwen of Torgny en politici af met lyrische natuurbeelden, bijvoorbeeld van een beek met bladeren die een bepaalde kant op drijven. Die beelden vormen een vooruitwijzing naar een einde en bevatten ook de kern van het verhaal: The Last Sentence gaat over de vraag wat een leven uiteindelijk betekent. Kan een mens met zijn daden iets waardevols teweegbrengen in roerige tijden? Terwijl de Russen een nieuw front openen en veel Zweden voor de vraag staan of ze Rusland of Duitsland steunen, ziet Torgny zichzelf steeds meer als ridder, een man die gelooft in het romantische statement: ‘Eén ding in een mensenleven is blijvend, en dat is reputatie.’

The Last Sentence zet dit idee op losse schroeven. Torgny beseft door zijn intelligentie en gezond verstand dat neutraal zijn geen optie is op het moment dat alle schijn van menselijkheid uit de politiek verdwijnt. Maar keer op keer komen die vrouwen terug om vraagtekens te zetten bij zijn motivering, zelfs wanneer ze al dood zijn.


Te zien vanaf 20 juni