De strijd tegen DDT maakt miljoenen doden

Het gif dat levens redt

Voor milieuactivisten kon DDT niet snel genoeg de wereld uit. Maar Afrikaanse landen vechten om DDT te mogen gebruiken in de strijd tegen malaria, de ziekte die meer dan zeshonderdduizend slachtoffers per jaar maakt.

Medium be035215

Het wordt al te gemakkelijk verondersteld: inzet voor een beter milieu is inzet voor een betere wereld. Inzet voor een beter milieu komt, bijvoorbeeld, ook ten goede aan de allerarmsten wereldwijd. Dat inzet voor een beter milieu ook ten koste kan gaan van honderden miljoenen mensen toont de strijd om het insecticide ddt. Een strijd die startte in de jaren zestig en tot op vandaag doorgaat, al krijgen we er in Nederland weinig van mee.

Dit voorjaar was het precies vijftig jaar geleden dat de biologe Rachel Carson overleed. In Nederland zegt haar naam nog maar weinigen iets. Maar Carson is onlosmakelijk verbonden met het ontstaan van de moderne milieubeweging. In 1962 publiceerde zij Silent Spring, ‘Dode lente’, een boek dat alleen al in de Verenigde Staten veertig keer werd herdrukt en zes miljoen keer werd verkocht. Silent Spring is een klassieker uit de milieubeweging.

Haar naam zijn we vergeten, maar Carsons verhaal is diep verankerd in ons collectieve bewustzijn. Silent Spring gaat over dodelijke gevolgen van landbouwgiffen en dan vooral van ddt – dichloordifenyltrichloorethaan. Sinds haar boek roept ddt bij ons louter onaangename associaties op. ddt zou giftig zijn. ddt hoopt zich via de voedselketen op in het menselijk lichaam en is zelfs terug te vinden in moedermelk. En ddt zou dodelijk zijn, want het veroorzaakt onvruchtbaarheid, genetische defecten en kankers. Wereldwijd wordt ddt geassocieerd met dood en ziekte. Waarschijnlijk is ddt het enige insecticide waarvan mensen wereldwijd de naam kennen.

Het is de erfenis van Silent Spring dat ddt niet de warme herinnering oproept aan het redden van vele miljoenen mensen door het bedwingen van ziekten als tyfus en malaria. En ook al was Carson al lang dood toen ddt voor het eerst verboden werd, het zou wel eens de lugubere erfenis van Silent Spring kunnen zijn dat malaria in Afrika en grote delen van Azië nog steeds niet onder controle is.

Voor het eerst werd ddt ingezet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Aanvankelijk gebeurde dat in de strijd tegen vlektyfus, een veelal fatale ziekte, verspreid door luizen. Aan het begin van de twintigste eeuw eiste vlektyfus nog meer dan tien miljoen doden. Door het sproeien met ddt werd de ziekte vrijwel bedwongen. Na vlektyfus zorgde ddt ervoor dat ook malaria verdween. Uit de Verenigde Staten, uit Europa, uit Rusland, uit Japan, uit Australië en uit delen van Zuid-Amerika. In de jaren vijftig leefde sterk de verwachting dat ddt malaria volledig zou uitroeien. Het liep anders. ddt raakte in diskrediet en nu sterven jaarlijks meer dan zeshonderdduizend mensen aan malaria.

Al hangt er verandering in de lucht. Op 10 maart van dit jaar besloot de hoogste rechter van Oeganda dat ddt opnieuw mag worden ingezet in de strijd tegen malaria. Eerder, in 2009, had een milieuorganisatie met de naam Uganda Network on Toxic-Free Malaria Control – unetmac – de Oegandese staat voor de rechter gedaagd. Want in 2008 had het Oegandese ministerie van Gezondheid het gebruik van ddt toegestaan in de noordelijke districten Apac en Oyam. Een regio die bekend staat als het gevaarlijkste malariagebied ter wereld. Het bleef bij deze eenmalige inzet van ddt. Want direct reageerde een aantal biologische boeren uit Apac en Oyam die hun producten verkochten in westerse landen. Zij vreesden dat restanten van ddt in hun gewassen terecht konden komen. In dat geval zouden die producten niet langer voldoen aan het keurmerk voor biologisch voedsel, bestemd voor de Europese Ekoplaza’s en Naturkostladen. De boeren spanden een rechtszaak aan en de Oegandese rechter stelde hen in het gelijk, waarna het gebruik van ddt weer werd opgeschort.

Dit was een dramatisch besluit, want in Apac en Oyam werd ddt niet zonder reden ingezet. In Oeganda krijgt jaarlijks de helft van de bevolking een malaria-aanval. En jaarlijks overleven tachtigduizend mensen die aanval niet. Het probleem is zo immens dat de Oegandese regering alles op alles zet om het sterven terug te dringen. Voor Apac en Oyam, zo verklaarde dr. Myers Lugemwa, de leider van het Oegandese malariaprogramma, bleek ddt de enig werkbare oplossing. Niet alleen was vrijwel elke mug in het gebied besmet met het malariavirus, ook bleken deze muggen bijzonder vatbaar voor de dodelijke werking van ddt. ‘We gebruikten ddt en al een paar weken later daalde het aantal malariagevallen. In Apac met veertig procent en in Oyam met vijftig procent’, meldde Lugemwa.

De Oegandese regering legde zich dan ook niet neer bij het besluit van de rechter en ging in hoger beroep. Ook de biologische boeren gaven niet op. Zij riepen met een aantal andere milieugroepen het unetmac in het leven en hamerden opnieuw op de terugvallende export van Oegandese landbouwproducten voor de westerse markten. Tienduizenden biologische boeren, zo betoogde unetmac, konden nu al niets meer uitvoeren omdat op hun producten mogelijk sporen van ddt waren te vinden.

Afgelopen maart gaf de hoogste Oegandese rechter de milieuorganisatie dus ongelijk. In Oeganda mag opnieuw met ddt worden gesproeid. Mits dat nodig is voor de bestrijding van malaria en mits het gebeurt volgens de richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie who.

Dat zo veel mensen sterven door een muggenbeet is ‘een van de grootste tragedies van de 21ste eeuw’

Alleen wie het ooit heeft meegemaakt en het kan navertellen, weet hoe ellendig een aanval van malaria is. In 2008 overkwam het mijn zoon David, toen elf jaar oud. We woonden met onze kinderen in het Afrikaanse Malawi en beschermden onszelf met Lariam, mosquito coils, muggennetten, deet en met gaas bedekte ramen. Toch werd David ziek. Eerst pijn in zijn gewrichten, vervolgens overgeven, lichte koorts, hoge koorts, aanvallen van ijzige kou, ijlen, momenten van helderheid gevolgd door wanhopig huilen omdat de patronen in de gordijnen veranderden in spoken. En overal vreselijke pijn. In Ebbenhout (2000) beschrijft de Poolse Afrika-kenner Ryszard Kapuscinski een aanval van malaria als een mystieke ervaring. ‘We komen in een wereld waarvan we een ogenblik geleden nog niets wisten. We ontdekken in onszelf ijzige kloven, afgronden, diepten, die ons vervullen met afgrijzen en vrees. (…) Na een aanval van malaria is een mens niet meer dan een brok ellende. Hij ligt in een plas zweet, heeft nog altijd koorts, kan geen voet of hand bewegen. Alles doet pijn, zijn hoofd duizelt, misselijkheid.’

Kapuscinski kan het navertellen en dat geldt ook voor mijn zoon. Maar dat is anders voor de jaarlijks zeshonderdduizend mensen die een aanval van malaria niet overleven. Malaria is een van de meest gevreesde ziekten in het armste deel van de wereld. Niet alleen door zijn dodelijkheid, maar ook door het vreselijke lijden dat aan die dood vooraf gaat. Bovendien legt malaria een enorme druk op de toch al armlastige ziekenhuizen in de Derde Wereld.

Margaret Chan, directeur-generaal van de Wereldgezondheidsorganisatie, noemt ‘het feit dat zo veel mensen worden geïnfecteerd en sterven van een muggenbeet een van de grootste tragedies van de 21ste eeuw’. Behalve de who en Afrikaanse overheden richten ook ontwikkelingsorganisaties zich steeds vaker op de bestrijding van malaria. Dat blijft niet zonder resultaat. In Afrika liep het aantal malariagevallen tussen 2000 en 2012 terug met 49 procent. Rond de millenniumwisseling stierven wereldwijd nog meer dan een miljoen mensen per jaar aan de beet van een malariamug. Dankzij hulp van onder meer de Wereldbank, de Gates Foundation en het Global Fund to Fight Aids, Tuberculosis and Malaria is dat gedaald tot onder de 650.000. Dat aantal moet nog verder omlaag. Maar zoals het er nu uitziet, lukt dat alleen met doelgerichte inzet van ddt.

Medium hh 14052639

In 1874 wist de Oostenrijkse chemicus Othmar Zeidler, die ddt voor het eerst synthetiseerde, niet goed wat hij met het spul aan moest. Pas 65 jaar later, in 1939, werd het reuk- en smaakloze poeder als insecticide herontdekt door de Zwitser Paul Hermann Müller. Hij merkte dat ddt dodelijk was voor luizen, bedwantsen, vlooien en muggen, terwijl mensen het konden inademen zonder er zelfs maar van te hoeven hoesten. In 1948 kreeg Müller er de Nobelprijs voor. Terecht, want naar schatting redde ddt alleen al tussen 1943 en 1948 het leven van twintig miljoen mensen.

De wonderbaarlijke kwaliteiten van ddt bleken voor het eerst tijdens de opmars van de Amerikaanse troepen in Italië. In oktober 1943 werd Napels op de Duitsers veroverd. In november brak tyfus uit in de stad van bijna een miljoen mensen. Het ergste werd gevreesd. Want twintig jaar eerder eiste een tyfusuitbraak in Rusland nog het leven van vier miljoen mensen. In Napels herleefden beelden van de Zwarte Dood. In december liep het aantal sterfgevallen zo snel op dat lijken op straat werden gelegd om met handkarren te worden afgevoerd. Begin januari 1944 startten de soldaten met het verspreiden van ddt. De Napolitanen stonden in rijen. Met flitsspuiten hulden de Amerikanen hen in dikke wolken ddt.

Eerst werden de hoeden van de klanten bespoten, vervolgens pompten de gezondheidswerkers het insecticide stevig in het haar. Daarna ging de flitsspuit in de mouwen en vanuit de nek onder de pullovers en blouses. De mannen knoopten hun broeken open en de vrouwen tilden hun rokken op waarna ddt in het ondergoed werd geblazen om de luizen in het schaamhaar te verdelgen. Door de straten van Napels reden legertrucks die ddt pompten door de geopende ramen van woningen, kroegen, wachtruimtes, kerken en ziekenhuizen. Drie miljoen Italianen in en rondom Napels werden in het witte poeder gevangen en de gevolgen waren miraculeus. Zo snel als het dodental in december opliep, zo snel daalde het in januari. Begin februari 1944 was de epidemie onder controle.

Thuis in de Verenigde Staten veroorzaakten insecten een ander drama. Van het zompige Florida tot in het hete oosten van Texas stierven tijdens de Tweede Wereldoorlog vijftienduizend mensen aan malaria. Opnieuw bleek ddt de oplossing. Tussen 1947 en 1951 werden meer dan 4,5 miljoen huizen onder de ddt gesproeid. Gesteund door het droogleggen van moerassen en een algehele verbetering van de gezondheidszorg werden de Verenigde Staten voor het eerst in de geschiedenis malariavrij. Ook in andere landen waren de resultaten spectaculair. Onder leiding van de in 1948 opgerichte Wereldgezondheidsorganisatie verscheepten de Amerikanen tonnen ddt naar Ceylon, het huidige Sri Lanka. Op het eiland werden in de jaren veertig jaarlijks 2,7 miljoen mensen getroffen door malaria. Na de inzet van ddt daalde dat aantal in 1965 tot zeventien. Nu zette land na land ddt in tegen malaria. Malaria verdween niet alleen in de VS en Europa, maar ook in Taiwan, Australië, de volledige Sovjet-Unie en een groot deel van de Cariben. In 1970 verklaarde de Wereldgezondheidsorganisatie ook Nederland malariavrij. Op het moment dat ddt eind jaren zestig in diskrediet raakte, had het insecticide het leven gered van zo’n vijfhonderd miljoen mensen. Dankzij ddt hoefden op dat moment een miljard mensen niet meer bang te zijn voor de malariamug. Volledig onder controle was de ziekte allerminst. Zo was de malariamug in India en Indonesië weliswaar sterk teruggedrongen, maar verslagen was ze nog niet. Bovendien was er nog één continent waar ddt vrijwel niet was ingezet en waar het opnieuw wonderen had kunnen verrichten. Dat was Afrika.

Hoe overrompelend de successen van ddt begin jaren zestig ook waren, al in de jaren veertig begonnen wetenschappers te twijfelen. Zou ddt zijn uitwerking wel blijven behouden? Levende organismen passen zich immers aan wanneer hun omgeving verandert, en dat geldt natuurlijk ook voor luizen en muggen. Zolang het niet lukt om de dragers van een ziekte volledig uit te roeien, bestaat de kans dat de laatste exemplaren resistent worden, waarna het insecticide zijn uitwerking verliest. De vrees van de wetenschappers kwam uit. In Zweden werden in 1946 al vliegen ontdekt die ddt wisten te overleven. Resistentie is ook de reden dat malaria in landen als India en Indonesië nog steeds niet onder controle is. Uiteindelijk worden alle muggen resistent, schrijft de vooraanstaande Nederlandse malariakenner Bart Knols in zijn mooie boek Mug (2009). Daarom pleiten de meeste malariadeskundigen nu voor louter kortstondig en lokaal gebruik van ddt, waardoor resistentie wordt voorkomen. Het systematisch opruimen van natte broedplaatsen van muggen, het gebruik van geïmpregneerde klamboes en de toepassing van nieuwe medicijnen zijn vandaag zeker zo belangrijk als insecticiden.

DDT werd verantwoordelijk gesteld voor vele ziekten van de moderne mens. Niet één claim bleek te kloppen

Nu was resistentie niet de belangrijkste reden dat ddt wereldwijd in ongenade viel en dat de Verenigde Staten ddt in 1972 verboden. Resistentie was al helemaal niet de reden dat een krachtige lobby van milieuorganisaties er in 2001 bijna in slaagde ddt wereldwijd op de lijst van verboden middelen te krijgen. Dat alles was het uiteindelijke gevolg van Silent Spring, het succesvolle boek van Rachel Carson uit 1962.

In bijna driehonderd pagina’s vol literaire beschrijvingen, wetenschappelijke uiteenzettingen en politieke statements bouwt de schrijfster en biologe Carson een indrukwekkend requisitoir tegen insecticiden in het algemeen en ddt in het bijzonder. Het moment van verschijnen kon niet beter zijn. Wereldwijd waren er in 1962 zorgen over radioactieve fall-out na het testen van nucleaire wapens. Nog geen half jaar eerder was het geneesmiddel softenon van de markt gehaald omdat het leidde tot ernstige handicaps bij tienduizend pasgeboren kinderen. Na verschijnen reageerde Carson persoonlijk op alle verontruste brieven van huisvrouwen, van volkstuiniers en van president Kennedy persoonlijk. Dertig weken lang stond Silent Spring op nummer 1 op de boekenlijst van The New York Times. Dat Carson bij de publicatie van haar boek aan kanker bleek te lijden en twee jaar later aan de ziekte stierf, verschafte Saint Rachel, Nun of Nature uiteindelijk een patina van heiligheid en martelaarschap.

Wat de Amerikanen waarschijnlijk in het hart raakte, was Carsons voorspelling dat ddt een einde zou maken aan het bestaan van de ‘Bald Eagle’, de iconische Amerikaanse Zeearend. De eieren van de imposante vogel bleken steeds dunnere schillen te hebben, waardoor veel zeearenden het embryonale stadium niet zouden verlaten. De vogels kregen het spul binnen door het eten van kleinere dieren, die op hun beurt met ddt bespoten voedsel consumeerden.

Maar ddt bedreigde niet alleen de Amerikaanse Zeearend. Het witte poeder zou ook levensgevaarlijk zijn voor de mens. In Silent Spring somde Carson een aantal door ddt veroorzaakte ziekten op en menige Amerikaan sloeg de schrik om het hart. Carson suggereerde dat het spul zowel leverkanker als leukemie veroorzaakt. Daarnaast zou ddt ons genetische systeem aantasten en dus invloed hebben op de kwaliteit van ons nageslacht. De ziekten die Carson aan ddt toeschreef, waren nog maar het begin. In de jaren die volgden, werd ddt ook verantwoordelijk gesteld voor borstkanker, teelbalkanker, teruglopende vruchtbaarheid, parkinson, obesitas, diabetes en alle andere ziekten die de moderne mens zoal vreest. Niet één van deze claims bleek uiteindelijk te kloppen. Onderzoek na onderzoek zou aantonen dat ddt maar amper nadelig was voor de menselijke gezondheid. Maar het kwaad was geschied. De angst voor ddt had het overgenomen van de rede.

Carsons verhaal over de desastreuze gevolgen van ddt gaf ruimte aan de geboorte van de moderne milieubeweging. Tot vandaag noemen veel milieuactivisten zich schatplichtig aan Carson. Zo verwijzen twee recente documentaires tegen ddt Silent Snow (2011) en Silent Land (2013) expliciet naar Silent Spring. Het boek gaf vleugels aan het enkele maanden eerder opgerichte World Wildlife Fund wwf dat tot op de dag van vandaag strijdt voor een totale ban op ddt. En het leidde tot de oprichting van een aantal krachtige milieuorganisaties, waaronder het invloedrijke Amerikaanse Environmental Defense Fund. Silent Spring vormde bovendien de opmaat tot het rapport uit 1972 van de Club van Rome, waarin een volledig hoofdstuk wordt gewijd aan de gevolgen van ddt. Uiteindelijk culmineerde alles in de oprichting van het machtige milieuagentschap van de Amerikaanse overheid, de Environmental Protection Agency. In 1972, precies tien jaar na publicatie van Silent Spring, verboden de Verenigde Staten het gebruik van ddt. Zelf had Carson in haar boek louter gepleit voor het terugdringen van ddt en niet voor een verbod. Zoals wel vaker waren de volgelingen een stuk radicaler dan hun profeet.

Jaarlijks op 22 april wordt Saint Rachel in 192 landen, waaronder Nederland, geëerd met Earth Day. Dat is een wereldwijd initiatief uit 2007, ter herinnering aan de honderdste geboortedag van de schrijfster. ‘Zonder dit boek’, schrijft voormalig presidentskandidaat en latere milieuactivist Al Gore in het voorwoord van de editie uit 1994, ‘zou het ontstaan van de milieubeweging zijn uitgesteld of wellicht nooit hebben plaatsgevonden.’

Voor de opkomende milieubeweging was het verbod op ddt een eerste grote overwinning. Of dit verbod terecht was, werd ook in 1972 al betwijfeld. Al was het maar omdat het haaks stond op de conclusies van een zware onderzoekscommissie die speciaal daarvoor door de Amerikaanse regering in het leven was geroepen. Deze commissie moest uitsluitsel bieden over de vraag óf ddt wel zo slecht was voor mens en milieu als de milieubeweging meende. Na tachtig dagen vol hoorzittingen vatte de voorzitter van de commissie, rechter Edmund Sweeney, de resultaten als volgt samen: ‘ddt veroorzaakt geen kanker, ddt beschadigt geen dna en ddt veroorzaakt geen afwijkingen aan de menselijke foetus. Het gebruik van ddt onder de huidige regelgeving heeft geen schadelijk effect op zoetwatervissen, op organismen in de rivierdelta’s, op wilde vogels of andere dieren.’

Onder druk van de publieke opinie werden de conclusies van de commissie-Sweeney terzijde geschoven. Maar Sweeney had wel gelijk. Terwijl ddt in nogal wat wetenschappelijke tijdschriften met ‘environment’ in hun titel verantwoordelijk werd en wordt gesteld voor vrijwel alle ziekten die de mens kan treffen, zijn deze gezondheidsrisico’s nog steeds niet aangetoond. Ondanks een overstelpend aantal onderzoeken is er nooit een causaal verband ontdekt tussen ddt en welke ziekte dan ook.

Toxicologen wijzen erop dat de tegenstanders van ddt nogal wat conclusies trekken uit onderzoeken op muizen en ratten die met immense hoeveelheden ddt zijn gevoerd, terwijl je dit soort onderzoek nooit één op één kunt extrapoleren naar mensen. Ze laten ook zien dat in de telkens weer opdoemende relatie tussen ddt en borstkanker oorzaak en gevolg worden verwisseld. Zo blijkt weliswaar in de borsten van vrouwen met een vergevorderde tumor veel meer dde (een reststof van ddt) te vinden dan bij vrouwen zonder borstkanker, tegelijkertijd wordt bij vrouwen met beginnende borstkanker maar amper dde aangetroffen. Het is dan ook waarschijnlijker dat dde niet tot borstkanker leidt, maar dat borstkanker dde uit de rest van het lichaam aantrekt.

Niet alleen berokkent DDT vrijwel geen schade aan de menselijke gezondheid, ook de milieuschade is gering

De verwaarloosbare effecten van ddt waren ook in de jaren zestig al bekend. Een wetenschapper die van meet af aan twijfelde aan de negatieve berichten over ddt was de Amerikaanse toxicoloog Wayland Hayes. Volgens Hayes was ddt volstrekt veilig voor mensen. Om dit aan te tonen voerde hij zichzelf en 24 vrijwilligers elke dag, en 21 maanden lang, tot 35 milligram ddt. Dat deed hij halverwege de jaren zestig, een tijd waarin ddt in de VS nog volop werd gebruikt. In deze 21 maanden voerde Hayes zichzelf en de vrijwilligers twaalfhonderd keer méér ddt dan zij normaliter zouden hebben binnengekregen. Tot vijf jaar na het experiment werd de gezondheid van de vrijwilligers nauwkeurig in de gaten gehouden. Wat Hayes al verwachtte kwam uit: de vrijwilligers bleven net zo gezond – of ongezond – als de gemiddelde Amerikaan. Niet één van hen kreeg kanker.

Al even ontregelend is onderzoek naar de fabrieksarbeiders die in de jaren veertig, vijftig en zestig zonder beschermende mondkapjes, handschoenen of kleding tonnen ddt produceerden bij Montrose Chemical Company in Los Angeles. Onder de arbeiders die daar negentien jaar lang werkten, werd niet alleen minder ddt in het lichaam aangetroffen dan verwacht, maar, en veel interessanter nog, ook werd onder deze werkers niet één geval van kanker geconstateerd. Twintig jaar later bezochten dezelfde onderzoekers opnieuw de Montrose-arbeiders en wederom constateerden zij dat deze niet minder gezond waren dan Amerikanen die nooit bij Montrose hadden gewerkt.

Ook metastudies van de Wereldgezondheidsorganisatie tonen keer op keer aan dat ddt veilig kan worden gebruikt. De who adviseert dan ook ddt mee te nemen in een breed programma van malariabestrijding. Het programma van drooglegging, bescherming, genezing én ddt dat ook malariakenner Bart Knols bepleit. Want ook daarover bestaat consensus: omdat ddt uiteindelijk resistentie oproept, kunnen we malaria niet meer met ddt alleen bestrijden.

Dat ddt miljoenen mensen het leven redde is onomstreden. ddt is niet alleen van immens belang in de strijd tegen malaria, maar ook in het bestrijden van een groot aantal andere dodelijke ziekten die door insecten worden overgedragen. Van knokkelkoorts (dengue), gele koorts, rivierblindheid en slaapziekte tot elefantiasis. En dat alles weten we al sinds de vroege jaren zestig.

Niet alleen berokkent ddt vrijwel geen schade aan de menselijke gezondheid, ook de milieuschade van ddt is veel geringer dan Carson ons liet geloven. Zelfs over haar constatering dat ddt leidde tot dunnere schillen bij roofvogels als de Amerikaanse Zeearend bestaat geen consensus. Zo blijkt uit tellingen van de Amerikaanse vogelbescherming, de Audubun Society, dat het aantal Amerikaanse Zeearenden in de ddt-jaren alleen maar was vermeerderd. Zo telde de Audubun Society in 1941 197 exemplaren van deze vogel, terwijl twee ddt-decennia later, in 1960, maar liefst 891 exemplaren werden geteld. Bovendien zette de neergang van de Zeearend al rond 1920 in. Ze bereikte een dieptepunt in 1940, nog voor überhaupt met ddt werd begonnen. Gevangen Zeearenden die met extreem hoge doses ddt werden gevoerd, legden geen eieren met dunnere schillen dan Zeearenden die ddt-vrij voedsel verorberden. Ondanks de onmiskenbaar hoge concentraties ddt in het vet van de Zeearenden staat de vogel er inmiddels zo goed voor dat hij zelfs niet op de lijst van beschermde diersoorten voorkomt.

Al deze kennis is vrij beschikbaar. Toch weerhield dit 260 milieuorganisaties, waaronder Greenpeace en het Wereldnatuurfonds, er in 1998 niet van om in actie te komen voor een wereldwijd verbod op ddt, als een van de Persistent Organic Pollutants. Deze pop’s zijn ‘slecht afbreekbare chemische verbindingen’ die lang in het menselijk of dierlijk vet aanwezig blijven. De milieuclubs pleitten voor niet minder dan een volledig verbod voor alle pop’s inclusief ddt. Een verbod dat niet alleen moest leiden tot een einde aan de verspreiding en het gebruik van het insecticide, maar ook tot een wereldwijd einde aan de productie ervan. Zelfs wanneer ddt louter en alleen zou worden ingezet voor, bijvoorbeeld, de bestrijding van gele koorts of malaria.

Maar de tijden beginnen te veranderen. Ditmaal vinden Greenpeace en het Wereldnatuurfonds mensenrechtenorganisaties tegenover zich, plus de vertegenwoordigers van een groot aantal Afrikaanse landen. Deze voelen er niets voor om het meest ongevaarlijke en tegelijk meest effectieve middel tegen malaria op te geven. Malariaonderzoeker Bart Knols, die als expert bij een van de pop-onderhandelingen aanwezig was, schrijft in zijn boek Mug over rumoerige bijeenkomsten. Want de leiders van alle Afrikaanse landen willen in de strijd tegen malaria, gele koorts en dengue over ddt blijven beschikken. Bovendien hebben ze nog een appeltje te schillen met het Westen dat hun al decennia lang een uitstekend en bovendien goedkoop middel tegen malaria wist te onthouden. Anders dan in de vroege jaren zeventig worden de milieuorganisaties nu gewezen op de honderden miljoenen doden die zij met hun anti-ddt-campagnes op het geweten hebben.

In 2000 besloten de meeste regeringen in de zogenaamde ‘Stockholm Conferentie’ tot een wereldwijd verbod op de pop’s. Ze maakten echter een uitzondering voor ddt. Indien nodig voor de malariabestrijding mag het insecticide worden ingezet. Mits gecontroleerd en volgens richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie.

Sinds de Stockholm Conferentie lijkt Greenpeace terughoudender geworden in haar verzet tegen ddt. Greenpeace schrijft op haar website dat zij altijd al begrip kon opbrengen voor een kleinschalige toepassing van ddt in de aanpak van malaria. Weliswaar komt dit niet overeen met de feiten, het wijst er wel op dat de organisatie minder schouderophalend voorbijgaat aan de dood van miljoenen Aziaten en Afrikanen. Een van de oudste en meest invloedrijke Amerikaanse milieuorganisaties, de Sierra Club, ondersteunt tegenwoordig het gebruik van ddt voor malariabestrijding. Dat doet ook de Zuid-Afrikaanse Endangered Wildlife Trust. Deze organisatie wordt door mensenrechtenactivisten zelfs geroemd om haar betrokkenheid bij de bestrijding van malaria.

Voor miljoenen Aziaten en Afrikanen viel de geboorte van de milieubeweging samen met hun doodvonnis

Toch geven de meest radicale milieuorganisaties zich ook vandaag nog niet gewonnen. Ook anno 2014 pleit het Wereldnatuurfonds nog voor een volledig verbod op het insecticide. En zonder ook maar een woord vuil te maken aan de strijd tegen malaria meldt het Environmental Defense Fund trots te zijn op de Amerikaanse ban op ddt uit 1972, ‘die leidde tot dramatisch herstel onder de populaties Bald Eagles, slechtvalken en ander wild’. Ook het invloedrijke Pesticide Action Network pan, waar in Nederland onder meer Milieudefensie en Foodwatch lid van zijn, houdt vast aan het volledig stopzetten van ddt.

Niet alleen milieuorganisaties verzetten zich tegen het gebruik van ddt. In zijn autobiografische roman Vertrapt gras (2002) vertelt schrijver en tropenarts Adriaan Groen over een ellendig opvangkamp in Tanzania, vol met vluchtelingen uit naburig Rwanda en Oeganda. Van alle vluchtelingen die zich dagelijks bij de overvolle polikliniek van het kamp melden, wordt bij één op de drie malaria geconstateerd. In de kampen van Artsen Zonder Grenzen, verderop bij Lake Rushwa, is er nog veel meer malaria. De sterfte onder kinderen is schrikbarend. In het vluchtelingenkamp van Groen bespreken artsen en hulpverleners wat aan de malaria-epidemie kan worden gedaan. Wellicht dat spuiten met ddt een oplossing is? Maar dan zegt een van de aanwezigen, de Hollandse hulpverlener Wietze, het volgende: ‘Ik wil best de muren een keer laten sprayen tegen de muggen, maar ik ben er vierkant op tegen dat we de vluchtelingen tot in hun merg gaan verziekstralen.’

Verziekstralen door te sprayen. In het door Wietze eigenhandig gefabriceerde werkwoord hangt de erfenis van decennia milieubewustzijn. Iemand wórdt niet ziek, bijvoorbeeld door de beet van een insect. Het zijn wij, mensen, die iemand ‘verzieken’. En sprayen met insecticide is als blootstellen aan straling. Bovendien: doodgaan aan malaria is vervelend, maar sproeien met een insecticide is vele malen erger. De overtuiging dat het gebruik van ddt op z’n minst zo ernstig en verwerpelijk is als nucleaire straling blijkt diep in ons collectieve bewustzijn gekropen.

De imaginaire Wietze is niet de enige ontwikkelingswerker die weigert ddt te gebruiken. Tot op vandaag investeert vrijwel geen enkele ontwikkelingsorganisatie nog in malariabestrijding met ddt. Integendeel: ontwikkelingsorganisaties maken eerder geld vrij om ddt te bestrijden. Terwijl de Wereldgezondheidsorganisatie verklaart dat ddt niet alleen bijzonder effectief is in het bestrijden van malaria maar ook nog eens evident veilig is, stelt de grootste ontwikkelingsorganisatie, de Wereldbank, geld beschikbaar voor het vernietigen van ddt-voorraden in Afrika. Terwijl het Nederlandse Oxfam-Novib zich het vuur uit de sloffen loopt om de armsten ter wereld aan een beter bestaan te helpen, stelt hetzelfde Oxfam-Novib ook geld beschikbaar aan de felle anti-ddt-koepel Pesticide Action Network. Ook betaalde Oxfam-Novib mee aan de productie van de recente anti-ddt-films Silent Snow en Silent Land.

De moderne milieubeweging werd geboren uit de strijd tegen ddt. Voor de tientallen miljoenen Aziaten en Afrikanen viel dit geboortemoment samen met hun doodvonnis. Sri Lanka, waar het aantal malariagevallen tot zeventien was gedaald, besloot in 1963 zijn ddt-programma niet meer voort te zetten. In 1968, vijf jaar nadat met ddt werd gestopt, zat het aantal malariazieken al weer boven de twee miljoen. Madagaskar stopte in 1980 met het gebruik van ddt, een besluit dat uitliep op een malaria-epidemie die meer dan honderdduizend mensen het leven kostte.

Niet alle landen lieten hun oren hangen naar het pathos van de milieubeweging. Sommige zetten de bestrijding van malaria met ddt gewoon voort. Mexico deed dat, Venezuela ging door en zelfs het kleine Belize bleef spuiten. Ook Zuid-Afrika haalde zijn schouders op. Het blanke apartheidsregime bleek immuun voor de retoriek van de anti-ddt-activisten. Pas na het aantreden van Mandela in 1996 toonde ook de Zuid-Afrikaanse regering zich gevoelig voor internationale druk en stopte met het gebruik van ddt. Ook hier schoot het aantal malariadoden meteen omhoog. Werden in 1996 minder dan tienduizend Zuid-Afrikanen ziek van malaria, vier jaar later waren dat er al zestigduizend. In 2000 nam de Zuid-Afrikaanse overheid ddt opnieuw in gebruik. Terstond begon het aantal gevallen weer te zakken. Nu krijgt nog maar een handjevol Zuid Afrikanen malaria. In 2018 hoopt geheel Zuid-Afrika malariavrij te zijn. Met dank aan ddt.

Dat de Wereldgezondheidsorganisatie het gebruik van ddt weer aanmoedigt, dat steeds minder landen zich iets van de milieubeweging aantrekken en dat de Oegandese hoge raad zich expliciet uitspreekt voor de strijd tegen malaria, is meer dan hoopgevend.

De vraag is wat er gebeurd zou zijn wanneer er in de jaren zeventig geen rem was gezet op het gebruik van ddt. Het is niet onwaarschijnlijk dat de zich ontwikkelende resistentie tegen insecticiden het gebruik van ddt hoe dan ook in het defensief zou hebben gedrongen. Feit is evenwel dat in de jaren zestig het overgrote deel van Afrika nog geen kennis had gemaakt met ddt en dat de strijd tegen malaria hier, net als in de VS of Australië, met ddt gewonnen had kúnnen worden.

Alom in Afrika wordt ddt vandaag weer ingezet, zij het in combinatie met het droogleggen van broedplaatsen, met geïmpregneerde klamboes of verbeterde medicijnen wanneer de ziekte toch toeslaat. In Mug trekt malariakenner Bart Knols de sombere conclusie dat sinds de ontdekking van ddt tienduizenden wetenschappelijke publicaties over muggen en hun bestrijding zijn verschenen, maar dat nog niets dit goedkope insecticide van zijn troon heeft kunnen stoten.

De Amerikaanse schrijver Michael Crichton, onder meer auteur van Jurassic Park, haalde in zijn roman State of Fear uit 2004 fel uit naar de radicale milieubeweging. Hij betoogde dat het ‘verbannen van ddt meer mensen vermoordde dan Hitler deed en dat ddt zo veilig is dat je het kunt eten’. Het waren rauwe uitspraken. Maar Crichton had wel gelijk.


Beeld: New York, 1945. Een moeder spuit DDT in de kamer van haart zoontje (Corbis, HH); Centraal Afrikaanse Republiek, 2011. Een vijfjarig jongetje sterft aan de gevolgen van malaria. Hij is het tweede kind dat de moeder aan malaria verliest. (Jan Grarup / LAIF / HH)