Het glazen plafond hangt in de eierstokken

Staatssecretaris Melanie Schultz wordt verweten dat ze aan het eind van het zomerreces en voor de tweede keer in haar ambtstermijn op zwangerschapsverlof gaat. Vrouwen met een topbaan die baby’s krijgen, dat raakt aan de grenzen van emancipatie.

De tijden zijn voorbij dat een werkende moeder stuit op onbegrip en dat een vader die eerder weg moet uit een vergadering om een kind uit de crèche te halen wrevel wekt bij collega’s. Maar is een topbaan in het publieke domein, zoals een prominente functie binnen de landelijke politiek, te combineren met zwangerschap?

Het kabinet-Balkenende II had bij zijn aantreden een recordaantal vrouwelijke ministers (vijf van de zestien) en staatssecretarissen (vijf van de elf). Het streven naar grotere participatie van vrouwen in de politiek en het openbaar bestuur is in sommige sectoren goed gelukt. Van de Tweede-Kamerleden is 36 procent vrouw.

Behalve meer vrouwenparticipatie ambieert de politiek ook vernieuwing en verjonging. Bij de meeste dertigers is het een kwestie van tijd dat er kinderen komen.

Hier manifesteert zich een genderverschil. Zwangerschap, verlof en terugkeer op de werkvloer liggen nog knap gevoelig. Toen Wouter Bos een dochter kreeg was dat leuk nieuws. Wordt hij gesignaleerd achter een bugaboo-kinderwagen, dan is dat goed voor zijn imago. Terwijl mannelijke politici zo leuk koketteren met hun kroost (wie herinnert zich niet een lachende Tony Blair met zijn onverwachte nakomeling) stuiten hun vrouwelijke generatiegenoten op intolerantie.

De geboorte van Femke Halsema’s tweeling leverde discussie op. Kan dat eigenlijk wel, als fractieleider op zwangerschapsverlof gaan? Ze reageerde furieus: «Jullie moeten je aanmelden bij de sgp. Ik weiger verantwoording af te leggen voor mijn persoonlijke keuze.» Toen Halsema eenmaal terug was in de Kamer, soms zichtbaar afgepeigerd van doorwaakte nachten, luwde de kritiek. Aan haar inzet was niet te merken dat er thuis twee baby’s in de wieg lagen te kraaien.

Bij de staatssecretarissen Melanie Schultz van Verkeer & Waterstaat en Karien van Gennip van Economische Zaken was de kritiek harder. Van Gennip (38) was de eerste vrouw in de staatkundige geschiedenis van Nederland die in een zittingsperiode een kind kreeg. Twee keer zelfs. Daar kreeg ze veel opmerkingen over. Schultz (35) ging deze week voor de tweede keer binnen haar ambtstermijn op zwangerschapsverlof, uitgerekend precies aan het einde van het zomerreces. Nu komen er weliswaar vervroegde verkiezingen en heeft Schultz aangekondigd de politiek te verruilen voor het bedrijfsleven, maar anders zou het betekenen dat ze tot Kerstmis niet op het Binnenhof zou zijn.

Een blik op www.geenstijl.nl toont wat «men» vindt van het zwangerschapsverlof van Schultz. Eén grote scheldtirade: hoe de staatssecretaris van Verkeer en Vruchtwaterstaat het in haar domme blonde hoofd haalt om zich weer te laten bezwangeren (uiteraard op kosten van onze belastingcenten). Of, meer beschaafd: als ze kiest voor zo’n baan, dan had ze dat toch anders moeten plannen?

Maar kinderen moeten nou eenmaal ooit geboren worden. Veel vrouwen stellen het krijgen van hun eerste kind al uit tot de laatste jaren waarin dit biologisch mogelijk is. Deze week presenteerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (cbs) cijfers waaruit blijkt dat het aantal oudere (35-plus) debuutmoeders fors stijgt. De gemiddelde leeftijd waarop zij hun eerste kind krijgen is 29 jaar. Hoofdreden: studeren en werken.

In het hoger onderwijs en op de arbeidsmarkt maken vrouwen een enorme inhaalslag. Ook dit jaar gaan voor het zoveelste achtereenvolgende jaar meer meisjes dan jongens studeren. De feminisering van de werkvloer is al jaren in volle gang. Traditionele mannenbolwerken worden door vrouwen overgenomen. Onder de rechters is inmiddels bijna de helft vrouw. Binnen de advocatuur zet de vrouwelijke instroom al vijf jaar lang door. Eenzelfde verschuiving is in de medische wereld gaande, inmiddels niet alleen meer in «zachte» beschouwelijke vakken als huisartsenij, interne en kindergeneeskunde, maar ook in «harde» vakken als chirurgie en cardiologie.

Toch stagneert in Nederland, meer dan in het buitenland, gedurende de loopbaan de emancipatie.

Er wringt nog iets. Waarom daalt een beroep in aanzien – en daarmee in beloning – zodra het meer en meer wordt uitgeoefend door vrouwen? Is dat uitsluitend cultureel bepaald? Of heeft het ook te maken met de houding van vrouwen zelf, die na het baren hun aanvankelijk full speed ingezette carrière op een lager pitje zetten?

Opvang regelen is in Nederland zeker niet gemakkelijk. Daar komt nog een typisch Hollands trekje bij: veel vrouwen doen allerlei energie slurpende privé-taken, zoals huishoudelijk werk en de zorg over hun kind liever (deels) zelf. Een voorstel van de vvd om scholen vroeger te laten beginnen en langer open te stellen voor naschoolse activiteiten werd nauwelijks omarmd. Nergens in Europa werken zo veel vrouwen parttime (en haken na het derde kind af) als in Nederland. Dat wordt ze niet altijd in dank afgenomen. Binnen de advocatuur worden vrouwen nog altijd op een ouderwetse manier op een zijspoor gerangeerd: geen partner van het kantoor.

Binnen de medische wereld ligt het iets anders. Artsen nemen zuchtend onbetaald de nachtdiensten van de zoveelste zwangere collega over. Een vervanger voor de afwezige collega valt voor de relatief korte werktijd nauwelijks adequaat in te werken. Een ander, gevoelig punt is dat parttime werkende vrouwen minder geneigd zijn om buiten de normale werktijden door te buffelen, wetenschappelijk onderzoek te doen of extra taken op zich te nemen.

Is de gefeminiseerde werkvloer een probleem? Als de kwaliteit eronder lijdt wel. Als aangetoond wordt dat de innovatie in de medische wereld belemmerd wordt door het grote aantal parttime werkende vrouwen moet een en ander op z’n minst anders worden geregeld. Maar daar heeft minister Hoogervorst van Volksgezondheid al gedeeltelijk voor gezorgd: artsen worden steeds meer van-negen-tot-vijf-werkers.

Wie kijkt naar de geschiedenis van de vrouwenemancipatie ziet dat de instroom van vrouwen altijd wringt met heersende normen. Aletta Jacobs moest colleges medicijnen volgen vanachter een gordijn. Als een vrouw ergens de «eerste» was, hield ze zich over haar privé-leven muisstil. Had ze een topbaan – in wetenschap, politiek, bedrijfsleven – dan waren er vaak geen kinderen. Dat is allemaal veranderd dankzij pioniers.

Schultz, Halsema en Van Gennip zijn in zekere zin ook pioniers. Maar ook moeten we toegeven dat «het glazen plafond» vaak al in de eierstokken hangt. En wie hebben ook al weer die handige, verstelbare, bewegingsvrije bugaboo uitgevonden? Aan de andere kant: de jonge vader Bos gaat als hij premier wordt echt niet slechts vier dagen werken. l