De band Amenra © Stefaan Temmerman

Wat hebben de ideologisch nogal verschillende Kamerleden Esther Ouwehand (pvdd) en Daan de Neef (vvd) met elkaar gemeen, behalve de keuze voor een veganistische levensstijl? Hun favoriete band. Het Vlaamse Amenra, de meest poëtische aller harde bands, met albums die altijd een mis worden genoemd en vervolgens genummerd, met artwork waar de toewijding van afdruipt, en met optredens die zich kenmerken door een soms haast ondraaglijke intensiteit, even indrukwekkende als duistere visuals, en een publiek met een opvallend grote toewijding.

Bij het laatste concert van Amenra in een uitverkocht Paradiso in Amsterdam, gekoppeld aan een expositie in De Brakke Grond, was het zó stil dat je je als bezoeker ergens ver buiten Nederland waande, land immers van de kwebbelzieke concertgangers, maar niet bij Amenra, waar de stilte tijdens het volledige optreden slechts werd verstoord door één op de grond vallende beker. De nummers van Amenra beginnen vaak fluisterzacht en lopen gaandeweg op in kracht, tot soms orkaansterkte, met zanger Colin H. van Eeckhout die zijn teksten eruit krijst en brult, zoals hij ook op het podium álles inzet, ook zijn lijf, in de traditie van het totaaltheater zoals de Franse avant-gardist Antonin Artaud dat voorstelde met zijn théâtre de la cruauté.

De steeds grotere aanhang van de in menig opzicht compromisloze band viel ook het prestigieuze Amerikaanse platenlabel Relapse op, dus verschijnt het achtste Amenra-album nu daarop. En juist dit eerste album op een Amerikaans label heet niet MASS met een volgnummer, maar heeft een Nederlandse titel: De doorn. Zoals voor het eerst ook álle teksten in het Vlaams zijn. Vier lange nummers zijn het, met titels die de volmaakte indicatoren zijn van de sfeer en thematiek van Amenra: Ogentroost, De evenmens, Het gloren, Voor immer. Korter is De dood in bloei, een spoken word op een bed van onheil: ‘de dood in bloei/ het einde vervleesd/ verweesd en achter gebleven/ de einder verschroeiend/ van licht ontdaan’.

Het twaalf minuten lange slotnummer schreef de band voor een Vlaams nationaal herdenkingsritueel voor de Eerste Wereldoorlog (‘het laatste gedicht/ voor niemand gedragen/ het eindigt hier/ en is eeuwig’), het nummer ervoor werd geïnspireerd door een vuurritueel in Gent, waarbij in 2019 mensen ‘niet-erkend verlies’ konden loslaten, terwijl de band speelde: ‘verwerp/ gescherpt/ daal af/ het gloren tegemoet’.

Hoe verschillend de aanleidingen ook lijken, bij Amenra vloeit het allemaal samen, in teksten die altijd al over verlies, dood en troost gingen, die ook in het Engels al klonken als een gebed of een voorgedragen tekst uit het Oude Testament. En nu, consequent in het Vlaams, al helemaal. En dat gegoten in monumentale muren van nummers, ongeschikt voor welke beweging ook, anders dan die van het traag meewiegende hoofd. Het is een prachtig fort, die muziek van Amenra. Er is geen handreiking, je moet jezélf naar binnen willen werken. Eenmaal binnen is er de veiligheid van de troost. Maar geen meter eerder.

Amenra, De doorn. Amenra speelt 21 september in TivoliVredenburg in Utrecht