Economie

Het graaikapitaal

Je kunt het makkelijk afdoen als symboolpolitiek: de nieuwste storm van verontwaardiging over de topbeloningen.

Eerst werd bekend dat ING-baas Ralph Hamers een loonsverhoging van 28 procent krijgt. Het brengt zijn jaarsalaris op 1,63 miljoen euro. De CEO van KPN neemt inclusief bonus nog meer mee naar huis: twee miljoen euro, oftewel vijftig procent erbij. Maar de meeste aandacht kregen de bestuurders van ABN Amro – u weet wel, die van de bailout van 16.800.000.000 euro. Zij trakteerden zichzelf op een ton extra. Per persoon. Pas na heel veel ophef werd afgezien van het plan. Maar het is nu wel duidelijk wat de bankiers van een beursgang verwachten.

Het is om woest van te worden. En nee, elke poging om dit goed te praten verdient slechts hoongelach. Een transfermarkt voor ‘topbestuurders’? Supermanagers met een uitzonderlijke hoge productiviteit? Onzin. Uit tal van onderzoeken blijkt dat de hoogte van de beloningen aan de top niets, maar dan ook niets te maken hebben met de prestaties van een bedrijf. Ga maar na. De bazen van Neerlands grote beursgenoteerde bedrijven verdienen gemiddeld 51 keer zoveel als de doorsnee werknemer. Vijf jaar geleden was dat veertig keer, berekende de Volkskrant. In de jaren zestig lagen de salarissen van directeuren en bestuurders nog veel lager. Presteerden hun bedrijven toen ook slechter? Integendeel.

Toch stuit dat Hollandse bonuscalvinisme me tegen de borst. Vroeger eisten werknemers meer loon. Tegenwoordig strijden ze vooral voor minder inkomen. Alsof de oplossing voor de crisis ligt in een karig salaris voor iedereen. Die topinkomens zijn een gevalletje ordinair graaien. Maar graaien is niet de kern van het probleem. Dacht ik.

Sinds kort twijfel ik daaraan. Aanleiding is een boek van Jonathan Nitzan en Shimshon Bichler, Capital as Power. Daarin betogen de twee dwarse politiek-economen dat we nog altijd geen flauw benul hebben van wat ‘kapitaal’ nu eigenlijk is. Een van de vele misvertanden die zij aan de kaak stellen is dat de bezitters van dat kapitaal geïnteresseerd zouden zijn in dingen maken. Nee hoor, menen de twee. Kapitaal is macht. Of die macht vergroot wordt door nieuwe economische activiteiten te ontplooien of simpelweg te parasiteren op het systeem, dat zal de kapitaalbezitters worst wezen.

Het kenmerk van goede boeken is dat ze je doen twijfelen of wat je leest een eye-opener is of een gigantische open deur. Er wordt al jaren gesproken over het ‘roofkapitalisme’. We hebben Thomas Piketty gehad met zijn sombere bespiegelingen over hoe kapitaal kan aanzwellen zonder dat de economie navenant groeit. Maar toch. Links of rechts, liberaal of socialist, we zijn inderdaad gewend om kapitalisme gelijk te stellen met productiviteitsgroei. Karl Marx himself onderscheidde de ouderwetse ‘Schatzbildner’ van de ‘slimmere kapitalist’. Waar de eerste zoveel mogelijk geld oppot, steekt de kapitalist het in zijn ‘rusteloze streven naar winst’ telkens weer in nieuwe machines en fabrieken.

Het probleem is dat onze kapitalisten dat niet meer doen. Het Nederlandse bedrijfsleven spaart meer dan ooit, blijkt uit cijfers van De Nederlandsche Bank. De investeringen liggen historisch laag. Ondertussen keren beursgenoteerde bedrijven wereldwijd een recordbedrag aan dividend uit. Meer dan één biljoen euro vloeide er vorig jaar naar de aandeelhouders. Om die nog meer te behagen en de koers te stimuleren, kopen ondernemingen massaal eigen aandelen. Tel daarbij op de mateloze groei van de topbeloningen en het plaatje is compleet. Welkom in de wereld van het graaikapitalisme.

Daar sta je dan. Als overheid, met je wanhopige pogingen het bedrijfsleven tot investeren te bewegen. Als systeemcriticus, met je roep om een nieuwe Henry Ford; om ouderwetse entrepreneurs die van wanten weten. Allemaal vergeefs. Want graaikapitalisten productief maken, dat is als een haai tot het vegetarisme bekeren.

Ik geef het toe, er is ook een andere, meer voor de hand liggende verklaring voor dit investeringscoma. Na zoveel crisisjaren hebben bedrijven weinig vertrouwen in de toekomst. Ze zijn onzeker. Wat doen zij dan? Ze hamsteren liquiditeit, aldus Keynes. Ze potten geld op. Maar als straks de economie verder aantrekt, steken vroeg of laat de animal spirits de kop op. Dan gaat het geld rollen en zijn alle sombere toekomstvoorspellingen snel vergeten. Het zou niet voor het eerst zijn dat economen eigentijdse fenomenen – Ricardo en de machtige grootgrondbezitters, Marx en de hongerlonen – per ongeluk voor absolute economische wetmatigheden aanzien.

Dat is geen reden om te wachten met maatregelen. Of de investeringsstaking nou tijdelijk is of voor eeuwig, de oplossing is hetzelfde: doe het zelf. Stop met die genante smeekbedes aan het bedrijfsleven. Laat de publieke sector investeren. Want van de graaikapitalisten bij ING, KPN en ABN Amro moeten we het de komende jaren niet hebben.