Het grachtengetto

Stadsdeel Zeeburg staat te boek als ‘achterstandswijk’, terwijl de grachtengordel een topbuurt heet te zijn. Een rondgang door beide Amsterdamse wijken biedt een ander beeld. De grachtengordel is het echte getto, Zeeburg een toonbeeld van leefbaarheid.
‘KIJK DAAR EENS: kinderen!’ Agnès van den Bosch, vice-voorzitter van de wijkraad d'Oude Stadt, houdt stil voor een pand in de grachtengordel. Twee blonde kinderhoofdjes voor de ramen: een bezienswaardigheid in de grachtengordel, waar mensen met kinderen zeldzaam zijn. Voor kinderen zijn geen speeltuintjes en pleintjes om veilig te spelen. ‘Laat staan dat kinderwagens over de smalle stoepjes kunnen’, zegt Agnès van den Bosch.

Rolstoelen trouwens ook niet, en er zijn kruispunten waar enkel geoefende sprinters kunnen oversteken, zoals het kruispunt Singel-Raadhuisstraat. Auto’s en vrachtverkeer razen voorbij. Een zebrapad ontbreekt.
Als bewoners de gemeente vragen om de grachtengordel leefbaar te maken, volgt een standaardantwoord: er is geen geld. En die 939,8 miljoen guldens dan die Amsterdam van het kabinet krijgt in het kader van het grote-stedenbeleid? Dàt is een ander verhaal. Die miljoenen zijn niet voor een wijk als de grachtengordel, maar voor ‘achterstandswijken’.
In hun fixatie op de zogenaamde achterstandswijken hebben bestuurders de 'betere’ wijken op hun beloop gelaten. De gevolgen zijn er dan ook naar, zo blijkt tijdens de rondleiding door de grachtengordel. Er is sprake van wat je 'sociale verloedering’ zou kunnen noemen, Overdag maken toeristen en daklozen de dienst uit in de straten; grachtengordelbewoners zijn namelijk bezig met hun carrière. 'Ze gaan ’s morgens vroeg weg, werken hard, en komen ’s avonds thuis’, vertelt Agnès van den Bosch. 'Het zal de meesten een zorg zijn hoe het met hun wijk gaat.’
Vandaar dat de grachtengordel vervuilt. Fietswrakken, zwerfvuil aan de rand van de kades. Van den Bosch wijst naar een smerig stuk zeil met afval, dat ’s nachts dienst doet als matras voor daklozen. 'Ligt er al twee weken’, zegt ze. Niet dat de Dienst Binnenstad onwillig is, integendeel. 'Ze vertroetelen ons. Maar dan moet je wel bellen. En dat is het probleem. De wijkbewoners bellen niet.’ Niet alleen omdat het de jachtige tweeverdiener niet interesseert, zegt ze. Ook omdat menig buurtbewoner de weg niet kent. Er zijn namelijk veel buitenlanders in de wijk, vermoedt Van den Bosch, zelf van Franse afkomst. Nee, géén klassieke Turken en Marokkanen, die immers de torenhoge hypotheken niet kunnen opbrengen, 'maar wel Engelsen en Amerikanen die een paar jaar voor een bedrijf komen werken. Dat is niet goed voor de sociale cohesie in een wijk.’
DE RONDLEIDING door de grachtengordel - wijk 7 in het jargon van wijkcentrum d'Oude Stadt - is begonnen vanuit het pand van vice-voorzitter Van den Bosch, in het hartje van de gordel. Bij haar om de hoek hangen rode lampjes met dames achter de ramen. 'Echte overlast bezorgen die prostituées niet’, zegt ze. 'Hun klanten wel. Die rijden hier rondjes in hun auto.’
De grachtengordel heeft één charme: de architectuur. We passeren monumentale panden waartegen steigers staan. Het gebied is in handen van op winst beluste projectontwikkelaars en ander grootkapitaal. Albert Heijn heeft er zojuist een megazaak geopend, pal naast het protserige winkelcentrum Magna Plaza. De komst van Albert Heijn - óók voor uw catering - wordt wellicht het doodvonnis voor de laatste kleine middenstanders. In de wijk hangen affiches met een wanhoopskreet: 'Met weer een Albert Heijn is het fijn dat De Spruitjes er nog zijn.’ Het principiële groentezaakje De Spruitjes zal het misschien niet meer redden. De sigarettenverkoper tegenover de megazaak steekt zijn kop in het zand. 'Bij de Albert Heijn staan mensen voor een pakje sigaretten in een lange rij. Tenminste, dat hoop ik maar’, zegt hij in zijn verlaten winkeltje.
In de Herenstraat zat een kaaswinkeltje, maar dat is al dicht. De geruchten gaan dat de kaasboer zijn heil in Het Gooi is gaan zoeken, onder meer omdat, vanwege het parkeerbeleid, klanten zijn zaak niet meer aandeden. Er zat ook een slagerij, maar de baas is overleden. Er komt geen nieuwe slager voor terug.
'Leegverkoop’ prijkt op de etalage van een fietsenmaker op de Leliegracht. De oude fietsenmaker zet de vuilnis buiten. 'We houden ermee op’, zegt hij desgevraagd. Wie volgt hem op? 'Niemand. Die jongeren zullen daar gek zijn. De gemeente pest ons weg.’
Hoezo?
Zijn vrouw trekt aan zijn mouw: 'Ik wil dit niet in de krant!’
De fietsenmaker zwijgt. Pest de gemeente hem weg met bureaucratische wetten en regels?
'Precies!’
'En de huren hier zijn net zo hoog als in de Kalverstraat’, roept zijn vrouw. 'Er komt hier nu een boekwinkel. Wij gaan van het leven genieten.’
Een paar straatjes verderop zit een smid, de laatste in de Binnenstad. ’D'r zaten er hier 22’, zegt de Laatste Smid, als in een middeleeuws tafereel smedend bij het open vuur. 'De gemeente wil hier geen smederijen, vanwege het vrachtverkeer dat daarvan het gevolg is. Maar mijn zaak loopt goed. Ik heb niet te klagen.’
De kaasboer, de kleine bakker en het groentezaakje maken plaats voor galeries en zaken met snuisterijen die leuk zijn voor toeristen. Winkels met kraaltjes, glaswerk, hoedjes en terra-cottapotten. Van den Bosch betreurt die ontwikkeling: 'Die bakkers en slagers waren de enige plekken waar buurtbewoners elkaar konden ontmoeten.’ De sociale verloedering wordt versterkt door het ontbreken van ontmoetingsplaatsen in de openbare ruimte. Nauwelijks pleinen en parkjes waar mensen elkaar kunnen tegenkomen. Buurtbewoners moeten hun heil zoeken in dure cafés. Er is geen buurthuis of ander ontmoetingscentrum. 'Terwijl wij daar juist naar snakken’, zegt Van den Bosch, die haar vice-voorzitterschap hoopt te bekronen met de vestiging van zo'n centrum.
NIET ALLEEN hebben grachtengordelbewoners geen recht op een buurtcentrum, ook een eigen stadsdeelraad vanwaaruit zij hun woongebied zouden kunnen besturen, is voor hen niet weggelegd. Als klap op de vuurpijl hebben zij óók geen recht op een auto. 'Laten politici daar nou eens eerlijk voor uitkomen!’ roept Els Willems van het Komitee 'Bewoners en bedrijven willen parkeren.’
Wie in de grachtengordel een parkeervergunning aanvraagt, krijgt te horen dat de wachttijd vier jaar bedraagt. 'En waarschijnlijk eindeloos zal zijn’, zegt Willems. 'Er staan drieduizend mensen op de wachtlijst voor een vergunning.’ Waar je welbeschouwd niets aan hebt. Het anti-autobeleid van D66- en PvdA-bestuurders is erop gericht om parkeerplekken op te heffen. Grachtengordelbewoners ontdekken niet zelden tot hun schrik dat er wéér een schaarse parkeerplek is opgeheven om plaats te maken voor een 'mooie, schone lege ruimte’, zoals het in het jargon van de politici heet.
Willems: 'Er zijn al ruim zevenduizend plekken opgeheven. Naar ons commentaar wordt niet geluisterd. Ons credo is: leefbaarheid betekent dat je met je eigen auto thuis kunt komen, zonder rondjes te hoeven rijden of idioot veel geld te betalen.’ Ze merkt dat steeds meer buurtbewoners erover klagen dat ze geen bezoek meer krijgen. 'Ook mensen zonder auto beginnen zich zorgen te maken. Om het keihard te zeggen: wij verkeren in sociaal isolement.’
Het sociaal isolement is slechts een van de problemen van de Binnenstad, waaronder de grachtengordel valt. In het laatste nummer van het wijkkrantje d'Oude Binnenstad wordt de falende aanpak van de drugsoverlast aangekaart, wordt gerept over de seksindustrie die steeds machtiger wordt, en meldt politieman Joep de Groot dat het voorjaar duidelijk merkbaar is op straat: 'Het aantal meldingen over gestoorde mensen stijgt enorm. Je begint nu echt te merken dat de hulpverlening aan deze groep mensen voor een belangrijk deel is wegbezuinigd en dat de opnamecriteria zijn veranderd.’
EEN PAAR kilometer verderop zit de 'achterstandswijk’ Zeeburg, beter bekend als de Indische Buurt. De afgelopen jaren is er veel geld ingepompt, maar niemand weet hoeveel. Het bedrag moet in de tientallen miljoenen guldens lopen, vermoedt PvdA'er Stephan Steinmetz, voorzitter van dit stadsdeel. De subsidies vlogen de wijk om de oren, onder snel wisselende titels: stadsvernieuwing, probleemcumulatiegeld, sociale vernieuwing en dan nu het grote-stedenbeleid, waarvoor het kabinet 2,4 miljard gulden heeft uitgetrokken.
Wat is precies het probleem in Zeeburg? 'Een keihard en niet te verschuiven imago van een achterstandswijk’, antwoordt Stephan Steinmetz. 'Daar moeten we van pers en politiek aan voldoen. Dat is ons bestaansrecht. Maar wij voldoen allang niet meer aan dat imago.’ Tot verdriet van Nederland, vermoedt hij: 'Mensen in bijvoorbeeld Zoetermeer willen graag griezelen van onze wijk. Hele ritsen politici komen hier op bezoek. Zij beschouwen dit als een openluchtmuseum vol Marokkaanse meisjes met hoofddoekjes.’ Er worden ook wanhopige cameramannen gesignaleerd, bijvoorbeeld van Nova, met de opdracht shotjes van het 'getto’ te maken. 'Dan filmen ze maar wat zakken huisvuil die door buurtbewoners zorgvuldig bij elkaar worden gezet om de wijk schoner te houden’, zegt Steinmetz grinnikend.
'Achterstandswijk Zeeburg’ blijkt een mooie, schone en leefbare wijk. De rondleiding door Stephan Steinmetz en PvdA-fractievoorzitster Petra van Maastrigt, leidt langs speeltuintjes, opgeknapte plantsoentjes, pleinen en straten met kleurrijke winkeltjes. De miljoenen subsidies hebben resultaat gehad.
Samenscholende jongeren krijgen in deze wijk geen kans dank zij 'Melkert-pleinwachters’ en politici die zulke groepjes bespringen om allerlei activiteiten voor ze te bedenken.
'Het moet ook niet tè netjes worden’, mompelt Steinmetz wanneer we door de kraakheldere Kramatweg lopen. 'Er is eergisteren geveegd’, verontschuldigt hij zich. Maar toch: 'In het algemeen geldt dat de wijk schoon en goed onderhouden is. Buurtbeheer laat bewoners regelmatig in hun straatjes aanwijzen wat er verbeterd kan worden.’
Door de Niasstraat richting Makassarplein. 'Deze straat is ons zorgenkindje’, zegt Steinmetz. 'Wij noemen dit het Mercedessen-gebied. Er is onduidelijke horeca. Maar’, voegt hij haastig toe, 'het heeft géén gevolgen voor de leefbaarheid.’
Links doemt het Makassarplein op, een oase voor kinderen, met educatief zwaar verantwoord speeltuig. Steinmetz en Van Maastrigt zwellen nu van trots. 'Dit was een slecht onderhouden zandvlakte’, zegt Steinmetz. 'Hebben we opgeknapt met kinderinspraak’, zegt Van Maastrigt.
Er komt geen einde aan de rondleiding. Het ene speeltuintje na het andere doemt op, het ene plein is nog fraaier 'heringericht’ dan het andere. De Molukkenstraat, met talloze winkeltjes die groenten en fruit op straat hebben uitgestald. Het Javaplein, met café-restaurant Het Badhuis. Van Maastrigt: 'In 1992, bij de oprichting ervan, werd gezegd: zo'n café kan nooit lukken in de Indische Buurt, dat is binnen een jaar op de fles.’ Maar het grand café-achtige Badhuis loopt als een trein.’
Steinmetz: 'Een Amerikaans sociologenechtpaar dat hier werd rondgereden, kon hun ogen niet geloven: “Wat is in godsnaam het probleem in deze wijk?” vroegen zij zich af. “Het ziet er goed uit, de wijk bruist, er zijn allemaal mensen op straat.” ’ De Amerikaanse sociologen bestempelden daarentegen Buitenveldert als getto: verlaten straten, weinig buurtvoorzieningen.
Van Maastrigt in één adem: 'Wij hebben alle voorzieningen in de wijk: bibliotheek, buurthuizen, een zwembad, genoeg speelmogelijkheden voor kinderen, centra voor jongeren, sportvelden, sporthal, kindercrèches, scholen. Heel mooie plekjes, monumenten. Het Flevopark.’
Er is, anders dan in de Grachtengordel, nauwelijks prostitutie, nauwelijks drugsoverlast, en uit een enquête blijkt dat bewoners zich veilig voelen. De aanwezige psychiatrische patiënten vormen echter wel een probleem - gevolg van het 'draaideurbeleid’ van de gezondheidszorg.
'DIT IS ONZE probleemstraat’, zegt Stephan Steinmetz ferm, stilhoudend in de Bataviastraat. Buurtbewoonster Hennie klampt de deelraadsleden aan: 'Waarom hebben jullie hier eenrichtingsverkeer van gemaakt? Jullie maken ook overal eenrichtingsverkeer van! Hier in deze straat houdt niemand zich eraan.’
'Wij willen sluipverkeer ontmoedigen, vandaar’, zegt Steinmetz. 'Heb vertrouwen in ons, Hennie.’
Het eenrichtingsverkeer is een deel van het probleem van de straat; buurtbewoners kijken daarnaast ook nog eens uit op de vrachtwagens van Dirk van den Broek die almaar laden en lossen. 'Daar komen veel klachten over’, zegt Steinmetz.
Dat was dan de probleemstraat.
Op de hoek van de Molukkenstraat en de Sumatrastraat doemt het laagdrempelige jongereninformatiecentrum op. Machiano Veltman, bezoeker/vrijwilliger: 'Dit is de redding van Oost. Jongeren kunnen hier met al hun problemen terecht. Hier begint het perspectief. Neem mij nou. Ik kwam uit de Bijlmer, ik was dakloos. Hier word je niet afgewezen, zoals op de Riagg.’
Bij de Sumatrastraat treffen we delicatessenshop Berkhout Continental Store. Dolma’s, Frans stokbrood en een exquise assortiment aan Franse kaasjes. Zo'n winkel in een 'achterstandswijk’? 'Dat is juist de mop’, grinnikt de Nederlandse eigenaar. Hij zou niet in de grachtengordel willen zitten: 'In deze wijk heeft niemand haast. ’t Is hier iedere dag gieren, lachen, brullen.’
De gezellige Java-winkelstraat. Steinmetz: 'Onze zorg is: blijft het wel zo gezellig en multicultureel? Nederlandse winkels sluiten en daarvoor in de plaats komen Turkse bakkers. We willen hier ook geen nieuwe horeca meer.’
In de Delistraat gooit buurtbewoonster Wil roet in het eten van de schitterende rondleiding. Achter haar, in de deuropening, twee kleine witte hondjes. Wil klampt de voorbijtrekkende buurtpolitici aan. Haar huis staat scheef. 'Als ik soep serveer, moeten er viltjes onder de pan’, zegt ze. En dat is nog niet alles: 'Laatst kreeg ik bezoek uit Den Helder. Ik betrapte me erop dat ik me schaamde om ze de Javastraat te laten zien. Die troep daar, je kan er niet normaal lopen, allemaal groeperingen op de straat, je struikelt over de luiers en zeeppakken. Laten we elkaar geen mietje noemen: ’t heb z'n charme, maar er zijn gewoon te véél van die buitenlandse winkeltjes. Mensen moeten integreren met die winkeltjes, maar het loopt uit de hand. Ze beconcurreren elkaar kapot.’
Steinmetz, later: 'Er is een ander type middenstand gekomen.’ Van Maastrigt: 'Sommigen kunnen daar niet aan wennen.’ Steinmetz: 'Wat je net hoorde, is een vertaling van nostalgie, van verlangen naar vroeger.’
AMBTENAREN die subsidies te verdelen hebben, worden in Zeeburg via een speciale route rondgeleid. Die route leidt door de Celebesstraat, de enige straat die nog een beetje, volgens Steinmetz, groezelig aandoet. Er is één dichtgetimmerd raam te zien. De ambtenaar die onlangs werd rondgeleid, reageerde teleurgesteld, zegt Steinmetz: 'Is dit alles? vroeg hij. Maar toen had hij het geld al toegezegd.’
Onlangs heeft bloeiend Zeeburg weer subsidie buit weten te maken: 4,3 miljoen gulden, in het kader van het grote-stedenbeleid. Stephan Steinmetz, grinnikend: 'Goed van ons, hè! Om dat geld binnen te halen moeten we wel ons zielige imago in stand houden. We proberen onszelf te presenteren als een buurt met perspectieven, maar tegelijkertijd moeten we de oude stadswijk uithangen. Dat is schizofreen.’ Mijmerend: 'Er is een mechanisme gaande. Er ligt een bonus op als je jezelf als zielig profileert.’
Van Maastrigt: 'Het begon in 1985 met die probleemcumulatiegebieden.’
Steinmetz: 'We zijn er te ver in doorgeschoten.’