De wereldkampioen vervuiling komt met een doortastend programma naar de klimaatconferentie in Glasgow. Het land waar meer steenkool wordt verstookt dan in alle andere landen bij elkaar gaat de toename van het kolenverbruik onder strikte controle brengen en vanaf 2030 drastisch verminderen, totdat het uiterlijk in 2060 CO2-neutraal is. En in het buitenland gaat het geen kolencentrales meer bouwen. Maar wie een zucht van verlichting wil slaken, kan beter even zijn adem inhouden en intussen denken aan de intense Chinese milieuvervuiling, de angstaanjagende afhankelijkheid van steenkool en olie en de kolossale kosten van verduurzaming. Bovendien is China een vat van tegenspraak: vaak sterk in het stellen van doeleinden, vaak zwak in de implementatie. En als puntje bij paaltje komt gaan (geo)politieke belangen boven alles. Het klimaat dreigt een van de fronten te worden in de Chinees-Amerikaanse Koude Oorlog.

Op milieugebied komt China van heel ver. Vervuiling? Van die plaag van het decadente kapitalisme heeft het socialisme geen last, vond de communistische aartsvader Mao Zedong. Fabrieken liet hij bij voorkeur bouwen midden in de steden. Met hun rokende schoorstenen waren ze symbolen van ontwikkeling en vooruitgang. De natuur was er om door de mens uitgebuit te worden. Een maoïstische propagandaposter toont een trotse reus die, wijdbeens staande op twee bergtoppen, bezig is de natuur te bedwingen. Niet dat het Westen in die tijd milieubewuster was. De Verenigde Staten waren toen nog veruit de grootste vervuiler van de wereld en schenen daar nog trots op te zijn ook. In Londen kwamen in 1952 in een tijdsbestek van vier dagen tien- à twaalfduizend mensen om door kolendamp.

Vroeger was Beijing beroemd om zijn strakblauwe hemel. Daar kwam de klad in toen China zich onder Deng Xiaoping in rap tempo begon te industrialiseren. Milieu was wel de laatste zorg, want de Chinese economische dwerg moest pijlsnel groeien en zich niet laten remmen door sentimentele en kostbare onzin als milieubescherming. Westerse critici begonnen te klagen over de razendsnelle toename van de lucht-, grond- en waterverontreiniging in China. Beijing snoerde hen de mond: sinds het begin van de industriële revolutie had het Westen zelf van het milieu een troep gemaakt, en nu dacht het China de les te kunnen lezen. Hoe durfden ze met een beroep op het milieu China het recht op ontwikkeling te ontzeggen? Die kritiek vanuit de geïndustrialiseerde wereld was overigens ook om een andere reden knap hypocriet: samen met de goedkope arbeidskrachten maakten de goedkope kolencentrales de Chinese exportproducten pas echt spotgoedkoop.

De Communistische Partij heeft lang vastgehouden aan de fictie dat China geen serieus milieuprobleem kende. Zelfs toen de grote steden zich hulden in een deken van smerigheid en je door de vaalgele soep die vroeger lucht was nog maar een paar meter ver kon zien, zelfs toen werd deze ‘airpocalyps’ officieel afgedaan als ‘mist’. De enkeling die sprak van kankerdorpen in de rook van vuilspuitende fabrieken, of klaagde over de vergiftiging van water en grond en de verregaande bodemerosie, werd de mond gesnoerd. In 1994 werd China’s eerste ngo opgericht, Friends of Nature. Deze hield zich vooral bezig met het redden van de Tibetaanse antilope. Dringender milieuproblemen wilden de autoriteiten niet erkennen.

De regeringsinstantie die over milieubescherming ging was een lachertje. Pas in 2008 kreeg ze de status van ministerie, maar ook daarna had ze nog lange tijd weinig te vertellen. Intussen begon het bij steeds meer mensen door te dringen dat je van milieuvervuiling ziek kon worden en er zelfs dood aan kon gaan. Een cijfer kwam in omloop over het aantal Chinezen dat jaarlijks het dodelijk slachtoffer werd van luchtverontreiniging: een miljoen. De milieu-ngo’s schoten uit de grond, maar veel verder dan de beperkte agenda van de overheid konden ze niet gaan. Tegenwoordig staan ze geheel onder controle van de Partij. Nog altijd komt het voor dat milieuactivisten zwaar moeten boeten als ze voor de Partij pijnlijke feiten aan het licht brengen, of als ze dat vóór hun beurt doen, want het controleren van de Partij is uitsluitend voorbehouden aan de Partij.

Gegoede burgers bleven echter de straat op gaan om te protesteren tegen de bouw van vervuilende fabrieken in hun backyard. Dat had beperkt succes: de projecten werden uitgevoerd op een andere locatie, waar eventuele protesten onopvallend konden worden gesmoord. Vlak voordat controleurs van het Olympisch Comité kwamen kijken of Beijing een prettige stad voor de Spelen was, werd het vale gras aan de kant van de weg snel bespoten met groene verf. Tijdens de Spelen in 2008 was de grijsgele hemel boven de hoofdstad plotseling blauw geworden omdat de fabrieken in de wijde omtrek waren stilgelegd. Bij andere internationale evenementen werd hetzelfde trucje gebruikt. Maar de milieu- en klimaatverloedering zwol almaar aan. Het milieuprotest ook.

Tenslotte begon het de partijleiders te dagen dat ze beter de kop uit het zand konden halen. Ze begrepen dat ze niet te maken hadden met een dertien-in-een-dozijn-probleem, maar dat de overleving van hun nakomelingen werd bedreigd en, bijna nog erger, die van de Partij zelf. Hoe langer ze met de grote schoonmaak zouden wachten, des te duurder het ze zou komen te staan. Het milieu was een politiek probleem van de eerste orde geworden. China kreeg een vooruitstrevende milieuwetgeving en het ministerie van Milieu meer bevoegdheden. Het probleem was de uitvoering. Plaatselijke autoriteiten hadden geen zin in maatregelen die veel geld kostten en daardoor hun promotiekansen verknalden, want ze werden uitsluitend afgerekend op de economische groeicijfers. Inspecteurs knepen tegen betaling graag een oogje dicht.

De grote verandering kwam met Xi Jinping in 2012. In naam van de strijd tegen de corruptie begon hij een grootscheepse – nog altijd voortdurende – zuivering, die ook in de milieusector stevig huishield. Steeds minder konden overtreders van de milieuwetten rekenen op straffeloosheid. Milieu en klimaat kwamen op Xi’s lijst van veertien topprioriteiten. Die hebben allemaal hetzelfde doel: de Grote Verjonging van de Chinese Natie. Dat is geheimtaal voor de verovering van de wereldhegemonie, met als doel de machtsvereeuwiging van de Partij. Voor elk van zijn prioriteiten heeft Xi een specifiek gedachtegoed ontwikkeld. Samen vormen ze het ‘Denken van Xi Jinping over het socialisme met Chinese kenmerken in een nieuw tijdperk’. Sinds augustus van dit jaar is dit verplichte kost in het onderwijs, van de basisschool tot en met de universiteit.

Milieu en klimaat kwamen op Xi’s lijst van topprioriteiten. Die hebben allemaal hetzelfde doel: de Grote Verjonging van de Chinese Natie. Geheimtaal voor de verovering van de wereldhegemonie

Het denken van Xi Jinping over Ecologische Beschaving is sinds 2018 het richtsnoer van het Chinese milieu- en klimaatbeleid. Het moet leiden tot een volmaakte ‘harmonie tussen mens en natuur’. Dat nobele doel blijft niet beperkt tot China. Naast de Nieuwe Zijderoutes over land en zee en door het Noordpoolgebied, naast een Gezondheids-Zijderoute en een Digitale Zijderoute wil Xi ook een Groene Zijderoute, want ook op het gebied van milieudefensie en klimaat moet China wereldleider worden. Toen Donald Trump de Verenigde Staten terugtrok uit het Klimaatakkoord van Parijs meldde Xi Jinping zich direct aan als leider van een wereldwijde groene revolutie. Dat was op een moment dat China verantwoordelijk was voor 28 procent van de broeikasgassen in de wereld en er in Beijing vaak tien keer meer fijnstof in de lucht zat dan het volgens de Wereldgezondheidsorganisatie toelaatbare maximum.

Vorig jaar verraste Xi de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties met concrete jaartallen, 2030 en 2060, die de Chinese klimaataanpak moeten markeren. De overstromingsrampen van de laatste tijd hebben de Chinezen doordrongen van de dodelijke ernst van het probleem.

Naast de kolengestookte elektriciteitscentrale in Huainan ligt op een meer dit zonneparkproject in aanbouw. Het meer is ontstaan door een ingestorte en ondergelopen kolenmijn, veroorzaakt door over-mijnen ©  Kevin Frayer / Getty Images

2060 lijkt nog ver, en voor velen als doel té ver. Maar voor een land dat zo onmetelijk veel gif uitstoot is het angstig dichtbij. In China is echter niets onmogelijk. Iemand die veertig jaar geleden zou hebben voorspeld dat het doodarme China zou uitgroeien tot de op één na grootse economie van de wereld – en weldra zal het de grootste zijn – zou voor gek zijn verklaard. Dat dat toch is gebeurd, is grotendeels te danken aan het verticale politieke systeem. Een dictatuur heeft nu eenmaal geen last van de vaak tergend trage stroperigheid van de democratie en kan dus gemakkelijk slagvaardig zijn.

De Partij beslist over het te volgen economische en sociale beleid en legt dat vast in een Vijfjarenplan. De partijleiders na Mao lieten de commando-economie los en gaven de lokale leiders veel meer vrijheid. Maar Xi wil weer terug naar de orthodoxie. Hij is druk bezig de macht van de techbedrijven en andere particuliere megaconcerns te knakken. De plaatselijke leiders heeft hij de wacht aangezegd. Partijbazen die een andere agenda hebben dan die van Xi riskeren hun baan, of meer. Het nu lopende Veertiende Vijfjarenplan, voor de periode 2021-2025, zal dan ook niet op veel tegenspraak stuiten.

Nog nooit heeft er in het Plan zo veel over milieu en klimaat gestaan. Onder de doelen voor 2025 zijn de vermindering van CO2 met achttien procent, daling van de energieconsumptie met 13,5 procent, stijging van het aandeel van niet-fossiele energie in het totale energiegebruik met twintig procent. Op langere termijn belooft het Plan groene steden, veel meer groene energie en veel meer bossen, die de verwoestijning en de verblindende zandstormen moeten tegengaan. In 2060 moet de uitstoot van kooldioxide, voorzover niet volledig weggewerkt, volledig worden gecompenseerd. Als dat lukt zal de aarde 0,2 à 0,3 procent minder opwarmen dan eerder was berekend.

Het staat buiten kijf dat er al veel is gedaan om het land groener te maken. China is wereldleider op het gebied van wind- en zonne-energie, al schijnen de officiële cijfers over de hoeveelheid windenergie zwaar overdreven te zijn. Van elke vijf zonnepanelen in de wereld komen er vier uit China, maar dat aandeel kan ineenschrompelen als het protest tegen de inzet van Oeigoerse dwangarbeiders doorzet. In de Chinese energiemix is het aandeel van alle vormen van duurzame energie nog altijd zeer bescheiden, al zou je dat niet zeggen als je de onafzienbare windparken in Xinjiang ziet, de eindeloze rijen panelen van de zonnefarms, of de Drieklovendam in de middenloop van de Yangtze. Deze reus zal zijn titel van grootste stuwdam van de wereld verliezen aan een ander natuur- en cultuurverwoestend mammoetproject, dat in Tibet zal worden gebouwd. Dat gaat gebeuren in China’s laatste rivier die nog zonder dammen was, de Yarlung Tsangpo, die buiten China de Brahmapoetra heet.

Van elke vijf zonnepanelen in de wereld komen er vier uit China, maar dat aandeel kan ineenschrompelen als het protest tegen de inzet van Oeigoerse dwangarbeiders doorzet

Nergens rijden zo veel elektrische auto’s rond als in China, al vormen ze nog maar een minieme fractie van het gigantische wagenpark. In 2030 moeten alle auto’s milieuvriendelijk zijn. In datzelfde jaar moet een kwart van de energieconsumptie komen uit niet-fossiele bronnen. Voor de opwekking van elektriciteit mikt China vooral op atoomenergie. Naast de bestaande vijftig conventionele reactoren wordt nieuwe nucleaire technologie ontwikkeld. Er wordt veel verwacht van de experimentele thoriumreactor die binnenkort in de Gobi-woestijn wordt geactiveerd.

De leider op het gebied van schone energie is echter nog altijd koploper vervuiling. Van alle kolengestookte energiecentrales die er vorig jaar in de wereld werden gebouwd of gepland, de meeste in Azië, is driekwart gefinancierd door China, vooral via de Nieuwe Zijderoute, het wereldomspannende web van infrastructurele megaprojecten. Elke week kwam er een megakolencentrale bij. Als alle Zijderoute-projecten worden gerealiseerd, kan de wereld 2,7 graden warmer worden, 1,2 graad meer dan de in Parijs afgesproken maximale stijging.

In verschillende landen kwamen felle protesten tegen China’s export van broeikasgassen. Ondanks de protesten planden Chinese bedrijven dit jaar nog tien nieuwe kolencentrales in het buitenland, maar de financiering droogde op, ongetwijfeld op bevel van hogerhand. Op 21 september kondigde Xi in zijn teletoespraak voor de VN aan dat China buiten zijn grenzen geen nieuwe kolencentrales meer zal bouwen. Applaus van alle kanten. En Xi was af van de beschuldiging dat hij op klimaatgebied met twee tongen sprak, de ene voor China zelf en de andere voor het buitenland.

Maar de vragen blijven. Waarom is het Vijfjarenplan zo vaag over de manier waarop het gebruik van steenkool moet worden teruggebracht? In 2030 zal die consumptie met eenderde naar beneden moeten wil China in 2060 steenkoolneutraal worden. Wat moet er terechtkomen van de handel in emissierechten, die vergeven is van onregelmatigheden en vaak juist bijdraagt aan nog meer vervuiling? Wat verstaat Xi precies onder CO2-neutraliteit? Is dat voor hem net zo’n relatief begrip als bijvoorbeeld armoede? Officieel kent China sinds eind vorig jaar geen armoede meer, al zullen de zeshonderd miljoen Chinezen die minder verdienen dan 130 euro per maand daar anders over denken.

Op weg naar Glasgow

Zes jaar na het klimaatakkoord van Parijs vindt begin november de volgende milieutop plaats in de Schotse industriestad Glasgow. De opwarming van de aarde gaat ondertussen onverminderd door en harde maatregelen zijn noodzakelijk om de in Parijs afgesproken doelen nog te kunnen halen. Wat moet er in Glasgow bereikt worden? Hoe denken de belangrijkste spelers erover? Wat zijn de obstakels? Het zijn vragen die de komende weken in De Groene aan de orde komen.

Deze week deel 2: China, de grootste opwarmer ter wereld, heeft nu ambitieuze klimaatdoelen gesteld. Maar hoe zit het met de uitvoering?

Wat betekent de aangekondigde ‘strikte controle’ op het gebruik van steenkool? Het aandeel van steenkool in de energiemix, lange tijd 75 à tachtig procent, is gedaald tot ongeveer 58 procent. Toch is zowel de CO2-uitstoot als het aantal kolengestookte elektriciteitscentrales de laatste jaren flink toegenomen. Dat komt niet alleen door een forse stijging van de energiebehoefte, maar ook doordat de economie een stevige klap heeft gekregen van corona. Ondanks de maatregelen voor de energietransitie werden er weer ouderwetse, goedkope kolencentrales gebouwd.

Dat gaat voorlopig door, want de Chinese economie is in zwaar weer gekomen. Niemand weet of het klimaatdoel van 2060 – kosten zo’n 18.460 miljard euro, ruim vier keer meer dan wat er omgaat in de Duitse economie – kan worden gefinancierd. Een eerste aanzet om de lokale partijbazen eerder af te rekenen op hun milieuprestaties dan op hun bijdragen aan de economische groei is vooralsnog inderdaad een eerste aanzet gebleven. Over een verbod op de bouw van kolengestookte centrales in China zelf heeft Xi niet gerept, laat staan over wat er moet gebeuren met de 1058 bestaande steenkoolcentrales. En hij heeft evenmin gezegd of het verbod om nog nieuwe mijnen in het buitenland te openen ook geldt voor Chinese particuliere kolenbedrijven. Maar misschien zijn dat verrassingen die hij in petto houdt voor Glasgow.

De Amerikaanse klimaatgezant John Kerry was begin september in China om de Chinezen te vertellen dat een gezamenlijke aanpak van het klimaatdrama belangrijker is dan politieke ruzie en dat ze snellere en kordatere actie moesten ondernemen om de CO2-uitstoot terug te dringen. Hij kreeg nul op het rekest. Hij had net zo goed thuis kunnen blijven, want bijna al zijn gesprekken voerde hij via een videoverbinding tussen zijn hotel in Tianjin en Beijing, een half uur rijden met de tgv. Voor de zekerheid kwam de Chinese minister van Buitenlandse Zaken Wang Yi met een verduidelijking: China wil best met de Verenigde Staten gezamenlijk optrekken op klimaatgebied, maar dat kan alleen als Washington zijn confrontatiepolitiek opgeeft en zich gedraagt zoals China het wil.

Dat is dus een non-starter. Kerry’s hardnekkige pogingen om de aanpak van het klimaat los te zien van alle conflicten die China en Amerika van elkaar scheiden, zijn kansloos. De nieuwe Koude Oorlog speelt zich af op steeds meer fronten, en een daarvan is het klimaat. China zal zichzelf in Glasgow presenteren als aanvoerder in de klimaatstrijd en daarmee zijn aanspraken op het wereldleiderschap kracht bijzetten. Verwacht vooral niet dat er een mooi klimaatakkoord tussen de twee topvervuilers uit de bus zal rollen, want daarvoor is de Koude Oorlog tussen China en Amerika te hoog opgelaaid. Tenzij China zo’n overeenkomst kan presenteren als een politieke overwinning.