Sirenes in Tel Aviv, bommen op Gaza

Het gras is weer gemaaid

Een wankel staakt-het-vuren heeft voorlopig een einde gemaakt aan de zoveelste schietpartij tussen Israël en Gaza. Opnieuw de vraag: wat nu?

Tel Aviv – Lawaai. Er is het geluid van sirenes van ambulances, van brandweerwagens en het luchtalarm ‘kleur rood’. Voor iedere Israëliër is dat het teken dat het conflict weer is losgebarsten.

Er zijn de hele dag discussies op radio en tv; boven mijn hoofd is het aanhoudend geraas van vliegtuigen. Als vervelend zoemende vliegen groeperen de Israëlische gevechtsvliegtuigen zich voor de volgende luchtaanval op Gaza. Dat geraas gaat sinds vrijdag dag en nacht door en ik vraag me af hoe dat aan de andere kant, in Gaza, moet klinken en voelen. Een geluid dat destructie, dood, doodsangst voorspelt.

Ik ben hier een vreemdeling in een vreemd land. Ik heb in de twaalf jaar dat ik hier woon de Tweede Intifada (de Palestijnse opstand), drie oorlogen en de onophoudelijke bezetting meegemaakt en beschreven. Al twaalf jaar hoor ik argumenten pro en contra, diplomatieke retoriek, klaagzang en scheldpartijen en heb die verwoord in artikelen. De grondtoon was er een van verdriet, pijn, wanhoop en woede.

Drie jaar geleden lag ik als journalist in de ‘Operatie gegoten Lood’ in Gaza letterlijk onder vuur. Na al die bloedige acties, die volgens Israël 1100 en volgens Hamas 1441 Palestijnse doden en dertien Israëlische slachtoffers tot gevolg hadden, vroeg ik gewone Palestijnen en Israëliërs hoe ze hun toekomst, de politieke situatie over pakweg een kwart eeuw zien. Ik kreeg geen antwoorden. Mijn conclusie was toen dat er sinds Operatie Gegoten Lood veel gebeurd was, maar eigenlijk bitter weinig veranderd.

En die volgende stap is nu, 14 november 2012, met operatie ‘Zuil van Defensie’ gezet. Niemand weet nog wie is begonnen in het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Beide partijen wijzen elkaar aan. Ook in operatie Zuil van Defensie, die volgens sommigen werd ingezet met ­Israëls bijna symbolische liquidatie van Achmed Jabari, de onderbevelhebber van de militaire tak van Hamas, die net een voorzichtig nog onofficieel vredesvoorstel van een Israëlische bemiddelaar had ontvangen, is het niet duidelijk. Iedere vooronderstelde provocatie is het gevolg van een vorige provocatie van de andere kant.

‘Het gras is weer gemaaid’, zeggen sommige analisten hier. Israël zoekt niet naar een langetermijnoplossing maar valt eens in de paar jaar Gaza aan om de militaire capaciteit van Hamas te beperken. Hamas heeft zijn eigen strategie. Hamas schiet vanuit dichtbevolkte Palestijnse centra op Israëlische steden, wetend dat op elke actie een reactie zal volgen. Israëls bevolking in het zuiden wordt al twaalf jaar geterroriseerd door die raketaanvallen en verwijt de eigen regering dat ze onvoldoende doet om dat te voorkomen.

De totaal ontredderde bevolking van Gaza is doodsbang voor de Israëlische luchtaanvallen maar moet ook spitsroeden lopen tussen de arrestaties, martelingen en liquidaties die op dit moment in Gaza zelf door de verschillende verzetsbewegingen worden uitgevoerd.

Het verkeer in Israël is een dag lang ontregeld als zo’n vijftigduizend reservisten, manschappen, tanks, artillerie en ammunitie naar het zuiden worden gestuurd. In Israël zegt men dat het oorlog is, maar als ik mijn studieboeken erop nasla, blijkt oorlog een gewapend conflict tussen staten en de Palestijnen hebben geen staat. Ze hebben zelfs geen president of leger of munteenheid. Een verzetsbeweging met machinegeweren en gesmokkelde Iraanse raketten staat tegenover het naar eigen zeggen best geëquipeerde leger ter wereld met zeer geavanceerde informatie­technologieën en met laser, televisie en satellietbegeleidingssystemen uitgeruste raketten.

Niets is dus veranderd, maar er is ook weer wat gewijzigd. In de buurtwinkel in het dorp waar ik woon, beklagen mijn Israëlische buren zich over de acties. Ze geloven niet meer in oorlog als middel om het conflict op te lossen, zeggen ze. En als ik de volgende dag enkele steden in het zuiden bezoek, hoor ik eigenlijk hetzelfde. De bewoners van Ashdod, Ashkelon en zelfs Tel Aviv zijn doodop. In Sderot zegt een leerkracht van het Sapir-college tot mijn verbazing dat de wereld Israël en Gaza moet helpen om een perspectief te krijgen.

Israël wil geen conventionele grondoffensieven meer, zegt het Israëlische Dialogue Institute dat een opiniepeiling over operatie Zuil van Defensie uitvoerde. Slechts dertig procent van de ondervraagden blijkt voorstander van een offensief tegen Gaza. Tijdens operatie Gegoten Lood in 2009 was 81 procent van de bevolking voor militaire interventie.

Maar is de gemiddelde Israëliër werkelijk tegen gewelddadige militaire invallen? Of wil men een soort luxe-oorlog, die op afstand door gevechtsvliegtuigen onder steriele omstandig­heden wordt uitgevoerd, zodat er zo min mogelijk doden aan Israëlische kant zijn, maar ook geen massale slachtoffers aan Palestijnse kant vallen? Israëls legitimiteit en geloofwaardigheid in het gebruik van geweld in dit asymmetrische conflict blijven dan ten opzichte van Europa en de Verenigde Staten intact en de relaties met Egypte en Turkije worden niet onnodig gecompliceerd.

Niets is veranderd maar veel weer wel. Voor het eerst lig niet alleen ik onder vuur, maar mijn gezin. Mijn drie kinderen reizen door de gevarenzones. Die desolate duisternis, alsof Armageddon langzaam het huis binnenkruipt en je ieder gevoel van controle verliest omdat de plaats die jij je thuis noemt, wordt aangevallen en je niets kunt ondernemen, voel ik nu ook persoonlijk.

In de schaduw van die terreur wordt er in Israël wat af gepraat. Argumenten vliegen me om de oren als ik bij de bushalte in Tel Aviv wacht. ‘Ze moeten naar binnen en in een keer grote schoonmaak houden’, zegt een jongeman met een zware aktetas over zijn schouder, duidend op een groot grondoffensief.

‘Natuurlijk niet’, roept de grijze man naast hem. ‘Dat wordt een bloedbad.’

Er volgt het gebruikelijke geargumenteer, maar het is opvallend dat in deze discussie en in volgende discussies die ik met mijn Israëlische vrienden heb nauwelijks ruimte is voor historische context, een complexere visie op beide kanten van het conflict of de financiële overweging dat het inzetten van de ‘IJzeren Koepel’, het nieuwste Israëlische antiraketsysteem, en de luchtaanvallen op Gaza de Israëlische burgers naar schatting acht miljard sjekkel kosten. Er is ook een soort weerstand tegen de pijn, het verlies van de slachtoffers aan de andere kant. Empathie voor de slachtoffers in Gaza, zoals het Israëlische topmodel Bar Rafaeli op een tweet liet zien – ‘Ik bid voor de levens van burgers aan beide kanten’, schreef zij – wordt als zwakte of collaboratie met de vijand gezien.

Volgens de bekende Amerikaanse vredes­activiste Gene Knudsen-Hoffman is een vijand degene wiens verhaal we niet gehoord hebben. Een Israëlische vriend voegt daaraan toe dat als er een oorlog uitbreekt Israëliërs bezig zijn met het gevaar voor hun eigen kinderen en familieleden. Maar ik vraag me af of na zoveel verschrikkingen die de inwoners van het Midden-Oosten hebben ervaren er ook niet een soort blindheid optreedt. Sinds de eerste Qassam-raket uit Gaza op Israël viel, zijn er 4717 Palestijnse doden gevallen en 59 Israëlische, aldus de weekendbijlage van de Israëlische krant Ha’aretz. Zouden inwoners immuun zijn geworden voor het geweld en de dood?

Terwijl ik in mijn auto naar het zuiden rijd en de radio mijn gedachten interrumpeert met aanhoudende alarmmeldingen van raketaanvallen – ‘Kleur rood in Ashdod, kleur rood in regio Eshkol, kleur rood in Ashkelon, kleur rood in Tel Aviv’ – betrap ik me erop dat ik met mezelf discussieer. Als het sein rood voor mijn gebied klinkt, stap ik uit en ga plat op de grond in de berm naast de snelweg liggen, handen over mijn hoofd. Met mijn neus in het zand formuleer ik argumenten en tegenargumenten. De situatie is zo complex en lijkt zo onoplosbaar dat ik zelfs argumenten die ik vurig heb bestreden heel even in overweging neem. Heeft de geest van het Heilige Land me dan eindelijk toch te pakken?

De Foreign Press Office zendt me op mijn mobieltje de mededeling dat in een lijnbus in Tel Aviv een bom is ontploft. Ik zet de radio aan en hoor bekende geluiden. Schreeuwende mensen, sirenes, de nieuwslezer geeft het aantal gewonden en zwaargewonden. Er zijn geen doden, zegt hij. De aanslag is nog niet opgeëist, maar is waarschijnlijk vanuit de Westoever georganiseerd, zegt hij. Het brengt me terug naar de tijd van de Tweede Intifada. Die opstand begon met een bezoek van Ariel Sharon aan de Tempelberg. Er volgde een periode van ontploffingen in bussen, winkelcentra, feestzalen en restaurants, en represailles van het leger. Ik was laatst in Nablus op de Westbank en de gouverneur waarschuwde dat als Israël niet meewerkt aan een onafhankelijke Palestijnse staat er een derde Intifada zal kunnen komen. Zou deze actie in Tel Aviv het begin zijn? Ik stuur een sms’je naar mijn kinderen met de mededeling: ‘Nu even geen bussen gebruiken. Neem maar een taxi totdat we weten hoe deze situatie zich ontwikkelt. Je hoeft niet bang te zijn maar wel alert.’ Mijn dochter antwoordt met een lachende smiley.

Naarmate de operatie vordert, groeit er een zekere kwetsbaarheid bij de Israëliërs, want ondanks het grote verschil in militaire sterkte tussen Israël en Hamas ziet men dat Hamas aanzienlijke schade kan aanrichten. Zeventig procent van Israëls grondgebied ligt in de radius van raketaanvallen vanuit Gaza. Er zijn lange­afstands- en dodelijke raketten in handen van zeer geradicaliseerde Palestijnen, er is de druk van andere nog extremere militanten op Hamas en de groeiende golf van woede op Israël in de regio waar autoritaire leiders zijn vervangen door islamisten. Het Midden-Oosten van vandaag is niet het Midden-Oosten van drie jaar geleden.

Op Facebook verschijnen berichtjes met de mededeling: ‘Heb jij je schuilkelder al op orde gebracht?’ Het is stil boven mijn hoofd. De wereld houdt zijn adem in. De nieuwslezer van Kanaal 10, dat nu dag en nacht uitzendt, meldt dat om negen uur vanavond het bestand ingaat. De tv toont een close-up van een handen schuddende Hillary Clinton en de Egyptische minister Mohammed Kamel Amr. De nieuwslezer herhaalt: ‘Om negen uur.’ De Israëlische Facebook- en Twitter-berichtjes tellen de uren en minuten af alsof het om een raketlancering gaat.

Onmiddellijk breekt een storm van kritiek in Israël los. Het bestand is te snel en zonder duidelijk onderhandelde voorwaarden tot stand gekomen, zegt men. Wat heeft zo’n militair machtsvertoon nu voor zin als je de operatie niet afmaakt, vraagt men. Hamas komt als grote winnaar uit de bus, vinden sommigen. Maar Egypte’s betrokkenheid bij het conflict en zijn verbintenis om de rust in het gebied te handhaven, zal een nieuw verbond tussen Egypte en Israël creëren, argumenteren anderen. Over één ding zijn bijna alle Israëliërs het eens. De echte politieke verliezers na de operatie zijn de Palestijnse autoriteiten en hun president Machmoed Abbas, die geweld als pressiemiddel ten opzichte van Israël afwijzen, maar met lege handen staan.

Het gras is weer gemaaid. Er zijn vijftienhonderd raketten vanaf de Gazastrook gelanceerd en eenzelfde aantal vanuit Israël. Er zijn naar schatting 182 slachtoffers gevallen, 177 aan Palestijnse kant en vijf aan Israëlische kant. Zeven Palestijnen werden in Gaza openlijk door militante groepen geëxecuteerd omdat ze collaborateurs van Israël zouden zijn. Het resultaat is een wankel staakt-het-vuren en tijdelijke rust. Een oplossing van deze geweldscyclus eist – om met Yasser Arafat te spreken – een vrede van de moedigen die door historische inspanningen een onafhankelijke levensvatbare Palestijnse staat creëren. Zolang dat niet gebeurt, betaalt het gras de prijs van de stampende, vechtende olifanten, aldus een Palestijns gezegde. Jonge Palestijnen die Israël veelal als een abnormale samenleving van soldaten en kolonisten zien, kunnen concluderen dat terrorisme en bloedvergieten het enige zinvolle verzet is en dan is de fundering voor de volgende actie gelegd.

zie groene.nl

voor Dossier Israël