Mattias Van de Vijver (zittend) als hoofdpersoon Christopher Boone in Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht, geregisseerd door Pieter Kramer © Sanne Peper

In het begin van de voorstelling slaat de vijftienjarige Christopher een politieman in het gezicht. Die wilde de ineengedoken jongen alleen maar overeind helpen. Heel hard is de klap niet, maar de jongen is duidelijk in de problemen. Nadat hij is meegenomen naar het bureau staat hem maar één ding te doen: nederig zijn. Excuses maken. Zeggen wat de arm der wet wil horen. Christophers vader is overhaast naar het bureau gekomen om uit te leggen dat zijn zoon niet de bedoeling had om de agent te slaan. Maar de jeugdige hoofdpersoon van Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht zegt doodleuk dat dit wél zijn bedoeling was. Hij houdt er namelijk niet van om aangeraakt te worden. Goedmoedig houdt de politieman het bij een waarschuwing. In Christophers dossier, legt de man uit, wordt opgenomen dat hij per ongeluk ‘geweld tegen een politieagent in functie’ heeft gepleegd. In plaats van blij te zijn dat hij er zo goed vanaf komt, is Christopher verstoord omdat de waarheid onrecht wordt aangedaan. ‘Het wás geen ongeluk’, stelt hij.

De diepe zucht van de aanwezige agenten en de vader klinkt versterkt over het toneel. En het publiek lacht om de onoplosbaarheid van de situatie. Hier botsen Christophers persoonlijke normen met het flexibele waarheidsbegrip dat de menselijke omgang doorgaans versoepelt. ‘Ik lieg nooit’, heeft hij het publiek in een terzijde verteld. ‘Mijn moeder zei altijd dat dit was omdat ik een goed mens ben. Maar het is omdat ik niet kán liegen.’

De grote-zalenvoorstelling van de Theateralliantie is gebaseerd op de gelijknamige roman uit 2003 van de Engelse schrijver Mark Haddon. Het razend populaire boek – twee miljoen exemplaren wereldwijd verkocht – wordt alom geprezen om het inzicht in het hoofd van iemand met een vorm van autisme. Het relaas over Christophers speurtocht naar wie de hond van zijn buurvrouw heeft vermoord, heeft hij ‘zelf’ geschreven. Tussen het verslag van zijn detective-werkzaamheden door neemt de ik-figuur alle ruimte voor zijn fascinaties en specifieke leefregels.

Er zijn hoofdstukjes gewijd aan de kleur geel waar hij een misselijk makende afkeer van heeft, aan zijn favoriete wiskundige problemen, aan zijn kennis over het uitdijen van het heelal en aan de redenen waarom hij een geschikte astronaut zou zijn. Hij heeft er zelfgemaakte tekeningen aan toegevoegd. Een plattegrond van de huizen in zijn straat, die nodig is voor het zoeken naar de hondenmoordenaar, maar ook van de dierentuin waar hij met zijn vader naartoe gaat. Afbeeldingen van smileys die hem helpen om de gezichtsuitdrukkingen van andere mensen te interpreteren. Of zomaar een ‘perspectivische tekening van een bus’ die hij maakt op zijn school voor kinderen met ‘leerproblemen’. Wat Christopher geen bruikbare omschrijving vindt omdat iederéén problemen heeft met het leren van Frans of de relativiteitstheorie.

In het boek vertrouwt hij de lezers toe wat hij niet hardop mag zeggen: dat alle andere kinderen op zijn school dom zijn. De lezer kan zich helemaal inleven in de geest van de verteller. Je snapt dat het aantal rode auto’s die Christopher ’s morgens buiten ziet, bepalen of het een goede dag wordt waarop hij risico’s durft te nemen in zijn speurwerk, of dat het een slechte dag wordt die hem dwingt zich af te sluiten en met zijn ogen dicht de busreis van school naar huis te maken.

Intrigerend is dat Mark Haddon nooit een boek over autisme heeft willen schrijven. Termen als ‘Asperger’ of ‘het spectrum’ vallen nergens. Haddon heeft geen uitgebreide research gedaan en gaf Christopher ook geen specifieke aandoening mee. Zelf typeert hij zijn hoofdpersoon graag (geamuseerd en licht provocatief) als ‘een wiskundige met wat gedragsmoeilijkheden’.

Voordat het Londense National Theatre zich aan een toneelbewerking waagde, achtte hij zijn boek ‘the most unadaptable-for-stage-novel you could have’. Op het toneel kun je immers niet in het hoofd kijken van de personages, we zien alleen hun handelingen en horen hun dialogen. Dramaschrijver Simon Stephens voerde bij zijn bewerking slim Christophers schooljuf op als de voorlezer van zijn boek. Dat past bij de betrokkenheid die zij daarbij heeft: zij stimuleert haar leerling om zijn belevenissen op te schrijven. De intieme gedachten van Christopher krijgen daarmee een extra stem op het toneel.

De Theateralliantie, een producentengroep van samenwerkende schouwburgen, verwierf de rechten van Stephens’ bewerking. En regisseur Pieter Kramer, die regelmatig met de Theateralliantie samenwerkt, bleek al langer te fantaseren over manieren om van Haddons roman theater te maken. Voorwaarde voor opvoering was wel dat hij zich exact aan Stephens’ tekst moest houden. Dat is een nogal degelijke, doorgaande vertelling die louter in dialogen is vervat. Stephens leunt daarbij op de detectiveplot in het boek, die een dramatische onthulling bevat: door de moordenaar van de buurhond te achterhalen, ontdekt Christopher de onthutsende waarheid over zijn verdwenen moeder die zijn vader hem had willen besparen.

De school­directrice, de dominee, de reizigers, dronkenlappen: allemaal heerlijke typetjes

In de enscenering van het National Theatre, die in 2017 Nederland aandeed, worden met lichteffecten, geprojecteerde tekeningen en video Christophers innerlijke houvasten en zijn snel overprikkelde zintuigen verbeeld. In een lege, decorloze ruimte zonder rekwisieten, speelt de acteursgroep in uniforme basiskleding zo’n 35 rollen. Niks voor Pieter Kramer. De charme van zijn reeks succesvolle familievoorstellingen, een uniek spektakelgenre dat Kramer in 2007 bij (toen nog) het Ro Theater introduceerde, wordt gevormd door bordkartonnen decortjes, komisch uitvergrote personages en hilarische verkleedpartijen. Bijzonder is dat hij die volstrekt eigen regiestijl uitleeft op het toneelstuk van Stephens.

Het overweldigende station is met ter plekke gefilmd materiaal in beeld gebracht. Maar het Engelse Swindon waar Christopher opgroeit roept Kramer samen met vormgever Theun Mosk op in uitvergrote foto’s van Google Streetview. Geplakt op kartonnen panelen die de spelers op en af brengen. Waarbij je in de handgrepen aan de voorkant de vingers al ziet van de bewoners van het gefotografeerde huis die er vanachter tevoorschijn komen. Het interieur van Christophers huis is een grauwkartonnen, perspectivische doos waarin de gaten die zijn vader woedend in de muren zal slaan al met plakband zijn dichtgeplakt.

Met een aanstekelijk spelplezier zetten de acteurs de buren neer die Christopher op zijn detective-missie ondervraagt. De schooldirectrice, de dominee, de politiemensen die hem proberen tegen te houden als hij weggelopen bij zijn vader in z’n eentje naar Londen reist, de reizigers, dronkenlappen en loketbeambten op het hem overweldigende treinstation – het zijn allemaal heerlijke, uitbundig gekostumeerde typetjes. Hun verkleedfeest mondt uit in een absurdistisch treintafereel, waarbij de hevig schuddende, razendsnel van uiterlijk en plek wisselende reizigers eigenhandig hun stoelen en coupépalen opdragen. Zelfs Christopher – bij het National Theatre een supergewone verschijning – is hier een tikje karikaturaal met zijn brilletje, plat gekamde haren, ouwelijk keurige kleding en monotone betweterigheid.

© Sanne Peper

De uitvergroting geeft een lichtvoetige tegenkleur aan de sentimentaliteit die bij een toneelstuk naar Haddons boek op de loer ligt. Als schrijver van zijn ‘eigen’ boek is Christopher wars van emoties. Hij beschrijft zijn gedrag in stressvolle situaties – dat hij begon te kreunen of gillen, dat hij een hele dag met de deur op slot in zijn kamer zat – en tekent haarscherp op wat er dan tegen hem gezegd wordt en wat hij daarover denkt. Zijn gevoelens daarbij benoemt hij niet. Als de buurvrouw hem aantreft bij haar gedode hond, waar Christopher veel van hield, en tegen hem begint te schreeuwen, zien we acteur Mattias Van de Vijver in elkaar kruipen op haar gazon. ‘Je lijkt hier erg van overstuur’, bromt Rogier Philipoom als een daadkrachtige Oom Agent. Zo ziet het er ook uit. Maar in het boek zegt Christopher dat hij gewoon niet tegen schreeuwen kan. En hij beschrijft de sensatie van zijn voorhoofd tegen het gazon. ‘Het gras was nat en koud. Dat was lekker.’

De zintuiglijkheid van Christophers binnenwereld gaat in een dialogendrama verloren. Maar wat Kramers warmbloedige voorstelling duidelijk maakt, is dat de gevoelskern van het stuk niet bij de hoofdpersoon ligt, maar bij de volwassenen om hem heen, die zich machteloos proberen te verhouden tot dit onnavolgbare, ongewone kind. In het boek krijg je hen via Christophers waarneming in beeld. In het theater staan ze ongefilterd voor je. Mark Kraan en Astrid van Eck spelen zijn vader en moeder met een aangrijpende emotionele rauwheid. En wat het acteursspel en de foto’s van de Engelse arbeidershuizen en interieurs benadrukken, is dat dit verhaal óók gaat over een ruwe onderklasse waarin een jongen met een speciale begaafdheid een eenzame buitenstaander is.

Die biografische insteek bracht Haddon tot zijn boek. Hij was een extreem angstig, hoogintelligent kind, afkomstig uit een arbeidersfamilie in een morsig dorpje aan de rand van Nottingham, waar niemand beschikte over het inlevingsvermogen of de taal die hem gerust had kunnen stellen. In het boek vertelt Christopher hoe zijn schooljuf hem moet leren dat ieder mens een eigen visie op de wereld heeft. Het onvermogen om je in een ander perspectief te verplaatsen, schijnt typerend te zijn voor een autistische aandoening. Maar Haddon zegt dat ook hij volwassen moest worden om erachter te komen dat de door angst vervormde werkelijkheid waarin hij leefde in zijn eigen hoofd zat.

Terugkijkend op wat hem ertoe dreef om, als enige telg uit zijn familie, naar de universiteit te gaan en schrijver te worden, zei Haddon in een recent interview dat alles wat hij heeft ondernomen in het teken stond van wegkomen uit de ‘backwardcorner’ waar hij opgroeide en het vergroten van zijn wereld. Christopher, die zijn angsten overwint door alleen naar Londen te gaan terwijl hij nog nooit verder is gekomen dan zijn straat, verbeeldt dus het verlangen dat Haddon als jongetje had. Daarom gaat zijn boek wat hem betreft niet over autisme. Christopher is een uitvergroting van zijn eigen strijd om zichzelf te begrijpen. En het begrip van zijn omgeving dat buitenstaander Christopher uiteindelijk afdwingt, en waartoe Haddon oproept met zijn boek, is wat hij het kind dat hij was had toegewenst.

Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht *is tot begin december optournee: *hondindenacht.nl_