Nader Bekeken

Het Greenaway Alfabet

Walter van der Kooi ziet veel meer dan alleen dat waarover hij zijn kronieken schrijft. Vandaag: de documentaire Het Greenaway Alfabet.

Medium 71df7592 587e 4008 a3ef 607875ae81be

De televisiecriticus is als de verslaggever van het dorpsblad, die fanfare, raadsdebat, voetbal, toneel, gouden bruiloft beschrijft en beoordeelt. Van alle markten thuis, of universeel ondeskundig, wat u wilt. Zelf begon ik als toneelrecensent, maar toen Ritsaert ten Cate uit gans de wereld de avant-garde naar het Mickerytheater haalde, had ik geen taal om te beschrijven, duiden, laat staan beoordelen. Ik stapte dus over naar televisiedrama. Dat kon ik zomaar begrijpen. Dit als opmaat naar een gewaagde onderneming. Ik zou het niet in mijn hoofd halen te schrijven over de schilderijen en tekeningen van Peter Greenaway of over beeldende kunst überhaupt (het terrein van Fuchs, Kleijn en Van der Lint); ik zou het niet in mijn hoofd halen te schrijven over films van Peter Greenaway of over complexe speelfilms en filmessays sowieso (het terrein van Keyser). Maar nu is er een documentaire óver Peter Greenaway, en ja, over documentaires word ik geacht te schrijven. Dus waag ik me op een wankel koord.

Je moet als filmer van goeden huize komen om het oeuvre van een zo veelzijdige, originele maar ook complexe kunstenaar recht te doen. En om een zo complexe, dwarse persoonlijkheid recht te doen. Welnu, Saskia Boddeke is van goeden huize, want zelf multimediakunstenaar en bovendien incidenteel medewerker aan en permanent kenner en bewonderaar van Greenaway’s werk. En wat de mens Greenaway betreft: ze komt uit huize Greenaway, of, als u wilt, Greenaway komt uit huize Boddeke: ze zijn getrouwd. Je kunt de film een, soms weerbarstige, liefdesverklaring noemen. Je kunt natuurlijk ook zeggen dat dat partnerschap juist linke soep is; of zelfs dat dat haar diskwalificeert als maker. Maar wat mij betreft slaagt ze glansrijk voor dit complexe examen. De film is een Boddeke, zij het tegelijk gemaakt in de geest van Greenaway, beïnvloed door de vormen van Greenaway. Hij toont volop beelden en fragmenten uit het werk van Greenaway, laat Greenaway uitgebreid aan het woord over zijn kunst-, mens- en wereldbeeld, en bevraagt hem daarover. En bevraagt hem over zijn persoonlijkheid, gedrag, eigenaardigheden en karakter.

Dat laatste doet ten diepste natuurlijk de regisseur/collega/echtgenote (in script, camera en montage, maar soms, buiten beeld, letterlijk hoorbaar). Maar de kracht van de film schuilt erin dat het bevragen vooral gebeurt voor de camera door hun dochter Zoë, Pip genoemd, van wie hij zegt dat ze veertien is, terwijl ze vijftien is en een keer zelfs zestien wordt genoemd (wat van doen kan hebben met de duur van de opnamen). Maar veertien is ze zeker niet en dat typeert Peter: dol op rubriceren, ordenen, getallen, reeksen, vormen, technieken maar minder goed in persoonlijke betrekkingen. De structuur is opgehangen aan kernbegrippen en gegoten in de vorm van een (onvolledig) alfabet. Het moet dus beginnen met de A en dat levert Amsterdam op, waar zij drieën al jaren wonen en dat hij ook hier bejubelt. Vanwege schoonheid, menselijke schaal, geschiedenis, kunstgeschiedenis, democratie. Vanwege de bakstenen. Maar, vraagt Zoë, is de A niet ook die van autisme? Daarmee is het spel op de wagen. Want Zoë mag zichtbaar veel van ‘daddy’ houden, ze is niet te beroerd om hem te kritiseren en uit te dagen. En daarin is ze niet de buikspreekpop van haar moeder, maar een dappere, slimme puber die wil leren van vader, die hem wil begrijpen en die het gevecht met hem aangaat, juist omdat ze zijn liefde wil. Waarbij mama wel haar supporter is, want moeder en dochter hebben last van dezelfde eigenschappen en eigenaardigheden van Greenaway.

Die blijkt een bezeten lezende, schrijvende, tekenende, schilderende, installaties makende, filmende, filosoferende, theoretiserende, orerende, klassiek geklede persoonlijkheid die weliswaar stelt dat er niet één waarheid is, ook al omdat de realiteit elke minuut verandert, maar die tegelijk volstrekt overtuigd lijkt van zijn eigen gelijk, hoe kort dat dan ook duurt. Die een niet al te hoge dunk van gesprekspartners heeft omdat werkelijk iedereen hem te traag denkt. (Zou hij daarom geen vrienden hebben, zoals Zoë vaststelt?) Die eindeloos vragen stelt, maar in het antwoord niet geïnteresseerd lijkt. Kortom, iemand die in een volslagen zelf gecreëerde wereld leeft en daar ten diepste mee tevreden lijkt. En die middels zijn persoonlijk alfabet dochterlief inzicht wil geven ‘in zijn wonderlijk brein en creativiteit’. Die creativiteit leidt tot bijzondere resultaten, zoals liefhebbers van beeldende kunst en film hebben kunnen vaststellen. En zoals we in de documentaire rijk geïllustreerd zien.

Zelf ben ik behoorlijk onder de indruk van een aantal schilderijen die voorbij komen - voor wat dat waard is. En had ik Aha-Erlebnisse bij fragmenten uit speelfilms, fragmenten die vaak om hun biografische waarde gekozen zijn, wat bewijst dat er ook nogal wat autobio in die films zit. Maar fragmenten die hij bij de letter ‘F van Film’ ook technisch analyseert in een verhandeling over ‘in focus’, kadreren en diepte. ‘Waarom ging je films maken?’ ‘Omdat ik teleurgesteld was dat schilderijen geen soundtrack hebben.’ En nog altijd betreurt hij dat cinema te veel gezien wordt als geïllustreerde tekst. ‘Het is een veel te verfijnd medium om het over te laten aan de verhalenvertellers.’ ‘Ik haat dramaturgen. Die altijd beweren dat het zo niet gebeurd kan zijn. Waren ze erbij aan de voet van het kruis? Toen Lot zijn dochter neukte?’ Het zijn uitspraken van een man die als filmer in de eerste plaats beeldend kunstenaar is. En die in mijn geval (ik zag recent Eisenstein in Guanajuato - indrukwekkend, vaak bizar beeldvertoon) meer hoofd dan hart raakt. En die houdt van geschiedenisboeken, terwijl hij stelt dat er niet zoiets bestaat als geschiedenis: ‘De meeste historici zijn leugenaars.’ Wat hij zo vaak herhaalt dat zijn vrouw zegt dat we het nou wel weten. Hij moedigt dochter aan om te tekenen, wetend welk genot dat in elk geval hem oplevert. Waarbij hij haar vooral aanmoedigt vrij en wild te zijn. Het resultaat bevalt haar niet, maar hij vindt het prima. Ze vinden elkaar in hun liefde voor insecten en voor het doden en opprikken daarvan(!) - Prikkebeen en dochter dus. Iets minder in zijn vogelobsessie en de behoefte Alles te rubriceren.

Boddeke werkt veel met splitscreen, wat soms verrassend effectvol is, maar wat op andere momenten door veelheid er juist toe leidt dat je niets meer ziet, als in een te bonte uitstalling (waar Greenaway dan juist wel weer dol op is). Ik hoop en verwacht dat de film Zoë veel heeft gebracht. Ze hebben intensief samengewerkt, ze kreeg aandacht doordat het vooral over hem ging, er was georganiseerd en spontaan fysiek contact - het spontane vooral van haar kant - ze vlijt zich dolgraag tegen hem aan. Ze krijgt dingen te horen over kunst (die een belangrijk raakvlak tussen hen vormt; we zien hen samen in musea), over het creatief proces, over naaktheid en eros, over de dood en zijn dood in het bijzonder, over het belang van cultuur - die ze zonder dit project nooit zo direct had gehoord. Ze zal de film koesteren, denk ik, zeker als deze man van 75, die vindt dat hij er met tachtig het best een eind aan kan maken, er niet meer is. De prijs is dat ze een paar gruwelmomenten beleeft. Als ze liefdesverdriet heeft krijgt ze me toch een verhandelingen over zich heen waar ze niets mee kan en niets aan heeft… Als ze vaststelt dat hij zijn andere dochters nooit meer ziet (zoals zijn eigen vader stierf zonder dat de zoon kwam) en dat hij niet eens weet dat een van hen hem recent grootvader heeft gemaakt, zijn zijn reacties verbijsterend afstandelijk. En blijkt hij niet te begrijpen dat deze puber zich afvraagt of dit lot van vergeten of verdrongen zijn haar ook kan treffen. (Des te pijnlijker dat zijn Wikipedia-pagina wel de twee echtgenotes en twee dochters die hij nooit meer ziet vermeldt, maar niet Zoë en zijn zoon - maar die blunder ligt niet aan hem.)

Terug naar de opening. Terwijl Peters haar geknipt wordt door zijn vrouw, we hem met een witte stift op zwart papier zien schrijven alsof het tekenen is, we hem in een weiland driftig met een schilderij bezig zien, klinkt de stem van de regisseur. Of, vermoed ik, de tékst van de regisseur, want ik denk Bianca Krijgsman te horen, die ik zo gauw niet in de aftiteling kon vinden (excuses als dit niet klopt). Of het nou klopt of niet, ik vind de toon niet geslaagd. En dat is jammer, omdat de tekst zo persoonlijk en soms geestig is. ‘Dit is mijn man Peter, een Engelse avant-gardekunstenaar. Een filmmaker, een schilder, een schrijver. Voortdurend maakt hij tekeningetjes en noteert hij nieuwe ideeën. Hij maakt ook kunstinstallaties, geeft interessante lezingen die veel te lang duren; en hij speelt continu met woorden, ideeën, concepten. Hij verslindt boeken, ten minste één per dag. Hij schrijft ook boeken. Tenminste tien romans wachten op voltooiing. Ooit.’ En dan: ‘Ik hou van hem. Ik hou heel veel van hem. Ik weet niet zeker of hij ook van mij houdt. Hij heeft nogal merkwaardige ideeën over het concept liefde. Maar daar heb ik vrede mee. Denk ik.’ Kijk, over zoiets durft de tv-recensent wel te schrijven. Hoewel, of juist omdat hij ‘het concept liefde’ ook lastig vindt.


Saskia Boddeke, Het Greenaway Alfabet, NTR, Het uur van de wolf, donderdag 1 februari, NPO 2, 22.55 uur