Het griezelkabinet van frits bolkestein

Als het zwaard van Damocles hangt het eerste kabinet-Bolkestein boven Nederland. De ene na de andere opiniepeiling meldt dat de VVD met voorsprong de grootste partij wordt en als dat zo doorgaat mogen de liberalen straks voor het eerst sinds mensenheugenis de eerste burger van het land leveren.

Verleden week liet Bolkestein weten dat hij de spanning er zo lang mogelijk in zal houden. Pas drie weken voor de Tweede Kamer-verkiezingen in mei volgend jaar zal hij laten weten of hij bereid is het Catshuis in te nemen. Vooralsnog ventileert de gedoodverfde premier koket-afwerende geluiden. De VVD-voorman zegt onder meer het strakke protocol van het premierschap te vrezen en gruwt bij het vooruitzicht om straks plichtmatig alle mogelijke recepties af te moeten lopen zonder iemand te mogen beledigen. Want, zo vertrouwen de secondanten van de leider de pers toe, ‘als Bolkestein iets niet bevalt, wil hij dat onmiddellijk kunnen vertellen’. Bovendien, Bolkestein leest liever een goed boek dan zich in het spoor van de majesteit te zetten aan een marathon van linten doorknippen en feestelijke tewaterlatingen.
En zo blijft Bolkestein in het aangezicht van de bekroning van zijn wildste dromen een toonbeeld van bescheidenheid. De vraag is wat hij hiermee beoogt. Sommige analisten speculeren op een stap opzij ten faveure van Hans Wiegel. De grijze VVD-kolos roept zelf al jaren dat hij de ideale man is voor de job en schijnt in Bolkestein nauwelijks meer te zien dan een stand-in die vanzelf terugtreedt als het echte werk begint. Over de toch niet geringe betekenis van Bolkestein voor de VVD spreekt Wiegel zich slechts in ijzige beleefdheden uit. Vice versa is de relatie evenmin hartelijk. Het zou dan ook een wonder van onparlementair altruïsme zijn als Bolkestein straks zijn zwaarbevochten zege zonder morren doorgeeft aan zijn voorganger. Tot nu toe heeft Bolkestein in zijn politieke carrière nooit een signaal afgegeven dat hij voor een dergelijk staaltje van bonhommie geëquipeerd is.
Een andere mogelijkheid is dat Bolkestein het premierschap over een tweede paars kabinet toch overlaat aan Wim Kok, zelfs als deze minder kamerzetels achter zich weet. Kok heeft zich immers opgewerkt tot een ware vader des vaderlands en baant zich breed glimlachend een weg van de ene tijdrovende ceremonie naar de andere. Er liggen bij hem dan ook aanzienlijk minder boeken op het nachtkastje te wachten en evenmin wordt de premier à la Bolkestein gehinderd door een aanhoudende drang tot debatingavonden en theaterbezoek. Ongetwijfeld zal ook de koningin als een leeuwin vechten voor het behoud van Kok als haar eerste man in het kabinet. Uiteindelijk kon Kok alleen maar premier worden door de majesteitelijke gunst ten tijde van de formatie. In deze tijden van hoog oplopende republikeinse sentimenten weet de vorstin zich het beste geflankeerd door een trouwe sociaal-democraat. Het is bovendien een publiek geheim dat Beatrix Bolkestein beschouwt als een ongeleid projectiel. De VVD-leider heeft een neiging tot eclecticisme en instant-politiek en dat is een eigenschap die een control freak als onze vorstin schrik inboezemt. Het was vanuit hetzelfde sentiment dat de vorstin een inmiddels legendarische allergie ontwikkelde voor Elco Brinkman, wiens voorliefde voor de postmoderne presentatie op Beatrix de uitwerking had van een rode lap op een stier.
Niettemin, als Bolkesteins electorale overwinning zo groot uitvalt als het zich nu laat aanzien, kan ook Beatrix er niet omheen hem als eerste te polsen voor de leiding van haar kabinet. En in dat geval zou Bolkestein zich wel in heel merkwaardige bochten moeten kronkelen om onder zijn verantwoordelijkheid uit te kunnen. En waarom zou hij ook? Voor parlementariërs is het premierschap toch een soort wereldbeker. Wie houdt het hoofd koel in het aangezicht van zo'n object van magisch verlangen? De gedachte dat Nederland dan onder zijn leiding naar het nieuwe millennium wordt getild moet bij de altijd in grote historische lijnen denkende Bolkestein toch tot een zekere gemoedsverhitting leiden. Hij heeft zich altijd nadrukkelijk geprofileerd als de man die zijn land gereed wil maken voor de Nieuwe Tijd. Als premier zou hij pas echt zijn stempel kunnen drukken op de geschiedenis der Lage Landen. Hij zou de Marcus Bakker-zaal in de Tweede Kamer onmiddellijk kunnen herdopen in de Henri Deterding-suite, een algeheel hoofddoekjesverbod kunnen uitvaardigen, en wie weet wat nog meer. Hij zou kortom een echte Macher kunnen worden, op gelijke voet met de groten der aarde.
Er is bovendien een groeiend legertje van critici dat erop uit is Bolkestein neer te sabelen als een soort Rottenberg in VVD-uitmonstering: een man overlopend van ideeën, maar niet gehinderd door enig richtinggevoel. CDA-leider Jaap de Hoop Scheffer was de laatste die zich bij dat koor aansloot. Hij constateerde dat Bolkestein veel geschreeuw maar weinig wol gaf. Vaak maakt Bolkestein de indruk dat het hem alleen maar om hapklare soundbites op radio en tv gaat. Op geheel eigen wijze heeft Bolkestein tot nu toe een soort getuigenispolitiek bedreven. Zoals hij in 1995 tegenover de Haagsche Courant verklaarde: 'Ik geef uiting aan de onderhuidse gevoelens van de mensen; laten we niet doen of we een toren van licht in een duistere wereld zijn.’ Tot nu toe was hij in die rol als liberale zedenmeester uiterst succesvol. Door zich buiten het kabinet te houden verwierf hij zich de vrijheid om de vertolker te zijn van sluimerende gevoelens van onbehagen. Zo'n rol als vormgever van een recalcitrante underground scene kan hij als leider van de grootste partij echter onmogelijk volhouden. In dat geval zou hij het terechte verwijt krijgen dat hij zijn plichten ontloopt.
Bolkestein zal met andere woorden aan de bak moeten. Met een beetje geluk betekent dat gelijk zijn politieke einde. Prematuur stemadvies: wie het Bolkestein echt moeilijk wil maken, kleurt straks onverwijld het VVD-vakje bloedrood.