Parlementsverkiezingen Turkije

Het groene gevaar

De winst van de AKP in Turkije kan de eerste in een reeks islamistische verkiezingssuccessen zijn. Wordt 2007 voor de war on terror wat 1949 was voor de Koude Oorlog?

Abdullah Gül hoeft voorlopig niet op te krassen naar Iran, de nadrukkelijke wens van seculiere betogers tijdens de recente massademonstraties ten spijt. De gematigd islamistische akp van Gül, minister, vice-premier en naar voren geschoven als presidentskandidaat, kreeg zondag bijna de helft van de stemmen bij de Turkse parlementsverkiezingen. Een forse groei ten opzichte van de vorige verkiezingen in 2002. Toen bleef de teller op 34 procent steken. Een belangrijke reden voor de verkiezingswinst van de akp is de florerende economie. Maar blijkbaar vormt ook het islamitische karakter van de partij voor veel Turken geen bezwaar meer. Minstens zo opvallend is dat de nationalistische chp amper profiteerde van het brede maatschappelijk verzet tegen de ‘sluipende islamisering’. De extreem-rechtse mhp heeft die angst beter weten uit te buiten. De fel seculiere en anti-Koerdische partij, nauw verwant aan de Grijze Wolven, kreeg een kleine vijftien procent van de stemmen en keert na jarenlange afwezigheid terug in het parlement. De opkomst van het nieuwe, democratische islamisme leidt in Turkije tot polarisatie. Uiterst rechts spint daar garen bij.

De opmars van de islamisten houdt niet halt in Istanbul. Grote favoriet bij de parlementsverkiezingen in Marokko begin september is de islamistische Parti de la Justice et du Développement (pjd). In de peilingen ligt zij ver voor op de andere partijen. Ook in Pakistan kunnen islamistische partijen hun stempel drukken op de verkiezingen eind dit jaar. De meest fanatieke religieuze groeperingen trokken de afgelopen week al de aandacht naar zich toe met een reeks bloedige aanslagen. Ondertussen zijn de islamisten in Irak en Afghanistan aan de winnende hand en blijft in de Palestijnse gebieden en Libanon de macht van Hamas en Hezbollah groeien. Conclusie: ondanks het eerste jubileum van de war on terror kan 2007 wel eens het jaar worden van de islamistische victorie.

De vergelijking met het westerse rampjaar in dat vorige alomvattende ideologische conflict doemt op. In 1949 ontwikkelde de Sovjet-Unie haar eigen atoomwapen, werd de Duitse Democratische Republiek uitgeroepen en was de wereld getuige van de geboorte van de Chinese Volksrepubliek. Het kapitalistische kamp antwoordde met een politiek van containment. Zo moest het domino-effect, waarbij het ene na het andere land ‘omviel’ en de zijde van het communisme koos, gestopt worden.

Dit keer rammelt niet het rode maar het groene gevaar aan de poorten. Helemaal nieuw is dat niet. In het kielzog van de Iraanse revolutie, waarbij in 1979 ayatollah Khomeini de macht greep, kwam de eerste islamistische golf op. Tal van radicale organisaties lieten zich door het Iraanse voorbeeld inspireren. In Soedan en Pakistan vonden militair-islamistische coups plaats.

De huidige islamistische golf is van een andere orde, al twisten de deskundigen over het precieze hoe en wat. Volgens de Franse islamkenner Olivier Roy heeft het politieke islamisme dat zich spiegelt aan de Iraanse revolutie gefaald. Maurits Berger, verbonden aan het instituut voor internationale betrekkingen Clingendael, is het daarmee eens. Hij ziet een ‘Hitler-syndroom’ onder het grote publiek: ‘Er heerst angst dat islamistische bewegingen de macht krijgen en die vervolgens niet meer uit handen geven.’ Die vrees is volgens hem niet gerechtvaardigd, gezien het huidige karakter van het islamisme: ‘Je hebt aan de ene kant het _top-down-_model, dat in de jaren zeventig populair was en in Iran slaagde. Revolutie dus. En er is de _bottom-up-_variant. Die bewegingen zijn van onderaf actief, via het welzijnswerk. Ze hebben daardoor ook een breder draagvlak. De revolutionairen waren vooral bezig met staatsvormen en -structuren. Tegenwoordig gaat het meer om de moraal, zeg maar normen en waarden. Partijen als de akp en Hamas zijn mede populair vanwege hun schone handen, hun strijd tegen corruptie. Ze zijn ook beter georganiseerd dan andere partijen in de Arabische wereld. Het zijn echte politieke partijen.’ Het nihilisme van groepen als al-Qaeda valt in de ogen van Berger onder geen van beide stromingen: ‘Dat noem ik geen islamisme, dat is een andere tak van sport.’

Lijnrecht tegenover Berger staan mensen als Hans Jansen, bijzonder hoogleraar hedendaags islamitisch denken aan de Universiteit Utrecht. Hij ziet veel meer overeenkomsten dan verschillen tussen de diverse islamistische bewegingen en partijen: ‘Ze hebben andere vijanden en soms andere tactieken, maar het komt op hetzelfde neer: de koran is onze grondwet, de jihad ons pad. Of je nu een Turks of een Marokkaans pamflet leest, ze vinden allemaal dat de regering weg moet omdat ze de sharia niet invoert. Een partij als de Turkse akp is weliswaar heel diplomatiek bezig, maar ook zij toont af en toe haar ware gezicht.’

In plaats van golfbewegingen neemt Jansen een permanente groei van het islamisme waar: ‘De islam is van huis uit gematigd geweest. Maar de radicalere variant wint al lange tijd aan invloed. De boze jongemannen maken van de islam steeds meer een ideologie. Het is nauwelijks nog een godsdienst, die over zaken als troost gaat.’

Radicaal of niet, het succes van deze bewegingen komt niet uit de lucht vallen en heeft niet enkel met religie of Saoedische geldstromen te maken. De wereld kan iedere dag op de televisiejournaals zien hoe het liberale ontwikkelingsmodel in het Midden-Oosten en Afrika faalt. Ondertussen tonen islamisten aan met bescheiden middelen wél politieke en sociale instituties op te kunnen bouwen. Hun politiek is ongetwijfeld repressief en patriarchaal, maar de veiligheid en zekerheid die islamistische bewegingen als Hamas bieden blijkt, vergeleken met de chaos in landen als Afghanistan, Irak of Somalië, voor veel mensen ter plaatse verkieslijker. Daarmee is het islamisme erin geslaagd, als eerste stroming sinds de Koude Oorlog en de ineenstorting van links, een alternatief te bieden voor modernisering op westerse leest. De kans is groot dat de islamisten na enkele jaren regeren net zo corrupt en machteloos blijken als hun voorgangers. Maar op dit moment is de belofte van verbetering voldoende om navolging te krijgen.

Dat hoeft niet vanzelfsprekend te leiden tot een internationaal domino-effect à la 1949, denkt Berger van Clingendael: ‘Het ontbreekt aan een centrale macht, zoals Rusland of China in de Koude Oorlog. Bij het islamisme is er slechts een centraal idee, waarover iedereen het ook nog eens oneens is. Daarom is de huidige ontwikkeling veel nationaler gericht, zoals je bij de akp ziet.’

Het is desondanks niet uitgesloten dat een nationaal succesverhaal als de groei van de akp uitgroeit tot internationaal politiek rolmodel. Tenzij de islamistische verkiezingsoverwinningen in de kiem gesmoord worden. Alle retoriek over democratisering vanuit Washington ten spijt is er een reële kans dat de met het Westen bevriende krachten roet in het eten gooien. In Turkije benadrukte het leger de afgelopen maanden alles te zullen doen om de seculiere staat te beschermen. Dat zijn geen loze bedreigingen. Nog in 1997 werd de radicalere voorganger van de akp door middel van een militaire coup uit de regering gezet.

In Marokko is het überhaupt de vraag of een islamistische regering werkelijk wat te zeggen krijgt. De macht ligt immers bij de koning. Een belangrijk deel van de islamistische beweging ziet dan ook niets in verkiezingsdeelname. Een voorbeeld daarvan is de radicale buitenparlementaire beweging Rechtvaardigheid en Zorg, met vermoedelijk enkele honderdduizenden sympathisanten. Ook in Pakistan kan de huidige machthebber, Musharraf, een hem niet welgezinde verkiezingsoverwinning verhinderen. Met iedere aanslag zwellen de geruchten aan dat hij de noodtoestand zal uitroepen. Dat zou uitstel van de verkiezingen betekenen. Tot nu toe heeft Musharraf zo’n stap uitgesloten, maar hij kan altijd van gedachten veranderen.

Terwijl het Westen bang is voor een tweede Iran doemen zo geheel andere toekomstscenario’s op. Niet voor niets heeft Berger meer vrees voor een tweede Algerije: ‘Voor mij staat vast dat als partijen zoveel stemmen krijgen, je daar iets mee moet. In Algerije gebeurde in de jaren negentig het tegenovergestelde. Je hoort tegenwoordig vaak dat een machtsgreep door islamisten toen gelukkig voorkomen is. Maar de daarop volgende burgeroorlog kwam juist voort uit het afkappen van de islamistische verkiezingsoverwinning. Met als gevolg een enorm bloedbad.’